---
title: "Voorafgaande beslissing 2012.089 · Vennootschapsbelasting"
description: "Vennootschapsbelasting. Belgische voorafgaande beslissing nr. 2012.089 van 24 april 2012."
url: "https://juriel.be/nl/rulings/2012-089-vennootschapsbelasting-belastingneutrale-inbreng-bedrijfsafdeling-tak-2a3a"
lang: "nl"
---

# Vennootschapsbelasting · vennootschapsbelasting - belastingneutrale inbreng van een bedrijfsafdeling of tak van werkzaamheid - zakelijke overwegingen - belastingfraude of -ontwijking - belasting over de toegevoegde waarde - inbreng van een bedrijfsafdeling

**Nummer**

2012.089

**Datum**

24 april 2012

## Over het document

**Verzameling**

Voorafgaande beslissingen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

92 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

Voorafgaande beslissing nr. 2012.089 dd. 24.04.2012

*Vennootschapsbelasting* · *Belastingneutrale inbreng van een bedrijfsafdeling of tak van werkzaamheid* · *Zakelijke overwegingen* · *Belastingfraude of -ontwijking* · *Btw* · *Inbreng van een bedrijfsafdeling*

## Samenvatting

De inbreng door de nv X van de activiteiten A van de afdeling G in de nv Y wordt aangemerkt als een inbreng van een bedrijfsafdeling of een tak van werkzaamheid zoals bedoeld in artikel 46, § 1, eerste lid, 2°, WIB 92 en de daaropvolgende uitkering, van de door de nv X verkregen nv Y aandelen, in de vorm van een dividend doet hieraan geen afbreuk.

De inbreng door de nv X van de activiteiten A van de afdeling G in de nv Y wordt niet als een levering beschouwd overeenkomstig artikel 11, W.BTW en de daarbij verrichte handelingen worden niet als diensten beschouwd bij toepassing van artikel 18, § 3, W.BTW.

## I. Voorwerp van de aanvraag

1\. De aanvraag strekt ertoe de bevestiging te bekomen dat:

1.1 de inbreng door de nv X van de activiteiten A van de afdeling G in de nv Y wordt aangemerkt als een inbreng van een bedrijfsafdeling of een tak van werkzaamheid zoals bedoeld in artikel 46, § 1, eerste lid, 2°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (hierna "WIB 92") en de daaropvolgende uitkering, van de door de nv X verkregen nv Y aandelen, in de vorm van een dividend hieraan geen afbreuk doet;

1.2 de inbreng door de nv X van de activiteiten A van de afdeling G in de nv Y niet als een levering wordt beschouwd overeenkomstig [artikel 11, Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-11) (hierna "W.BTW") en de daarbij verrichte handelingen niet als diensten worden beschouwd bij toepassing van artikel 18, § 3, W.BTW.

## II. O mschrijving van de verrichting door de aanvrager

### *II.A. Beschrijving van de bij de aanvraag betrokken partijen*

2\. De nv X maakt deel uit van een groep Z gespecialiseerd in de productie en verkoop van producten en uitrusting. De groep ontwikkelt, produceert en distribueert hulpmiddelen van wereldklasse.

3\. De vennootschap heeft diverse dochterondernemingen in andere Europese landen.

4\. De nv X is een winstgevend bedrijf en is in een belastingbetalende positie. De onderneming heeft geen saldo aan overgedragen verliezen en/of notionele interestaftrek.

5\. De activiteiten van de nv X zijn opgesplitst in vier divisies. Iedere divisie wordt gekenmerkt door een bepaald type producten dat aangeboden wordt en een specifieke afzetmarkt.

6\. Net zoals de nv X beschikt de nv Y (deze vennootschap maakte deel uit van groep M tot voor de recente overname van deze groep door groep Z) over bedrijfsinrichtingen in diverse andere Europese landen. Deze bedrijfsinrichtingen zijn, in tegenstelling tot de nv X, geen aparte vennootschappen maar bijkantoren.

7\. De nv Y is een winstgevend bedrijf en is in een belastingbetalende positie. De onderneming heeft geen saldo aan overgedragen verliezen en/of andere overdraagbare belastingaftrekken.

8\. De activiteiten van de nv Y zijn complementair aan de activiteiten van de nv X.

### *II.B. Beschrijving van de voorgenomen verrichting*

9\. De door de nv X voorgenomen verrichting bestaat erin om de activiteiten A als bedrijfstak in te brengen in de nv Y. Deze inbreng zal gevolgd worden door een uitkering van 100% van de aldus gekregen aandelen van de nv Y als dividend aan de huidige ultieme aandeelhouder van beide vennootschappen.

10\. De verrichting in België kadert in een wereldwijde integratie van de betreffende activiteiten.

## III. M otivering van de aanvraag door de aanvrager

### *III.A. kwalificatie als bedrijfsafdeling in de zin van artikel 46, § 1, eerste lid, 2°, WIB 92*

## Algemeen

11\. Het wetboek Vennootschappen omschrijft een bedrijfstak als "een geheel dat op technisch en organisatorisch gebied een autonome activiteit uitoefent en op eigen kracht kan werken"\[1\]. Ook de boekhoudwetgeving weerhoudt deze definitie\[2\].

12\. In het WIB 92 wordt het begrip bedrijfstak echter niet gedefinieerd. Algemeen wordt aangenomen dat het begrip voor fiscale doeleinden dezelfde betekenis heeft als bovenvermelde definitie. Het Hof van Cassatie oordeelde, in het kader van het vroegere artikel 442bis, dat er sprake is van een overdracht van een algemeenheid van goederen of van een bedrijfsafdeling voor fiscale doeleinden indien alle elementen die nodig zijn voor de exploitatie van de handelszaak worden overgedragen. Daarbij is het volgens het Hof niet noodzakelijk vereist dat alle openstaande vorderingen op klanten, het passief en de huurovereenkomsten in de overdracht begrepen zijn\[3\].

13\. Op basis van de Com. IB dienen de begrippen "bedrijfsafdeling" of "tak van werkzaamheid" uitgelegd te worden als zijnde "de bestanddelen die in een afdeling van een onderneming worden belegd en die technisch een onafhankelijke onderneming vormen, namelijk een geheel dat bekwaam is om met eigen middelen te werken"\[4\].

## Afdeling G als bedrijfstak

14\. De aanvrager meent dat het geheel van de activiteiten A met betrekking tot de afdeling G die door de nv X ingebracht zal worden in de nv Y zal kwalificeren als een bedrijfstak aangezien het gaat om een geheel dat bekwaam is om met eigen middelen te werken.

15\. De inbreng zal zich immers niet enkel beperken tot de activa en passiva op basis waarvan de huidige activiteiten A worden verricht, maar omvat ook het personeel dat zich met de activiteiten A bezig houdt, alsook alle lopende contracten en de klantenrelaties.

16\. Als bijlage aan de aanvraag werd een overzicht toegevoegd met verdere details met betrekking tot de bestanddelen die door de nv X zullen worden ingebracht in de nv Y. Het personeel en de contracten vormen het belangrijkste deel van de bedrijfstak doch zijn niet gewaardeerd in de balans van de onderneming.

17\. Na de overdracht zal de nv Y in staat zijn om alle activiteiten A met betrekking tot de afdeling G van de nv X verder te zetten. De ingebrachte bestanddelen vormen derhalve samen een geheel dat op technisch en organisatorisch gebied een autonome activiteit uitoefent en op eigen kracht kan werken. Daarenboven is de overdracht van enkel de activiteiten A ook logisch en (als eerste stap) makkelijk verwezenlijkbaar vanuit een operationeel en organisatorisch standpunt aangezien de nv Y momenteel enkel activiteiten A uitoefent.

18\. De aanvrager besluit daar uit dat de activiteiten B en C met betrekking tot de afdeling G, elk als een op zichzelf staande, aparte bedrijfstak beschouwd moeten worden. In dit verband merkt de aanvrager ook op dat mogelijks in een volgende fase eveneens de activiteiten B en C met betrekking tot de afdeling G, elk (of gezamenlijk) als een afzonderlijke bedrijfstak ingebracht zullen worden in de nv Y.

19\. De aanvrager wijst op het feit dat daarenboven de resterende afdelingen binnen de nv X voldoende onafhankelijk zijn van de afdeling G. Deze afdelingen kunnen dan ook na de inbreng winstgevend en zonder operationele moeilijkheden verder gezet worden.

**Inzake de voorwaarden van artikel 46, § 1, 1****ste** **lid, 2°, WIB 92 en meer in het bijzonder inzake de afwezigheid van belastingfraude of -ontwijking als hoofddoel of een der hoofddoelen van de verrichting**

20\. Verder meent de aanvrager dat de inbreng van de activiteiten A van de afdeling G zal voldoen aan de door het WIB 92 in artikel 46, § 1, 3 de lid, WIB 92 voorgeschreven voorwaarden teneinde de inbreng fiscaal neutraal te laten plaatsvinden.

21\. Vooreerst bevestigt de aanvrager dat de vennootschap die de inbreng ontvangt een binnenlandse vennootschap is en dat de verrichting zal plaatsvinden in overeenstemming met de relevante vennootschapsrechtelijke bepalingen.

22\. Bovendien zijn er volgens de aanvrager voldoende argumenten voorhanden waaruit kan worden afgeleid dat de verrichting niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of belastingontwijking heeft (in de zin van artikel 183bis WIB 92). De overdracht van de activiteit A is immers ingegeven vanuit een bedrijfseconomisch motief.

23\. Artikel 183bis, WIB 92 stelt dat wanneer de verrichting niet plaatsvindt op grond van zakelijke overwegingen, zoals herstructureringen of rationalisering van de activiteiten van de bij de verrichting betrokken vennootschappen, dat kan doen vermoeden dat die verrichting als hoofddoel of een van de hoofddoelen belastingfraude of belastingontwijking heeft.

24\. In casu zijn de zakelijke overwegingen overduidelijk aanwezig. De inbreng kadert zowel in een wereldwijde herstructurering als in de rationalisering van de activiteiten van de groep Z. De overname van groep M maakt deel uit van de langetermijnvisie van groep Z. Het is dan ook niet meer dan logisch dat, na deze overname, de activiteiten van de nv X geïntegreerd zullen worden met de activiteiten van de complementaire nv Y. De integratie zal eveneens leiden tot een vereenvoudigde administratie, betere kostenbeheersing, efficiënter beheer en grotere uniformiteit.

25\. Daarenboven benadrukt de aanvrager de afwezigheid van fiscale motieven in hoofde van de nv X. Zowel de nv X als de nv Y zijn winstgevende vennootschappen in een belastingbetalende positie. De inbreng zal hierop geen negatieve invloed hebben. Sterker nog, door het combineren van de expertise en ervaring van beide vennootschappen, hoopt de groep de winstgevendheid van de activiteiten in de toekomst nog verder te verhogen.

## Inzake de daaropvolgende uitkering van de verkregen aandelen

26\. Zoals reeds vermeld, zal de nv X de aandelen in de nv Y die zij als vergoeding van de inbreng zal ontvangen, uitkeren aan de huidige ultieme aandeelhouder van beide vennootschappen door middel van een gewoon dividend in natura. Gelet op de wetswijziging met betrekking tot de meerwaarde op aandelen, is het mogelijk dat deze overdracht niet onmiddellijk zal plaatsvinden maar dat nog een zekere periode gewacht zal worden.

27\. Deze geplande overdracht van de aandelen in de nv Y doet geen afbreuk aan het feit dat de verrichting (zijnde de inbreng) is ingegeven vanuit bedrijfseconomische motieven. De overdracht van de aandelen is immers noodzakelijk om de huidige groepsstructuur te behouden, waarbij de huidige ultieme aandeelhouder aan het hoofd staat van alle groep Z activiteiten, inclusief die van groep M.

28\. De achtergebleven activiteiten van de nv X (met uitzondering van de activiteiten B en C verbonden met de afdeling G die, zoals hiervoor vermeld, wellicht later zullen overgaan) staan los van de activiteiten van de nv Y en men wenst dan ook niet dat de nv X aandeelhouder zal blijven van de nv Y.

29\. Bovendien verwijst de aanvrager hierbij naar de stelling van de DVB dat het feit dat de overdracht van de aandelen welke tengevolge van een belastingneutrale verrichting werden verkregen niet noodzakelijk betekent dat de verrichting niet zou beantwoorden aan rechtmatige financiële of economische behoeften\[5\].

30\. De nieuw uitgegeven aandelen van de nv Y zullen door de huidige ultieme aandeelhouder van de nv X en de nv Y niet worden overgedragen aan een derde gedurende een periode van drie jaar vanaf de datum van de inbrengverrichting.

### *III.B. Wat betreft de toepassing van de artikelen 11, en 18, § 3, W.BTW*

31\. Overeenkomstig artikel 11, W.BTW wordt niet als een levering beschouwd, de overdracht van een algemeenheid van goederen of van bedrijfsafdeling, onder bezwarende titel of om niet, bij wege van inbreng in een vennootschap of anderszins, wanneer de overnemer een belastingplichtige is die de belasting, indien ze ingevolge de overdracht zou verschuldigd zijn, geheel of gedeeltelijk zou kunnen aftrekken. In dat geval wordt de overnemer geacht de persoon van de overdrager voort te zetten. Artikel 18, § 3, W.BTW bevat hetzelfde principe maar dan met betrekking tot diensten.

32\. De artikelen 11, en 18, § 3, W.BTW zijn derhalve van toepassing wanneer de lichamelijke en, in voorkomend geval, de onlichamelijke zaken samen een onderneming vormen of een deel van een onderneming die de overnemer toelaat een autonome economische activiteit uit te oefenen.

33\. Zoals hoger vermeld is de aanvrager van oordeel dat de inbreng kwalificeert als een algemeenheid van goederen of van een bedrijfsafdeling Gangezien de nv Y in staat zal zijn om alle activiteiten A met betrekking tot de afdeling G van de nv X verder te zetten.

## IV. Beslissing

### *IV.A. Wat betreft de vennootschapsbelasting*

34\. In toepassing van artikel 46, § 1, eerste lid, 2°, WIB 92 zijn stopzettingsmeerwaarden als omschreven in artikel 28, eerste lid, 1°, WIB 92, hierin begrepen de meerwaarden die zijn verkregen of vastgesteld uit hoofde of naar aanleiding van de volledige en definitieve stopzetting van één of meer bedrijfsafdelingen of takken van werkzaamheid, volledig maar tijdelijk vrijgesteld wanneer zij zijn verkregen of vastgesteld, ter gelegenheid van de inbreng van één of meer bedrijfsafdelingen of takken van werkzaamheid of van de algemeenheid van goederen in een vennootschap, tegen verkrijging van aandelen die het maatschappelijk kapitaal van die vennootschap vertegenwoordigen.

35\. In toepassing van artikel 46, §1, derde lid, WIB 92 is artikel 46, § 1, eerste lid, 2°, WIB 92 slechts van toepassing voor zover:

1.3 de vennootschap die de inbreng ontvangt een binnenlandse vennootschap of een intra-Europese vennootschap is;

1.4 de verrichting wordt verwezenlijkt overeenkomstig de bepalingen van het Wetboek van vennootschappen terzake en, desgevallend, conform vennootschapsrechtelijke bepalingen van gelijke aard van een andere Lidstaat van de Europese Unie die van toepassing zijn op de inbrengende of verkrijgende intra-Europese vennootschap;

1.5 de verrichting beantwoordt aan het bepaalde in artikel 183bis, WIB 92.

36\. De tekst van artikel 183bis, WIB 92 luidt als volgt: 'Voor de toepassing van de artikelen 45, § 1, eerste lid, 46, § 1, eerste lid, 2°, 95, eerste lid, 211, § 1, eerste lid, en 231, § 2, eerste lid, mag de verrichting niet als hoofddoel of een der hoofddoelen belastingfraude of -ontwijking hebben.

Wanneer de verrichting niet plaatsvindt op grond van zakelijke overwegingen, zoals herstructurering of rationalisering van de activiteiten van de bij de verrichting betrokken vennootschappen, kan dit doen vermoeden, behalve het bewijs van het tegendeel, dat die verrichting als hoofddoel of een van de hoofddoelen belastingfraude of belastingontwijking heeft.'

37\. De aanvrager heeft bevestigd dat de vennootschap die de inbreng zal ontvangen, met name de nv Y, een binnenlandse vennootschap is en dat de verrichting zal plaatsvinden in overeenstemming met de vennootschapsrechtelijke bepalingen.

38\. De overname van groep M maakt deel uit van de langetermijnvisie van groep Z om verder uit te groeien als wereldleider op gebied van bepaalde activiteiten. Volgend op de overname van groep M worden de activiteiten A van de nv X geïntegreerd in de activiteiten van de complementaire nv Y. Deze integratie zal tevens leiden tot een vereenvoudigde administratie, betere kostenbeheersing, efficiënter beheer en grotere uniformiteit.

39\. Zowel in Amerika, Azië als Europa zullen de activiteiten van afdeling G van de groep Z-entiteiten geïntegreerd worden met deze van de recent verworven groep M-vennootschappen. De verrichting kadert aldus in een wereldwijde integratie van de activiteiten van afdeling G van de groep Z.

40\. De voorgenomen inbreng is niet beperkt tot de activa en passiva op basis waarvan de huidige verkoopsactiviteiten worden verricht, maar omvat ook het personeel dat zich met de activiteiten A bezig houdt, alsook alle lopende contracten en de klantenrelaties. De gebouwen van de nv X worden gemengd aangewend door de diverse business units en worden om die reden niet mee ingebracht met de bedrijfstak.

41\. Het personeel en de contracten vormen het belangrijkste deel van de bedrijfstak doch zijn niet gewaardeerd in de balans van de onderneming.

42\. Na de overdracht zal de nv Y in staat zijn om alle activiteiten A met betrekking tot de afdeling G van de nv X verder te zetten. De ingebrachte bestanddelen vormen derhalve samen een geheel dat op technisch en organisatorisch gebied een autonome activiteit uitoefent en op eigen kracht kan werken. Daarenboven is de overdracht van enkel de activiteiten A ook logisch en makkelijk verwezenlijkbaar vanuit een operationeel en organisatorisch standpunt aangezien de nv Y momenteel enkel activiteiten A uitoefent.

43\. De resterende afdelingen binnen de nv X kunnen, na de inbreng van de activiteiten A gerelateerd aan de activiteiten in de nv Y, winstgevend en zonder operationele moeilijkheden verder gezet worden.

44\. De geplande overdracht van de aandelen in de nv Y doet geen afbreuk aan het feit dat de verrichting is ingegeven vanuit bedrijfseconomische motieven. De overdracht van de aandelen is immers noodzakelijk om de huidige groepsstructuur te behouden, waarbij de huidige ultieme aandeelhouder aan het hoofd staat van alle groep Z-activiteiten, inclusief die van groep M.

45\. Ingevolge de overdracht van deze aandelen middels een dividenduitkering in natura wordt ten name van de nv X met de voorgenomen verrichting geen voordeel gecreëerd op het vlak van de aftrek voor risicokapitaal.

46\. De nieuw uitgegeven aandelen van de nv Y zullen door de huidige ultieme aandeelhouder niet worden overgedragen aan een derde gedurende een periode van drie jaar vanaf de datum van de inbrengverrichting.

47\. Wat betreft de fiscale gevolgen van de verrichting wordt opgemerkt dat zowel de nv X als de nv Y winstgevende vennootschappen zijn die zich in een belastingbetalende positie bevinden. De inbreng zal hierop geen negatieve invloed hebben.

48\. Het geheel van de activiteiten A met betrekking tot de afdeling G die door de nv X ingebracht zal worden in de nv Y zal kwalificeren als een bedrijfstak aangezien de overgedragen afdeling een geheel vormt dat op technisch en organisatorisch gebied een autonome activiteit uitoefent en op eigen kracht kan werken. De inbreng en de daaropvolgende overdracht aan de huidige ultieme aandeelhouder van de door de nv X verkregen nv Y aandelen onder de vorm van dividenduitkering in natura vinden plaats op grond van zakelijke overwegingen en hebben niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of -ontwijking.

49\. De inbreng door de nv X van de activiteiten A van de afdeling G in de nv Y wordt aangemerkt als een inbreng van een bedrijfsafdeling of een tak van werkzaamheid zoals bedoeld in artikel 46, § 1, eerste lid, 2°, WIB 92 en de daaropvolgende uitkering, van de door de nv X verkregen nv Y aandelen, in de vorm van een dividend doet hieraan geen afbreuk.

### *IV.B. Wat betreft de* toepassing van de artikelen 11 en 18, § 3, W.BTW

50\. Overeenkomstig artikel 11, W.BTW wordt niet als een levering beschouwd, de overdracht van een algemeenheid van goederen of van een bedrijfsafdeling, onder bezwarende titel of om niet, bij wege van inbreng in een vennootschap of anderszins, wanneer de overnemer een belastingplichtige is die de belasting, indien ze ingevolge de overdracht zou verschuldigd zijn, geheel of gedeeltelijk zou kunnen aftrekken. In dat geval wordt de overnemer geacht de persoon van de overdrager voort te zetten. Artikel 18, § 3, W.BTW bevat hetzelfde principe met betrekking tot diensten.

51\. Deze artikelen zijn de omzetting in het Belgisch BTW Wetboek van de artikelen [19](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-19) en [29](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-29) van de Richtlijn 2006/112/CE van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (vroeger artikelen [5, paragraaf 8](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-5), en [6, paragraaf 5](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-6), van de zesde richtlijn 77/388/CE van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der Lid-Staten inzake omzetbelasting - Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag).

52\. In haar arrest van 27 november 2003 - zaak [C-497/01](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-497-01-arrest), Zita Modes Sarl c. Administration de l'enregistrement et des domaines heeft het Europese Hof van Justitie verduidelijkt dat het begrip "overgang van het geheel of een gedeelte van een algemeenheid van goederen onder bezwarende titel, om niet of in de vorm van een inbreng in een vennootschap" aldus moet worden uitgelegd dat daaronder valt de overdracht van een handelszaak of van een autonoom bedrijfsonderdeel met lichamelijke en eventueel ook onlichamelijke zaken, welke tezamen een onderneming of een gedeelte van een onderneming vormen waarmee een autonome economische activiteit kan worden uitgeoefend, en dat daaronder niet valt de verkoop van goederen zonder meer, zoals de verkoop van een voorraad producten.

53\. De artikelen 11 en 18, § 3, W.BTW zijn derhalve van toepassing wanneer de lichamelijke en, in voorkomend geval, de onlichamelijke zaken samen een onderneming vormen of een deel van een onderneming die de overnemer toelaat een autonome economische activiteit uit te oefenen.

54\. De voorgenomen verrichting bestaat erin dat de nv X haar activiteit A van afdeling G inbrengt in de nv Y.

55\. De overnemer, nv Y, is een btw-belastingplichtige met recht op aftrek.

56\. De inbreng is niet beperkt tot de activa en passiva op basis waarvan de huidige activiteiten A worden verricht, maar omvat ook het personeel dat zich met de activiteiten A bezig houdt, alsook alle lopende contracten en de klantenrelaties. Een opgave van deze activa en passiva is toegevoegd als bijlage aan de aanvraag om voorafgaande beslissing en deze activa en passiva vormen samen een geheel dat op technisch vlak door eigen middelen autonoom kan functioneren.

57\. Zowel op technisch als op organisatorisch vlak heeft deze verrichting derhalve betrekking op een bedrijfstak die een autonome economische activiteit uitmaakt die op eigen kracht kan werken en bijgevolg dient de verrichting met toepassing van de artikelen 11 en 18, § 3, W.BTW plaats te vinden.

\[1\] Artikel 680 W.Venn.

\[2\] Artikel 81 KB van 30 januari 2001 houdende uitvoering van het Wetboek van Vennootschappen

\[3\] Cass. 15 oktober 2009

\[4\] Com.IB. 46/36

\[5\] V.Tai, "Decisions anticipées en matière fiscale - Développements récents", ULB - Recyclage de Droit fiscal, Brussel, 9 maart 2009, 10.

## Aangehaalde teksten

6

[WBTW art. 11](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-11) 1 voorkomen

[Zesde richtlijn 77/388 art. 5](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-5) 1 voorkomen

[Zesde richtlijn 77/388 art. 6](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-6) 1 voorkomen

[btw-richtlijn 2006/112 art. 19](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-19) 1 voorkomen

[btw-richtlijn 2006/112 art. 29](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-29) 1 voorkomen

[C-497/01, arrest van 27 november 2003](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-497-01-arrest) 1 voorkomen
