Terbeschikkingstelling onroerende goederen, luchthavengebied, exploitatie luchthaven, onroerend goed · Voorafgaande beslissingen

Naar de tekst
Juriel

2011.584 3 april 2012

Zoeken

Terbeschikkingstelling onroerende goederen, luchthavengebied, exploitatie luchthaven, onroerend goedBTW - terbeschikkingstelling onroerende goederen - luchthavengebied - exploitatie luchthaven

https://juriel.be/nl/rulings/2011-584-terbeschikkingstelling-onroerende-goederen-luchthavengebied-exploitatie-7ae6

Nummer
2011.584
Datum
3 april 2012

Over het document

Verzameling
Voorafgaande beslissingen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

57 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

Voorafgaande beslissing nr. 2011.584 dd. 03.04.2012

BTW · Terbeschikkingstelling onroerende goederen · Luchthavengebied · Exploitatie luchthaven · Art. 44 § 3, 2° a), vijfde streepje btw-wetboek · Art. 45 btw-wetboek

Samenvatting

De luchthavenuitbater Y plant een ontwikkeling en herontwikkeling van het luchthavengebied X, zowel langs landzijde als langs luchtzijde. Vastgoedinvesteerders zullen o.m. onroerende goederen ter beschikking stellen aan luchthavenuitbater Y en derden.

Aangezien de geplande terbeschikkingstellingen plaats vinden binnen het luchthavengebied X en kaderen in de exploitatie en de verdere uitbouw van de luchthaven X dient te worden besloten dat deze terbeschikkingstellingen bedoeld worden door art. 44, § 3, 2°a) vijfde streepje W.BTW

Op basis van artikel 45 btw-wetboek mag de luchthavenuitbater Y de btw verschuldigd over dergelijke diensten in aftrek nemen wanneer Y met deze vastgoedinvesteerders in een 'sale and rent back' scenario is getreden.

I. Voorwerp van de aanvraag

De aanvragers willen bevestiging bekomen dat :

1. vastgoedinvesteerders die binnen het luchthavengebied X vastgoed ter beschikking stellen btw dienen aan te rekenen op deze diensten conform artikel 44, §3, 2°, a) vijfde streepje W.BTW;

2. de luchthavenuitbater Y de btw verschuldigd over dergelijke diensten conform haar recht op aftrek in aftrek mag nemen wanneer Y met deze vastgoedinvesteerders in een 'sale and rent back' scenario is getreden.

II. O mschrijving van de verrichtingen

3. De luchthavenuitbater Y plant een ontwikkeling en herontwikkeling van het luchthavengebied X, zowel langs landzijde als langs luchtzijde.

4. Deze ontwikkeling zal onder verschillende figuren worden gerealiseerd :

4.1. Y verlengt de bestaande overeenkomsten tot ter beschikking stelling van gronden en / of gebouwen (op land- of luchtzijde).

4.2. Y realiseert zelf een nieuwbouw (op land- of luchtzijde) en vestigt een zakelijk recht op de nieuwbouw en bijhorende grond ten gunste van een vastgoedinvesteerder die het vastgoed daarna ter beschikking stelt aan Y om het te gebruiken voor eigen beroepsdoeleinden (financieringsoperatie - betere return on investment);

4.3. Y realiseert zelf een nieuwbouw (op land- of luchtzijde) en vestigt een zakelijk recht op de nieuwbouw en bijhorende grond ten gunste van een vastgoedinvesteerder die het vastgoed daarna ter beschikking stelt aan derden ;

4.4. Y vestigt een zakelijk recht op oude gebouwen en bijhorende grond (op land- of luchtzijde) ten gunste van een vastgoedinvesteerder die - al dan niet na renovatie - het bedoelde vastgoed terug beschikking stelt aan derden ;

4.5. Y vestigt een zakelijk recht op de grond (op land- of luchtzijde) ten gunste van een vastgoedinvesteerder. De investeerder zal zelf instaan voor de bouw. Na oplevering stelt de investeerder de nieuwbouw en bijhorende grond ter beschikking aan de derden.

III. Motivering

5. Conform artikel 135 lid 1 Richtlijn 2006/112 van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde ('Btw-Richtlijn') verlenen de lidstaten vrijstelling voor de volgende handelingen:

"l) de verhuur en verpachting van onroerende goederen.

2. De volgende handelingen zijn van de in lid 1, punt l), geregelde vrijstelling uitgesloten:

· het verstrekken van accommodatie, als omschreven in de wetgeving der lidstaten, in het hotelbedrijf of in sectoren met een soortgelijke functie, met inbegrip van de verhuuraccommodatie in vakantiekampen of op kampeerterreinen;

· verhuur van parkeerruimte voor voertuigen;

· verhuur van blijvend geïnstalleerde werktuigen en machines;

· verhuur van safeloketten."

6. Artikel 135 lid 2 in fine Btw-Richtlijn bepaalt dat de lidstaten nog andere handelingen van de toepassing van de in lid 1, punt l), geregelde vrijstelling kunnen uitsluiten. Artikel 135 Btw-Richtlijn werd omgezet naar Belgisch recht in artikel 44, §3, 2° W.BTW.

7. Artikel 44, §3, 2° a) W.BTW bepaalt dat van de belasting nog zijn vrijgesteld "de verpachting, de verhuur en de overdracht van huur van uit hun aard onroerende goederen, met uitzondering van de volgende diensten :

· de terbeschikkingstelling van stalling voor rijtuigen;

· de terbeschikkingstelling van bergruimte voor het opslaan van goederen;

· het verschaffen van gemeubeld logies in hotels, motels en in inrichtingen waar aan betalende gasten onderdak wordt verleend;

· de terbeschikkingstelling van plaats om te kamperen;

· de terbeschikkingstelling van uit hun aard onroerende goederen in het kader van de exploitatie van havens, bevaarbare waterlopen en vlieghavens."

8. Het bepaalde in artikel 44, §3, 2°, a) vijfde streepje W.BTW werd ingevoerd met ingang van 16 augustus 2009 bij Wet van 31 juli 2009 en is een toepassing van de mogelijkheid die artikel 135 lid 2 in fine Btw-Richtlijn aan de lidstaten biedt om nog andere handelingen van de toepassing van de in lid 1, punt l), geregelde vrijstelling uit te sluiten[1].

9. De terbeschikkingstelling van uit hun aard onroerende goederen in het kader van de exploitatie van havens, bevaarbare waterlopen en vlieghavens is - krachtens artikel 44, §3, 2°, a) vijfde streepje W.BTW - een btw-belaste handeling.

10. Elke belastingplichtige mag op de belasting die hij verschuldigd is, in aftrek brengen de belasting geheven van de aan hem geleverde goederen en verleende diensten, … , in de mate dat hij die goederen en diensten gebruikt voor het verrichten van belaste handelingen (artikel 45, §1, 1° W.BTW).

IV. Beslissing

11. Artikel 44, § 3, 2°a) W.BTW bepaalt dat van de belasting zijn vrijgesteld "de verpachting, de verhuur en de overdracht van huur van uit hun aard onroerende goederen, met uitzondering van de volgende diensten:

· …

· de terbeschikkingstelling van uit hun aard onroerende goederen in het kader van de exploitatie van havens, bevaarbare waterlopen en vlieghavens (art. 44, § 3, 2° a) vijfde streepje W.BTW)".

12. Op basis van btw-rechtspraak en in het bijzonder het antwoord van de Minister van Financiën op de Mondelinge Parlementaire Vraag van de heer Servais Verherstraeten van 11 mei 2011 blijkt dat de toepassing van artikel 44, § 3, 2° a) vijfde streepje W.BTW niet afhankelijk is en niet afhankelijk gesteld kan worden gesteld van het feit of

· de terbeschikking stellende entiteit btw-plichtig is in de zin van artikel 4 of in de zin van artikel 6 W.BTW;

· de terbeschikking stellende entiteit exploitant is van een haven, bevaarbare waterloop of vlieghaven of niet;

· de terbeschikkingstelling de vorm heeft van een 'klassieke' concessie of niet;

· de terbeschikkingstelling plaatsvindt op openbaar domein of niet.

13. Wel dient deze terbeschikkingstelling te gebeuren in het kader van de exploitatie van havens, vlieghavens of bevaarbare waterlopen en dienen de onroerende goederen zich te bevinden binnen het luchthavengebied.

14. De geplande terbeschikkingstellingen vinden plaats binnen het luchthavengebied X.

15. Bovendien kadert deze verrichting in de exploitatie en de verdere uitbouw van de luchthaven X.

16. Uit wat voorafgaat dient te worden besloten dat deze terbeschikkingstellingen bedoeld worden door art. 44, § 3, 2°a) vijfde streepje W.BTW en tegen het normale tarief aan de btw dienen te worden onderworpen.

17. Op basis van artikel 45 btw-wetboek mag de luchthavenuitbater Y de btw verschuldigd over dergelijke diensten in aftrek nemen wanneer Y met deze vastgoedinvesteerders in een 'sale and rent back' scenario is getreden.

18. Momenteel zijn de vastgoedinvesteerders nog niet gekend. Elke investeerder die zich wenst te beroepen op deze beslissing dient de concrete terbeschikkingstelling met bijhorende contracten aan de DVB voor te leggen teneinde een avenant te bekomen aan deze beslissing.

[1] Wetsontwerp tot wijziging van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, Kamer, 3 juni 2009, DOC 52 2027/001, p.3.

Aangehaalde teksten

3