Inkomstenbelasting, vennootschapsbelasting, belastingneutrale partiële splitsing, zakelijke overwegingen · Voorafgaande beslissingen

Naar de tekst
Juriel

2011.520 31 januari 2012

Zoeken

Inkomstenbelasting, vennootschapsbelasting, belastingneutrale partiële splitsing, zakelijke overwegingeninkomstenbelasting - vennootschapsbelasting - belastingneutrale partiële splitsing - zakelijke overwegingen - belastingfraude of -ontwijking - belasting over de toegevoegde waarde - bedrijfsafdeling

https://juriel.be/nl/rulings/2011-520-inkomstenbelasting-vennootschapsbelasting-belastingneutrale-partiele-splitsing-d785

Nummer
2011.520
Datum
31 januari 2012

Over het document

Verzameling
Voorafgaande beslissingen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

128 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

Voorafgaande beslissing nr. 2011.520 dd. 31.01.2012

Vennootschapsbelasting · Belastingneutrale partiële splitsing · Zakelijke overwegingen · Belastingfraude of -ontwijking

BTW · Bedrijfsafdeling

Samenvatting

De partiële splitsing van de nv X waarbij de activiteit A zal worden afgesplitst naar de vennootschap A en de activiteit B zal worden afgesplitst naar de vennootschap B beantwoordt aan zakelijke overwegingen en heeft niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of -ontwijking in de zin van de artikelen 183bis, en 211, §1, 4de lid, 3°, WIB 92.

De partiële splitsing van de nv X, waarbij de activiteit A wordt ingebracht in de vennootschap A, dient met toepassing van de artikelen 11 en 18, § 3, W.BTW te gebeuren.

I. Voorwerp van de aanvraag

1. De aanvraag strekt ertoe te vernemen of:

Wat betreft de vennootschapsbelasting

1.1. de voorgenomen partiële splitsing van de nv X beantwoordt aan artikel 211, §1, vierde lid, 3°, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 (WIB 92) en aldus geen belastingfraude of -ontwijking heeft als hoofddoel of één der hoofddoelen in de zin van artikel 183bis, WIB 92.

Wat betreft de btw

1.2. de voorgenomen partiële splitsing onder het voortzettingsregime valt zoals bepaald in artikel 11 en artikel 18, §3, van het Wetboek van de belasting op de toegevoegde waarde (W. BTW), doch enkel voor wat de vennootschap A betreft.

II. Beschrijving van de voorgenomen verrichting

2. De nv X wenst over te gaan tot een partiële splitsing overeenkomstig artikel 677 van het Wetboek van Vennootschappen nadat de Dienst Voorafgaande Beslissingen een positieve beslissing heeft genomen met betrekking tot de voorliggende aanvraag.

3. Het is de bedoeling om de afzonderlijke bedrijfsactiviteiten die historisch gegroeid zijn binnen de nv X te verzelfstandigen in afzonderlijke vennootschappen. Hiertoe zal telkens, per af te splitsen bedrijfsactiviteit, een deel van het vermogen van de nv X partieel afgesplitst worden naar 2 nieuw op te richten vennootschappen tegen uitreiking aan de vennoten van de nv X van aandelen in de nieuwe vennootschappen.

Eerste nieuw op te richten vennootschap, vennootschap A

4. Aan de eerste nieuw op te richten vennootschap, die de naam vennootschap A zal dragen, worden de activa en passiva toebedeeld die nodig zijn om de activiteit A volledig zelfstandig te kunnen uitoefenen.

Tweede nieuw op te richten vennootschap, vennootschap B

5. Aan de tweede nieuw op te richten vennootschap, die de naam vennootschap B zal dragen, worden de activa en passiva toebedeeld die nodig zijn om de activiteit B volledig zelfstandig te kunnen uitoefenen

Bestaande vennootschap, hierna nv X

6. In de huidige nv X zal in hoofdzaak het bedrijfsgebouw overblijven.

7. Op deze manier kan deze vennootschap haar rol als epi-centrum voor de verschillende exploitatievennootschappen blijven vervullen en kunnen de diensten zoals onthaalactiviteiten verder verleend worden aan de verschillende vennootschappen.

8. Op deze manier draagt elke entiteit zijn eigen verantwoordelijkheid voor zijn eigen bedrijfsactiviteit zonder dat deze splitsing enige invloed zal hebben op het op heden aanwezige personeelsbestand.

Geen volledige splitsing

9. De redenen, waarom er niet geopteerd wordt voor een volledige splitsing, zijn divers en kunnen als volgt samengevat worden:

9.1. Ovam-reglementering:

9.2. Behoud van het ondernemingsnummer

9.3. Behoud van het erkenningsnummer bij de RSZ

10. Derhalve strekt de voorgenomen partiële splitsing ertoe om de juridische structuur in overeenstemming te brengen met de huidige feitelijke bedrijfseconomische situatie en de bedrijfsrisico's waaraan de verschillende activiteiten onderhevig zijn, van elkaar te scheiden. Hierdoor kan worden aangenomen dat iedere bedrijfsactiviteit beter en afzonderlijk zal kunnen worden beheerd, rekening houdende met de specifieke noden en risico's eigen aan elke bedrijfsactiviteit.

11. De aanvrager meent dat de partiële splitsing van de nv X, waardoor 2 nieuwe vennootschappen zullen gevormd worden en de bestaande zal omgevormd worden, gestoeld is op zakelijke overwegingen en niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of belastingontwijking heeft in de zin van de artikelen 183bis en 211, §1, vierde lid, 3°, WIB 92 en bovendien gebeurt op de wijze en onder de voorwaarden zoals gesteld door de artikelen 11 en 18, §3, W. B.T.W. De voorgenomen partiële splitsing strekt er derhalve toe om de diverse activiteiten onder te brengen in nieuwe juridische entiteiten met elk een duidelijk en afgebakend maatschappelijk doel.

III. Motivering door de aanvrager

III.A. Wat betreft de vennootschapsbelasting

III.A.1. Juridisch kader

12. Artikel 183bis, WIB 92 bepaalt :

"Voor de toepassing van de artikelen 45§1, eerste lid, 46§1, eerste lid 2°, 95, eerste lid, 211 §1, eerste lid en 231§2, eerste lid mag de verrichting niet als hoofddoel of een der hoofddoelen belastingfraude of -ontwijking hebben.

Wanneer de verrichting niet plaatsvindt op grond van zakelijke overwegingen, zoals herstructurering of rationalisering van de activiteiten van de bij de verrichting betrokken vennootschappen, kan dit doen vermoeden, behalve het bewijs van het tegendeel, dat die verrichting als hoofddoel of een van de hoofddoelen belastingfraude of belastingontwijking heeft."

13. Artikel 211, §1, WIB 92 luidt als volgt :

" § 1. In geval van fusie, splitsing of met fusie door overneming gelijkgestelde verrichting als bedoeld in artikel 210, § 1, 1°, en in geval van met splitsing gelijkgestelde verrichting als bedoeld in artikel 210, § 1, 1°bis, :

1° komen de meerwaarden bedoeld in de artikelen 44, § 1, 1°, en 47, die op het ogenblik van de verrichting zijn vrijgesteld, de kapitaalsubsidies bedoeld in artikel 362, die op het ogenblik van de verrichting nog niet als winst worden aangemerkt, alsmede

de meerwaarden die naar aanleiding van die verrichting worden verwezenlijkt of vastgesteld, niet in aanmerking voor belastingheffing ingevolge artikel 208, tweede lid, of artikel 209;

2° blijft belastingheffing ingevolge artikel 209 voor het overige achterwege in de mate dat de inbrengen worden vergoed met nieuwe aandelen die daartoe worden uitgegeven, of in de mate dat, in de in § 2, derde lid, bedoelde gevallen, de overnemende of verkrijgende vennootschap de vóór de verrichting bij de overgenomen of gesplitste vennootschap aanwezige vrijgestelde reserves, die niet zijn verbonden aan een buitenlandse inrichting van deze vennootschap gelegen in een Staat waarmee België een overeenkomst ter vermijding van de dubbele belasting heeft ondertekend, overneemt.

In geval van splitsing of met splitsing gelijkgestelde verrichting wordt de in het eerste lid, 2°, bedoelde overname van vrijgestelde reserves beperkt tot het gedeelte van de bij de gesplitste vennootschap aanwezige vrijgestelde reserves dat evenredig is met het gedeelte van de totale fiscale nettowaarde van de gesplitste vennootschap dat is overgegaan naar de overnemende of verkrijgende vennootschap.

Indien de fiscale nettowaarde van de gesplitste vennootschap nul is, is de in het eerste lid, 2°, bedoelde overneming, in afwijking van het vorige lid, beperkt tot het gedeelte van de vrijgestelde reserves van de gesplitste vennootschap dat evenredig is met de fiscale nettowaarde van de actiefbestanddelen van de gesplitste vennootschap die zijn overgegaan naar de overnemende of verkrijgende vennootschap.

Het eerste lid is slechts van toepassing op voorwaarde dat :

1° de overnemende of verkrijgende vennootschap een binnenlandse vennootschap of een intra-Europese vennootschap is;

2° de verrichting wordt verwezenlijkt overeenkomstig de bepalingen van het Wetboek van vennootschappen en, desgevallend, conform vennootschapsrechtelijke bepalingen van gelijke aard die van toepassing zijn op de overnemende of verkrijgende intra-Europese vennootschap;

3° de verrichting beantwoordt aan het bepaalde in artikel 183bis.

Ingeval de overnemende of verkrijgende vennootschap een intra-Europese vennootschap is, is het eerste lid van toepassing voor wat betreft :

- de ten gevolge van de verrichting verkregen bestanddelen die worden aangewend en behouden binnen een in artikel 229, § 1, bedoelde Belgische inrichting waarover de overnemende of verkrijgende vennootschap in België, al dan niet ten gevolge van deze verrichting, beschikt, en die bijdragen tot de totstandkoming van de resultaten van deze inrichting die in toepassing van artikel 233 in aanmerking worden genomen voor de belastinggrondslag;

- en de vrijgestelde reserves van de overgenomen of gesplitste vennootschappen, andere dan de vrijgestelde reserves verbonden aan een buitenlandse inrichting, die worden teruggevonden binnen het eigen vermogen van de voormelde Belgische inrichting.

Het eerste lid is evenmin van toepassing op verrichtingen waaraan deelnemen een door de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen erkende vennootschap met vast kapitaal voor belegging in onroerende goederen of in niet genoteerde aandelen of een bij de FOD Financiën op de lijst van de private privaks ingeschreven vennootschap."

III.A.2. Zakelijke overwegingen

14. De voorgenomen verrichting heeft volgens de aanvrager duidelijk zakelijke overwegingen tot voorwerp zoals de herstructurering en de rationalisering van de activiteiten en dit via een eigen entiteit voor elke bedrijfsactiviteit, nl. activiteit A voor vennootschap A, activiteit B voor vennootschap B en logistieke ondersteuning voor nv X.

15. De activiteit A en de activiteit B zijn duidelijk actief op verschillende markten en bedienen duidelijk verschillende klantengroepen. Zij hebben eveneens een verschillend winst- en groeipotentieel. Beide activiteiten hebben een afzonderlijk budgettair beheer en een afzonderlijke rapportering.

De bedrijfsafdeling A

16. De bij vennootschap A in te brengen activa en passiva maken reeds geruime tijd een bedrijfsafdeling uit. Deze activiteit staat onder de controle van een technisch directeur die op geregelde tijdstippen rapporteert aan het bestuursorgaan

17. Alle overige activa en passiva, die niet worden overgedragen, staan volledig los van deze activiteit en zijn bijgevolg ook overbodig voor de uitoefening van deze activiteit. Ook zal deze bedrijfsafdeling financieel leefbaar zijn en dit ook blijven om reden dat:

17.1. Een deel van de termijnrekening aan deze bedrijfsafdeling wordt toebedeeld

17.2. Het orderboek inzake activiteit A aan deze bedrijfsafdeling wordt toebedeeld;

17.3. Desgevallend, en enkel voor zover nodig, deze bedrijfsafdeling een krediet kan aangaan. De balans van de bedrijfsafdeling laat dit zeker toe.

De bedrijfsafdeling B

18. Wat de bedrijfsafdeling B betreft, werken de aan die afdeling over te dragen activa en de passiva nu reeds volledig autonoom. Immers, de ontwikkeling van de activiteit gebeurt onder het toezicht van het bestuursorgaan.

19. Voor de uitvoering van de activiteit B wordt geen gebruik gemaakt van eigen personeel. Om deze reden gaat er dan ook geen personeel mee over naar vennootschap B.

20. Na de partiële splitsing kan deze activiteit dus verder volledig autonoom functioneren. Ook zal deze bedrijfsafdeling financieel leefbaar zijn en dit ook blijven, om reden dat:

20.1. Een deel van de termijnrekening aan deze bedrijfsafdeling wordt toebedeeld;

20.2. Desgevallend, en enkel voor zover nodig, kan deze bedrijfsafdeling een krediet aangaan. De balans van de bedrijfsafdeling laat dit zeker toe.

De bestaande vennootschap nv X

21. De huidige bestaande nv X zal instaan voor de logistieke ondersteuning van die verschillende activiteiten, uitgeoefend door alle vennootschappen, deel uitmakende van de groep. Ook deze vennootschap zal financieel leefbaar blijven en zijn, zoals blijkt uit de geprojecteerde resultatenrekening voor de komende 2 jaar voor deze bedrijfsafdeling. Uit deze geprojecteerde resultatenrekening blijkt ook dat het aanrekenen van de door deze vennootschap geleverde prestaties aan de andere nieuw op te richten vennootschappen niet tot een verliessituatie leidt bij die nieuwe vennootschappen. Ook wordt verduidelijkt hoe de door deze vennootschap geleverde diensten worden verdeeld over de verschillende exploitatievennootschappen.

22. De operationele leiding van de vennootschappen blijft nà de geplande verrichting in handen van dezelfde natuurlijke personen met het oog op de bestendiging van de continuïteit van de groep.

III.A.3. Geen belastingfraude of -ontwijking als hoofddoel (artikel 183bis, WIB 92)

23. Bij deze kan de aanvrager formeel bevestigen dat de geplande partiële splitsing niet als hoofddoel of één van de hoofddoelen belastingfraude of belastingontwijking heeft en wel om de volgende redenen:

23.1. Geen overdraagbare fiscale verliezen: binnen de huidige nv X bestaan er geen overdraagbare fiscale verliezen, zodat de splitsing van de vennootschap geen optimalisatie van overdraagbare fiscale verliezen tot gevolg heeft of zelfs kan hebben;

23.2. Geen overdraagbare aftrek voor risicokapitaal: in de nv X is er geen overdraagbare aftrek voor risicokapitaal aanwezig, zodat de splitsing evenmin enige optimalisatie van overdraagbare aftrek voor risicokapitaal tot gevolg kan hebben.

23.3. Uit de samenvatting van de berekening alsook uit de verschillende berekeningen van de aftrek voor risicokapitaal blijkt ook dat de partiële splitsing geen verhoging van de rekenbasis van de aftrek voor risicokapitaal kan hebben.

23.4. Geen overgedragen investeringsaftrek: binnen de huidige nv X bestaat er op het ogenblik van de partiële splitsing geen overgedragen investeringsaftrek. De splitsing kan derhalve evenmin enige optimalisatie van overgedragen investeringsaftrek tot gevolg hebben.

23.5. De belastingvrije reserve is geenszins afhankelijk van het vervullen van een herbeleggings- of investeringsverplichting, zoals bedoeld in artikel 47, WIB 92 of artikel 194 quater, WIB 92.

Deze vrijgestelde reserve wordt dan ook verdeeld op dezelfde wijze als de andere reserve en kapitaal-posten.

III.A.4. Engagementen

24. Opdat de partiële splitsing van de nv X in twee nieuw op te richten vennootschappen zou beantwoorden aan de voorwaarden, waarin artikel 211, §1, vierde lid, 3°, WIB 92 voorziet, gaat de onderhavige aanvrager het engagement aan om zowel de aandelen van de nv X als deze van de uit de partiële splitsing ontstane vennootschappen, gedurende een periode van drie jaar te rekenen vanaf de juridische datum van de partiële splitsing, niet te vervreemden aan derden. In de mate dat als gevolg van omstandigheden dit engagement niet zou kunnen gerespecteerd worden, verbindt de aanvrager er zich toe om het dossier opnieuw aan de Dienst Voorafgaandelijke Beslissingen voor te leggen.

25. De aanvrager bevestigt hierbij dat de verrichting zal worden verwezenlijkt overeenkomstig de bepalingen van het Wetboek van Vennootschappen en dat de vennootschap en haar activa van binnenlandse oorsprong zijn.

26. De betreffende aktes zullen verleden worden voor notariskantoor Y, met standplaats te Z.

III.B. Wat betreft de BTW

III.B.1. Juridisch kader

27. Artikel 11, W. BTW bepaalt :

"Als levering wordt niet beschouwd de overdracht van een algemeenheid van goederen of van een bedrijfsafdeling, onder bezwarende titel of om niet, bij wege van inbreng in vennootschap of anderszins, wanneer de overnemer een belastingplichtige is die de belasting, indien ze ingevolge de overdracht zou verschuldigd zijn, geheel of gedeeltelijk zou kunnen aftrekken. In dat geval wordt de overnemer geacht de persoon van de overdrager voort te zetten."

28. Artikel 18, §3, W. BTW bepaalt :

"Als diensten worden niet beschouwd de in §1 bedoelde handelingen die, bij de overdracht van een algemeenheid van goederen of van een bedrijfsafdeling, bij wege van inbreng in een vennootschap of anderszins, onder de voorwaarden van artikel 11 worden verricht."

III.B.2. Toetsing van het juridisch kader aan de concrete omstandigheden

29. Overeenkomstig artikel 11, W. BTW wordt niet als een levering beschouwd, de overdracht van algemeenheid van goederen of van een bedrijfsafdeling, onder bezwarende titel of om niet, bij wege van inbreng in een vennootschap of anderszins, wanneer de overnemer een belastingplichtige is die de belasting, indien ze ingevolge de overdracht zou verschuldigd zin, geheel of gedeeltelijk zou kunnen aftrekken. In dat geval wordt de overnemer geacht de persoon van de overdrager voort te zetten. Artikel 18, §3, W. BTW bevat hetzelfde principe met betrekking tot diensten.

30. Deze artikelen zijn de omzetting in het Belgisch W. BTW van de artikelen 19 en 29 van de richtlijn 2006/112/CE van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over toegevoegde waarde.

31. In haar arrest van 27 november 2003 - zaak C-497/01, Zita Modes sarl c. Administration de l'enregistrement et des domaines heeft het Europees Hof van Justitie verduidelijkt dat het begrip "overgang van het geheel of een gedeelte van de algemeenheid van goederen onder bezwarende titel, om niet of in de vorm van een inbreng in een vennootschap" moet worden uitgelegd dat daaronder valt de overdracht van een handelszaak of van een autonoom bedrijfsonderdeel met lichamelijke en eventueel onlichamelijke zaken, welke tezamen een onderneming of een gedeelte van een onderneming vormen waarmee een autonome economische activiteit kan worden uitgeoefend, en dat daaronder niet valt de verkoop van goederen zonder meer, zoals de verkoop van een voorraad producten.

32. De artikelen 11 en 18, §3, W. BTW zijn derhalve van toepassing wanneer de lichamelijke en, in voorkomend geval, de onlichamelijke zaken samen een onderneming vormen of een deel van een onderneming die de overnemer toelaat een autonome economische activiteit uit te oefenen.

33. Uit de volledige beschrijving van de bijzondere situatie of verrichting blijkt afdoende dat de bedrijfsafdeling A een autonome economische bedrijfsactiviteit uitoefent en kan uitoefenen. De bedrijfsafdeling A zal over die specifieke en noodzakelijke bestanddelen beschikken opdat zij haar eigen bedrijfsactiviteit volledig zelfstandig zou kunnen exploiteren.

34. Vermits de nieuw op te richten vennootschap A belaste handelingen zal stellen, zal ze een btw-belastingplichtige met recht op aftrek zijn.

35. De partiële splitsing van de nv X waarbij de activiteit A wordt afgesplitst en ingebracht in de nieuw op te richten vennootschap A dient derhalve met toepassing van de artikelen 11 en 18, §3, W. BTW te gebeuren.

36. Onderhavige aanvraag strekt er niet toe een bevestiging te krijgen dat de af te splitsen activa en passiva naar de vennootschap B aan de bij de wet gestelde voorwaarden zoals bepaald in de artikelen 11 en 18, §3, W. BTW voldoet.

IV. Beslissing

IV.A. Wat betreft de vennootschapsbelasting

37. De activiteit A en de activiteit B zijn binnen de nv X duidelijk actief op verschillende markten en bedienen duidelijk verschillende klantengroepen. Zij hebben eveneens een verschillend winst- en groeipotentieel. Beide activiteiten hebben een afzonderlijk budgettair beheer en een afzonderlijke rapportering.

38. De aanvrager wenst met de partiële splitsing de juridische structuur in overeenstemming te brengen met de huidige feitelijke bedrijfseconomische situatie en de bedrijfsrisico's waaraan de verschillende activiteiten onderhevig zijn, van elkaar te scheiden. Hierdoor kan

worden aangenomen dat iedere bedrijfsactiviteit beter en afzonderlijk zal kunnen worden beheerd, rekening houdende met de specifieke noden en risico's eigen aan elke bedrijfsactiviteit.

39. De activiteit A zal worden uitgeoefend door de nieuw op te richten vennootschap A. Deze activiteit is de oorspronkelijke activiteit van nv X. Het merendeel van het personeel is werkzaam in deze activiteit en zal ook na de partiële splitsing tewerkgesteld blijven in deze activiteit.

40. De nieuw op te richten vennootschap B zal als activiteit B hebben. De aan deze vennootschap over te dragen activa en passiva werken nu reeds volledig autonoom.

41. De huidige nv X zal instaan voor de logistieke ondersteuning van die verschillende activiteiten, uitgeoefend door alle vennootschappen, deel uitmakende van de groep. Ook deze vennootschap zal financieel leefbaar blijven zoals blijkt uit de door de aanvrager verstrekte geprojecteerde resultatenrekening voor de volgende 2 jaar.

42. De reorganisatie zal volgens de aanvrager geen invloed hebben op het personeelsbestand.

43. De nv X zal op het ogenblik van de partiële splitsing niet over (i) overgedragen investeringsaftrek, (ii) overgedragen aftrek voor risicokapitaal, en (iii) fiscaal overgedragen verliezen beschikken. De verrichting brengt voor de aanvrager geen voordeel met zich mee op het stuk van de aftrek voor risicokapitaal.

44. De aanvrager heeft bevestigd dat er geen belastingvrije reserves zijn waarvoor een herbeleggings- of investeringsverplichting moet vervuld worden, zoals bedoeld in artikel 47, WIB 92 of artikel 194 quater, WIB 92.

45. Uit de gegevens verstrekt door de aanvrager blijkt dat de eigenvermogensbestanddelen per categorie (gestort kapitaal, belaste reserves en vrijgestelde reserves) over de nv X, vennootschap A en vennootschap B verdeeld worden overeenkomstig de verdeelsleutel als bedoeld in artikel 213, WIB 92 en de administratieve commentaar terzake.

46. De aanvrager heeft bevestigd dat hij niet de intentie heeft om de bestaande aandelen van de nv X en de nieuw uitgegeven aandelen van de uit de partiële splitsing ontstane vennootschappen (A en B) over te dragen aan derden gedurende een periode van drie jaar te rekenen vanaf de juridische datum van de verrichting.

47. Op basis van de door de aanvrager verstrekte inlichtingen en het door de DVB gevoerde onderzoek kan worden aangenomen dat de partiële splitsing van de nv X, waarbij zij zelf blijft instaan voor de logistieke ondersteuning van die verschillende activiteiten uitgeoefend door alle vennootschappen, waarbij de activa en passiva die nodig zijn om activiteit A volledig zelfstandig te kunnen uitoefenen, partieel afgesplitst worden naar de nieuw op te richten vennootschap A en waarbij de actvia en passiva die noodzakelijk zijn om activiteit B volledig zelfstandig te kunnen uitoefenen, partieel worden afgesplitst naar de nieuw op te richten vennootschap B, beantwoordt aan zakelijke overwegingen en niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of -ontwijking heeft in de zin van artikel 183 bis, WIB 92.

IV.B. Wat betreft de BTW

48. Overeenkomstig artikel 11, W. BTW wordt niet als een levering beschouwd, de overdracht van algemeenheid van goederen of van een bedrijfsafdeling, onder bezwarende titel of om niet, bij wege van inbreng in een vennootschap of anderszins, wanneer de overnemer een belastingplichtige is die de belasting, indien ze ingevolge de overdracht zou verschuldigd zin, geheel of gedeeltelijk zou kunnen aftrekken. In dat geval wordt de overnemer geacht de persoon van de overdrager voort te zetten. Artikel 18, §3, W. BTW bevat hetzelfde principe met betrekking tot diensten.

49. Deze artikelen zijn de omzetting in het Belgisch W. BTW van de artikelen 19 en 29 van de richtlijn 2006/112/CE van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over toegevoegde waarde.

50. In haar arrest van 27 november 2003 - zaak C-497/01, Zita Modes sarl c. Administration de l'enregistrement et des domaines heeft het Europees Hof van Justitie verduidelijkt dat het begrip "overgang van het geheel of een gedeelte van de algemeenheid van goederen onder bezwarende titel, om niet of in de vorm van een inbreng in een vennootschap" moet worden uitgelegd dat daaronder valt de overdracht van een handelszaak of van een autonoom bedrijfsonderdeel met lichamelijke en eventueel onlichamelijke zaken, welke tezamen een onderneming of een gedeelte van een onderneming vormen waarmee een autonome economische activiteit kan worden uitgeoefend, en dat daaronder niet valt de verkoop van goederen zonder meer, zoals de verkoop van een voorraad producten.

51. De artikelen 11 en 18, §3, W. BTW zijn derhalve van toepassing wanneer de lichamelijke en, in voorkomend geval, de onlichamelijke zaken samen een onderneming vormen of een deel van een onderneming die de overnemer toelaat een autonome economische activiteit uit te oefenen.

52. De activa en passiva met betrekking tot de activiteit A die door nv X afgesplitst worden naar vennootschap A maken reeds geruime tijd een autonome bedrijfsafdeling uit. Deze activiteit staat reeds onder de controle van een technisch directeur die op geregelde tijdstippen rapporteert aan het bestuursorgaan. Het merendeel van het personeel van nv X is werkzaam in deze activiteit en zal ook na de partiële splitsing overgedragen worden aan vennootschap A.

53. Zowel op technisch als op organisatorisch vlak heeft deze verrichting derhalve betrekking op een bedrijfstak die een autonome economische activiteit uitmaakt en die op eigen kracht kan werken.

54. Ook zal deze bedrijfsafdeling financieel leefbaar zijn en dit ook blijven om reden dat:

54.1. Een deel van de termijnrekening aan deze bedrijfsafdeling wordt toebedeeld;

54.2. Het orderboek wordt toebedeeld aan deze bedrijfsafdeling;

54.3. Desgevallend, en enkel voor zover nodig, deze bedrijfsafdeling een krediet kan aangaan. De balans van de bedrijfsafdeling laat dit zeker toe.

55. Alle overige activa en passiva, die niet worden overgedragen, staan volledig los van deze activiteit en zijn bijgevolg ook overbodig voor de uitoefening van deze activiteit.

56. Vermits de nieuw op te richten vennootschap A belaste handelingen zal stellen, zal ze een btw-belastingplichtige met recht op aftrek zijn.

57. De partiële splitsing van de nv X, waarbij de activiteit A wordt afgesplitst en ingebracht in de nieuw op te richten vennootschap A, dient derhalve met toepassing van de artikelen 11 en 18, §3, W. BTW te gebeuren.

Aangehaalde teksten

3