---
title: "Voorafgaande beslissing 2011.491 · Nieuw gebouw, zakelijk recht"
description: "Nieuw gebouw, zakelijk recht, diensten, en bedrijvencentrum, onroerende verhuur. Belgische voorafgaande beslissing nr. 2011.491 van 8 februari 2012."
url: "https://juriel.be/nl/rulings/2011-491-nieuw-gebouw-zakelijk-recht-diensten-a972"
lang: "nl"
---

# Nieuw gebouw, zakelijk recht, diensten, en bedrijvencentrum, onroerende verhuur · belasting over de toegevoegde waarde - nieuw gebouw - zakelijk recht - diensten – en bedrijvencentrum - onroerende verhuur - recht op aftrek - recht van erfpacht

**Nummer**

2011.491

**Datum**

8 februari 2012

## Over het document

**Verzameling**

Voorafgaande beslissingen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

98 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

Voorafgaande beslissing nr. 2011.491 dd. 08.02.2012

*BTW* · *Nieuw gebouw* · *Zakelijk recht* · *Diensten - en bedrijvencentrum* · *Onroerende verhuur* · *Recht op aftrek* · [*circulaire AOIF 39/2005 (E.T. 108.816)*](https://juriel.be/nl/omzendbrieven/39-2005-aoif-service-centre-entreprise-bien-b149) *van 27 september 2005* · [*Art. 8 btw-wetboek*](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-8) · [*Art. 18 btw-wetboek*](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-18) · [*Art. 45 btw-wetboek*](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-45)

## Samenvatting

Nadat gemeente X het nieuw administratief gebouw "Y" in eigendom zal verwerven, zal deze gemeente hierop een recht van opstal vestigen waarbij het AGB X opstalhouder is. De gemeente X zal opteren voor het statuut van toevallige btw-belastingplichtige en hierdoor een recht op btw-aftrek genieten.

Het AGB X zal het administratief centrum "Y" uitbaten als een diensten - en bedrijvencentrum. De full-service dienstenovereenkomst die het AGB X zal afsluiten met de gebruikers voldoet aan de voorwaarden van de [circulaire AOIF 39/2005 (E.T. 108.816)](https://juriel.be/nl/omzendbrieven/39-2005-aoif-service-centre-entreprise-bien-b149) van 27 september 2005. Hierdoor verkrijgt het AGB X de hoedanigheid van btw- belastingplichtige met recht op aftrek.

## I. Voorwerp van de aanvraag

De aanvragers willen bevestiging bekomen dat :

1\. De Gemeente X, na het nieuw administratief centrum "Y" in eigendom te hebben verworven bij de voorlopige oplevering, dit gebouw onder de BTW kan overdragen als toevallig BTW-plichtige door de inbreng van het gebouw als kapitaal in het AGB voor de volledige factuurwaarde van het nieuwe gebouw waardoor in hoofde van de Gemeente X een recht op aftrek voor de BTW op het nieuwe gebouw ontstaat.

2\. Het AGB, zijnde de exploitant van het diensten en bedrijvencentrum, haar dienstverlening kan verrichten als volledig BTW-plichtige en derhalve ook recht op aftrek zal genieten.

## II. O mschrijving van de verrichtingen

### *II.1. Voorgenomen verrichting*

**3.** Het Autonoom Gemeentebedrijf is zinnens om via een dienstencontract te voorzien in een overkoepelende administratieve dienstverlening ten aanzien verscheidende publieke én private rechtspersonen. Zij wenst hiervoor het nieuw opgerichte administratief centrum "Y" te organiseren als "dienstencentrum" in de zin van artikel 18, §1, eerste lid W.B.T.W. en de [Circulaire AOIF 39/2005 (E.T. 108.816)](https://juriel.be/nl/omzendbrieven/39-2005-aoif-service-centre-entreprise-bien-b149) van 27 september 2005.

4\. De draagwijdte van de rulingaanvraag bestaat er in rechtszekerheid te verkrijgen omtrent de BTW-gevolgen van de voorgenomen fullservicedienstencontracten met in begrip op het recht op aftrek in hoofde van de Gemeente X als toevallig BTW-plichtige én het AGB als aanbieder van de fullservicecontracten als reguliere BTW-plichtige. Hierbij wordt gesteld dat het AGB geen andere activiteiten zal hebben dan de uitbating van het nieuw administratief centrum als dienstencentrum in de zin van de [Circulaire AOIF 39/2005](https://juriel.be/nl/omzendbrieven/39-2005-aoif-service-centre-entreprise-bien-b149). Indien in het AGB andere activiteiten zouden worden ontwikkeld, zal erover worden gewaakt dat het AGB volledig BTW-plichtig blijft. Er zullen met andere woorden geen activiteiten worden ontwikkeld waarvoor een vrijstelling geldt.

### *II.2. omschrijving van de verrichting*

5\. De Gemeente X heeft een overheidsopdracht uitgeschreven voor een publiek-private samenwerking voor het concept, de bouw, de financiering en het onderhoud van een nieuw administratief centrum te X.

6\. Het gebouw word derhalve gebouwd en gefinancierd door Z, een privaatrechtelijke vennootschap opgericht door de private partner binnen de publiek-private samenwerking. Deze laatste heeft een opstalrecht bekomen voor de duur van de bouwfase. Bij de voorlopige oplevering wordt het volledig afgewerkt gebouw in eigendom overgedragen aan de Gemeente X. Het opstalrecht wordt bij de voorlopige oplevering dan ook ontbonden zodat de Gemeente X op dat moment de volle eigenaar zal worden van het gebouw.

7\. Bij de voorlopige oplevering zal Z het gebouw aan de gemeente X factureren verhoogd met de BTW. De Gemeente X zal deze factuur onmiddellijk en integraal voldoen.

8\. De Gemeente X wenst het nieuw administratief centrum "Y" verder te doen uitbaten als een diensten- en bedrijvencentrum in de zin van artikel 18, §1, eerste lid W.B.T.W. en de [Circulaire AOIF 39/2005 (E.T. 108.816)](https://juriel.be/nl/omzendbrieven/39-2005-aoif-service-centre-entreprise-bien-b149) van 27 september 2005.

9\. Het AGB zal door middel van de fullservicedienstenovereenkomsten een dienstenpakket toeleveren aan publiekrechtelijke rechtspersonen die elk een onderscheiden rechtspersoonlijkheid hebben:

10\. Daarnaast zal het AGB ook diensten aanbieden aan privaatrechtelijke rechtspersonen.

11\. De publieke gebruikers zullen allemaal aan het algemene regime van het diensten- en bedrijvencentrum worden onderworpen.

## III. Motivering van de aanvraag

12\. De Gemeente X zal bij de voorlopige oplevering eigenaar worden van het nieuw administratief centrum. Zij zal op dat moment de factuur aan Z voldoen met inbegrip van de BTW.

13\. De gemeente X zal vervolgens opteren voor het statuut van toevallig BTW-plichtige. Het gebouw is namelijk nog nieuw aangezien de termijn van 31 december van het tweede jaar na de ingebruikname niet zal zijn overschreden. Zij zal hiertoe voorafgaandelijk een verklaring afleggen op het bevoegde BTW-kantoor.

14\. Na deze verklaring zal het gebouw vervolgens als nieuw gebouw worden ingebracht bij het AGB. Deze inbreng zal in twee stappen verlopen. De Gemeente X zal een opstalrecht met in begrip van een eigendomsrecht op de opstallen overdragen aan het AGB. De prijs zal identiek zijn aan de prijs die de gemeente X heeft betaald aan de Z om de opstallen in eigendom te verwerven. Hierdoor ontstaat een schuldvordering van de Gemeente X op het AGB. Vervolgens zal het kapitaal van het AGB worden verhoogd met de schuldvordering. Deze zal gelijk zijn aan de factuurwaarde van het gebouw.

15\. Na de inbreng van het gebouw door middel van de overdracht van het opstalrecht met in begrip van de eigendomsoverdracht op de opstallen, zal de Gemeente X een aangifte doen als toevallig BTW-plichtige.

16\. Het AGB zal dan met de verschillende gebruikers een fullservicedienstenovereenkomst afsluiten.

17\. Het AGB zal als dienstencentrum de volgende diensten aanbieden aan de gebruikers van het gebouw:

· Er zal een centraal onthaal zijn voor het ganse dienstencentrum. Dit onthaal zal tijdens de kantooruren worden bemand. Vanuit dit centraal onthaal zullen de bezoekers worden doorverwezen naar de verschillende gebruikers van het dienstencentrum.

· In het dienstencentrum zijn ook andere gemeenschappelijke lokalen aanwezig, zijnde gangen, sanitair, liften, kopieerlokalen met in begrip van een kopieermachine.

· Het centrale onthaal zal tevens in staan voor de verdeling van de post aan de verschillende gebruikers van het dienstencentrum. In het centrale onthaal zullen ook postbussen worden opgesteld.

· Het centrale onthaal zal ook de pakjes en bestellingen van de gebruikers in ontvangst nemen met in begrip van de aangetekende zendingen waarvoor een volmacht kan worden verleend. De uitgaande post zal dagelijks in het centrale orgaan worden gecentraliseerd.

· Het centrale onthaal zal tevens het centraal nummer beantwoorden en doorverbinden aan de verschillende gebruikers. Gebruikers zullen ook tijdens hun afwezigheid de telefoon kunnen doorschakelen aan het centrale onthaal.

· Het centrale onthaal kan tevens lichte administratieve taken uitvoeren op vraag van de gebruikers. Zo zullen de gebruikers een beroep kunnen doen op het centrale onthaal voor het bestellen van koerierdiensten, maaltijden, aankopen van postzegels, klein kantoormateriaal … én voor typwerk.

· Het dienstencentrum stelt aan de verschillende gebruikers gemeenschappelijke vergaderzalen en refter met keuken ter beschikking waarin audiovisuele middelen aanwezig zijn. Hiervoor zal een huisreglement worden opgesteld. De reservaties zullen verlopen via het centrale onthaal.

· De kantoren worden door het dienstencentrum volledig bemeubeld ter beschikking gesteld.

· Het dienstencentrum stelt een telefooncentrale ter beschikking van de gebruikers.

· Het dienstencentrum zal de lokalen schoonmaken. Hiervoor wordt een overeenkomst in onderaanneming afgesloten met Z.

· Het dienstencentrum zal het gebouw volledig onderhouden, zijnde het eigenaars- en huurdersonderhoud met in begrip van alle technieken. Hiervoor is wordt een overeenkomst in onderaanneming afgesloten met de Z.

· Het dienstencentrum biedt parkingplaatsen aan onder en rond het gebouw aan de verschillende gebruikers.

· Het dienstencentrum beschikt over de nodige water- elektriciteits-, verlichtings- en verwarmingsvoorzieningen. Deze zijn in het gebouw aanwezig en worden beheerd door het dienstencentrum en niet door de individuele gebruikers.

· In het dienstencentrum zijn gemeenschappelijke liften aanwezig.

18\. Deze "fullservicedienstenovereenkomst" zal o.i. onderworpen zijn aan de BTW. Ze kan immers niet worden beschouwd als een onroerende verhuur in de zin van [artikel 44, §3, 2° van het BTW-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44). Hiervoor kan worden verwezen naar het arrest van het Hof van Justitie in de zaak Belgische Staat/Temco ([C-284/03](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-284-03-arrest) dd. 18 november 2004). Het Hof van Justitie stelt onder meer het volgende:

· De uitzonderingen bepaalde in [artikel 13 van de Zesde Richtlijn](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-13) moeten strikt worden geïnterpreteerd daar die vrijstellingen afwijkingen zijn van het beginsel dat BTW wordt geheven over elke dienst die door een belastingplichtige onder bezwarende titel wordt verricht (Overweging 17).

· De Zesde Richtlijn geeft zelf geen definitie van het begrip huur en verwijst evenmin naar de wettelijke regeling in de lidstaten. De bepaling moeten dan ook worden uitgelegd in het licht van haar context en de doelstellingen en de algemene opzet van de Zesde Richtlijn, waarbij in het bijzonder rekening moet worden gehouden met de *ratio legis* van de daarin neergelegde vrijstelling (Overweging 18).

· Het Hof definieert een onroerende verhuur het [artikel 13, B, sub b van de Zesde Richtlijn](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-13) in die zin dat een verhuurder aan de huurder voor een overeengekomen tijdsduur en onder bezwarende titel het recht verleent om een onroerend goed te gebruiken als ware hij de eigenaar ervan en ieder ander van het genot uit te sluiten. Een onroerende huur sluit echter niet uit dat de verhuurder het recht heeft om op bepaalde tijdstippen het onroerend goed te bezichtigen of dat een onroerende huur betrekking kan hebben op delen die gemeenschappelijk moeten worden gebruikt (Overweging 19).

· Het Hof neemt echter als determinerend criterium aan dat een huur een passieve terbeschikkingstelling tot doel heeft van de ruimtes of de oppervlakten van onroerende goederen tegen een vergoeding die verband houdt met het tijdsverloop (Overweging nr. 27).

19\. Op basis van de rechtspraak van het Temco-arrest heeft de administratie de [Circulaire AOIF 39/2005 (E.T. 108.816)](https://juriel.be/nl/omzendbrieven/39-2005-aoif-service-centre-entreprise-bien-b149) uitgevaardigd. In deze Circulaire somt de administratie de voorwaarden op waaraan een dienstencentrum moet voldoen om handelingen te stellen die aan de BTW zijn onderworpen. Het dienstencentrum "Y" zal alle verplichte diensten aanbieden en bovendien nog een aantal facultatieve diensten.

## IV. Beslissing

### *IV.A. vestigen recht van opstal met inbegrip van opstallen*

#### *IV.A.1. Belastbare handeling*

20\. De gemeente X zal t.a.v. het administratief centrum "Y" een recht van opstal vestigen met inbegrip van een eigendomsrecht op de opstallen waarbij het AGB X opstalhouder zal zijn.

21\. Artikel 44, § 3, 1°, b), derde streep, van het btw-wetboek voorziet dat van de belasting zijn vrijgesteld de vestigingen, overdrachten en wederoverdrachten van zakelijke rechten, in de zin van artikel 9, tweede lid, 2°, op uit hun aard onroerende goederen; worden evenwel uitgesloten de vestigingen, overdachten en wederoverdrachten van dergelijke zakelijke rechten op gebouwen, wanneer ze worden verricht uiterlijk op 31 december van het tweede jaar volgend op het jaar van de eerste ingebruikneming of de eerste inbezitneming van dat gebouw, door een door artikel 8, §2 of §3, beoogde belastingplichtige.

22\. [Artikel 8, § 2, van het btw-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-8) bepaalt dat: "Eenieder die, anders dan in de uitoefening van een economische activiteit, een gebouw heeft opgericht, heeft laten oprichten of met voldoening van de belasting heeft verkregen en waarop hij, voor het verstrijken van de in § 1 bepaalde termijn, onder bezwarende titel een zakelijk recht vestigt in de zin van artikel 9, tweede lid, 2°, heeft ten aanzien van deze vestiging de hoedanigheid van belastingplichtige wanneer hij op de door de Koning te bepalen wijze kennis heeft gegeven van zijn bedoeling de vestiging van het zakelijk recht op het gebouw te doen met betaling van de belasting".

23\. Uit de verstrekte inlichtingen blijkt dat de Gemeente X bij de voorlopige oplevering eigenaar zal worden van het nieuwe administratieve centrum "Y". Hiertoe zal de Gemeente X de oprichtingsprijs inclusief btw voldoen.

24\. De Gemeente X zal derhalve het gebouw "Y" verwerven met voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde.

25\. Voor zover de Gemeente X, overeenkomstig voornoemd artikel 8, § 2, op de door artikel 1 van KB 14 van 3 juni 1970 bepaalde wijze kennis geeft van haar bedoeling het recht van opstal met inbegrip van de opstallen te vestigen met voldoening van de belasting, zal zij de hoedanigheid van belastingplichtige verkrijgen voor het vestigen van het recht van opstal aan het AGB X.

#### *IV.A.2. Recht op aftrek in hoofde van de Gemeente X*

26\. Overeenkomstig [artikel 4, eerste alinea, van het koninklijk besluit nr. 14](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-14-betrekking-vervreemdingen-gebouwen-gedeelten-bijhorende-39f4#ar14-art4) van 3 juni 1970 kan de in artikel 1 bedoelde belastingplichtige die een zakelijk recht op een gebouw vestigt onder de in artikel 8, §2, of 44, §3, 1°, b, tweede streepje, van het Wetboek, van de ter zake van die handeling verschuldigde belasting in aftrek brengen de belasting geheven van de handelingen die strekken of bijdragen, naargelang van het geval, tot de oprichting of de verkrijging van het gebouw dat wordt vervreemd of waarop het zakelijk recht wordt gevestigd, evenals de belasting geheven van de handelingen die rechtstreeks tot doel hebben het gebouw te vervreemden of het met het zakelijk recht te bezwaren.

27\. Evenwel zal, overeenkomstig [artikel 4, alinea 3, van het koninklijk besluit nr. 14](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-14-betrekking-vervreemdingen-gebouwen-gedeelten-bijhorende-39f4#ar14-art4), dit recht op aftrek slechts ontstaan op het tijdstip dat de btw verschuldigd wordt over de volledige maatstaf van heffing bij de vestiging van het zakelijk recht.

28\. De gemeente X zal als toevallige btw-belastingplichtige derhalve haar recht op aftrek, overeenkomstig artikel 4, eerste alinea, van het koninklijk besluit, slechts kunnen uitoefenen op het tijdstip dat de btw verschuldigd wordt over de volledige maatstaf van heffing bij de vestiging van het opstalrecht over het administratief centrum "Y".

29\. In verband met de bepaling van het recht op aftrek van de voorbelasting bij vestiging van een zakelijk recht op een gebouw met toepassing van de btw is de aftrek van de in het vorige lid bepaalde voorbelasting slechts volledig wanneer de verkoopprijs van het zakelijk recht de oprichtingsprijs van het gebouw benadert. (z. parl.vr.nr. 710 van Volksvertegenwoordiger de Clippele van 22 september 1993, Bull. Vr. en Ant., Kamer 1994-1995, nr. 129, blz. 13.467 - 13368, BTW-REVUE nr. 111, blz. 1201-1202-1203, nr. 2).

30\. Om praktische redenen is voor de bepaling van de aftrekbare belasting, bij wijze van proef, de hierna volgende regeling van toepassing.

31\. De volledige aftrek van de btw geheven van de oprichtingskosten of de aankoopprijs van het gebouw wordt aanvaard:

31.1. indien de prijs gevraagd voor de vestiging van het zakelijk recht ten minste 95 pct. bedraagt van de oprichtingsprijs (of de aankoopprijs) van het gebouw in volle eigendom, indien het recht gevestigd is voor een periode die minder dan 10 jaar bedraagt.

31.2. indien de gevraagde prijs ten minste 97,5 pct. bedraagt van de oprichtingsprijs (of de aankoopprijs) van het gebouw in volle eigendom, indien het recht gevestigd is voor een periode die 10 jaar of meer bedraagt.

32\. Terzake blijkt uit de inlichtingen verstrekt door de aanvrager dat voor het administratief centrum "Y" de maatstaf van heffing van het opstalrecht identiek zal zijn aan de prijs die de gemeente X zelf betaald heeft aan Z om de opstallen in eigendom te verwerven.

33\. In deze omstandigheden mag de gemeente X de btw met betrekking tot verwervingsprijs van het administratief centrum "Y" volledig in aftrek nemen.

### *IV.B. Fullservice overeenkomst*

#### *IV.B.1. Belastbare handeling*

34\. Het AGB X zal het administratief centrum aanwenden als een bedrijvencentrum en met verschillende gebruikers een fullservice dienstenovereenkomst afsluiten.

35\. Dit contract dient te worden getoetst aan het [artikel 44, § 3, 2° van het btw-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44).

36\. [Artikel 44, § 3, 2°, btw-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44) stelt o.a. van de belasting vrij de verhuur van uit hun aard onroerende goederen.

37\. Volgens het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen moet men, om te bepalen of een handeling al dan niet kan worden gekwalificeerd als een onroerende verhuur, het voorwerp zelf van de overeenkomst analyseren (arrest van 18 november 2004, zaak [C-284/03](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-284-03-arrest), Temco Europe). Indien het in hoofdzaak gaat om het gebruik van een gebouw, moet de handeling worden gekwalificeerd als een onroerende verhuur die bijgevolg van de BTW is vrijgesteld zonder recht op aftrek te verlenen aan de verhuurder. Indien echter het voorwerp van de overeenkomst hoofdzakelijk bestaat uit een andere dienst, is de handeling in principe aan de btw onderworpen, met recht op aftrek in hoofde van de dienstverrichter, ongeacht hoe deze handeling wordt gekwalificeerd.

38\. Het Hof heeft gewezen op de noodzaak om een onderscheid te maken tussen de handelingen van onroerende verhuur, die in hoofdzaak gekenmerkt worden door een passieve terbeschikkingstelling van ruimten of oppervlakten in gebouwen, tegen een vergoeding die verband houdt met het tijdsverloop, en de handelingen die een dienst genereren die voor een andere kwalificatie in aanmerking komt.

39\. Als gevolg van dit arrest heeft de administratie beslist om haar zienswijze over de toepasselijke regeling inzake btw voor de handelingen van bedrijven- of dienstencentra te herzien en om een standpunt in te nemen dat in essentie kan worden geïllustreerd door een arrest van 30.4.2004 van het Hof van Beroep te Gent.

40\. Dit Hof heeft immers geoordeeld dat hoewel de terbeschikkingstelling van individuele ruimten in het kader van contracten gesloten door een bedrijven- of dienstencentrum daadwerkelijk een belangrijk element van de overeenkomst uitmaakt, dit echter niet inhoudt dat deze terbeschikkingstelling daarom de hoofddienst zou zijn.

41\. Het Hof heeft bovendien geoordeeld dat de terbeschikkingstelling van een individuele ruimte geen zelfstandige dienstverrichting is en dat de andere verleende prestaties evenmin één of meer andere onafhankelijke dienstverrichtingen uitmaken.

42\. Met betrekking tot de bedrijven- of dienstencentra die één geheel van diensten "in pakket" aan hun klanten aanbieden "met het voor hen voor de hand liggend voordeel dat zij toetreden tot een bepaalde werkorganisatie en -omgeving waarin zij kant-en-klaar de nodige middelen voor de uitoefening van hun beroepswerkzaamheid aantreffen", heeft het Hof beslist dat de door een bedrijven- of dienstencentrum verleende diensten één geheel uitmaken dat bij toepassing van [artikel 18, § 1, eerste lid](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-18), van het Wetboek voor het geheel aan de btw is onderworpen.

43\. Om de handelingen van bedrijven- of dienstencentra die aan de belasting zijn onderworpen, te onderscheiden van vrijgestelde onroerende verhuur (in voorkomend geval met bijkomende diensten), heeft de administratie, na onderzoek in deze sector, een aantal criteria bepaald waaraan verplicht moet worden voldaan opdat de door de bedrijven- of dienstencentra verleende dienstprestatie volledig aan de btw zou zijn onderworpen. Deze criteria zijn opgenomen onder punt 3 van de [aanschrijving nr. AOIF 39/2005 (E.T. 108.816) dd. 27.09.2005](https://juriel.be/nl/omzendbrieven/39-2005-aoif-service-centre-entreprise-bien-b149).

44\. In casu blijkt dat het ontwerpcontract voor het dienstenpakket dat door het AGB X aan de gebruikers zal worden aangeboden volledig beantwoordt aan de door de [aanschrijving nr. AOIF 39/2005](https://juriel.be/nl/omzendbrieven/39-2005-aoif-service-centre-entreprise-bien-b149) opgelegde criteria.

45\. Er werd bevestigd dat één forfaitaire vergoeding wordt afgerekend waarin de kosten van water, elektriciteit en verwarming zijn begrepen. De meters zullen op naam van het diensten - en bedrijvencentrum worden afgesloten.

46\. Daarnaast werd tevens uitdrukkelijk bevestigd dat al de gebruikers (zowel publieke als private gebruikers) zullen onderworpen zijn aan het algemene regime van het diensten - en bedrijvencentrum. Er zal voor geen enkele publieke gebruiker specifieke uitrusting of inrichting voorzien worden.

47\. In deze omstandigheden en gelet op de overeenstemming van het ontwerpcontract met de criteria opgelegd door de [aanschrijving nr. AOIF 39/2005](https://juriel.be/nl/omzendbrieven/39-2005-aoif-service-centre-entreprise-bien-b149) kan worden besloten dat de prestaties van het AGB X aan de verschillende gebruikers van het gebouw dienen te worden aangemerkt als btw-belaste diensten die aan het AGB X recht op aftrek verlenen.

#### *IV.B.2. Recht op aftrek btw in hoofde van het AGB X*

48\. Overeenkomstig [artikel 45, § 1, van het btw-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-45), mag elke belastingplichtige, op de belasting die hij verschuldigd is, de belasting in aftrek brengen die werd geheven van de aan hem geleverde goederen en verleende diensten, van de door hem ingevoerde goederen en de door hem verrichte intracommunautaire verwervingen van goederen, in de mate dat hij die goederen en diensten gebruikt voor het verrichten van belaste handelingen.

49\. Hierboven werd uiteengezet dat het AGB X het administratief centrum "Y" zal gebruiken voor btw-belaste diensten.

50\. Deze handelingen verlenen het AGB X de hoedanigheid van btw- belastingplichtige met recht op aftrek.

51\. Het AGB mag dus de btw met betrekking tot de vestiging van het recht van opstal en de exploitatiekosten van het administratief centrum "Y" volledig in aftrek nemen overeenkomstig [artikel 45, § 1, 1° van het BTW wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-45).

## Aangehaalde teksten

7

[WBTW art. 44](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44) 3 voorkomens

[WBTW art. 45](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-45) 3 voorkomens

[KB nr. 14 art. 4](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-14-betrekking-vervreemdingen-gebouwen-gedeelten-bijhorende-39f4) 2 voorkomens

[WBTW art. 18](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-18) 2 voorkomens

[WBTW art. 8](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-8) 2 voorkomens

[Zesde richtlijn 77/388 art. 13](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-13) 2 voorkomens

[C-284/03, arrest van 18 november 2004](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-284-03-arrest) 2 voorkomens
