---
title: "Voorafgaande beslissing 2011.350 · Vennootschapsbelasting, Partiële splitsing"
description: "Vennootschapsbelasting, Partiële splitsing, Belastingfraude of -ontwijking, BTW-eenheid. Belgische voorafgaande beslissing nr. 2011.350 van 11 oktober 2011."
url: "https://juriel.be/nl/rulings/2011-350-vennootschapsbelasting-partiele-splitsing-belastingfraude-ontwijking-5783"
lang: "nl"
---

# Vennootschapsbelasting, Partiële splitsing, Belastingfraude of -ontwijking, BTW-eenheid, Registratierechten, Inbreng · Vennootschapsbelasting - Partiële splitsing - Belastingfraude of –ontwijking - BTW - BTW-eenheid - Registratierechten - Inbreng - Bedrijfstak

**Nummer**

2011.350

**Datum**

11 oktober 2011

## Over het document

**Verzameling**

Voorafgaande beslissingen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

57 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

*Vennootschapsbelasting*

*Partiële splitsing* · *Belastingfraude of -ontwijking*

*BTW* · *BTW-eenheid*

*Registratierechten* · *Inbreng* · *Bedrijfstak*

## Samenvatting

De partiële splitsing van X waarbij haar activiteit A in Newco I wordt afgesplitst beantwoordt aan de bepalingen zoals uiteengezet in de artikelen 183*bis* en 211, § 1, 4de lid, 3°, WIB 92. De partiële splitsing van X voldoet eveneens aan de artikelen 11 en 18, § 3, W. BTW en artikel 117, § 2, W. Reg.

De voorgenomen inbreng van activa door Y in Newco II voldoet aan de voorwaarden zoals bepaald in artikel 11 en 18, § 3, W.BTW en kan niet geherkwalificeerd worden in de zin van artikel 18, § 2, W. Reg.

## I. Voorwerp van de aanvraag

1\. De aanvraag strekt ertoe te vernemen of:

1.1. de voorgenomen partiële splitsing van X waarbij haar activiteit A in een nieuw opgerichte Belgische vennootschap, Newco 1, wordt afgesplitst overeenkomstig artikel 728 en volgende van het Wetboek van Vennootschappen:

1.1.1. voldoet aan zakelijke overwegingen in de zin van artikel 211, § 1, 4de lid, 3° en artikel 183*bis* van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 (WIB 92);

1.1.2. dat de overdracht van de activa aan Newco 1 bij deze partiële splitsing, die zal plaatsvinden op hetzelfde moment als de inbreng onder randnummer 1.2., zal worden beschouwd als de overdracht van een bedrijfsafdeling in de zin van artikel 11 en artikel 18, § 3, van het Belgisch BTW Wetboek (W. BTW), door de BTW-eenheid die bestaat tussen de Belgische vennootschappen (de "XY BTW-eenheid") naar een nieuwe BTW-eenheid die recent werd opgericht tussen Newco 1 en een andere nieuw opgerichte Belgische vennootschap, Newco 2 (de "Nieuwe BTW-eenheid") en bijgevolg neutraal zal zijn op het vlak van de BTW aangezien de Nieuwe BTW-eenheid een BTW-belastinplichtige zal zijn met recht op aftrek; en

1.1.3. dat de activa en passiva die zullen worden overgedragen door X aan Newco 1 kunnen worden beschouwd als een bedrijfstak in de zin van artikel 117, § 2, van het Wetboek Registratierechten (W. Reg.); en

1.2. de voorgenomen inbreng (die belastbaar zal zijn in de vennootschapsbelasting) door Y van de activa met betrekking tot de activiteit A, die eigendom zijn van Y en in leasing worden gegeven aan X, in Newco 2:

1.2.1. dat de overdacht van de activa bij deze inbreng - samen met de overdracht n.a.v. de partiële splitsing onder randnummer 1.1. die op hetzelfde moment als deze inbreng zal plaatsvinden - zal worden beschouwd als de overdracht van een bedrijfsafdeling in de zin van artikel 11 en artikel 18, § 3, W. BTW, door de XY BTW-eenheid naar de Nieuwe BTW-eenheid en bijgevolg neutraal zal zijn op het vlak van de BTW aangezien de Nieuwe BTW-eenheid een BTW-belastingplichtige zal zijn met recht op aftrek;

1.2.2. dat de inbreng door Y van de activa m.b.t. activiteit A gevolgd door de verkoop van de nieuw uitgegeven aandelen door Y aan een verbonden vennootschap niet kan worden geherkwalificeerd op grond van artikel 18, § 2, W. Reg.

## II. Beslissing

## *II. A. Algemeen*

2\. Op XX.XX.XXXX kondigde de Groep (waartoe X en Y behoren) de fusie aan van haar wereldwijde activiteit A met een bestaande groep (hierna "groep B").

3\. De wereldwijde herstructurering van activiteit A heeft in België een invloed op X en Y. Deze herstructurering, enerzijds een partiële splitsing van X waarbij haar A activiteiten in Newco 1 worden afgesplitst en anderzijds een inbreng door Y van de activa m.b.t. activiteit A, die eigendom zijn van Y en in leasing worden gegeven aan X, in Newco 2, zal op dezelfde datum plaatsvinden.

## *II. B. Partiële splitsing X*

## *II. B. 1. Wat betreft de vennootschapsbelasting*

4\. X ageert als maakloonwerker voor haar aandeelhouder.

5\. X bestaat uit twee afdelingen, m.n. de "activiteit A" en de "activiteit C".

6\. De voorgenomen verrichting betreft een partiële splitsing van X waarbij haar activiteit A wordt afgesplitst naar Newco 1. Deze verrichting beantwoordt aan zakelijke overwegingen. Ze kadert immers in de voorgenomen fusie van haar wereldwijde activiteit A met groep B. In het kader van deze fusie zal de groep de activiteit A afscheiden van haar andere activiteiten en zal zij een "split-off" transactie aangaan waarin de aandeelhouders van de Groep kunnen kiezen om in te tekenen op een aanbod om aandelen te ruilen voor aandelen in groep B.

7\. De enige aandeelhouder van X, zal haar aandelen in Newco 1 niet overdragen aan een derde, maar aan een verbonden vennootschap in het kader van de uitkering en daaropvolgende fusie van Newco holding (die de wereldwijde activiteit A zal aanhouden) met een juridische entiteit van groep B. Volgend op dergelijke overdracht, zal de groep de aandelen in Newco holding uitkeren aan de aandeelhouders die daarvoor opteren.

8\. De aanvrager heeft bevestigd dat de enige aandeelhouder van X, na de partiële splitsing van X, niet van plan is om enige aandelen in X (of de aandelen ontvangen in ruil voor deze aandelen bij een vennootschapsrechtelijke reorganisatie) aan een niet-verbonden partij over te dragen binnen 3 kalenderjaren na de algemene aandeelhoudersvergadering die de partiële splitsing zal goedkeuren.

9\. De aanvrager heeft bevestigd dat de reorganisatie in principe geen negatieve invloed zal hebben op het personeelsbestand.

10\. X heeft geen (i) overgedragen investeringsaftrek, (ii) overgedragen aftrek voor risicokapitaal, en (iii) fiscaal overgedragen verliezen. X heeft ook geen belastingvrije reserves zoals bedoeld in artikel 47, WIB 92. De verrichting brengt voor de aanvrager geen voordeel met zich mee op het stuk van de aftrek voor risicokapitaal.

11\. De aanvrager heeft bevestigd dat de eigenvermogensbestanddelen per categorie (gestort kapitaal, belaste reserves en vrijgestelde reserves) X en Newco 1 worden verdeeld overeenkomstig de bepalingen van artikel 213, WIB 92 en de administratieve commentaar terzake.

12\. Op basis van de door de aanvrager verstrekte inlichtingen en het door de DVB gevoerde onderzoek kan worden aangenomen dat de partiële splitsing van X niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of -ontwijking heeft in de zin van artikel 183*bis*, WIB 92.

## *II. B. 2. Behandeling inzake BTW: BTW-eenheid*

13\. X is een lid van de XY BTW-eenheid. Newco 1 is daarentegen geen lid van de XY BTW-eenheid maar heeft een nieuwe BTW-eenheid gevormd met Newco 2. Op grond van het bovenstaande betreft de partiële splitsing van X in Newco 1, die zal plaatsvinden op hetzelfde moment als de inbreng door Y in Newco 2, de overdracht van een afzonderlijke bedrijfsafdeling in de zin van artikel 11 en artikel 18, § 3, W.BT.W, door de XY BTW-eenheid naar de Nieuwe BTW-eenheid. Bijgevolg zal de partiële splitsing van X in Newco 1 neutraal zijn op het vlak van de BTW aangezien de Nieuwe BTW-eenheid een BTW-belastingplichtige met recht op aftrek zal zijn.

***II. B. 3. Wat betreft artikel 117, § 2, W. Reg.***

14\. Volgens artikel 117, § 2, W. Reg. is het bij artikel 115 bepaalde recht niet verschuldigd, onder de voorwaarden die de Koning bepaalt, voor de inbrengen gedaan door een vennootschap waarvan de zetel der werkelijke leiding of de statutaire zetel gevestigd is op het grondgebied van een lidstaat van de Europese Gemeenschappen, van goederen die één of meer van haar bedrijfstakken uitmaken.

15\. De inbreng van activiteit A zal worden gedaan door X, een bestaande Belgische vennootschap. Hierdoor is er voldaan aan de voorwaarde dat de inbreng wordt gedaan door een vennootschap waarvan de zetel der werkelijke leiding of de statutaire zetel gevestigd is op het grondgebied van een Lidstaat van de Europese Gemeenschappen.

16\. De inbreng zal worden gedaan in de nieuw opgerichte Belgische vennootschap Newco 1.

17\. De vrijstelling kan worden genoten op voorwaarde dat de inbreng het geheel omvat van de goederen die door de inbrengende vennootschap worden aangewend tot een of meer afdelingen van haar onderneming welke, uit technisch oogpunt, ieder een onafhankelijk uitbatinggeheel vormen (K.B. 18 juli 1972, art. 1) en de ingebrachte of afgesplitste bedrijfstak een geheel is dat op technisch en organisatorisch gebied een autonome activiteit uitoefent en op eigen kracht kan werken.

18\. Uit de gegevens van de aanvraag blijkt dat alle activa (uitgezonderd de handelsvorderingen) en passiva die tot activiteit A behoren - met bijhorend personeel en met inbegrip van de leasingovereenkomsten betreffende deze activa -, zullen worden afgesplitst naar de nieuw opgerichte Belgische vennootschap Newco 1. Het betreft duidelijk een georganiseerd geheel van activa en passiva dat als bedrijfsafdeling zal worden overgedragen.

19\. Aangezien activiteit A kan worden beschouwd als een reeds bij de inbrenger bestaand georganiseerd geheel van activa en passiva dat op technisch vlak door eigen middelen autonoom kan functioneren bij de inbrenggenieter, is de ingebrachte activiteit te beschouwen als een bedrijfstak.

20\. Deze inbreng zal volledig vergoed worden door de toekenning van aandelen die maatschappelijke rechten vertegenwoordigen in de reeds bestaande vennootschap Newco 1. Hieruit kan worden besloten dat aan de voorwaarde wordt voldaan dat, eventueel na aftrek van de bij de inbreng door de inbrengende vennootschap verschuldigde sommen die betrekking hebben op de ingebrachte bedrijfstak, de inbreng uitsluitend vergoed wordt door toekenning van aandelen of deelbewijzen die maatschappelijke rechten vertegenwoordigen, al dan niet samen met een storting in contanten die het tiende van de nominale waarde van de toegekende maatschappelijke aandelen niet overschrijdt (K.B. 18 juli 1972, art. 1). In casu wordt er geen geldopleg betaald.

21\. De vervulling van de voorwaarden (K.B. 18 juli 1972) dient bevestigd te worden in een in de akte gestelde verklaring of bijgevoegd schrijven, die vóór de registratie door de partijen of, in hun naam, door de instrumenterende notaris zal ondertekend worden.

22\. Voor de toepassing van de registratierechten wordt de inbreng beoordeeld op het tijdstip van de inbreng zelf, zijnde de datum waarop de inbreng in België effectief plaatsvindt.

## *II. C. Inbreng door Y van de activa m.b.t. activiteit A*

## *II. C. 1. Behandeling inzake BTW: BTW-eenheid*

23\. Y is een lid van de XY BTW-eenheid. Newco 2 is daarentegen geen lid van de XY BTW-eenheid maar heeft een nieuwe BTW-eenheid gevormd met Newco 1.

24\. Op basis daarvan zal de inbreng door Y in Newco 2, die op hetzelfde moment zal plaatsvinden als de partiële splisting van X in Newco 1, - samen met deze partiële splitsing - de overdracht vormen van een bedrijfstak van de XY BTW-eenheid naar de Nieuwe BTW-eenheid.

25\. Op basis daarvan zal de inbreng door Y in Newco 2, op grond van artikel 11 en artikel 18, § 3, W.BTW, genieten van een neutrale behandeling op het vlak van BTW aangezien de Nieuwe BTW-eenheid een BTW-belastingplichtige met recht op aftrek zal zijn.

***II. C. 2. Wat betreft artikel 18, § 2, W. Reg.***

26\. Artikel 18, § 2, W. Reg. bepaalt dat aan de Administratie van de belasting over de toegevoegde waarde, registratie en domeinen niet kan worden tegengeworpen, de juridische kwalificatie door de partijen gegeven aan een akte alsook aan afzonderlijke akten die een zelfde verrichting tot stand brengen, wanneer de Administratie door vermoedens of door andere bewijsmiddelen vaststelt dat die kwalificatie tot doel heeft de rechten te ontwijken, tenzij de belastingplichtige bewijst dat die kwalificatie aan rechtmatige financiële of economische behoeften beantwoordt. Dit is in feite een identieke wetsbepaling als deze in artikel 344, § 1, WIB 92 zodat de interpretatie of de invulling die aan beide bepalingen wordt gegeven identiek moet zijn.

27\. Y is eigenaar van de fabriek, alsook van een geautomatiseerde opslagplaats (die zowel door de activiteit A als de activiteit C wordt gebruikt), die in leasing worden gegeven aan X op grond van financiële leasingovereenkomsten welke voor BTW doeleinden kwalificeren als onroerende financieringshuur.

28\. De activa m.b.t. activiteit A worden ingebracht in een Newco 2 waardoor ook de leasingovereenkomsten op grond waarvan de activa m.b.t. activiteit A in leasing worden gegeven aan X (en vervolgens aan Newco 1) zullen worden ingebracht in Newco 2.

29\. Uit het geheel van de verrichtingen volgt dat activiteit A met inbegrip van de activa door overnemer Newco 1 verder wordt gezet - welke vennootschap in een eerste fase deel uitmaakt van dezelfde groep (doch welke in een latere fase deel zal uitmaken van groep B) - en niet tot doel heeft de registratierechten te ontwijken. Bovendien worden er rechtmatige financiële en economische behoeften aangetoond.
