---
title: "Voorafgaande beslissing 2011.224 · Inkomstenbelasting, vennootschapsbelasting"
description: "Inkomstenbelasting, vennootschapsbelasting, inbreng van een bedrijfsafdeling. Belgische voorafgaande beslissing nr. 2011.224 van 12 juli 2011."
url: "https://juriel.be/nl/rulings/2011-224-inkomstenbelasting-vennootschapsbelasting-inbreng-bedrijfsafdeling-belastingontduiking-80d0"
lang: "nl"
---

# Inkomstenbelasting, vennootschapsbelasting, inbreng van een bedrijfsafdeling, belastingontduiking, belastingontwijking · inkomstenbelasting - vennootschapsbelasting - belasting over de toegevoegde waarde - inbreng van een bedrijfsafdeling - belastingontduiking - belastingontwijking - zakelijke overwegingen

**Nummer**

2011.224

**Datum**

12 juli 2011

## Over het document

**Verzameling**

Voorafgaande beslissingen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

50 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

Voorafgaande beslissing nr. 2011.224 dd. 12.07.2011

*Inkomstenbelasting* · *Vennootschapsbelasting* · *Belasting over de toegevoegde waarde* · *Inbreng van een bedrijfsafdeling* · *Belastingontduiking* · *Belastingontwijking* · *Zakelijke overwegingen*

## Samenvatting

De vennootschap X heeft twee bedrijfsafdelingen actief in A en B. De inbreng van de bedrijfsafdeling A in haar dochtervennootschap Y heeft niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of -ontwijking in de zin van de artikelen 183bis en 46, §1, 3 de lid, 3°, WIB 92. De bedrijfsafdeling A kan aangemerkt worden als bedrijfstak in de zin van artikel 46, §1, eerste lid, 2°, WIB 92 en de artikelen 11 en 18, §3, W.BTW.

## I. Voorwerp van de aanvraag

1\. De aanvraag strekt ertoe te vernemen of:

*Wat betreft de vennootschapsbelasting:*

1.1. de voorgenomen inbreng van de bedrijfsafdeling A door de nv X in de bestaande dochtervennootschap Y, aangemerkt kan worden als een inbreng van een bedrijfsafdeling in de zin van artikel 46, §1, eerste lid, 2° WIB 92 en geen belastingfraude of -ontwijking als hoofddoel of één der hoofddoelen heeft in de zin van artikel 46, §1, derde lid, 3°, juncto 183bis WIB 92 waardoor de volledige tijdelijke vrijstelling van stopzettingsmeerwaarden als bedoeld in de eerste bepaling van toepassing is;

*Wat betreft de btw:*

1.2. de voorgenomen inbreng van de bedrijfstak A door de nv X in de bestaande dochtervennootschap Y onder de toepassing valt van artikel 11 en artikel 18, §3 van het Wetboek van de belasting op de toegevoegde waarde (W. BTW) en aldus niet is onderworpen aan de btw en bijgevolg dat er geen herziening dient te worden verricht van de btw die historisch in aftrek is genomen op de bedrijfsmiddelen.

## II. Beslissing

### *II.A. Algemeen*

2\. De huidige activiteiten van X kunnen worden opgedeeld in "primaire activiteiten" enerzijds en "secundaire activiteiten" anderzijds.

3\. De kernactiviteit van X is activiteit B. Naast de kernactiviteiten van X, oefent de vennootschap activiteit A uit.

4\. X wenst over te gaan tot de desinvestering van de bedrijfsafdeling A, bestaande uit het geheel van activa en passiva die betrekking hebben op de bedrijfsafdeling A.

5\. De nv Z heeft reeds een Memorandum of Understanding afgesloten met X als kandidaat overnemer van de bedrijfsafdeling A.

6\. Dienaangaande zal de bedrijfsafdeling A door X in de bestaande dochtervennootschap Y worden ingebracht. Na de voltooiing van deze inbrengverrichting zal de X haar aandelen in Y verkopen aan de nv Z.

### *II.B. Wat betreft de vennootschapsbelasting*

#### *II.B.1. Wat betreft artikel van artikel 46, §1, eerste lid, 2° WIB92*

7\. De bedrijfsafdeling A functioneert momenteel op een autonome wijze binnen X. Dit blijkt o.a. uit het feit dat zij haar activiteiten uitoefent in een apart bedrijfsgebouw, over eigen werkmiddelen en personeel (inclusief leidinggevende personeel) beschikt.

8\. Voorts kan nog worden opgemerkt dat de kernactiviteiten van X en de bedrijfsafdeling A opgesplitst zijn vanuit een boekhoudkundig, IT en rapporterings oogpunt.

9\. Op basis van de door de aanvrager verstrekte inlichtingen en het door de DVB gevoerde onderzoek kan worden aangenomen dat de bedrijfsafdeling A aangemerkt kan worden als een bedrijfsafdeling in de zin van artikel 46, §1, eerste lid, 2°, WIB 92.

#### *II.B.2. Wat betreft artikel 183bis, WIB 92*

10\. Het afstoten van de bedrijfsafdeling A kadert binnen de strategie van X om zich in de toekomst uitsluitend nog te focussen op haar huidige kernactiviteiten.

11\. Bijgevolg wordt aan de bedrijfsafdeling A de kans gegeven om zich volledig onafhankelijk van de onderneming verder te ontwikkelen. Het blijkt immers dat X's secundaire bedrijfsactiviteit nu reeds op duurzame wijze als een autonome activiteit binnen de onderneming functioneert.

12\. De aanvrager heeft bevestigd dat de voorgenomen verrichting niet tot doel heeft om de A activiteiten stop te zetten. De nv Z heeft de intentie geuit om de activiteiten van de bedrijfsafdeling A verder uit te bouwen en het personeelsbestand te behouden.

13\. De aanvrager heeft bevestigd dat alle personeelsleden die vóór de reorganisatie tewerkgesteld werden door X, ook tewerkgesteld blijven door de Y. Hetzelfde geldt ook na de overdracht van de aandelen in Y van X naar de nv Z, evenwel onder het voorbehoud van gewijzigde economische, financiële of marktomstandigheden.

14\. Een rechtstreekse en directe overgang van de bedrijfsafdeling (bv. verkoop) A kan volgens de aanvrager problemen veroorzaken inzake een vlotte en efficiënte overgang van de vergunningen.

15\. De inbreng van de bedrijfsafdeling A in de dochtervennootschap Y, gevolgd door de overdracht van de aandelen in Y aan de nv Z als kandidaat-overnemer wordt door zowel X als de kandidaat-overnemer beschouwd als het beste alternatief om een vlotte en efficiënte overgang van de bedrijfsafdeling A te bewerkstelligen.

16\. De aanvrager heeft bevestigd dat alle boekhoudkundige en operationele activa en passiva die verband houden met de bedrijfsafdeling A door X worden ingebracht in Y.

17\. De inbreng van de bedrijfsafdeling A door X zal door Y worden vergoed met de uitgifte van nieuwe, gewone aandelen met een waarde gelijk aan de netto boekwaarde van de ingebrachte bestanddelen.

18\. De aanvrager heeft bevestigd dat de fiscale verliezen ten name van Y beperkt worden overeenkomstig artikel 206, §2, WIB 92. De voorgenomen verrichting heeft een verhoging van de berekeningsbasis van aftrek voor risicokapitaal tot gevolg.

19\. De aanvrager gaat het engagement aan dat de meerwaarde die de X zal realiseren naar aanleiding van de verkoop van de aandelen in Y aan de nv Z op een duurzame wijze geherinvesteerd zal worden binnen de vennootschap.

20\. X heeft reeds gemeld in welke middelen zij onder meer zal investeren. X engageert zich om deze investeringen uiterlijk gedaan te hebben zes maand voor het verstrijken van de termijn zoals bepaald in artikel 354, 1ste lid, WIB 92.

21\. X heeft zich geëngageerd om voor deze datum aan de DVB en aan de bevoegde plaatselijke controledienst een verslag te bezorgen met een overzicht van de reeds gerealiseerde investeringen. Investeringen in MVA, IVA of FVA of aanzuivering van schulden komen in aanmerking als geldige herinvesteringen.

22\. Op basis van de door de aanvrager verstrekte inlichtingen en het door de DVB gevoerde onderzoek kan worden aangenomen dat de voorgenomen inbreng van de bedrijfsafdeling A van X in Y niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of -ontwijking heeft in de zin van artikel 183 bis, WIB 92.

### *II.C. Wat betreft de btw*

23\. Overeenkomstig artikel 11, W.BTW wordt niet als een levering beschouwd, de overdracht van een algemeenheid van goederen of van een bedrijfsafdeling, onder bezwarende titel of om niet, bij wege van inbreng in een vennootschap of anderszins, wanneer de overnemer een belastingplichtige is die de belasting, indien ze ingevolge de overdracht zou verschuldigd zijn, geheel of gedeeltelijk zou kunnen aftrekken. In dat geval wordt de overnemer geacht de persoon van de overdrager voort te zetten. Artikel 18, §3, W.BTW bevat hetzelfde principe met betrekking tot diensten.

24\. Deze artikelen zijn de omzetting in het Belgisch BTW Wetboek van de artikelen [19](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-19) en [29](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-29) van de Richtlijn 2006/112/CE van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (vroeger artikelen [5, paragraaf 8](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-5), en [6, paragraaf 5](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-6), van de zesde richtlijn 77/388/CE van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der Lid-Staten inzake omzetbelasting - Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag).

25\. In haar arrest van 27 november 2003 - zaak [C-497/01](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-497-01-arrest), Zita Modes Sarl c. Administration de l'enregistrement et des domaines heeft het Europese Hof van Justitie verduidelijkt dat het begrip "overgang van het geheel of een gedeelte van een algemeenheid van goederen onder bezwarende titel, om niet of in de vorm van een inbreng in een vennootschap" aldus moet worden uitgelegd dat daaronder valt de overdracht van een handelszaak of van een autonoom bedrijfsonderdeel met lichamelijke en eventueel ook onlichamelijke zaken, welke tezamen een onderneming of een gedeelte van een onderneming vormen waarmee een autonome economische activiteit kan worden uitgeoefend, en dat daaronder niet valt de verkoop van goederen zonder meer, zoals de verkoop van een voorraad producten.

26\. De artikelen 11 en 18, §3, W.BTW zijn derhalve van toepassing wanneer de lichamelijke en, in voorkomend geval, de onlichamelijke zaken samen een onderneming vormen of een deel van een onderneming die de overnemer toelaat een autonome economische activiteit uit te oefenen.

27\. Deze overdracht heeft betrekking op alle specifieke en noodzakelijke bestanddelen (operationele activa en passiva) die de bvba Y in staat stelt om de over te dragen activiteit A verder en zelfstandig te exploiteren.

28\. Zowel op technisch als op organisatorisch vlak heeft deze verrichting derhalve betrekking op de activiteit A die een autonome economische activiteit uitmaakt en die op eigen kracht kan werken.

29\. De inbrengverrichting van de activiteit A door de X in de Y dient derhalve met toepassing van de artikelen 11 en 18, §3, W.BTW te gebeuren.

## Aangehaalde teksten

5

[Zesde richtlijn 77/388 art. 5](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-5) 1 voorkomen

[Zesde richtlijn 77/388 art. 6](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-6) 1 voorkomen

[btw-richtlijn 2006/112 art. 19](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-19) 1 voorkomen

[btw-richtlijn 2006/112 art. 29](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-29) 1 voorkomen

[C-497/01, arrest van 27 november 2003](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-497-01-arrest) 1 voorkomen
