---
title: "Voorafgaande beslissing 2011.113 · Inkomstenbelasting, vennootschapsbelasting"
description: "Inkomstenbelasting, vennootschapsbelasting, splitsing van vennootschappen. Belgische voorafgaande beslissing nr. 2011.113 van 17 mei 2011."
url: "https://juriel.be/nl/rulings/2011-113-inkomstenbelasting-vennootschapsbelasting-splitsing-vennootschappen-belastingneutrale-b5ef"
lang: "nl"
---

# Inkomstenbelasting, vennootschapsbelasting, splitsing van vennootschappen, belastingneutrale partiële splitsing · inkomstenbelasting - vennootschapsbelasting - splitsing van vennootschappen - belastingneutrale partiële splitsing - fusie door overneming - zakelijke overwegingen - belastingfraude of –ontwijking - onroerend goed - herstructurering - belasting over de toegevoegde waarde - bedrijfsafdeling

**Nummer**

2011.113

**Datum**

17 mei 2011

## Over het document

**Verzameling**

Voorafgaande beslissingen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

41 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

Voorafgaande beslissing nr. 2011.113 dd. 17.05.2011

*Inkomstenbelasting* · *Vennootschapsbelasting* · *Splitsing van vennootschappen* · *Belastingneutrale partiële splitsing* · *Fusie door overneming* · *Zakelijke overwegingen* · *Belastingfraude of -ontwijking* · *Onroerend goed* · *Herstructurering* · *Belasting over de toegevoegde waarde* · *Bedrijfsafdeling*

## Samenvatting

De partiële splitsingen en fusies door overneming uitgevoerd binnen de groep A hebben niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of -ontwijking in de zin van artikel 183bis, WIB 92 en beantwoorden bijgevolg aan de voorwaarde zoals voorzien in art. 211, § 1, vierde lid, 3°, WIB 92, aangezien de verrichting kadert in de globale herstructurering van de groep waarbij alle onroerende goederen gekoppeld aan gelijkaardige activiteiten binnen de groep worden ondergebracht in één vennootschap.

In het kader van de partiële splitsing van de NV X beantwoordt de af te splitsen activiteit A en de af te splitsen activiteit B aan het begrip 'bedrijfsafdeling' in de zin van de artikelen 11 en 18, § 3, W. BTW.

## I. Voorwerp van de aanvraag

1\. De aanvraag strekt ertoe een voorafgaande beslissing te bekomen waarin wordt bevestigd dat:

*Inzake vennootschapsbelasting:*

1.1. de partiële splitsing van de NV X, waarbij de activiteit A en de activiteit B samen met de daarmee verband houdende onroerende goederen, bepaalde intragroepsvorderingen en de participatie in de BVBA W, zullen worden afgesplitst naar een nieuwe vennootschap NV Xbis, beantwoordt aan het bepaalde in artikel 183bis, WIB 92;

1.2. de partiële splitsing van de NV Y, waarbij de participatie in de NV Xbis evenals een aantal intragroepsvorderingen zullen worden afgesplitst naar een nieuwe vennootschap NV Ybis, beantwoordt aan het bepaalde in artikel 183bis, WIB 92;

1.3. de fusie door overneming van de BVBA W door de NV Xbis, de fusie door overneming van de NV Xbis door de NV Ybis en de fusie door overneming van de NV Ybis door de BVBA Z beantwoorden aan het bepaalde in artikel 183bis, WIB 92;

*Inzake BTW :*

1.4. de partiële splitsing van de NV X dient te gebeuren met toepassing van de artikelen 11 en 18, § 3, W. BTW.

## II. Beslissing

2\. De partiële splitsingen van de NV X en van de NV Y en de fusie door overneming van de BVBA W door de NV Xbis, de fusie door overneming van de NV Xbis door de NV Ybis en de fusie door overneming van NV Ybis door de BVBA Z beantwoorden aan het bepaalde in artikel 183bis, WIB 92 gelet op de volgende overwegingen:

2.1. De groepsstructuur van de huidige groep A is historisch gegroeid en op vandaag niet aangepast om op een efficiënte manier te kunnen inspelen op de opportuniteiten die zich aanbieden.

2.2. De groep wil de activiteit A en de activiteit B die thans worden uitgeoefend door de NV X en de daaraan gekoppelde onroerende goederen centraliseren in één vennootschap binnen de groep met name de BVBA Z. Door de beoogde herstructurering zullen de aan deze activiteiten gekoppelde onroerende goederen, die naast elkaar zijn gelegen en op dit ogenblik verspreid zijn over verschillende vennootschappen in de groep, gecentraliseerd worden en binnen dezelfde vennootschap een geografisch geheel vormen. De onroerende goederen die verband houden met de activiteit C van de NV X (inz. de fabriekssite waar de productie gebeurt), alsook twee percelen grond van de NV X die voor geen enkele van de door de NV X uitgeoefende activiteiten worden gebruikt en wellicht op termijn zullen worden verkocht, zullen bij de NV X worden behouden. De onroerende goederen van de groepsvennootschappen NV S en de NV T worden niet betrokken bij deze herstructurering, aangezien deze onroerende goederen voor andere activiteiten binnen de groep worden gebruikt.

2.3. De beoogde herstructurering van de groep, waarbij de onroerende goederen aangewend voor de activiteit A en de activiteit B zullen worden samengebracht in de BVBA Z, zal de financieringscapaciteit binnen de groep sterk verbeteren. De creatie van een sterke holding met een verhoogde financieringscapaciteit is noodzakelijk om een aantal projecten te kunnen verwezenlijken. De aanvrager heeft het concrete karakter van deze projecten aangetoond. Door de afsplitsing van de activiteit A en de activiteit B met de daaraan gekoppelde onroerende goederen zal de NV X zich voortaan beter kunnen toeleggen op haar kernactiviteit C.

2.4. De aanvrager heeft bevestigd dat de huidige tewerkstelling binnen de groep in principe zal worden behouden en dat, gelet op de voorziene expansieplannen van de groep, zelfs een positieve invloed op het huidige niveau van tewerkstelling bij de betrokken vennootschappen wordt verwacht.

2.5. De herstructurering heeft als bijkomend aspect dat de bestaande intra-groepsvorderingen zullen worden gerationaliseerd.

2.6. De aanvrager heeft bevestigd dat er geen intentie bestaat om de nieuw uitgegeven aandelen van de NV Xbis en de NV Ybis en de aandelen van de partieel gesplitste vennootschappen de NV X en de NV Y binnen de 3 jaar te vervreemden vanaf de datum van de buitengewone algemene vergadering die de partiële splitsingen zal goedkeuren, behoudens de in deze aanvraag voorgestelde verrichtingen (fusies door overneming). De groep noch de aandeelhouders hebben de intentie om de aandelen van de BVBA Z na de vooropgestelde fusies over te dragen aan derden.

2.7. Alle bij de herstructurering betrokken vennootschappen behoudens de BVBA W zijn winstgevend en hebben geen fiscaal overdraagbare bestanddelen. Tengevolge van de herstructurering zal een aanzienlijk deel van de fiscaal overdraagbare verliezen aanwezig bij de BVBA W verloren gaan.

2.8. De herstructurering heeft een voor de aanvrager gunstige impact op de totale berekeningsbasis van de aftrek voor risicokapitaal voor de groep doch deze is louter het gevolg van de toewijzing van bepaalde activabestanddelen met het oog op de centralisatie van het vastgoed.

2.9. De aanvrager heeft bevestigd dat in het kader van de partiële splitsingen de eigen vermogensbestanddelen van de partieel gesplitste vennootschappen over de verkrijgende vennootschappen zullen worden verdeeld overeenkomstig de bepalingen van artikel 213, WIB 92.

3\. De partiële splitsing van de NV X waarbij de activiteit A en B wordt overgedragen aan de NV Xbis dient te gebeuren met toepassing van de artikelen 11 en 18, § 3, W.BTW, gelet op de volgende overwegingen:

3.1. Overeenkomstig artikel 11, W.BTW wordt niet als een levering beschouwd, de overdracht van een algemeenheid van goederen of van een bedrijfsafdeling, onder bezwarende titel of om niet, bij wege van inbreng in een vennootschap of anderszins, wanneer de overnemer een belastingplichtige is die de belasting, indien ze ingevolge de overdracht zou verschuldigd zijn, geheel of gedeeltelijk zou kunnen aftrekken. In dat geval wordt de overnemer geacht de persoon van de overdrager voort te zetten. Artikel 18, §3, W.BTW bevat hetzelfde principe met betrekking tot diensten.

3.2. Deze artikelen zijn de omzetting in het Belgisch BTW Wetboek van de artikelen [19](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-19) en [29](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-29) van de Richtlijn 2006/112/CE van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (vroeger artikelen [5, paragraaf 8](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-5), en [6, paragraaf 5](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-6), van de zesde richtlijn 77/388/CE van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der Lid-Staten inzake omzetbelasting - Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag).

3.3. In haar arrest van 27 november 2003 - zaak [C-497/01](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-497-01-arrest), Zita Modes Sarl c. Administration de l'enregistrement et des domaines heeft het Europese Hof van Justitie verduidelijkt dat het begrip "overgang van het geheel of een gedeelte van een algemeenheid van goederen onder bezwarende titel, om niet of in de vorm van een inbreng in een vennootschap" moet worden uitgelegd dat daaronder valt de overdracht van een handelszaak of van een autonoom bedrijfsonderdeel met lichamelijke en eventueel ook onlichamelijke zaken, welke tezamen een onderneming of een gedeelte van een onderneming vormen waarmee een autonome economische activiteit kan worden uitgeoefend, en dat daaronder niet valt de verkoop van goederen zonder meer, zoals de verkoop van een voorraad producten.

3.4. De artikelen 11 en 18, § 3, W.BTW zijn derhalve van toepassing wanneer de overdracht betrekking heeft op een geheel van elementen bestaande uit lichamelijke en eventueel ook onlichamelijke zaken, welke tezamen een onderneming of een gedeelte van een onderneming vormen waarmee een autonome economische activiteit kan worden uitgeoefend. Daaronder valt evenwel niet de verkoop van goederen zonder meer, zoals de verkoop van een voorraad producten.

3.5. Uit de hierboven beschreven verrichting blijkt dat alle activa, overeenkomsten, rechten, verplichtingen en passiva die verbonden zijn met enerzijds de activiteit A en anderzijds met activiteit B worden overgedragen.

3.6. Aangezien de overnemer een btw-belastingplichtige activiteit met recht op aftrek van btw zal uitoefenen (activiteit A), dient deze overdracht te gebeuren met toepassing van artikelen 11 en 18, § 3,W.BTW.

## Aangehaalde teksten

5

[Zesde richtlijn 77/388 art. 5](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-5) 1 voorkomen

[Zesde richtlijn 77/388 art. 6](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-6) 1 voorkomen

[btw-richtlijn 2006/112 art. 19](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-19) 1 voorkomen

[btw-richtlijn 2006/112 art. 29](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-29) 1 voorkomen

[C-497/01, arrest van 27 november 2003](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-497-01-arrest) 1 voorkomen
