Inkomstenbelasting, bezoldiging, belgische vennootschap, douanerecht, voorschot, belgische inrichting · Voorafgaande beslissingen

Naar de tekst
Juriel

2011.047 15 maart 2011

Zoeken

Inkomstenbelasting, bezoldiging, belgische vennootschap, douanerecht, voorschot, belgische inrichtinginkomstenbelasting - belasting over de toegevoegde waarde - bezoldiging - belgische vennootschap - douanerecht - voorschot - belgische inrichting - abnormaal of goedgunstig voordeel

https://juriel.be/nl/rulings/2011-047-inkomstenbelasting-bezoldiging-belgische-vennootschap-douanerecht-f5e2

Nummer
2011.047
Datum
15 maart 2011

Over het document

Verzameling
Voorafgaande beslissingen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

82 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

Voorafgaande beslissing nr. 2011.047 dd. 15.03.2011

Inkomstenbelasting · Belasting over de toegevoegde waarde · Bezoldiging · Belgische vennootschap · Douanerecht · Voorschot · Belgische inrichting · Abnormaal of goedgunstig voordeel

Samenvatting

Er werd beslist dat de voorgestelde vergoeding marktconform is in de zin van artikel 185 § 2 WIB92 en de bepalingen van artikel 26, 79 en 207 WIB92 niet zullen worden toegepast ten name van een Belgische vennootschap A die zal fungeren als een Europees logistiek centrum van de C groep, voor zover A voor de door haar uitgeoefende activiteiten een vergoeding zal aanrekenen gelijk aan de som van (i) de aankoopprijs van de goederen verhoogd met de verschuldigde douanerechten en invoer BTW, (ii) 100 % van de voorschotten, de netto financieringskosten en de uitzonderlijke kosten en (iii) 103,80 % van de operationele kosten (met uitsluiting van de items bedoeld in (i) en (ii) hierboven) en dat groepsvennootschap B, bij wie de goederen worden aangekocht, niet zal geacht worden over een Belgische inrichting te beschikken op grond van artikel 229 WIB 92.

I. Voorwerp van de aanvraag

De aanvraag strekt ertoe te vernemen of:

1. de voorgestelde vergoeding voor de activiteiten van een Belgische vennootschap A die zal fungeren als een Europees logistiek centrum van de C groep (hierna "C") een arm's length vergoeding is voor de toepassing van artikel 185 § 2, a) van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB 92) en geen aanleiding zal geven tot het verstrekken van een abnormaal of goedgunstig voordeel in de zin van artikel 26 WIB 92, noch tot het verkrijgen van een abnormaal of goedgunstig voordeel in de zin van de artikelen 79 en 207 WIB 92;

2. B, een vennootschap niet-inwoner waarmee het Europese logistiek centrum een overeenkomst zal aangaan, niet geacht zal worden een vaste inrichting in België te hebben zoals bedoeld in artikel 229 WIB 92.

3. de aftrekbaarheid van de betalingen van vennootschap A aan C niet zal geweigerd worden op grond van artikel 198, 10° van het Belgische Wetboek van de Inkomstenbelastingen, in de veronderstelling dat de betalingen door A worden aangegeven in overeenstemming met artikel 307 WIB

II. O mschrijving van de verrichtingen

4. C is een internationale onderneming die wereldwijd producten van hoge kwaliteit verstrekt onder het C merk.

5. De beoogde activiteiten in België hebben betrekking op slechts één van de business segmenten van C.

6. De Belgische vennootschap A speelt een centrale rol in de invoer en distributie van bepaalde producten in Europa. A zal producten kopen van B, een vennootschap van C.

7. Eens de producten zijn ingevoerd door A, zal A de producten verkopen aan de plaatselijke C entiteiten in de verschillende Europese Lidstaten (hierna de "Plaatselijke D"). De Plaatselijke D zullen de producten verkopen in hun respectievelijke plaatselijke markt. De Plaatselijke D zullen hierbij handelen hetzij als distributeur hetzij, althans initieel en in bepaalde landen, als verkoopscommissionair (indien zij momenteel optreden als verkoopscommissionair) van A, doch de juiste hoedanigheid van de Plaatselijke D zal geen invloed hebben op de risico's die door A worden gedragen. A zal geen producten verkopen aan derden, met name aan niet-C entiteiten.

8. Er wordt een voorafgaande beslissing gevraagd aangaande het arm's length karakter van de voorgestelde vergoedingsmethode voor de diensten van A.

III. Motivering van de aanvraag

III.A.1. Analyse van de functies en risico's

9. In het business segment is B de hoofdondernemer in de zin dat B vrijwel alle functies die verband houden met dit business segment vervult, met uitzondering van de verkoop aan derden en de plaatselijke marketing (deze laatste twee functies zullen worden vervuld door de Plaatselijke D).

10. B is verantwoordelijk (i) voor de bevoorrading van de producten, (ii) voor het onderzoek en de ontwikkeling, (iii) voor de kwaliteitscontrole en kwaliteitsontwikkeling, (iv) voor de logistiek en het transport van de goederen, (v) voor de coördinatie van de uitvoer van de producten, (vi) voor de verkoop van de producten aan andere groepsvennootschappen en (vii) voor de algemene groepsfuncties zoals juridische, HR en financiële functies.

11. B draagt ook alle kosten die verband houden met zulke functies en zal bijvoorbeeld, voor doeleinden van de huidige distributieketen, alle kosten en uitgaven dragen die verband houden met het transport van de goederen naar A tot op het ogenblik dat de goederen worden opgeslagen in het distributiecentrum dat door A wordt uitgebaat.

12. A zal de volgende functies vervullen:

12.1. de opvolging van het vervoer van de goederen naar Europa;

12.2. het invoeren van de goederen die het van B heeft aangekocht. In de praktijk zal deze invoer voornamelijk gebeuren op het moment dat de goederen het betreffende distributiecentrum verlaten. Aangezien bepaalde goederen ook zullen worden ingevoerd in andere Europese landen, zal A zich ook in andere Europese landen registreren voor BTW en douane doeleinden;

12.3. eens de goederen worden geleverd in de respectievelijke haven, zal A een logistieke functie vervullen. Deze logistieke functies worden in de praktijk uitbesteed aan derden, die deze diensten aan A factureren. In andere landen geeft A eveneens de logistieke diensten in onderaanneming, als gevolg waarvan A geen eigenlijke fysieke aanwezigheid zal hebben in deze landen;

12.4. A (of zijn onderaannemers) controleert de kwaliteit van de geloste goederen op basis van de Europese reglementering inzake veiligheid, plaatselijke reglementering en de kwaliteitsstandaarden van C. De veiligheidsfunctie die A vervult impliceert dat A vereisten inzake veiligheid implementeert en hierop toeziet en laboratoria audits controleert. A neemt ook contact op met de toezichthouders in de respectievelijke afdelingen met betrekking tot veiligheid, houdt contact met de Plaatselijke D en verzorgt bepaalde relaties ten aanzien van de overheid en bepaalde organisaties. De kwaliteitsbeoordelingsfunctie van A impliceert dat A standaarden inzake kwaliteitscontrole implementeert, de goederen bij aankomst controleert en hierover rapporteert aan de productie- en verkoopsafdelingen van B en de Plaatselijke D. A stelt bovendien verbeteringen die verband houden met de kwaliteit voor en voert testen uit voor nieuwe productontwikkeling en verpakking;

12.5. de goederen worden vervolgens verkocht aan de Plaatselijke D. A zal geen goederen verkopen aan derde partijen, met name niet-groepsvennootschappen. De goederen worden verkocht aan de Plaatselijke D op basis van de behoeften van de plaatselijke markten;

12.6. bij de verkoop van de goederen aan de Plaatselijke D worden de goederen, hetzij getransporteerd door A van het distributiecentrum naar de Plaatselijke D (de transportkosten worden gedragen door de Plaatselijke D), hetzij rechtstreeks op vrachtwagens van de klanten van de Plaatselijke D geladen in het respectievelijk distributiecentrum (de transportkosten worden gedragen door de klanten), hetzij geladen op vrachtwagens van de Plaatselijke D in het respectievelijk distributiecentrum (de transportkosten worden gedragen door de Plaatselijke D).

13. A is enkel een logistiek centrum dat administratieve functies vervult die geen waarde toevoegen aan de goederen en is geen "trading" vennootschap. De aankoop van de goederen van B en de verkoop aan de Plaatselijke D (allen groepsvennootschappen) gebeurt louter om administratieve redenen, om bijvoorbeeld toe te laten dat A alle goederen kan invoeren voor douanedoeleinden. De aankoop en de verkoop van de goederen moet daarom beschouwd worden als een administratieve, logistieke functie en niet als een handelsactiviteit. Dit wordt bevestigd door het feit dat A geen of slechts verwaarloosbare risico's draagt als gevolg van zijn rol als tussenpersoon in de aankoop en de verkoop van de producten.

14. De Plaatselijke D (één per Europese lidstaat) zullen de volgende functies vervullen:

14.1. het kopen van producten van A;

14.2. eventuele behandeling van de goederen. De goederen die worden aangekocht van A worden opgeslagen in het depot van de respectievelijke Plaatselijke D tot ze worden verkocht aan de plaatselijke klanten;

14.3. het verkopen van de producten aan de plaatselijke klanten. A zal niet actief (en vanzelfsprekend ook niet passief) bijdragen tot de verkopen die door de Plaatselijke D worden gedaan. Het zal bijvoorbeeld niet fungeren als een centrale eenheid voor de opname van bestellingen die de door de klanten van de Plaatselijke D geplaatste bestellingen registreert en/of bevestigt;

14.4. de Plaatselijke D zijn verantwoordelijk voor de lokale marketing in hun respectievelijk land.

15. A zal in de beoogde distributieketen geen risico's dragen of slechts zeer verwaarloosbare risico's dragen die inherent zijn aan zijn functies.

16. B, als de eigenlijke ondernemer, draagt het productrisico en het kwaliteitsrisico en draagt bepaalde markt-risico's (bijv. prijsrisico en het bevoorradingsrisico).

17. Vermits A de goederen van B in Euro aankoopt en ze aan de Plaatselijke D in Euro verkoopt, zal A zelf geen wisselkoersrisico dragen.

18. Het inventarisrisico dat verband houdt met het verschepen van de goederen naar de Europese distributiecentra (wat het werkelijke inventarisrisico is voor dit type van activiteiten) en met het opslaan van de goederen in de Europese distributiecentra wordt gedragen door B. A wordt juridisch eigenaar van de goederen van zodra die in België (of in de andere Europese landen) aankomen, hoewel B het risico in verband met de goederen voor de periode dat die worden opgeslagen in de Europese distributiecentra draagt. De Plaatselijke D dragen het inventarisrisico van zodra de goederen door A aan de Plaatselijke D worden verkocht en het distributiecentrum verlaten (m.n. wanneer ze op vrachtwagens worden geladen). Het inventarisrisico dat verband houdt met de behandeling van de producten wordt eveneens gedragen door de Plaatselijke D, aangezien de behandeling gebeurt door de Plaatselijke D. Rekening houdend met de relatie tussen B en A (op basis waarvan B de risico's verbonden aan de goederen draagt tot op het ogenblik dat de goederen het distributiecentrum verlaten), de relatie tussen A en de Plaatselijke D (op basis waarvan de Plaatselijke D de risico's verbonden aan de goederen dragen van zodra de goederen aan hen verkocht worden) en het type goederen, draagt A de facto geen eigenlijk inventarisrisico.

19. Het debiteurenrisico, dat zeer beperkt is in deze business, wordt gedragen door de Plaatselijke D. A draagt bijgevolg geen enkel risico terzake.

20. Er zal geen aanzienlijke pre-financieringskost voor A zijn, aangezien de aankoopprijs voor de goederen die zijn aangekocht van B slechts betaalbaar wordt wanneer de verkoopprijs is ontvangen van de Plaatselijke D.

21. A zal slechts in beperkte mate door kapitaal gefinancierd worden, bijgevolg zal het hoofdzakelijk door schuld gefinancierd worden.

III.A.2 Analyse van het arm's length karakter van de gehanteerde verrekenprijs

22. De transfer pricing studie die werd gemaakt, toont aan dat een cost plus methode de aangewezen manier zou zijn om de diensten van A te vergoeden.

23. Rekening houdend met het feit dat A enkel de goederen aan- en verkoopt als een soort administratieve functie en bijgevolg niet in de context van een handelsactiviteit, zou de aankoopprijs van de goederen alsook de douanerechten en invoer BTW daarop moeten worden uitgesloten van de kostenbasis waarop de winstopslag wordt berekend.

24. De "voorschotten" dekken de kosten van de diensten die aan A worden geleverd door derden waaraan bepaalde functies worden uitbesteed (op voorwaarde dat deze diensten aan A worden gefactureerd door de respectieve derde partij tegen een prijs die een normale winstmarge omvat). A zou deze voorschotten voorschieten en zou ze daarna doorrekenen aan B (of aan de Plaatselijke D) tegen kostprijs. De voorschotten zouden voornamelijk betrekking hebben op de behandelingskosten (o.a. de kosten voor kwaliteitscontrole van de geloste goederen, de kost voor het plaatsen van de goederen in het distributiecentrum en het opslaan ervan in het distributiecentrum, evenals de kosten voor het laden van de goederen op vrachtwagens en treinen voor het daaropvolgende transport van de goederen naar de Plaatselijke D of naar de klanten van de Plaatselijke D). De voorschotten omvatten ook de kosten die aan A zouden worden aangerekend door het shared service center van de C groep, dat haar diensten (bijvoorbeeld boekhouding en IT diensten) op basis van een cost plus een arm's length winstopslag aanrekent aan de groepsvennootschappen die van deze diensten genieten. Dit zal verhinderen dat een winstopslag op een winstopslag wordt toegepast.

25. De netto financieringskosten die A draagt (m.n. de gedragen interest verminderd met de verdiende interest) alsook de uitzonderlijke kosten gedragen door A, zullen door A worden aangerekend zonder winstopslag. Rekening houdend met het feit dat er geen prefinancieringskosten zullen zijn met betrekking tot de aankoop en de verkoop van de goederen, zullen de financieringskosten van A in elk geval eerder beperkt zijn.

26. De kosten waarop de winstopslag zal worden toegepast zullen bijgevolg de operationele kosten zijn die eigen zijn aan A zelf, zoals personeelskosten, kantoorkosten en de algemene overhead kosten.

27. Zoals hierboven uiteengezet, zullen de aankoopprijs van de goederen verhoogd met de douanerechten en de invoer BTW, de voorschotten evenals de (netto) financiële en uitzonderlijke kosten geen deel uitmaken van de kostenbasis waarop de winstopslag wordt berekend.

28. De prijs waartegen A de goederen aankoopt van B zal worden gebaseerd op (i) de prijs waartegen A de goederen zal verkopen aan de Lokale D en (ii) de onkosten van A verhoogd met de winst die A moet realiseren (gebaseerd op de cost plus methode). De prijs waartegen A de goederen zal verkopen aan de plaatselijke D zal gelijk zijn aan de prijs betaald door de klanten van de Plaatselijke D min de marktconforme vergoeding die de Plaatselijke D moet realiseren.

29. De aankoopprijs in de relatie tussen B en A zal bijgevolg periodiek worden aangepast teneinde het voormelde mechanisme te weerspiegelen en om de minimum belastbare winst aan het einde van het jaar te bereiken. A betaalt geen commissies aan B.

30. Het feit dat de aankopen van de goederen "werkelijke verrichtingen" zijn, is bewezen door het feit dar er fysieke goederen zijn die naar A verscheept worden, door A behandeld worden en door A verkocht worden en dat A werkelijke substantie heeft om haar functies uit te oefenen. De verrichtingen tussen A en B moeten worden beschouwd als verrichtingen "met een persoon andere dan een artificiële constructie".

III.B. Afwezigheid van een vaste inrichting

31. B zal geen vaste inrichting hebben in België met behulp waarvan ze haar beroepswerkzaamheden of een deel daarvan zal uitoefenen in België.

32. B zal immers noch haar beroepswerkzaamheid noch een deel ervan uitoefenen in België en zal meer in het bijzonder zelfs geen vaste inrichting hebben in België, omdat:

32.1. B geen werknemers, managers of bestuurders zal hebben in België, waardoor er niemand in België leiding geeft aan B (er wordt leiding gegeven aan B in Land G waar B ongeveer X werknemers heeft);

32.2. B geen fysieke locatie ter beschikking zal hebben in België die als een kantoor, een opslagplaats of een werkplaats zou kunnen beschouwd worden (B is niet de eigenaar, de huurder of de houder van enig ander recht van of met betrekking tot enige fysieke locatie in België);

32.3. B niet de juridische eigenaar is van de voorraad goederen die in het Belgische distributiecentrum zullen liggen. Rekening houdend met het feit dat de juridische eigendom van de betreffende goederen zal worden overgedragen aan A van zodra de goederen aankomen in België, heeft B bijgevolg geen goederenvoorraad in België;

32.4. bovendien A ook geen contracten zal kunnen tekenen of onderhandelen in de naam van B en zal meer algemeen B niet kunnen vertegenwoordigen of verbinden.

III. Beslissing

IV.A. Verrekenprijs

33. De functionele analyse toont aan dat A enkel een logistiek centrum is dat administratieve functies vervult die geen waarde toevoegen aan de goederen.

34. A draagt daarbij geen risico's.

35. De verrekenprijsstudie, die als bijlage gevoegd werd bij de aanvraag, toont aan dat de Transactional Net Margin Method ("TNMM"), waarbij een mark-up op de bedrijfskosten wordt gebruikt, in huidig geval de meest aangewezen methode is.

36. De zgn voorschotkosten, netto financieringskosten en de uitzonderlijke kosten van A zullen worden doorgerekend, zonder winstmarge.

37. De betalingen gedaan door A aan B hebben betrekking op werkelijke en oprechte transacties met personen andere dan artificiële constructies.

38. A betaalt geen commissie aan B, noch als dusdanig, noch als deel van de aankoopprijs.

IV.B. Afwezigheid van een vaste inrichting

39. B zal in België geen plaats hebben waar leiding wordt gegeven, noch een kantoor, een werkplaats, een opslagplaats of een goederenvoorraad.

40. A zal niet optreden als de vertegenwoordiger (niet zijnde een onafhankelijke tussenhandelaar optredend in het normale kader van zijn activiteit) die in België werkzaam is voor B.

Gelet op wat voorafgaat wordt er beslist dat:

41. de voorgestelde vergoeding marktconform is in de zin van artikel 185 §2 WIB92 en de bepalingen van artikel 26, 79 en 207 niet zullen worden toegepast voor zover A voor de door haar uitgeoefende activiteiten een vergoeding zal aanrekenen gelijk aan de som van (i) de aankoopprijs van de goederen verhoogd met de verschuldigde douanerechten en invoer BTW, (ii) 100 % van de voorschotten, de netto financieringskosten en de uitzonderlijke kosten en (iii) 103,80 % van de operationele kosten (met uitsluiting van de items bedoeld in (i) en (ii) hierboven);

42. de aankoopprijs van de goederen, de douanerechten en de invoer BTW daarop, de zgn. "voorschotkosten", evenals de netto financieringskosten en uitzonderlijke kosten zonder de winstopslag van 3,80 % kunnen worden doorgerekend;

43. B zal niet geacht worden over een Belgische inrichting te beschikken op grond van artikel 229 WIB 92;

44. de bepalingen van artikel 198, 10° WIB92 niet op A kunnen worden toegepast indien de betalingen door A aan B worden aangegeven in overeenstemming met artikel 307, WIB92.

45. de onderhavige beslissing wordt getroffen voor een periode van 5 opeenvolgende boekjaren. Deze beslissing kan desgewenst worden verlengd of worden geamendeerd voor zover te gelegener tijd - bij voorkeur 3 maand voor het verstrijken van de onderhavige periode - een nieuwe aanvraag bij de DVB wordt ingediend;

46. deze beslissing is slechts geldig voor zover noch de activiteiten van A, noch de omstandigheden waarin zij worden uitgeoefend betekenisvol wijzigen gedurende de periode tijdens dewelke deze beslissing van toepassing is.