---
title: "Voorafgaande beslissing 2010.332 · Vennootschapsbelasting"
description: "Vennootschapsbelasting. Belgische voorafgaande beslissing nr. 2010.332 van 21 september 2010."
url: "https://juriel.be/nl/rulings/2010-332-vennootschapsbelasting-belastingvrije-inbreng-bedrijfsafdeling-tak-6019"
lang: "nl"
---

# Vennootschapsbelasting · Vennootschapsbelasting - Belastingvrije inbreng van een bedrijfsafdeling of tak van werkzaamheid - Zakelijke overwegingen - BTW - Vrijstelling - Registratierechten - Vrijstelling - Inbreng - Universaliteit

**Nummer**

2010.332

**Datum**

21 september 2010

## Over het document

**Verzameling**

Voorafgaande beslissingen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

49 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

*Vennootschapsbelasting*

*Belastingvrije inbreng van een bedrijfsafdeling of tak van werkzaamheid* · *Zakelijke overwegingen* · *BTW - Vrijstelling* · *Registratierechten - Vrijstelling - Inbreng - Universaliteit*

## Samenvatting

De geplande inbreng van de Belgische productieafdeling door de NV A in een Newco kan worden aangemerkt als een inbreng van een bedrijfsafdeling of een tak van werkzaamheid in de zin van artikel 46, § 1, 1 ste lid, 2°, WIB 92 en beantwoordt aan het bepaalde van artikel 183*bis*, WIB 92 zoals bedoeld in artikel 46, § 1, derde lid, 3°, WIB 92.

De geplande inbreng van de Belgische productieafdeling door de NV A in een Newco dient met toepassing van de artikelen 11 en 18, § 3 W.BTW te gebeuren.

De geplande inbreng van de Belgische productieafdeling door de NV A in een Newco kan worden verricht onder het vrijstellingsregime voorzien in artikel 117, § 2 W.Reg.

## I. Voorwerp van de aanvraag

1\. De aanvraag strekt ertoe te vernemen of:

1.1. de inbreng van de Belgische productieafdeling van de NV A in een nieuw op te richten Belgische vennootschap, beantwoordt aan de voorwaarden gesteld in artikel 46, § 1, lid 1, 2° en artikel 46, § 1, lid 3, 3° van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 (hierna WIB 92);

1.2. de inbreng een bedrijfsafdeling uitmaakt in de zin van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde (hierna W.BTW) en bijgevolg niet als een levering wordt beschouwd overeenkomstig artikel 11 W.BTW en de daarbij verrichte handelingen niet als diensten worden beschouwd bij toepassing van artikel 18, § 3 W.BTW;

1.3. de inbreng kan plaatsvinden onder vrijstelling van de evenredige registratierechten krachtens artikel 120, laatste paragraaf juncto artikel 117 § 2 van het Wetboek der Registratie- hypotheek- en griffierechten (W.Reg) en art. 115*bis* W.Reg.

## II. Beslissing

## II. A. Inzake vennootschapsbelasting

## II. A. 1. Bedrijfsafdeling of tak van werkzaamheid in de zin van artikel 46, § 1, eerste lid, 2° WIB 92

2\. De NV A is een Belgische vennootschap die deel uitmaakt van een Europese groep.

3\. Het is de bedoeling van de groep om de NV A te laten fungeren als een value chain company.

4\. Binnen dit concept vervult de value chain company de meeste functies en draagt zij ook de grootste risico's van het zakendoen. De andere vennootschappen treden op als dienstenleveranciers voor de value chain company. Zo opereren de productie-entiteiten als maakloonwerkers (tollers) en de commerciële entiteiten als agenten. Dit zijn de vennootschappen die slechts beperkte risico's dragen.

5\. De voorgenomen verrichting bestaat erin de productieafdeling van de NV A in te brengen in een nieuw opgerichte Belgische vennootschap, de NV B. De NV B zal na de inbreng als maakloonwerker (toller) werken voor de NV A en hiervoor een vergoeding van maakloonwerker ontvangen.

6\. Het "at arm's length" karakter van deze maakloonvergoeding maakt geen voorwerp uit van deze rulingaanvraag.

7\. De in te brengen productieafdeling bezit reeds eigen personeel, management en middelen.

8\. Alle personeelsleden die werkzaam zijn voor de productieafdeling alsmede alle activa en passiva die verbonden zijn aan deze afdeling, zullen worden ondergebracht in de NV B.

9\. De inbrengverrichting zal geen impact hebben op de tewerkstelling.

10\. De aanvrager heeft aangetoond op basis van het financieel plan dat de activiteiten die nu door de bedrijfsafdeling worden uitgeoefend, op autonome basis zullen kunnen worden verdergezet in de nieuwe entiteit.

11\. De Belgische productieafdeling kan als een autonome bedrijfsafdeling in de zin van artikel 46, § 1, eerste lid, 2° WIB '92 worden beschouwd.

## II. A. 2. De verrichting beantwoordt aan het bepaalde in artikel 183*bis* WIB 92 zoals bedoeld in artikel 46, § 1, derde lid, 3° WIB 92

12\. De vooropgestelde inbreng van de Belgische productieafdeling in de nieuwe Belgische vennootschap kadert in een geheel van verschillende organisatorische en operationele veranderingsprocessen binnen de groep. Deze veranderingsprocessen hebben als doel de efficiëntie, de focus en de transparantie te verhogen.

13\. Er wordt met de verrichting geen optimalisatie van fiscale aftrekken beoogd.

14\. Globaal zal er een toename plaatsvinden van het totale bedrag dat in aanmerking komt voor de notionele interestaftrek. Het verkrijgen van de notionele interestaftrek is op zich geen nagestreefd doel van de verrichting maar eerder een louter gevolg.

15\. Er zijn geen overdreven afschrijvingen, wederbeleggingen of belastingvrije reserves, verbonden aan de materiële vaste activa, die overgaan naar de nieuwe entiteit.

16\. De aanvrager heeft verklaard dat er geen intentie bestaat om de participatie in de nieuwe vennootschap binnen de 3 jaren te vervreemden.

17\. Op basis van de door de aanvrager verstrekte inlichtingen en het door de DVB gevoerde onderzoek kan worden aangenomen dat de voormelde inbreng beantwoordt aan het bepaalde in artikel 183*bis*, WIB 92 zoals bedoeld in artikel 46, § 1, derde lid, 3°, WIB 92.

## II. B. Inzake BTW

18\. De artikelen 11 en 18, § 3, W. BTW zijn van toepassing wanneer de lichamelijke en, in voorkomend geval, de onlichamelijke zaken samen een onderneming vormen of een deel van een onderneming die de overnemer toelaat een autonome economische activiteit uit te oefenen.

19\. De voorgenomen verrichting bestaat erin een Belgische productievestiging in te brengen in een nieuw opgerichte Belgische vennootschap, de NV B.

20\. Deze overdracht heeft betrekking op alle activa en passivabestanddelen (immateriële vaste activa, terreinen en gebouwen, materieel en outillage, meubilair/IT, voorraden, leveranciers, schulden,…) verbonden aan deze activiteit.

21\. Tevens zullen de personeelsleden die werkzaam zijn in deze afdeling worden overgedragen naar de nieuwe vennootschap.

22\. Alle specifieke en noodzakelijke bestanddelen worden derhalve overgedragen die NV B in staat stelt om de activiteit verder en zelfstandig te exploiteren.

23\. Zowel op technisch als op organisatorisch vlak heeft deze verrichting derhalve betrekking op een bedrijfstak die een autonome economische activiteit uitmaakt en die op eigen kracht kan werken.

24\. De geplande inbreng dient derhalve met toepassing van de artikelen 11 en 18, § 3 W.BTW te gebeuren.

## II. C. Inzake registratierechten

25\. De in te brengen productieafdeling van de NV A is een geheel dat op technisch en organisatorisch gebied een autonome activiteit uitoefent en op eigen kracht kan werken. De inbreng heeft betrekking op alle activa en passiva van de productie-entiteit. Het personeel zal volledig mee worden overgedragen naar de nieuw opgerichte Belgische NV B.

26\. De vergoeding van de in te brengen bedrijfstak zal volledig gebeuren door toekenning van aandelen die maatschappelijke rechten vertegenwoordigen in de inbrenggenietende NV B. In casu is er geen opleg in contanten.

27\. De vrijstelling zal afhankelijk zijn van de vervulling van de vormvoorwaarden dewelke door de notaris dienen te worden opgenomen in de authentieke akte.

28\. De in te brengen bedrijfstak komt uit de Belgische NV A.

29\. De inbreng zal worden gedaan in een nieuw opgerichte Belgische NV B.

30\. De in het vooruitzicht gestelde inbreng van de bedrijfstak kan worden verricht onder het vrijstellingsregime voorzien in artikel 117, § 2 W.Reg.
