Fiche van de FOD Financiën
Voorafgaande beslissing nr. 2010.060 dd. 14.02.2012
Btw · Werken in onroerende staat · Voorschotfactuur · Verlaagd tarief · Onontvankelijk
Samenvatting
De aanvraag strekt er toe te vernemen of het verlaagd btw-tarief van 6% van toepassing is op werken in onroerende staat en er gebruik kan gemaakt worden van de administratieve tolerantie bepaald in de aanschrijving nr. 12 d.d. 10 oktober 1984.
Aangezien met betrekking tot de aanvraag, geen aanvullende gegevens werden verstrekt, heeft het College van de DVB, gelet op de bepalingen van artikel 21 van de Wet van 24 december 2002, beslist dat de aanvraag onontvankelijk is.
I. Voorwerp van de aanvraag
1 De aanvraag strekt ertoe te vernemen of:
1.1. Rechtspersoon X toepassing kan maken van het verlaagd btw-tarief van 6% overeenkomstig rubriek XXXI (werk in onroerende staat met betrekking tot privéwoningen) van tabel A van de bijlage bij het Koninklijk Besluit nr. 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en diensten bij die tarieven, met betrekking tot de renovatie van y;
1.2. rechtspersoon X toepassing kan maken van het verlaagd tarief btw-tarief van 6 % overeenkomstig artikel 1sexies van het Koninklijk Besluit nr. 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en de diensten bij die tarieven, met betrekking tot enerzijds de renovatie van x en anderzijds de bouw van z, voor zover de stedenbouwkundige vergunning voor 1 april 2010 werd ingediend;
1.3. rechtspersoon X toepassing kan maken van de administratieve tolerantie bepaald in de aanschrijving nr. 12 d.d. 10 oktober 1984, zodat bij definitieve weigering van erkenning, dan wel bij het uitblijven van enige uitvoeringsbesluiten inzake a, zij het verlaagd tarief terecht heeft toegepast in de mate dat het betrekking heeft op de activiteiten in de periode die voorafgaat aan deze definitieve weigering van de erkenning, dan wel het uitblijven van enige uitvoeringsbesluiten;
1.4. voor wat betreft de mogelijkheid van een voorschotfactuur betreffende de leveringen en de diensten inzake onroerende goederen, er bevestiging kan worden gegeven dat het steeds (en voornamelijk inzake werken in onroerende staat, waar het btw-tarief reeds herhaaldelijk gewijzigd is) het beleid is geweest van de btw-administratie om dit toe te laten, doch dat de civielrechtelijke gevolgen daarvan uitsluitend voor rekening van de partijen zijn. Er werden immers geen anti-avoidance bepalingen opgenomen in het W.btw of het KB ter uitvoering van het W.btw die dergelijke facturen bij nakende tariefwijzigingen zouden uitsluiten, zodat er mag worden aangenomen dat een voorschotfactuur in casu tot de wettelijke mogelijkheden behoort. Het lijkt me vervolgens aan de partijen (bouwheer-aannemer) te zijn om onderlinge overeenkomsten af te sluiten die de civielrechtelijke gevolgen hiervan regelen.
II. Beslissing
2 Aangezien met betrekking tot de aanvraag, geen aanvullende gegevens werden verstrekt, heeft het College van de DVB, gelet op de bepalingen van artikel 21 van de Wet van 24 december 2002, beslist dat de aanvraag onontvankelijk is.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.