---
title: "7 april 2003 · Werkingssfeer, levering van goederen · Rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen"
description: "Werkingssfeer, levering van goederen, plaats van de levering, vervolging, geding. Rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen (België), 7 april 2003."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak/werkingssfeer-levering-goederen-plaats-vervolging-rechtbank-antwerpen-2003-04-07-281c"
lang: "nl"
---

# Werkingssfeer, levering van goederen, plaats van de levering, vervolging · Belasting over de toegevoegde waarde

**Rechtscollege**

Rechtbank van eerste aanleg

**Zetel**

Antwerpen

**Datum**

7 april 2003

## Over het document

**Verzameling**

Belgische rechtspraak

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

93 paragrafen

### Fiche van de FOD Financiën

Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Antwerpen d.d. 07.04.2003

Samenvatting niet beschikbaar

**Tekst van het vonnis**

### Tekst van de beslissing

**V O N N I S gewezen en uitgesproken in het gerechtsgebouw te Antwerpen, op zeven april tweeduizend en drie in openbare zitting van de vierde F kamer van de rechtbank van eerste aanleg van het gerechtelijk arrondissement Antwerpen, alwaar zetelden :**

**L. B.**, enig rechter,

**N. D.**, adjunct-griffier.

**In zake : AR Nr. 00/1963/A**

**D B. P.**, bediende, geboren op …, wonende te …, ….

**eisende partij,**

verschijnende bij meester **C. Q.** loco meester **M. G.**, advocaat, kantoorhoudende te …, ….

**tegen :**

**DE BELGISCHE STAAT**, vertegenwoordigd door Mijnheer de Minister van Financiën, Administratie van de Belasting over de Toegevoegde Waarde, Registratie en Domeinen, vervolging en benaarstiging door mevrouw **M. J.**, waarnemend eerstaanwezend inspecteur van het BTW­ontvangkantoor van Turnhout, met kantoren te Turnhout, Spoorwegstraat 22, maar hebbende woonstkeuze gedaan op het kantoor van meester **L. H.**, gerechtsdeurwaarder verblijvende te …, ….

**verwerende partij,**

verschijnende bij meester **A. V. L. d. J.**, advocaat, kantoorhoudende te …, ….

Gezien de stukken in het dossier der rechtspleging, onder meer :

\- het exploot van rechtsingang, betekend door het ambt van gerechtsdeunvaarder **Ph. B.** te … op 29 december 1999.

\- de beschikking verleend overeenkomstig artikel 747, § 2 van het Gerechtelijk Wetboek op 11 september 2002,

\- de besluiten van partijen.

Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van talen in gerechtszaken.

Gelet op de verordeningen van de Raad van de ministers nummer 974/98 van 03 mei 1998 en nummer 1103/97 van 17 juni 1997 en de wetten van 26 juni 2000 en 30 juni 2000 ter invoering van de euro.

Gehoord de partijen in hun middelen en gezegden ter zitting van 3 maart 2003.

---

## Voorgaande

Eiser heeft op 9 mei 1995 een pleziervaartuig aangekocht van een handelsvennootschap in het Groothertogdom Luxemburg.

Een controleambtenaar van de Belgische BTW-belastingdiensten heeft in september-oktober 1997 een onderzoek verricht naar de BTW-gevolgen van deze verrichting.

Hij maakte daarover op 2 maart 1998 een proces-verbaal op, en poneerde daarin de verschuldigdheid van Belgische BTW aan de hand van volgende onderbouwing :

\- vaartuig langer dan 7,5 meter, aldus een vervoermiddel krachtens artikel 8bis, § 2, 1°

\- nieuw vervoermiddel krachtens artikel 8bis, § 2, 2°juncto, artikel 25ter, § 3 (dit laatste als wettelijk vermoeden van nieuwheid bij intracommunautaire verwerving)

\- artikel 25quinquies, § 5 (wettelijk vermoeden plaats van intracommunautaire verwerving in België bij woonplaats afnemer in België) te dezen "evenwel" [artikel 15, § 4 Wetboek BTW](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-15) (bij wijze van verkoop op afstand),

een en ander tegen het tarief van 20,5 % van kracht in 1995.

Op die berekende BTW werd een verminderde boete berekend gelijk aan 10 %, zulks onder verwijzing naar KB nr. 41 inzake BTW (waarvan Tabel A VIII), en tenslotte werd ook de verschuldigdheid van intrest krachtens artikel 91, § 1 W.BTW vermeld.

Het proces-verbaal werd gehecht aan een dwangbevel van 5 oktober 1999, dat uitvoerbaar werd verklaard op 26 oktober 1999, en dat met gerechtsdeurwaardersexploot van 2 november 1999 aan huidig eiser werd betekend.

Deze dagvaardde gemotiveerd in verzet met gerechtsdeurwaardersexploot van 29 december 1999, zulks evenwel voor de rechtbank te Turnhout, die vaststelde dat alleen de rechtbank te Antwerpen bevoegd is, zodat met vonnis van 24 maart 2000 de zaak werd verzonden naar deze rechtbank.

## Onderzoek en beoordeling

De toelaatbaarheid van de vordering in rechte wordt door verweerder niet betwist, en de rechtbank onderkent geen van ambtswege aan te voeren oorzaak van ontoelaatbaarheid.

Uit de stukken blijkt alvast (bijlage 5 van stuk 1 van verweerder) dat de boot die door eiser op 9 mei 1995 werd aangekocht bij een Luxemburgse handelsvennootschap, een totale lengte van 8,94 meter had, ondanks de misleidende vermelding op de door eiser ontvangen factuur en op de door eiser in België aangevraagde en verkregen vlaggenbrief, die elk slechts een lengte van 7,45 meter opgeven, wat evenwel slechts de lengte van de waterlijn is gebleken.

Waar de belastingdienst dan verderop evenwel vertrekt van het wettelijk vermoeden van nieuwheid dat bepaaldelijk geldt voor een vervoermiddel dat in België het voorwerp vormt van een intracommunautaire verwerving, past het dat verweerder duidelijk maakt hoe de belastingdienst is gekomen aan de toepassing van artikel 15, § 4, nu dat laatste wetsartikel bij lezing immers betrekking blijkt te hebben op goederen die geen nieuwe vervoermiddelen zijn.

Meer bepaald dient verweerder de gedachtesprong te verklaren tussen enerzijds het door eiser aan de belastingdienst gemelde zuiver privégebruik en anderzijds het daardoor van toepassing worden van de bijzondere regeling voor verkopen op afstand.

Verweerder houdt bij dit alles ook staande dat daarop te dezen toepassing moet worden gemaakt van artikel 25quinquies, § 5 W.BTW, dat bepaalt dat de intracommunautaire verwerving wordt geacht in België plaats te vinden wanneer de afnemer (hier eiser) op het tijdstip van de verwerving in België een woonplaats heeft (casus voor eiser).

In het kader van het haar voorgelegde geschil stelt de rechtbank daarbij de vraag of het door de belastingdienst aangewende artikel 25quinquies, § 5 W.BTW, dat voorkomt onder de Afdeling 'Intracommunautaire verwerving van goederen', van toepassing is ter zake van artikel 15, § 4 W.BTW inzake de verkoop op afstand, dat met name zelf niet onder de zonet vermelde Afdeling valt, maar wel onder de Afdeling 'Levering van goederen'.

Te dezen past het bepaaldelijk dat partijen debat voeren over volgende passage uit het proces-verbaal :

> "Op grond van [artikel 25quinquies, § 5 van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-25quinquies), wordt de vordering van de opeisbare BTW in België ingesteld.
>
> De koper roept evenwel het zuiver gebruik voor privédoeleinden in, wat resulteert in het ontstaan van de voorwaarde, voorzien door [artikel 15, § 4 van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-15), waardoor de bijzondere regeling voor verkopen op afstand van toepassing wordt, gezien de waarde van het vaartuig".

**0M DIE REDENEN,**

**DE RECHTBANK,**

Rechtdoende op **tegenspraak**.

Alle andere en strijdige conclusies verwerpend.

Verklaart de vordering toelaatbaar, maar alvorens uitspraak te doen over de grond van de zaak.

Beveelt in toepassing van artikel 774, eerste lid van het Gerechtelijk Wetboek ambtshalve de heropening der debatten teneinde partijen toe te laten debat te voeren over de hogerop opgeworpen rechtsvragen,

Zegt dat partijen overeenkomstig artikel 775 van het Gerechtelijk Wetboek zullen verschijnen voor deze kamer van de rechtbank, zetelend in het Gerechtsgebouw te 2000 Antwerpen, Britselei 57, op de zitting van **maandag acht september tweeduizend en drie om 11.00 uur tot 11.45 uur (zaal 12)**.

En bepaalt daartoe, gelet op de aard van de rechtsvragen, in volgorde volgende termijnen voor het opstellen en neerleggen van conclusies :

\- conclusie voor eiser : uiterlijk op 14 mei 2003;

\- conclusie voor verweerder : uiterlijk op 16 juni 2003;

\- conclusie voor eiser : uiterlijk op 30 juni 2003.

Houdt de beslissing over de kosten aan.

**N. D.** **L. B.**

**V O N N I S gewezen en uitgesproken in het gerechtsgebouw te Antwerpen, op drie november tweeduizend en drie in openbare zitting van de vierde F kamer van de rechtbank van eerste aanleg van het gerechtelijk arrondissement Antwerpen, alwaar zetelden :**

**L. B.**, enig rechter,

**N. D.**, adjunct-griffier.

**In zake : AR Nr. 00/1963/A**

**D. B. P.**, bediende, geboren op …, wonende te …, ….

**eisende partij,**

verschijnende bij meester **C. Q.** loco meester **M. G.**, advocaat, kantoorhoudende te …, ….

**tegen :**

**DE BELGISCHE STAAT**, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën, Administratie van de Belasting over de Toegevoegde Waarde, Registratie en Domeinen, vervolging en benaarstiging door mevrouw **M. J.**, waarnemend eerstaanwezend inspecteur van het BTW-ontvangkantoor van Turnhout, met kantoren te Turnhout, Spoorwegstraat 22, keuze van woonst gedaan hebbend op het kantoor van gerechtsdeurwaarder meester **L. H.**, gerechtsdeurwaarder, kantoorhoudende te …, ….

**verwerende partij,**

verschijnende bij meester **A. v. L. d. J.**, advocaat, kantoorhoudende te …, ….

Gezien de stukken in het dossier der rechtspleging, onder meer :

\- het tussenvonnis van de 4F kamer van de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen van 7 april 2003,

\- de besluiten van partijen.

Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van talen in gerechtszaken.

Gelet op de verordeningen van de Raad van de ministers nummer 974/98 van 03 mei 1998 en nummer 1103/97 van 17 juni 1997 en de wetten van 26 juni 2000 en 30 juni 2000 ter invoering van de euro.

Gehoord de partijen in hun middelen en gezegden ter zitting van 6 oktober 2003.

---

Uit de conclusies van partijen na tussenvonnis en uit de verder door partijen verstrekte uitleg is gebleken dat de verbalisant van het proces-verbaal van 2 maart 1998 niet kon beslissen op welke grondslag hij de belastbaarheid (in België) van eiser moest bouwen, nu hij het nu eens doet voorkomen alsof het ging om een intracommunautaire verwerving en dan weer alsof het ging om een verkoop op afstand, al naargelang zijn uitgangspunt.

Daaruit komt tot uiting dat de verbalisant de belastbaarheid niet bouwt op concrete feiten, maar wel op - bovendien niet noodzakelijk met elkaar overeenstemmende - mogelijkheden.

Illustratief daartoe is de wijze van opstelling van de tekst van het proces-verbaal, waarin er - door middel van het gebruik van het werkwoord 'kunnen' - meermaals slechts sprake is van het aannemen van hypotheses, met de door de rechtbank in het tussenvonnis gestelde vragen tot gevolg.

Het voorliggende proces-verbaal kan dan ook geen basis vormen tot bewijs in de zin en met de waarde van artikel 59, § 1, laatste lid van het Wetboek van Belasting over de Toegevoegde Waarde.

Het proces-verbaal is hier om dezelfde redenen - ook zonder de bijzondere bewijswaarde van art. 59, § 1 Wetboek-BTW - evenmin dienstig bij wijze van bewijs van belastbaarheid in de zin van een feitelijk vermoeden zoals bepaald in artikel 1353 Burgerlijk Wetboek.

De als vordering tot teruggave gestelde vordering moet bijgevolg gegrond worden verklaard.

De onwerkbaarheid van de door de belastingdienst vooropgestelde heffingsgrond impliceert op zich evenwel niet tegelijk dat deze belastingdienst tergend en roekeloos heeft gehandeld, zodat dit onderdeel van de vordering van eiser ongegrond moet word er verklaard.

De kosten moeten om deze reden worden verdeeld.

Eiser heeft geen recht op vergoeding van het rolrecht, dat immers wettelijk niet verschuldigd was in deze fiscale betwisting. Zijn dagvaardingkost wordt daardoor herleid tot (8.976 - 3.300 =) 5.676 BEF, nu te lezen als 140,70 EUR.

[Artikel 92bis Wetboek BTW](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-92bis) sluit beoordeling ter zake uitvoerbaarheid bij voorraad van het vonnis uit.

### Beschikkend gedeelte

**0M DIE REDENEN,**

**DE RECHTBANK,**

Rechtdoende op **tegenspraak**.

Alle andere en strijdige conclusies verwerpend.

Verklaart de reeds bij tussenvonnis toelaatbaar verklaarde vordering gedeeltelijk gegrond.

Verklaart het dwangbevel van 5 oktober 1999, uitgaande van het Ontvangkantoor Turnhout, uitvoerbaar verklaard op 26 oktober 1999, aan eiser betekend met exploot van 2 november 1999, onwettig en van generlei waarde,

Veroordeelt bijgevolg verweerder tot terugbetaling aan eiser, de sommen van 529.304 BEF, nu te lezen als 13.121,10 EUR, betaald op 5 november 1999, respectievelijk 212.031 BEF, nu te lezen als 5.256,11 EUR, betaald op 7 december 1999, samen 18.377,21 EUR, vermeerderd met moratoire intrest te berekenen conform [artikel 91, § 4 Wetboek BTW](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-91) op de vemelde sommen vanaf hun respectieve betaaldata aan de belastingdienst,

Wijst eiser af van het meer- en anders gevorderde,

Veroordeelt elke partij tot de helft van de kosten, deze aan elke zijde begroot, en door de rechtbank in hun geheel vereffend op 140,70 EUR dagvaardingskost en 342,09 EUR geactualiseerde rechtsplegingsvergoeding in hoofde van eiser, en op 342,09 EUR geactualiseerde rechtsplegingsvergoeding in hoofde van verweerder,

Stelt vast dat [artikel 92bis](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-92bis) van het Wetboek van Belasting over de Toegevoegde Waarde enige beoordeling ter zake de gevorderde uitvoerbaarverklaring bij voorraad uitsluit.

**N. D.** **L. B.**

## Aangehaalde teksten

4

[WBTW art. 15](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-15) 2 voorkomens

[WBTW art. 92bis](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-92bis) 2 voorkomens

[WBTW art. 25quinquies](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-25quinquies) 1 voorkomen

[WBTW art. 91](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-91) 1 voorkomen

## Vergelijkbare beslissingen

8

[Bewijs, controlemaatregel](https://juriel.be/nl/rechtspraak/bewijs-controlemaatregel-rechtbank-antwerpen-2003-11-03-ef04) 4 gemeenschappelijke bepalingen

[Overschrijding drempel IC-verwervingen, afstand van verlopen tijd van verjaring](https://juriel.be/nl/rechtspraak/overschrijding-drempel-ic-verwervingen-afstand-cassatie-all-cassation-2022-11-25-125b) 3 gemeenschappelijke bepalingen

[Verkopen op afstand, Recht op teruggaaf, Verjaring, Neutraliteits-en doeltreffendheidsbeginsel](https://juriel.be/nl/rechtspraak/verkopen-afstand-recht-teruggaaf-verjaring-rechtbank-gent-2021-11-24-961d) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Verkopen op afstand, Recht op teruggaaf, Verjaring, Neutraliteits-en doeltreffendheidsbeginsel](https://juriel.be/nl/rechtspraak/verkopen-afstand-recht-teruggaaf-verjaring-hof-van-beroep-gent-2023-05-02-ec95) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Zetel van economische activiteit, strafrechtelijk gewijsde, misbruik](https://juriel.be/nl/rechtspraak/zetel-economische-activiteit-strafrechtelijk-gewijsde-hof-van-beroep-gent-2024-01-09-351c) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Verkopen op afstand, Inlichtingen uit het buitenland](https://juriel.be/nl/rechtspraak/verkopen-afstand-inlichtingen-buitenland-verjaringstermijn-hof-van-beroep-brussel-2024-11-20-38f1) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Vormvereisten dwangbevel, gezag van gewijsde, zetel van economische activiteit](https://juriel.be/nl/rechtspraak/vormvereisten-dwangbevel-gezag-gewijsde-zetel-hof-van-beroep-gent-2023-06-20-aab9) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Afstandsverkoop, omzetberekening, margeregeling](https://juriel.be/nl/rechtspraak/afstandsverkoop-omzetberekening-margeregeling-rechtbank-gent-2025-11-20-db08) 2 gemeenschappelijke bepalingen
