---
title: "22 oktober 2002 · Werkingssfeer, levering van goederen · Rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen"
description: "Werkingssfeer, levering van goederen, plaats van de levering, belastbaar feit. Rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen (België), 22 oktober 2002."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak/werkingssfeer-levering-goederen-plaats-belastbaar-rechtbank-antwerpen-2002-10-22-2e35"
lang: "nl"
---

# Werkingssfeer, levering van goederen, plaats van de levering · Taxe sur la valeur ajoutée

**Rechtscollege**

Rechtbank van eerste aanleg

**Zetel**

Antwerpen

**Datum**

22 oktober 2002

## Over het document

**Verzameling**

Belgische rechtspraak

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

129 paragrafen

### Fiche van de FOD Financiën

Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Antwerpen d.d. 22.10.2002

Samenvatting niet beschikbaar

**Tekst van het vonnis**

### Tekst van de beslissing

**V O N N I S gewezen en uitgesproken in het gerechtsgebouw te Antwerpen, op tweeëntwintig oktober tweeduizend en twee in openbare zitting van de dertiende B kamer van de rechtbank van eerste aanleg van het gerechtelijk arrondissement Antwerpen, al waar zetelden :**

**L. L.**, enig rechter,

**I.M.**, adjunct-griffier.

Inzake A.R. Nr. **00/771/A**

**H. E. NV** in vereffening, voorheen NV **S.**, ingeschreven in het handelsregister te Antwerpen onder het nummer …, met maatschappelijke zetel gevestigd te …, …, voorheen …, …, ingeschreven in het register van de BTW onder het nummer BE …, voor wie optreedt haar vereffenaar, de heer **G. L.**, met kantoor te …, …,

**eisende partij,**

\- verschijnende bij meester **B. C.**, advocaat, kantoorhoudende te …, …,

**tegen :**

**BELGISCHE STAAT**, Administratie der Belasting over de Toegevoegde Waarde. Registratie en domeinen, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën, van wie de burelen zijn gevestigd te Brussel, op vervolging en benaarstiging van de heer Gewestelijk Directeur de Belasting over de Toegevoegde Waarde, Registratie en Domeinen te Antwerpen, in de persoon van de rekenplichtige van het BTW-Ontvangkantoor Antwerpen I, waarvan de kantoren zijn gevestigd te 2000 Antwerpen 1, Italiëlei 4 bus 4,

**verwerende partij,**

verschijnende bij meester **A. V. L. d. J.**, advocaat, kantoorhoudende te …, ….

Gezien de stukken in het dossier der rechtspleging, o.m. :

\- dossier van rechtspleging met A.R. nummer 95/3677/A;

\- conclusie voor eiseres neergelegd ter griffie op 20 juni 2000;

\- aanvullende conclusie voor verweerder neergelegd ter griffie op 7 november 2000;

\- syntheseconclusie voor eiseres neergelegd ter griffie op 22 oktober 2001;

\- tweede aanvullende en tevens syntheseconclusies voor verweerder neergelegd ter griffie op 10 december 2001;

\- vraag vaststelling cfr. artikel 750 Ger. W. neergelegd ter griffie op 16 januari 2002.

Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van talen in gerechtszaken.

De zaak gekend onder AR nummer 95/3677/A werd op zitting van 6 december 1999 overeenkomstig artikel 730, § 2 Ger.W. ambtshalve weggelaten.

Deze zaak werd op 7 februari 2000 her ingeschreven onder AR nummer 00/771/A.

Gelet op de verordeningen van de Raad van de ministers nummer 974/98 d.d. 03 mei 1998 en nummer 1103/97 d.d. 17 juni 1997 en de wetten van 26 juni 2000 en 30 juni 2000 ter invoering van de euro.

Gehoord partijen in hun rechtsmiddelen en gezegden ter zitting van 24 september 2002.

---

## VOORWERP VAN DE VORDERING

De vordering van eiseres strekt ertoe de dwangbevelen Reg 127/51.95 en Reg 127/52.9.5. beiden uitgevaardigd op 15 juni 1995 door de heer **D. D. B.**, Ontvanger a.i. van het eerste BTW-ontvangkantoor te Antwerpen, van nul en generlei waarde te horen verklaren en verzoekster te horen ontslaan van alle in deze dwangbevelen van haar gevorderde sommen.

Verder verweerder te horen veroordelen tot integrale terugbetaling van alle bedragen welke ten onrechte werden betaald of ingehouden en toegerekend werden op de sommen vermeld in de dwangbevelen, waarvan thans vernietiging wordt gevorderd, bedragen te vermeerderen met moratoire intresten.

Verweerder te horen veroordelen tot de kosten van het geding, dit alles bij een bij voorraad uitvoerbaar vonnis.

## FEITEN

Eiseres, (verder ook aangewezen met haar vroegere benaming **S.**) was groothandelaar in audio visuele apparatuur en meer bepaald verdeler op het grondgebied van de Benelux van de producten van **S.** Japan.

Huidige procedure betreft het verzet tegen twee dwangbevelen, op dezelfde dag uitgevaardigd door verweerder tegen **S.** betreffende door deze geleverde goederen, waarop vrijstelling van BTW werd ingeroepen doch mits toepassing van een ander artikel van het (oud) BTW-wetboek.

Met dwangbevel Reg.127/51.95 wordt BTW nagevorderd omdat de leveringen aan enkele Nederlandse firma's in werkelijkheid bestemd zouden zijn geweest voor de Heer **A. V.**, die de goederen illegaal in België terug zou binnengebracht hebben om ze hier in het zwart circuit te verkopen.

Eiseres zou op de uitvoerfacturen BTW verschuldigd zijn ten belope van … BEF evenals speciale tax op luxeproducten ten belope van … BEF. Het dubbel van deze bedragen wordt daarenboven als geldboete nagevorderd.

Met dwangbevel reg. 127/52.95 wordt BTW en een boete nagevorderd, omdat leveringen aan de C.V. **N. I.**, geleverd met vrijstelling van BTW overeenkomstig art. 43 (oud) W.BTW, in werkelijkheid grotendeels zouden zijn geschied aan ene **F. P.**, die ze daarna op de Belgische markt zou hebben afgezet.

Stelling van verweerder is dat de uitgestippelde werkwijze inzake het opgezet handelsverkeer door de heer **A. V.** en **F. P.**, geen definitieve uitvoer van de goederen tot gevolg had maar dat het ging om verkopen in het binnenland, met andere woorden in België, zonder dat deze aldus in de boekhouding verwerkt werden.

Verweerder komt tot deze stelling naar aanleiding van inzage door de BBI van de dossiers betreffende verschillende strafonderzoeken.

Op 4 mei 1995 redigeerde **J.-P. B.**, adjunct-verificateur van de Administratie van de BTW, registratie en domeinen, ter beschikking gesteld van de Administratie van de Bijzondere Belastinginspectie, 3° inspectie van Hasselt, twee processen-verbaal met zijn bevindingen.

Enerzijds wordt gesteld :

> *"uit het geheel van gegevens die voorafgaan is gebleken dat :*
>
> *-* ***V. A.****, achtereenvolgens ingeschreven … en … te …, doch verblijvende … te …, persoonlijk koper is van goederen door* ***S.*** *NV gefactureerd aan de hiervoor genoemde Nederlandse firma's dewelke door* ***V. A.*** *als tussenschakel werden gebruikt, teneinde de goederen BTW-vrij op de Belgische zwarte markt af te kunnen zetten.*
>
> *-* ***N. G.****, werkzaam als algemeen directeur voor* ***S.*** *NV, goed op de hoogte was van het gebeuren en wist dat de goederen in kwestie in werkelijkheid voor* ***V. A.*** *bestemd waren,*
>
> *-* *de NV* ***S.*** *betrokken is in het opzetten van een facturatie-keten welke slechts een manoeuver is geweest om de werkelijke bestemming van de goederen in kwestie te verdoezelen en waarbij de goederenstroom volledig afwijkt van de facturenstroom.*
>
> Conclusie : Uit hetgeen voorafgaat moet bijgevolg worden afgeleid dat door de NV **S.** om de fraude te camoufleren, facturen werden opgesteld waarop als afnemer andere firma's - met name **I.** BV, **P. T.** BV, **R.** BV, TVA en **B.** BV - dan de reële koper- in casu **V. A.**- werden vermeld, en waarbij de goederen in kwestie dus niet bestemd waren voor de hierboven vermelde firma's die op de facturen vermeld zijn."

Deze vaststelling gaf aanleiding tot dwangbevel Reg.127/51.95.

Het tweede verslag besluit :

> *"uit het geheel van gegevens die voorafgaan moet bijgevolg worden afgeleid dat :*
>
> *-* *de genaamde* ***P. F.*** *persoonlijk koper is van de goederen die door de NV* ***S.*** *werden gefactureerd aan de CV* ***N. I.*** *- met uitzondering van de levering op 16/11/1990 nummer … - om die goederen op de Belgische zwarte markt te kunnen afzetten.*
>
> *-* *De genaamde* ***N. G.****, werkzaam als algemeen directeur voor* ***S.*** *NV, goed op de hoogte was van het gebeuren en wist dat de goederen in kwestie in werkelijkheid voor* ***P. F.*** *bestemd waren.*
>
> *-* *Door de NV* ***S.****, om de fraude te camoufleren, facturen werden opgesteld waarop als afnemer een andere firma -met name de CV* ***N. I.*** *-dan de reële koper­ in casu* ***P. F.****- werd vermeld, en waarbij de goederen in kwestie dus niet de bestemming hebben gekregen die op de facturen is aangegeven.*
>
> *-* *De vrijstellingen zoals vermeld op de hiervoor bedoelde facturen, ten onrechte gebeurde."*

Deze vaststellingen waren aanleiding tot dwangbevel Reg. ….

Tegen de dwangbevelen wordt verzet aangetekend bij akte d.d. 4 juli 1995.

## BEOORDELING

Op basis van de door partijen ontwikkelde argumenten en de voorgelegde stukken komt de rechtbank tot volgende besluiten :

A. Procedurele grieven :

\*onrechtmatig verkregen bewijs.

Door eiseres wordt opgeworpen dat de bewijzen zowel wat betreft levering van **S.** aan **N.** als de leveringen van **S.** aan de Nederlandse Vennootschappen **P. D.**. T.V.A., **B.** e.a. op onrechtmatige wijze verkregen zouden zijn.

Door eiseres wordt niet betwist dat de nodige machtiging van de Procureur-Generaal tot inzage van de strafdossiers bekomen werd, doch wordt gesteld dat geen geldige delegatie voorligt in het dossier betreffende de leveringen aan **N.** en dat het goed mogelijk is dat de BBI van Brussel in plaats van de BBI van Hasselt inzage nam in het dossier betreffende leveringen aan **P. D.**, T.V.A., **B.**. e.a.

Door de verbaliserende ambtenaar wordt in zijn proces-verbaal uitdrukkelijk verwezen naar de machtigingen tot inzage van de Procureur-generaal.

Welke ambtenaar er precies door de gewestelijke Directeur wordt aangeduid om inzage te nemen is niet relevant, nu dit gegeven de rechtsgeldigheid van de inzage niet kan beïnvloeden.

\*Inbreuk op de taalwetgeving :

Door eiseres wordt opgeworpen dat het proces-verbaal d.d. 04 mei 1995, dat gehecht is aan het dwangbevel Reg. 127/52/95 een aantal woordelijke aanhalingen bevat van verklaringen die in de Franse taal werden afgelegd, wat volgens haar manifest in strijd is met art. 32-34 e.v. van de taalwet bestuurszaken, wat de nietigheid van het proces-verbaal tot gevolg zou hebben.

Deze stelling kan niet aangenomen worden.

Het dwangbevel is uitsluitend opgesteld in de Nederlandse taal.

Eveneens het proces-verbaal dat hieraan ten grondslag ligt is opgesteld in de Nederlandse taal, waarbij ter illustratie van de bewering dat de goederen die op factuur vermeld zijn, niet aan **N. I.** geleverd zijn, maar integendeel, besteld, betaald en afgehaald werden door **P.**, naast Nederlandstalige, ook Franstalige verklaringen uit het strafdossier geciteerd worden.

Het citeren, ter illustratie van een anderstalige verklaring, in een in de Nederlandse taal opgesteld proces-verbaal, heeft niet de nietigheid hiervan tot gevolg en voldoet aan de motiveringsverplichting.

B. Ten gronde

Zoals hoger aangegeven is het standpunt van verweerder dat uit het geheel van zich voorgedane feiten, verklaringen en vaststellingen gebleken is dat eiseres Belgische leveringen van goederen verrichtte, waarop, aldus blijkt uit de facturering, ten onrechte vrijstelling van BTW werd ingeroepen bij toepassing van art. 39 dan wel 43 (oud) W.BTW.

Meer bepaald wordt gesteld dat de werkwijze opgezet door enerzijds de heer **A. V.**, anderzijds **F. P.**, geen definitieve uitvoer van de goederen tot gevolg had nu beide personen in België gevestigd waren, wat ook het geval was voor de eigenlijke kopers van de goederen.

Gesteld wordt dat de Nederlandse tussenschakels (nepbedrijven) enkel tot doel hadden om van de BTW verleggingsregeling, toepasselijk in de Benelux, te kunnen genieten, waardoor een soort van vrijstellingsregeling werd bekomen, om vervolgens de goederen terug naar België te transporteren, zonder dat deze werden aangegeven aan de Nederlands-Belgische grens (sluikinvoer).

Uitgangspunt van de redenering van verweerder is dat de eindbestemming van de goederen en de bedoeling was, het in het zwart leveren van goederen in België.

\*Dwangbevel 127/51/95.

Redenering van verweerder is dat door eiseres, om de fraude te camoufleren, facturen werden opgesteld waarop als afnemer andere firma's met name **I.** BV, **P. T.** BV, **R.** BV, T.V.A. en **B.** BV.- dan de reële koper in casu **V. A.**­ werden vermeld en waarbij de goederen in kwestie dus niet bestemd waren voor de hiervoor vermelde firma's die op de factuur vermeld zijn.

Juridisch luidt de redenering dat op grond van art.10 W.BTW, er tussen de NV **S.** de Nederlandse firma's waarop facturen zijn opgesteld, geen leveringen gebeurd zijn, aangezien tussen beide partijen geen contract bestond onder bezwarende titel tot overdracht of aanwijzing van eigendom of vruchtgebruik, nu duidelijk is dat bedoelde Nederlandse firma's nooit de macht hadden om als eigenaar over de goederen te beschikken.

Gezien er van levering geen sprake is in hoofde van de Nederlandse firma's kon de vrijstelling beoogd in art. 39, § 1, 2° (oud) W.BTW evenmin worden ingeroepen.

Gezien de reële verkrijger van de goederen **V. A.** is, zijn de uitgereikte facturen niet conform de wettelijke bepaling, daar zij niet de naam of de maatschappelijke benaming van de mede contractant, **V.**, vermelden.

Op grond van de bepalingen van art.[15](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-15) en [16](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-16) van het BTW-wetboek, dienen de kwestieuze leveringen geacht hier ten lande te zijn gebeurd.

Gezien door het niet of onjuist aangeven van belastbare handelingen en het niet voldoende van de verschuldigde BTW door het ten onrechte inroepen van vrijstelling, cfr. art. 39, § 1, 2° W.BTW inbreuk gepleegd werd op art. 50, § 1, 3° en 4° W.BTW, is de opgelegde sanctie verantwoord.

Het is vaststaande rechtspraak dat het aan verweerder toekomt, het bewijs van zijn leveringen te leveren, door alle bewijsmiddelen van gemeen recht, getuigenissen en vermoedens inbegrepen.

Verweerster beschikt over een wettelijk, zij het weerlegbaar vermoeden, dat de vaststellingen opgenomen in een proces-verbaal van zijn controleurs, juist zijn.

Deze bijzondere bewijskracht kan slechts toegekend worden aan de zintuiglijke waarnemingen van de verbalisanten.

De boven weergegeven redenering van verweerder is correct uitgaande van de premisse dat eiseres kennis had van het door de heer **V.** opgezette fraudecircuit.

Verweerder is de mening toegedaan dat dit in casu het geval is, wat hij meent te kunnen afleiden uit elementen uit het strafrechtelijk onderzoek o.m. :

\- dat **A. V.** voor verschillende firma's goederen bestelde, dewelke contant betaald werden,

\- de verklaring van getuigen dat de goederen bestemd waren voor **V.**,

\- het terugvinden van de goederen in loodsen te … en …,

\- de verklaring van chauffeurs ...

Hier tegenover staat dat de betrokken apparatuur, conform de voorschriften van het W.BTW en de uitvoervrijstelling, met name met opmaak van Benelux 50 documenten, werden uitgevoerd.

Er bestaat geen betwisting over dat de goederen effectief naar Nederland uitgevoerd werden.

Dit gegeven wordt met zoveel woorden bevestigd in het vonnis van de correctionele rechtbank te Brussel, d.d. 25 februari 1999 (stuk 14 eiseres pag.26)

Gesteld wordt : *"Uit de verklaringen van* ***L.*** *(****R. B.****, afgelegd in uitvoering van een rechtshulpverzoek van de onderzoeksrechter, blijkt dat betichte* ***A. V.*** *te bestempelen is als de organisator van een hele reeks operaties waarbij gebruik gemaakt werd van Nederlandse firma's om uit België afkomstige goederen belastingvrij op de Belgische markt te brengen.*

*Het staat vast dat de goederen fysisch in Nederland werden ingevoerd, het staat echter evenzeer vast dat ze grotendeels slechts in Nederland transiteerden en weer naar België werden gevoerd... "*

De heer **N.**, verantwoordelijke van eiseres, werd in deze zaak vervolgd wegens valsheid in geschrifte en/of gebruik van valse geschriften, door het valselijk opstellen op laten opstellen van hiernavermelde documenten, waarbij de bestemming der bedoelde documenten een buitenlandse firma is die louter fungeert als doorgeefluik of tussenschakel in het circuit voor het "zwart" maken van (electro)goederen in de regel onderworpen aar het hoogste BTW-tarief, zodat de goederen, hoe dan ook, in een "zwart circuit" terechtgekomen zijn in België met als werkelijke bestemming **V. A.** met het bedrieglijk opzet om de verschuldigde BTW te ontduiken, de desbetreffende stukken in origineel als van valsheid beticht, neergelegd zijnde ter correctionele griffie, te weten de uitgaande facturen van de firma NV **S.** aan de Nederlandse firma’s **l.**, **P. D.** **R.**, T.V.A. en **B.**.

Dat verder de Heer **N.** beticht werd om met bedrieglijk opzet met het oogmerk om te schaden de bepalingen van het wetboek van de belasting op de toegevoegde waarde of van de ter uitvoering ervan genomen besluiten overtreden te hebben door rechten te hebben ontdoken met betrekking tot de verrichtingen welke aan BTW onderworpen waren of meegeholpen te hebben de ontduiking tot stand te brengen en de terzake geldende formaliteiten niet te hebben nageleefd door onder meer voor te stellen alsof er goederen onder vrijstelling van BTW uit het rijk uitgevoerd werden, terwijl deze goederen in werkelijkheid zonder betaling van BTW terug naar België uitgevoerd werden of zelfs België in zijn geheel niet verlieten, teneinde aldaar verder verkocht te worden.

De rechtbank beslist terzake:" Betichte **N.** betwist dat deze feiten aan hemzelf kunnen worden toegeschreven. *Hij voert -in principe terecht- aan dat de verkoper niet kan worden aansprakelijk gesteld voor het gebruik dat de koper zal maken van de goederen, zodat de facturen niet vals kunnen zijn.*

*Anders is het gesteld wanneer de verkoper weet dat de facturen slechts moeten dienen om een BTW zwendel op het getouw te zetten. In verband met dit laatste wordt aan de hand van de gegevens van het dossier, niet afdoende aangetoond dat betichte* ***N.*** *,wist wat er aan de hand was. Het meest bezwarende element is misschien de verklaring van* ***J. W.*** *aan de FIOD : "****S.*** *heeft net zoveel boter op zijn hoofd en wist ook waarvoor de bijeenkomst was ... "* Deze verklaring vormt op zich echter geen afdoend bewijs”. ( stuk 14 eiseres pag.27)

Door deze vrijspraak, welke gezag van gewijsde heeft, staat vast dat de heer **N.** als verantwoordelijke van eiseres, geen valsheid pleegde bij het opstellen van de factuur gericht aan de Nederlandse firma's en hij zich niet schuldig gemaakt heeft aan het ontduiken van rechten of het meehelpen hieraan.

Het gezag van gewijsde van deze beslissing spreekt de premisse tegen van de redenering van verweerder dat eiseres weet had van het door de heer **V.** opgezet fraudecircuit, zodat de volledig hieruit volgende redenering, welke leidde tot het dwangbevel reg. 127/51.95 komt te vervallen.

Dit geldt te meer daar eiseres redelijkerwijze mocht aannemen dat de heer **V.** handelde voor rekening van de Nederlandse Vennootschappen nu o.m. de heer **W.** door hem bij eiseres werd meegebracht en voorgesteld als Directeur van **P. D. T.** BV, de goederen tijdens de gevangenschap van de heer **V.** besteld werden door de heer **B.**, medeëigenaar van verschillende van de Nederlandse Vennootschappen...

Besloten dient te worden dat verweerder niet slaagt in de op haar rustende bewijslast.

\*Dwangbevel 127/52/95.

In deze zaak werd door de heer **P.**, misbruik gemaakt van de vrijstelling van art.43 (oud) W.BTW.

Het toenmalig art. 43 schreef de mogelijkheid voor dat een belastingplichtige afnemer de goederen die hij aankoopt, met vrijstelling van belasting kon aankopen, mits ze voor uitvoer bestemd waren.

Art. 19 e.v. van het Koninklijke Besluit nummer 18 bepaalt welke voorwaarden de afnemer moet vervuIIen om de vrijstelling te bekomen.

Art. 23 van het Koninklijk Besluit nummer 18 legt aan de leverancier de verplichting op de ontvangen bestelbons te nummeren en te bewaren en op zijn uitgaande factuur melding te maken van de vrijstelling van art. 43.

De leverancier of dienstverrichter wordt van alle aansprakelijkheid ontslagen als de ont vangen bestelbon regelmatig is en hij de verplichting opgelegd door § 1 heeft nageleefd.

Stelling van verweerder is dat NV **N.**, met wie eiseres handelde, misbruik maakt van art. 43 W.BTW, dit met medeweten van eiseres welke er zelfs een essentiële rol in ver vulde waarvoor zij aansprakelijk dient gesteld (synthesebesluiten verweerster pag.32)

De medeplichtigheid van eiseres om misbruik te maken van de toegekende vergunning wordt volgens verweerster duidelijk bewezen in het proces-verbaal.

De bewijslast dat eiseres zich niet hield aan de bepalingen welke toepassing van art. 4 W.BTW mogelijk maken, ligt bij verweerder.

Er bestaat geen betwisting over dat eiseres voor de door haar geleverde goederen, beschik over bestelbons uitgaande van CV **N.**, dat deze bestelbons door haar genummerd werden en bewaard en dat de uitgaande facturen melding maken van de vrijstelling van art. 43.

Stelling van verweerder is dat de koper een andere persoon is dan deze die op de uitgereikte facturen werd vermeld als klant, te weten de heer **P. F.**, in plaats van **N.** CV en dat dienvolgens de formaliteiten bedoeld in art. 23 van het Koninklijk Besluit nummer 18 van 27 december 1977 niet werden nageleefd.

Het voorliggende proces-verbaal toont niet ten genoege van recht aan dat eiseres wist moest weten dat de uiteindelijke bestemming van de goederen de heer **P.** was en niet CV **N. I.**.

De bestelbonnen gingen uit van CV **N.**, de heer **P.** had duidelijk bevoegdheid CV **N. I.** te vertegenwoordigen daar :

\- de bestelbons naar **N.** verwezen,

\- de goederen meermaals afgehaald werden door een chauffeur van **N.**,

\- de heer **V. d. V.**, verantwoordelijke van **N.** door **P.** bij eiser geïntroduceerd werd,

\- een deel van de leveringen effectief voor **N.** bestemd waren

Besloten dient dan ook te worden dat verweerder niet het bewijs levert dat eiseres aansprakelijk is voor het misbruik van de vrijstelling van art. 43 W.BTW, door haar afnemer en zij dienvolgens hiervoor niet gehouden kan zijn.

### Beschikkend gedeelte

**0M DIE REDENEN,**

**DE RECHTBANK,**

Rechtdoende op tegenspraak.

Alle andere en strijdige middelen verwerpend.

Verklaart de vordering ontvankelijk en gegrond,

Verklaart de dwangbevelen nr. 127/51.95 en nr. 127/52.95 uitgevaardigd op 19 juni 1995 van nul en generlei waarde. Ontslaat eiseres van alle in dit dwangbevel van haar gevorderde sommen, en veroordeelt verweerder tot integrale terugbetaling van alle bedragen die ten onrechte werden betaald of ingehouden en toegerekend werden op de sommen vermeld in deze dwangbevelen, alle bedragen te vermeerderen met de moratoire intresten overeenkomstig [art. 91 Wetboek BTW](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-91)

Veroordeelt verwerende partij om te betalen aan eisende partij de kosten van het geding, langs de zijde van eisende partij tot op heden begroot op … EUR dagvaardingskosten en rolstelling en … EUR rechtsplegingsvergoeding en door de Rechtbank vereffend op … EUR dagvaardingskosten en rolstelling en … EUR rechtsplegingsvergoeding.

Wijst het anders en/of meergevorderde af.

**I.M.** **L. L.**

## Aangehaalde teksten

3

[WBTW art. 15](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-15) 1 voorkomen

[WBTW art. 16](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-16) 1 voorkomen

[WBTW art. 91](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-91) 1 voorkomen

## Vergelijkbare beslissingen

8

[Invoering van de belasting, werkingssfeer, levering van goederen](https://juriel.be/nl/rechtspraak/invoering-belasting-werkingssfeer-levering-goederen-rechtbank-mechelen-2000-03-16-0127) 3 gemeenschappelijke bepalingen

[Overschrijding drempel IC-verwervingen, afstand van verlopen tijd van verjaring](https://juriel.be/nl/rechtspraak/overschrijding-drempel-ic-verwervingen-afstand-cassatie-all-cassation-2022-11-25-125b) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Bijzondere rekening, Formele wettigheid van de kennisgeving](https://juriel.be/nl/rechtspraak/bijzondere-rekening-formele-wettigheid-kennisgeving-rechtbank-namen-2020-04-30-3b6e) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Verkopen op afstand, Recht op teruggaaf, Verjaring, Neutraliteits-en doeltreffendheidsbeginsel](https://juriel.be/nl/rechtspraak/verkopen-afstand-recht-teruggaaf-verjaring-rechtbank-gent-2021-11-24-961d) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Proportionele geldboeten, Evenredigheid](https://juriel.be/nl/rechtspraak/proportionele-geldboeten-evenredigheid-bevoegdheid-rechter-cassatie-brussel-2023-03-02-bf34) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Verkopen op afstand, Recht op teruggaaf, Verjaring, Neutraliteits-en doeltreffendheidsbeginsel](https://juriel.be/nl/rechtspraak/verkopen-afstand-recht-teruggaaf-verjaring-hof-van-beroep-gent-2023-05-02-ec95) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[BTW-Schuld, Gebouw, Terrein, gebouwd onroerend goed](https://juriel.be/nl/rechtspraak/btw-schuld-gebouw-terrein-gebouwd-rechtbank-2025-12-15-34eb) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Zetel van economische activiteit, strafrechtelijk gewijsde, misbruik](https://juriel.be/nl/rechtspraak/zetel-economische-activiteit-strafrechtelijk-gewijsde-hof-van-beroep-gent-2024-01-09-351c) 2 gemeenschappelijke bepalingen
