---
title: "3 september 2010 · Werkingssfeer, levering van goederen · Rechtbank van eerste aanleg te Leuven"
description: "Werkingssfeer, levering van goederen, belastbare handeling, vervolging, geding. Rechtbank van eerste aanleg te Leuven (België), 3 september 2010."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak/werkingssfeer-levering-goederen-belastbare-handeling-rechtbank-leuven-2010-09-03-7ef9"
lang: "nl"
---

# Werkingssfeer, levering van goederen, belastbare handeling, vervolging, geding · Belasting over de toegevoegde waarde

**Rechtscollege**

Rechtbank van eerste aanleg

**Zetel**

Leuven

**Datum**

3 september 2010

## Over het document

**Verzameling**

Belgische rechtspraak

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

62 paragrafen

### Fiche van de FOD Financiën

Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Leuven d.d. 03.09.2010

Samenvatting niet beschikbaar

**Tekst van het vonnis**

### Tekst van de beslissing

## RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG LEUVEN. AFDELING BURGERLIJKE RECHTBANK - twaalfde kamer

Rol nr. : **07/1060/A**

Inzake :

**1.** **CVOA S.**, KBO nummer …, met maatschappelijke zetel te … (…), … en met administratieve zetel te … (…), ….

**2.** **R. L.**, …, gepensioneerde, wonende te …,

**3.** **R. M.-T.**, …, gepensioneerde, wonende te …,

**eisers,** sub 1 ter zitting vertegenwoordigd door haar gedelegeerd bestuurder sub 2, die in persoon aanwezig is en sub 3 verstekdoende.

**tegen :**

**BELGISCHE STAAT**, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën, Administratie van de Ondernemings- en inkomensfiscaliteit, Sector BTW, in de persoon van ontvanger van het BTW-Ontvangkantoor te 3000 Leuven, Philipssite 3A bus 2.

**verweerder,** ter zitting vertegenwoordigd door meester **C.**, advocaat te …, ….

## I. Procedure

De bepalingen van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken werden nageleefd.

De rechtbank nam onder meer kennis van :

\- het verzoekschrift op tegenspraak op 9 mei 2007 ter griffie neergelegd;

\- de behoorlijk neergelegde conclusies en stukken;

\- de overige stukken van het rechtsplegingsdossier.

De advocaat van verweerder en de heer **L. R.**, die als gedelegeerd bestuurder ook de CVOA **S.** vertegenwoordigt, werden gehoord op de openbare zitting van 4 juni 2010. **M. R.** was op deze zitting niet aanwezig. De heer **L. R.** heeft verzocht of hij zijn echtgenote, die hem hiertoe een volmacht had gegeven, mocht vertegenwoordigen.

Artikel 728, § 1, van het van het Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat op het ogenblik van de rechtsingang en later de partijen in persoon of bij advocaat dienen te verschijnen.

Artikel 728, § 2, van het Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat voor de vrederechter, de rechtbank van koophandel en de arbeidsgerechten de partijen ook mogen vertegenwoordigd worden door hun echtgenoot of een bloed- of aanverwante houder van een schriftelijke volmacht en speciaal door de rechter toegelaten.

De rechtbank van eerste aanleg wordt in dit artikel niet genoemd. Dit betekent dat de vertegenwoordiging door een echtgenoot voor de rechtbank van eerste aanleg niet mogelijk is en partijen persoonlijk dienen te verschijnen, tenzij zij vertegenwoordigd worden door een advocaat (artikel 728, § 1, van het Gerechtelijk Wetboek).

De vertegenwoordiging van **M. R.** door haar echtgenoot de heer **L. R.** is dan ook niet toegestaan.

Gelet op de beschikking genomen met toepassing van artikel 747 van het Gerechtelijk Wetboek wordt het vonnis ook wat **M. R.** betreft op tegenspraak uitgesproken.

Nadat de rechtbank de zaak op de zitting van 4 juni 2010 in beraad had genomen hebben **L. R.** en de CVOA **S.** bij schrijven d.d. 4 juni 2010 nog een stuk aan de rechtbank toegezonden. De rechtbank kan geen rekening houden met stukken die aan haar werden bezorgd nadat de zaak in beraad werd genomen (artikel 771 van het Gerechtelijk Wetboek).

## II. De feiten

Op 24 maart 2006 werd door een financieel assistent bij de AOIF, BTW-controlekantoor Leuven een onderzoek gedaan bij eiseres CVOA **S.**. Alhoewel eiseres boekhoudkundige prestaties levert sedert 2004 was zij nog niet ingeschreven als BTW-belastingplichtige. Bij schrijven d.d. 18 augustus 2006 werd aan CVOA **S.** meegedeeld dat de administratie het ondernemingsnummer van CVOA **S.** heeft geactiveerd als BTW-identificatienummer.

Naar aanleiding van dit onderzoek werd op 5 december 2006 proces-verbaal opgesteld.

Het proces-verbaal vermeldt dat uit de resultatenrekening blijkt dat het omzetcijfer voor 2004 … euro bedraagt en voor 2005 … euro. Hierop is een BTW verschuldigd van respectievelijk … euro en … euro en een geldboete van het dubbel van de ontdoken belasting, hetzij … euro.

Op 26 maart 2007 wordt door het BTW-ontvangkantoor Leuven voor deze sommen, vermeerderd met intrest, een dwangbevel uitgevaardigd dat op 29 maart 2007 uitvoerbaar wordt verklaard.

## III. De vorderingen

Eisers voeren aan dat de omzet van 2004 een bedrag van … euro bevat dat betrekking heeft op "een overdracht van algemeenheid van cliënteel verricht onder de voorwaarden van [artikel 11 van het BTW Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-11)." Zij vragen ontheffing van de BTW die op dit bedrag gevorderd wordt.

Zij vragen tevens ontheffing van de in het dwangbevel gevorderde boete en intresten.

## IV. Beoordeling

1\. In bijzondere gevallen mag de bevoegde gewestelijke directeur van de belasting over de toegevoegde waarde, registratie en domeinen, onder door hem bepaalde voorwaarden, vrijstelling verlenen voor alle in artikel 91, §§ 1 en 2, bedoelde interesten of voor een deel ervan ([artikel 84bis BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-84bis)).

De belastingplichtige heeft geen subjectief recht te worden vrijgesteld van zijn wettelijke verplichting om nalatigheidsinteresten te betalen.

De bevoegdheid om vrijstelling van nalatigheidsintresten toe te kennen komt enkel toe aan de gewestelijke directeur.

De rechtbank mag zich niet in de plaats van de gewestelijke directeur stellen en in zijn plaats de gevraagde vrijstelling toestaan. De rechtbank kan enkel nagaan of de beslissing van de gewestelijke directeur in overeenstemming met de wet genomen werd en deze desgevallend vernietigen.

Eisers hebben geen vraag tot vrijstelling van nalatigheidsintresten gericht tot de gewestelijke directeur. De rechtbank is zonder rechtsmacht om over deze vraag te oordelen.

2\. Voor het overige is de vordering ontvankelijk.

3\. Eisers leggen een overeenkomst neer gedateerd 10 december 2004. Volgens deze overeenkomst heeft CVOA **S.** "een klantenlijst van een boekhoudkantoor" overgelaten voor de prijs van … euro. De helft van dit bedrag wordt betaald bij de ondertekening van de overeenkomst, de andere helft zal maandelijks worden afbetaald.

Volgens eisers zou de helft van het bedrag van de overname die betaald werd vervat zitten in de omzet van 2004 en is hierop geen BTW verschuldigd.

4\. Eisers leggen geen facturen neer. Er wordt geen enkel boekhoudkundig stuk neergelegd in verband met deze overdracht van cliënteel. Eisers erkennen dat hiervoor geen factuur werd opgemaakt.

In de jaarrekening die voor het jaar 2004 werd opgemaakt is van deze overdracht geen spoor terug te vinden. Deze jaarrekening vermeldt enkel "honoraria" (… euro) en "commissies" (… euro).

5\. Als levering wordt niet beschouwd de overdracht van een algemeenheid van goederen of van een bedrijfsafdeling, onder bezwarende titel of om niet, bij wege van inbreng in vennootschap of anderszins, wanneer de overnemer een belastingplichtige is die de belasting, indien ze ingevolge de overdracht zou verschuldigd zijn, geheel of gedeeltelijk zou kunnen aftrekken. In dat geval wordt de overnemer geacht de persoon van de overdrager voort te zetten ([artikel 11 BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-11)).

6\. Onder "de overdracht van een algemeenheid van goederen of van een bedrijfsafdeling" dient verstaan te worden de overdracht van een handelszaak of van een autonoom bedrijfsonderdeel met lichamelijke en eventueel ook onlichamelijke zaken, welke tezamen een onderneming of een gedeelte van een onderneming vormen waarmee een autonome economische activiteit kan worden uitgeoefend (Hof van Justitie, arrest van 27 november 2003 in de zaak [C-497/01](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-497-01-arrest) *Zita Modes*).

De overdracht van "een klantenlijst van een boekhoudkantoor" is geen dergelijke overdracht van een algemeenheid van goederen of van een bedrijfsafdeling. De vrijstelling van [artikel 11 BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-11) is niet van toepassing.

7\. CVOA **S.** is een boekhoudkantoor. Zij moet er zich van bewust geweest zijn dat zij BTW-plichtige was en de verplichtingen van een BTW-plichtige diende na te leven. Toch leefde zij geen enkele verplichting die op een BTW-plichtige rust na. Er werd nooit aangifte in de BTW gedaan en nooit BTW afgedragen.

Hiervoor geeft zij ook geen enkele redelijke uitleg.

De rechtbank kan dan ook slechts besluiten dat zij bewust deze verplichtingen niet naleefde om de BTW te ontduiken. De opgelegde boete van 200 % is in overeenstemming met de wet en, in evenredigheid met de begane inbreuk.

### Beschikkend gedeelte

## V. Uitspraak

Dit vonnis wordt gewezen op tegenspraak en in eerste aanleg.

De rechtbank weert het schrijven van **L. R.** en CVOA **S.** van 4 juni 2010 en het erbij gevoegde stuk uit de debatten.

De rechtbank is zonder rechtsmacht om de gevraagde vrijstelling van nalatigheidsintresten toe te kennen.

Voor het overige is de vordering ontvankelijk maar ongegrond.

De rechtbank veroordeelt eisers tot de kosten. Deze kosten moeten voor eisers niet begroot worden omdat zij te hunnen laste blijven en worden voor verweerder begroot op … euro (rechtsplegingsvergoeding).

Dit vonnis is uitgesproken tijdens de gewone en openbare terechtzitting van de **12de kamer** van de rechtbank van eerste aanleg te Leuven op **3 september 2010**.

De zetel is als volgt samengesteld :

**L. W.**, ondervoorzitter, alleenzetelend rechter

**M. L'E.**, griffier.

**M. L’E.** **L. W.**

## Aangehaalde teksten

3

[WBTW art. 11](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-11) 3 voorkomens

[WBTW art. 84bis](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-84bis) 1 voorkomen

[C-497/01, arrest van 27 november 2003](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-497-01-arrest) 1 voorkomen

## Vergelijkbare beslissingen

8

[Wedersamenstelling van het omzetcijfer](https://juriel.be/nl/rechtspraak/wedersamenstelling-omzetcijfer-bewijs-grond-feitelijke-rechtbank-luik-2022-03-01-1554) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Overdracht van een algemeenheid van goederen](https://juriel.be/nl/rechtspraak/overdracht-algemeenheid-goederen-herziening-btw-rechtbank-gent-2021-02-04-23e8) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Bijzondere rekening, Formele wettigheid van de kennisgeving](https://juriel.be/nl/rechtspraak/bijzondere-rekening-formele-wettigheid-kennisgeving-rechtbank-namen-2020-04-30-3b6e) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Neutraliteitsbeginsel, Recht op aftrek, Leaseovereenkomsten, Teruggaaf btw, Opmaak creditnota](https://juriel.be/nl/rechtspraak/neutraliteitsbeginsel-recht-aftrek-leaseovereenkomsten-teruggaaf-rechtbank-brussel-2022-01-24-3dac) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Oprichting gebouw, Gedeeltelijk voor economische activiteit, BTW-medecontractant](https://juriel.be/nl/rechtspraak/oprichting-gebouw-gedeeltelijk-economische-activiteit-hof-van-beroep-brussel-2020-01-07-58f0) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Fishing expedition, fiscale visitatie, fraude](https://juriel.be/nl/rechtspraak/fishing-expedition-fiscale-visitatie-fraude-rechtbank-gent-2022-03-04-645f) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Geldboeten, Vermindering van de geldboeten bij wijze van gunst](https://juriel.be/nl/rechtspraak/geldboeten-vermindering-wijze-gunst-uitstel-hof-van-beroep-luik-2021-10-26-7d90) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Historische btw-aftrek, Niet belastingplichtige rechtspersoon](https://juriel.be/nl/rechtspraak/historische-btw-aftrek-belastingplichtige-rechtspersoon-hof-van-beroep-brussel-2022-09-13-905e) 1 gemeenschappelijke bepalingen
