---
title: "30 maart 2011 · Werkingssfeer, levering van goederen · Rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen"
description: "Werkingssfeer, levering van goederen, belastbare handeling, recht op aftrek van belasting. Rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen (België), 30 maart 2011."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak/werkingssfeer-levering-goederen-belastbare-handeling-rechtbank-antwerpen-2011-03-30-e92a"
lang: "nl"
---

# Werkingssfeer, levering van goederen, belastbare handeling · Belasting over de toegevoegde waarde

**Rechtscollege**

Rechtbank van eerste aanleg

**Zetel**

Antwerpen

**Datum**

30 maart 2011

## Over het document

**Verzameling**

Belgische rechtspraak

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

82 paragrafen

### Fiche van de FOD Financiën

Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Antwerpen d.d. 30.03.2011

Samenvatting niet beschikbaar

**Tekst van het vonnis**

### Tekst van de beslissing

**V 0 N N I S gewezen en uitgesproken in het gerechtsgebouw te Antwerpen, op dertig maart tweeduizend en elf in openbare zitting van de 2F kamer van de rechtbank van eerste aanleg van het gerechtelijk arrondissement Antwerpen, al waar zetelden :**

**L. B.**, rechter, voorzitter van de kamer,

**E. V. D.**, rechter

**K. V.**, advocaat, \* \* Belg, meer dan 30 jaar oud, eerst ingeschreven

advocaat ter zitting aanwezig, zetelende bij belet van

alle werkelijke en plaatsvervangende rechter.

**N. D.**, griffier.

**Inzake : A.R. Nr. 10/1897/A**

**A. E. NV**,

ingeschreven in de kruispuntbank der ondernemingen onder nummer …, ,met maatschappelijke zetel gevestigd te …, ….

**EISENDE PARTIJ**

\- verschijnende bij meester **J. R.** en meester **L. D. B.**, advocaten, beiden kantoorhoudende te …, ….

**tegen :**

**BELGISCHE STAAT,**

1\. A. Federale Overheidsdienst Financiën, Administratie van de BTW, Registratie en Domeinen, in de persoon van de Minister van Financiën, waarvan de burelen gevestigd zijn te 1000 Brussel, Wetstraat 12,

1\. B. Federale Overheidsdienst Financiën, Administratie van de BTW, Registratie en Domeinen, in de persoon van de met invordering belaste ambtenaar van het BTW-Ontvangkantoor Antwerpen 3, waarvan de kantoren gevestigd zijn te 2000 Antwerpen, Italiëlei 4 bus 4.

**VERWERENDE PARTIJ**

\- verschijnende bij meester **A. v. L. d. J.**, advocaat, kantoorhoudende te …, ….

---

Gezien de stukken in het dossier der rechtspleging, onder meer :

\- het geïnventariseerd dossier van de rechtspleging gekend onder het algemeen rolnummer …. (weggelaten van de algemene rol op 5 december 2005) waarin vervat o.a. :

\- het exploot van rechtsingang, betekend door het ambt van gerechtsdeurwaarder **R. D. M.** te … op 22 juli 1999 voor wat betreft verwerende partij sub 1A en betekend door het ambt van gerechtsdeurwaarder **R. V.** te … op 22 juli 1999 voor wat betreft verwerende partij sub 1B,

\- de besluiten van partijen.

\- de beschikking verleend overeenkomstig artikel 747, § 2 van het Gerechtelijk Wetboek op 8 september 2010,

\- de besluiten van partijen.

Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van talen in gerechtszaken.

Gelet op de verordeningen van de Raad van de ministers nummer 974/98 van 03 mei 1998 en nummer 1103/97 van 17 juni 1997 en de wetten van 26 juni 2000 en 30 juni 2000 ter invoering van de euro.

Gehoord de partijen in hun middelen en gezegden ter zitting van 2 maart 2011,

---

De vordering strekt ertoe :

\- in hoofdorde het dwangbevel, uitgevaardigd op 2 juli 1999 en uitvoerbaar verklaard op 5 juli 1999, en de erin vervatte titel te vernietigen, minstens bij wijze van tussenvonnis verweerder te veroordelen om het gehele administratieve dossier en alle andere terzake relevante stukken in zijn bezit, neer te leggen en eiseres de gelegenheid te geven hieromtrent standpunt in te nemen,

\- in ondergeschikte orde, het voormelde dwangbevel ongegrond te verklaren en te horen zeggen voor recht dat het bedrag erin vermeld ten titel van rechten, boeten, kosten en intresten niet verschuldigd is,

\- in beide gevallen verweerder te veroordelen tot terugbetaling aan eiseres van reeds betaalde sommen en ingehouden bedragen inzake BTW, geldboeten en intresten,

\- in ondergeschikte orde, te zeggen voor recht dat de opgelegde geldboete niet kan worden opgelegd of minstens gevoelig moet worden verminderd,

\- verweerder te veroordelen tot de gerechtskosten.

Verweerder neemt conclusie tot afwijzing van de eis en verzoekt om eiseres te veroordelen in betaling van de gerechtskosten.

## Feitelijke gegevens en procedurele voorgaanden

Eiseres is groothandelaar In elektrisch en elektronisch materiaal, inclusief installatiemateriaal.

De administratie verwerpt het recht op aftrek van BTW in verband met veertien aankoopfacturen uitgereikt door de SPRL **E.** aan eiseres tussen 10 februari 1998 en 2 maart 1998, stellende dat deze facturen fictief zouden zijn en niet zouden overeenstemmen met een levering in de zin van artikel 10 W.BTW. De administratie houdt voor dat deze facturen enkel opgesteld zijn om deel te nemen aan een BTW-carrousel.

De administratie leidt het bestaan van deze deelneming af uit onder meer de omstandigheden dat de SPRL **E.** de betrokken BTW nooit aan de Schatkist heeft afgedragen, dat nagelaten werd op de voornoemde facturen telkenmale een leveringsdatum te vermelden, dat de facturen boekhoudkundig verwerkt werden onder 'diversen', dat alle gefactureerde goederen volledig werden doorgefactureerd aan de Nederlandse BV **A. C. P.** en dat andere gebruikelijke handelsstukken zoals bestelbons en leveringsbons op geen enkel ogenblik konden worden voorgelegd.

Verweerder legde op 20 december 1999 klacht met burgerlijke partij stelling neer. Bij arrest van 5 juni 2008, dat inmiddels kracht van gewijsde bekwam, besliste het Hof van Beroep te Antwerpen dat op basis van de beschikbare dossiergegevens niet buiten elke twijfel kon besloten worden dat de beklaagde natuurlijke personen voor wat betreft deze specifieke facturaties, schuldig dienden te worden verklaard uit hoofde van valsheid in geschriften inzake BTW en overtreding van de artikelen 45, § 1 en 73 W.BTW. Zulks belette evenwel niet hun schuldigverklaring aan wel bewezen feiten van BTW-carrouselfraude wegens andere facturenstromen, maar eveneens gekenmerkt door aan eiseres uitgeschreven aankoopfacturen (door een andere leverancier) en door eiseres doorgefactureerde facturen aan de BV **A. C. P.** in dezelfde periode. Het werd vaststaand geacht dat deze facturaties werden opgesteld los van enige economische realiteit en met de uitsluitende bedoeling door middel van onjuiste BTW-aangiften onder meer in hoofde van eiseres een BTW-tegoed en/of aftrekpost te creëren.

## Beoordeling

*Met betrekking tot de motiveringsplicht van het dwangbevel*

Eiseres werpt op dat het dwangbevel van 2 juli 1999, aan haar betekend op 19 juli 1999, door nietigheid is aangetast wegens schending van de motiveringsvereiste.

Een dwangbevel inzake BTW is een bestuurshandeling waarop onder meer de wet van 29 juli 1991 inzake de motivering van bestuurshandelingen van toepassing is. Het is geldig zodra het de belastingplichtige in staat stelt het voorwerp en de oorzaak van de door de administratie gevorderde verschuldigdheden te laten kennen, zodat de gegrondheid ervan kan worden nagegaan. De belastingplichtige moet op voldoende wijze wijze worden geïnformeerd van een vordering en de eraan ten grondslag liggende motivering (Cass. 17 september 1998, *FJF* 2001/28). Daarnaast vormt het proces-verbaal een onafscheidelijk geheel met het dwangbevel en wordt het er samen mee betekend. De motiveringsvereiste dient op grond van beide akten te worden beoordeeld.

Uit de gegevens haar verstrekt door het dwangbevel van 2 juli 1999 en het proces-verbaal van 6 april 1999 kon eiseres zeer nauwkeurig opmaken op welke feiten, cijfers en omstandigheden de vordering van de administratie berustte. Zij beschikte aldus over de nodige gegevens om ertegen op te komen, zodat het dwangbevel voldoende gemotiveerd was en aldus beantwoordde aan de toepassingsvoorwaarden omschreven in artikel 85 W.BTW.

## *Met betrekking tot de beweerde schending van de rechten van verdediging en de beginselen van behoorlijk bestuur*

Eiseres verwijt verweerder bewust na te laten alle stukken van het administratief dossier te overleggen.

In verwijzing naar het voorgaande treedt de rechtbank verweerder evenwel bij in zijn standpunt dat eiseres volledig en op concrete wijze op de hoogte werd gebracht van de gevorderde verschuldigdheden. Zij werd in kennis gesteld van de precieze vorderingen inzake hoofdsom, intresten en sancties, van de punctueel overtreden wetsbepalingen, van de lastens haar aangewende vermoedens en van de relevante feitelijke vaststellingen.

Er ligt geen enkel element voor om te vermoeden dat relevante bewijsstukken niet voorgebracht zouden zijn. Mitsdien acht de rechtbank het evenmin nuttig op grond van artikel 877 Gerechtelijk Wetboek aan verweerder te bevelen additionele dossierstukken bij het dossier van de rechtspleging te voegen.

## *Met betrekking tot het recht op aftrek*

Krachtens artikel 45, § 1 W.BTW, waarin het beginsel van het recht op aftrek is vastgelegd, mag de belastingplichtige op de belasting die hij verschuldigd is, in aftrek brengen de belasting geheven van de aan hem geleverde goederen en verleende diensten, van de door hem ingevoerde goederen en de door hem verrichte intracommunautaire verwervingen van goederen, in de mate dat hij die goederen en diensten bestemt voor zijn activiteiten die onderworpen zijn aan de BTW.

De belastingplichtige die het recht op aftrek inroept, moet het bewijs leveren dat hij zich in de vereiste voorwaarden bevindt om het recht op aftrek te kunnen uitoefenen.

Opdat een belastingplichtige de belasting geheven van de aan hem geleverde goederen en verleende diensten zou mogen aftrekken, moet het recht op aftrek van die belasting ontstaan zijn en ontstaat dit recht op aftrek op de datum waarop de belastbaar op grond van de artikelen 17 en 22 W.BTW opeisbaar wordt (cfr. [artikel 2 koninklijk besluit nr. 3](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-3-december-betrekking-aftrekregeling-toepassing-belasting-8aeb#ar3-art2) van 10 december 1969). Overeenkomstig [artikel 3, § 1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-3-artikel-historiek-236d) van dit besluit moet de belastingplichtige daarenboven in het bezit zijn van een door zijn leverancier of dienstverrichter uitgereikte regelmatige factuur waarop hem inzonderheid de opeisbare belasting afzonderlijk in rekening wordt gebracht.

Het louter bestaan van regelmatige facturen volstaat op zichzelf niet om het recht op aftrek te doen ontstaan. Om aanspraak te kunnen maken op het recht van aftrek moet de belastingplichtige aantonen dat de facturen waarvan hij de voorbelasting wil recupereren, werkelijk geleverde goederen of diensten betreffen. Overeenkomstig artikel 10, § 1 W.BTW dient er met name een overdracht of een overgang van de macht om over een goed als eigenaar te beschikken, bewezen te worden.

Eiseres wordt vermoed betrokken te zijn als schakel in een BTW-fraudecarrousel die het oogmerk had de belasting te ontduiken. Eiseres zou geweten hebben of had minstens moeten weten dat zij goederen aankocht binnen een BTW-carrousel en met dat oogmerk werd tussengeschoven in de facturenstroom.

De rechtbank maakt in casu de volgende vaststellingen :

\- op de reeds vernoemde aankoopfacturen van **E.** SPRL aan eiseres werd telkenmale geen leveringsdatum van het goed vermeld, niettegenstaande zulks opgelegd wordt door [artikel 5, § 1, 5° van het koninklijk besluit nr. 1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-1-artikel-6caa) van 29 december 1992;

\- deze aankoopfacturen werden niet adequaat geboekt in de boekhouding van eiseres;

\- de zaakvoerster van de SPRL **E.** verklaarde dat zij met betrekking tot haar vennootschap nooit een leverancier, een klant, een handelsdocument of een verhandeld goed had gezien;

\- het is vaststaand dat de SPRL **E.** in de periode van de uitreiking van de aankoopfacturen als niet-indiener inzake BTW fungeerde;

\- de aan eiseres gefactureerde levering van de goederen werd telkenmale volledig doorgefactureerd aan de Nederlandse vennootschap BV **A. C. P.**;

\- eiseres brengt betreffende de op de aankoopfacturen vermelde goederentransacties op geen enkel ogenblik enig document voor in de zin van een leveringsbon, een bestelbon, een vervoersbewijs of concrete gegevens inzake de gehanteerde prijzen voor, welke de factuurvermeldingen enigerlei zouden kunnen schragen.

De rechtbank is van oordeel dat het geheel van deze vaststaande, gewichtige en met elkaar overeenstemmende gegevens elkaar aanvullen en een rechtsgeldig vermoeden uitmaken en voldoende zekerheid bieden dat de kwestieuze aankoopfacturen fictief zijn en dat eiseres het fictief karakter van deze facturen als onderdeel van een BTW-carrousel kende of had moeten kennen. Vanuit economisch perspectief wordt de tussenschakeIing van eiseres in de handelsketting immers op geen enkele manier verantwoord. Bijgevolg heeft eiseres haar recht op aftrek ten onrechte en te kwader trouw uitgeoefend.

De desbetreffende stelling van eiseres dat zij optrad als inkoopcommissionair, is te verwerpen. Tot op het tijdstip van de belastingcontrole werden namelijk geen commissies, aangerekend. Evenmin worden overeenkomsten of andere documenten voorgebracht waaruit zou moeten blijken hoe die commissies zouden moeten worden berekend. Naar aanleiding van de controle op 23 maart 1999 werd overigens op geen enkel ogenblik gewag gemaakt van enig optreden van eiseres als commissionair. Deze besluitvorming hoeft niet te betekenen dat, zoals eiseres voorhoudt, haar rechtspersoonlijkheid dan moet worden doorbroken. Het bestaan of de vrijheid van vestiging van eiseres als vennootschap stond nooit ter betwisting.

## *Met betrekking tot de belastingverhoging*

Eiseres vordert de belastingverhoging van 200 % te vernietigen, minstens te herleiden tot maximum 10 %.

Het oogmerk de belasting te ontduiken is in hoofde van eiseres afdoende bewezen, zodat het koninklijk besluit nr. 41 van 30 juni 1987 te dezen geen toepassing kan vinden. Daaraan wordt geen afbreuk gedaan doordat de strafbare feiten op strafrechtelijk gebied niet afdoende bewezen werden geacht opzichtens betrokken·natuurlijke personen, wat een niet-dentieke beoordeling vergt.

Bijgevolg is de belastingverhoging van 200 % wettelijk. Bovendien is de sanctie voldoende gemotiveerd en is de rechtbank van oordeel dat deze belastingverhoging in redelijke verhouding staat met de gepleegde inbreuk en met de ernst van de feiten.

## *Met betrekking tot de rechtsplegingsvergoeding*

Partijen verzoeken de rechtbank niet af te wijken van het basisbedrag van de rechtsplegingsvergoeding.

Aangezien de vordering van eiseres overeenkomstig de artikelen 557 tot 562 en 618 Gerechtelijk Wetboek niet in geld is uitgedrukt en aangezien voor de vaststelling van het tarief van de rechtsplegingsvergoeding de waarde van de vordering niet kan worden vastgesteld overeenkomstig artikel 592 Gerechtelijk Wetboek, staat het vast dat dit geschil voor de vaststelling van het tarief van de rechtsplegingsvergoeding betrekking heeft op een niet in geld waardeerbare vordering.

### Beschikkend gedeelte

## OM DEZE REDENEN

**DE RECHTBANK,**

Rechtdoende op tegenspraak,

Alle andere en strijdige conclusies verwerpend,

Na erover beraadslaagd te hebben,

Verklaart de vordering toelaatbaar, maar ongegrond en wijst deze af.

Veroordeelt eiseres tot de kosten van het geding, tot op heden door verweerder begroot en door de rechtbank vereffend op … euro rechtsplegingsvergoeding.

**N. D.** **K. B.**

**E. V. D.** **L. B.**

## Aangehaalde teksten

3

[KB nr. 1 art. 5](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-1-artikel-6caa) 1 voorkomen

[KB nr. 3 art. 2](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-3-december-betrekking-aftrekregeling-toepassing-belasting-8aeb) 1 voorkomen

[KB nr. 3 art. 3](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-3-artikel-historiek-236d) 1 voorkomen

## Vergelijkbare beslissingen

8

[Recht op aftrek, Aanwending voor de beroepsactiviteit, Bewijslast](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-aanwending-beroepsactiviteit-bewijslast-hof-van-beroep-luik-2021-01-18-0480) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Recht op aftrek, Facturen van onderaannemers, Verplichte vermeldingen](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-facturen-onderaannemers-verplichte-rechtbank-bergen-2019-04-09-0896) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Btw-carrousel, Deelname, Weigering van de aftrek](https://juriel.be/nl/rechtspraak/btw-carrousel-deelname-weigering-aftrek-hof-van-beroep-brussel-2020-09-10-35f7) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Strafdossier, Inzage, Verjaring, Rechten van de verdediging, Aftrek, Neutraliteit](https://juriel.be/nl/rechtspraak/strafdossier-inzage-verjaring-rechten-verdediging-hof-van-beroep-luik-2020-04-24-5cae) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Valse facturen, factuur, valse factuur, fraude](https://juriel.be/nl/rechtspraak/valse-facturen-factuur-fraude-rechtbank-luik-2019-12-16-60c7) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Recht op aftrek, Tegoed op de rekening-courant](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-tegoed-rekening-courant-rechtbank-brussel-2023-01-18-76d4) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Recht op aftrek, recht op aftrek van Btw](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-boete-btw-fiscale-hof-van-beroep-antwerpen-2021-01-19-8d4d) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Recht op aftrek](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-onnauwkeurige-onregelmatige-facturen-rechtbank-brussel-2023-06-09-982e) 2 gemeenschappelijke bepalingen
