---
title: "14 februari 2006 · Werkingssfeer, levering van goederen · Hof van beroep te Antwerpen"
description: "Werkingssfeer, levering van goederen, belastbare handeling. Hof van beroep te Antwerpen (België), 14 februari 2006."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak/werkingssfeer-levering-goederen-belastbare-handeling-hof-van-beroep-antwerpen-2006-02-14-701f"
lang: "nl"
---

# Werkingssfeer, levering van goederen, belastbare handeling · Belasting over de toegevoegde waarde

**Rechtscollege**

Hof van beroep

**Zetel**

Antwerpen

**Datum**

14 februari 2006

## Over het document

**Verzameling**

Belgische rechtspraak

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

97 paragrafen

### Fiche van de FOD Financiën

Arrest van het Hof van beroep te Antwerpen d.d. 14.02.2006

Samenvatting niet beschikbaar

**Tekst van het arrest**

### Tekst van de beslissing

**Het Hof van beroep te Antwerpen, zitting houdend te Antwerpen, ZESDE TER KAMER**

Recht doende in burgerlijke zaken, heeft het volgende arrest uitgesproken :

In zake : **2005/AR/1010**

**F. V. G.**, marktkramer, wonende te …, …;

**appellant**, in persoon verschenen,

tegen het vonnis gewezen door de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen van 31 januari 2005;

bijgestaan door Meester **P. B.** loco Meester **R. C.**, advocaat te …, …;

1\. **DE BELGISCHE STAAT**, Ministerie van Financiën, Administratie van de BTW, in de persoon van de eerstaanwezend inspecteur van het BTW-ontvangkantoor, waarvan de kantoren gevestigd zijn te 2300 Turnhout, Spoorwegstraat 22;

2\. **DE BELGISCHE STAAT**, Ministerie van Financiën, in de persoon van de heer Minister van Financiën, waarvan het kabinet gevestigd is te 1000 Brussel, Wetstraat 12;

**geïntimeerden,**

vertegenwoordigd door Meester **A. V. L. d. J.**, advocaat te …, …;

Gelet op de door de wet vereiste procedurestukken in behoorlijke vorm overgelegd, waaronder een eensluidend afschrift van het bestreden vonnis, tussen partijen op tegenspraak gewezen door de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen op 31 januari 2005, waarvan geen betekening wordt voorgelegd, en waartegen een naar vorm en termijn regelmatig hoger beroep werd aangetekend bij verzoekschrift neergelegd ter griffie van dit Hof op 6 april 2005;

## I. ANTECEDENTEN EN VORDERINGEN

**1.** Gelet op het dwangbevel van 28 mei 2002 uitgevaardigd door de bevoegde inspecteur van de BTW-ontvangstkantoor te Turnhout

\- uitvoerbaar verklaard door de waarnemende inspecteur van de BTW Turnhout op 30 mei 2002 en samen met het PV van 20 februari 2002 aan appellant ter kennis gebracht op 4 juni 2002;

Gelet op de dagvaarding in verzet van 27 juni 2002 voor de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen;

De vordering strekt ertoe het verzet tegen het dwangbevel gegrond te horen verklaren en te horen zeggen voor recht dat het dwangbevel nietig is, minstens dat appellant, niet gehouden is tot enige BTW schuld uit hoofde van de feiten opgenomen in het PV van 20 februari 2002 opgemaakt door de verificateur van het tweede controlekantoor BTW te Turnhout.

**2.** De feiten zijn de volgende :

Bij overeenkomst van 2 januari 1998 tussen appellant en **J. J.**, heeft deze laatste aan **V. G.** een Jeep verkocht een marktwagen, inclusief alle machines en dit voor de som van … BEF.

De factuur opgesteld op de zelfde datum vermeldt de verkoop van het bovenstaande voor de globale som van … BEF.

Appellant heeft later onderaan op de factuur een splitsing gemaakt tussen de waarde van de aanschaffing van goederen en de BTW-heffing en heeft BTW ten bedrage van … BEF in aftrek gebracht in de BTW-aangifte van het eerste kwartaal 1998.

Op 12 februari 2001 werd door de administratie medegedeeld dat de factuur van 2 januari 1998 voor de som van … BEF voor verkoop van Toyota, marktwagen en alle machines inbegrepen, een overdracht van activa betreft die werd vrijgesteld van [artikel 11 BTW-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-11), waarop geen aftrek van BTW kan worden toegestaan.

De diverse briefwisseling uitgewisseld tussen partijen heeft niet geleid tot een minnelijke regeling zodat het dwangbevel werd uitgevaardigd.

**3.** Bij vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen van 31 januari 2005 werd de vordering toelaatbaar doch ongegrond verklaard en appellant veroordeeld tot de kosten.

De eerste rechter heeft geoordeeld dat uit de stukken voldoende blijkt dat appellant een opzichzelfstaande bedrijfszetel heeft overgenomen zodat [artikel 11 BTW-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-11) van toepassing is en de vraag naar de al dan niet regelmatigheid van de factuur met het oog op het ontstaan van de rechten tot aftrek of op de uitoefening ervan zonder voorwerp is.

**4.** Hiertegen werd hoger beroep ingesteld bij verzoekschrift neergelegd ter griffie van dit Hof op 6 april 2005. Het hoger beroep strekt ertoe het verzet tegen het dwangbevel gegrond te horen verklaren en te horen zeggen voor recht dat het dwangbevel nietig is minstens dat appellant niet gehouden is tot enige BTW-schuld, en tot veroordeling van de Belgische Staat tot de kosten. Geïntimeerde concludeert tot de bevestiging van het bestreden vonnis.

**5.** Appellant houdt voor dat niet de hele handelszaak werd overgedragen doch slechts enkele activa en de verkoper in het bezit bleef van diverse onderdelen van de handelszaak. De administratie betoogt dat [artikel 11 BTW-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-11) van toepassing is daar de volledige overdracht gebeurde van een bedrijfsafdeling en dat de factuur waarop gesteund wordt onregelmatig is.

## II. BEOORDELING

Appellant verwijst onder meer naar de stock, personeel, schuldvorderingen, marktplaatsen om de volledige overname van een bedrijfstak te betwisten.

[Artikel 11 van het BTW-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-11) stipuleert dat *"als levering wordt niet beschouwd de overdracht van een algemeenheid van goederen of van een bedrijfsafdeling, onder bezwarende titel of om niet, bij wege van inbreng in vennootschap of anderszins, wanneer de overnemer een belastingplichtige is die de belasting, indien ze ingevolge de overdracht zou verschuldigd zijn, geheel of gedeeltelijk zou kunnen aftrekken."*

Welnu uit het onderzoek gevoerd door de administratie en de gewisselde briefwisseling met diverse gemeentebesturen volgt dat de marktplaatsen sedert de overdracht van de bedrijfstak in 1998 werden ingenomen door appellant en niet meer door de verkoper. Appellant houdt dan ook te vergeefs voor dat de verkoper verder zou gegaan zijn met de activiteiten als marktkramer daar hij over een tweede marktwagen beschikt. Hieromtrent worden geen stukken bijgebracht en het bewijs wordt niet geleverd. Appellant brengt enkel de verkoopovereenkomst bij en de factuur.

Tot het bewijs van het tegendeel kan dan ook enkel vastgesteld worden dat een bedrijfstak en/of afdeling, volledig overgedragen werden aan appellant. Dit blijkt uit de overeenkomst die vermeldt Jeep marktwagen inclusief alle machines zodat niet anders kan besloten worden dat [artikel 11 BTW-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-11) van toepassing is.

Geld op het voorgaande en zoals door de eerste rechter uiteengezet, is het onderzoek naar de al of niet regelmatigheid van de factuur dan ook overbodig. Het Hof sluit zich dan ook aan bij de redengeving van het bestreden vonnis, die het beaamt en die hier als hernomen moet worden beschouwd.

**OM DEZE REDENEN,**

**HET HOF**,

Recht doende op tegenspraak,

Gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken,

Verklaart het hoger beroep ontvankelijk doch ongegrond;

Bevestigt dienvolgens het bestreden vonnis en verwijst appellant in de kosten van het hoger beroep, begroot aan de zijde van geïntimeerde op … euro … cent (… EUR) voor rechtsplegingvergoeding hoger beroep;

Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting van het **HOF VAN BEROEP te ANTWERPEN** van **VEERTIEN FEBRUARI TWEEDUIZENDENZES**,

waar aanwezig waren :

**S. B.**, Raadsheer wd. Voorzitter;

**E. V. E.** en

**M. G.**, Plaatsvervangende Raadsheren;

**A. V. L.**, Griffier.

Op het ogenblik van de uitspraak van huidig arrest, waarover Plaatsvervangend Raadsheer **A. H.**, mede beraadslaagd heeft overeenkomstig artikel 778 van het Gerechtelijk Wetboek, wordt deze magistraat, wettig verhinderd zijnde, vervangen door Plaatsvervangend Raadsheer **E. V. E.** hiertoe aangewezen, overeenkomstig artikel 779 van het Gerechtelijk Wetboek, bij beschikking van de heer Eerste Voorzitter van het Hof van beroep te Antwerpen in datum van 14 februari 2006.

**A.V. L.** **M. G.** **E. V. E.** **S.B.**

**V O N N I S gewezen en uitgesproken in het gerechtsgebouw te Antwerpen, op éénendertig januari tweeduizend en vijf in openbare zitting van de vierde F kamer van de rechtbank van eerste aanleg van het gerechtelijk arrondissement Antwerpen, al waar zetelden :**

**L. B.**, enig rechter,

**N. D.**, adjunct-griffier.

In zake : A.R. Nr. **02/4686/A**

**V. G. F.**, arbeider, wonende te …, ….

**eisende partij,**

verschijnende bij meester **V. J.** loco meester **R. C.**, advocaat, kantoorhoudende te …, ….

**tegen :**

**DE BELGISCHE STAAT**,

Federale Overheidsdienst Financiën, Administratie van de BTW, registratie en domeinen:

**A.** in de persoon van de eerstaanwezend inspecteur van het BTW-ontvangkantoor, met burelen gevestigd te 2300 Tumhout, Spoorwegstraat 22,

**B.** in de persoon van Minister van Financiën, wiens secretariaat gevestigd is te Brussel, Bischoffsheimlaan 38 (volgens inleidende dagvaarding), wiens kabinet gevestigd is te Brussel, Wetstraat 12 (volgens eigen conclusie).

**verwerende partij,**

verschijnende bij meester **A. v. L. d. J.**, advocaat, kantoorhoudende te …, ….

Gezien de stukken in het dossier der rechtspleging, onder meer :

\- het exploot van rechtsingang, betekend door het ambt van gerechtsdeurwaarder **P. E.** te … op 27 juni 2002 voor wat betreft verwerende partij sub A. en betekend door het ambt van gerechtsdeurwaarder **L. D. C.** te Brussel voor wat betreft verweren de partij sub B.,

\- de beschikking verleend overeenkomstig artikel 750, § 2 van het Gerechtelijk Wetboek op 28 mei 2004,

\- de besluiten van partijen.

Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van talen in gerechtszaken.

Gelet op de verordeningen van de Raad van de ministers nummer 974/98 van 03 mei l 998 en nummer 1103/97 van 17 juni 1997 en de wetten van 26 juni 2000 en 30 juni 2000 te: invoering van de euro.

Gehoord de partijen in hun middelen en gezegden ter zitting van 13 december 2004.

---

De heer **J. J.** uit … heeft aan huidig eiser op 2 januari 1998 een factuur uitgeschreven voor 'verkoop van Toyota Jeep en marktwagen **N.** - alle machines inbegrepen - voor de som van … BEF.

Controle BTW Mol heeft in de boekhouding van **J. J.** het dubbel van deze factuur aangetroffen met bijgeschreven uitsplitsing in basisbedrag, BTW en totaal.

Controle BTW Turnhout 2 heeft huidig eiser aangeschreven met stellingneming dat het hier gaat om een 'overdracht van activa die werd vrijgesteld van [art. 11 BTW-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-11)' (12 februari 2001, stuk 1 verweerder), met als gevolg onterechte BTW-aftrek door huidig eiser in BTW-aangifte over het eerste kwartaal 1998, en van daaruit verzoek tot terugstorting.

De gevolmachtigd boekhouder van huidig eiser heeft deze stellingneming dan in betwisting gesteld, onder bijvoeging van een kopie van zijn exemplaar van de factuur waarop de­ zelfde uitsplitsing voorkomt (27 februari 2001, stuk 2 verweerder).

Controle BTW Turnhout 2 heeft gerepliceerd dat een 'grondig onderzoek' te Mol bij **J. J.** had uitgewezen dat het ging om een 'volledige overdracht van een bedrijfsafdeling' (27 juni 2001, stuk 3 verweerder).

De gevolmachtigd boekhouder heeft daarop geantwoord dat J.J. 'nadien op zijn eigen dub­ bel heeft bijgeschreven dat er geen BTW werd gekweten omwille van stopzetting van ac­ tiviteit en bij toepassing van [artikel 11 van het BTW-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-11)' (4 juli 2001, stuk 4 verweerder).

Op 20 februari 2002 heeft een bevoegd ambtenaar een BTW proces-verbaal opgesteld (stuk 5 verweerder) in vervanging van de eerder tweemaal ter ondertekening toegezonden correctie-opgave, en huidig eiser is met brief van 25 februari 2002 uitgenodigd de terugstorting voor 25 maart 2002 te verrichten, meer conform Tabel H van KB nr. 41 inzake BTW tot 10 % herleide boete, en meer wettelijke intrest conform [artikel 91, § 1 Wetboek BTW](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-91).

Bij gebreke heeft de waarnemend ontvanger BTW Turnhout op 28 mei 2002 een dwangbevel opgesteld, dat op 30 mei 2002 uitvoerbaar is verklaard en waarvan met (aangetekende) brief van 4 juni 2002 aan huidig eiser kennis is gegeven (stukken 6 en 7 verweerder)

Huidig eiser heeft met exploot van 27 juni 2002 laten dagvaarden in betwisting van de fiscale vordering.

Er loopt geen betwisting ter zake toelaatbaarheid van de vordering, ook niet zo nodig van ambtswege aan te voeren.

Ter zake de explootkosten als gevolg van inleiding bij dagvaarding wordt op zich daar naast geen betwisting opgeworpen door verweerder.

Ten gronde blijkt het proces-verbaal de terugvordering op dubbele basis te onderbouwen met name enerzijds de toepassing van [artikel 11 Wetboek BTW](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-11) en anderzijds het hoe dan ook niet beschikken over een formeel regelmatige factuur conform [art. 3, § 1 KB nr.3](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-3-artikel-historiek-236d) en [art. 5 KB nr.1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-1-artikel-6caa) inzake BTW.

Pas in conclusie specificeert verweerder dat door de uitreiker 'op het stuk' geen melding is gemaakt 'van een bedrag aan BTW' (eerste conclusie, blad 4 midden).

Zulks lijkt in strijd met de vermeldingen op de door verweerder voorgelegde (deel van zijn hogerop vermeld stuk 2) fotokopie van de hem door de gevolmachtigd boekhouder van eiser toegestuurde kopie van de originele factuur.

Eiser werpt, naast te dezen niet toepasselijkheid van [artikel 11 Wetboek BTW](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-11), op dat 'dit document wel beantwoordde aan de noodzakelijke voorschriften inzake het bestaan van de factuur' (conclusie, blad 2 onderaan).

Uit de door eiser voorgelegde verkoopovereenkomst van 2 januari 1998 (stuk 2 eiser) op basis waarvan de factuur is opgesteld, blijkt dat aan eiser zowel een voertuig als een marktwagen is verkocht, 'alle machines inbegrepen', maar niet dat er een marktronde als cliënteel is verkocht.

Dat blijkt evenwel wèl uit in het proces-verbaal vermelde brieven van gemeentebesturen, vanuit onderzoek van de Controle der BTW te Mol toegezonden aan de verbalisant.

Daaruit blijkt afdoende dat eiser een op zichzelf staand bedrijfsgeheel heeft overgenomen, waarbij het gegeven dat er geen handelsvoorraad (waarvan overigens het op dat ogenblik al dan niet - nog - bestaan zelf in het ongewisse blijft) werd overgenomen niet relevant is.

Deze beoordeling maakt de vraag naar de al dan niet regelmatigheid van de factuur met het oog op het ontstaan van recht op aftrek of op de uitoefening ervan, zonder voorwerp.

### Beschikkend gedeelte

## OM DIE REDENEN

**DE RECHTBANK**,

Rechtdoende op tegenspraak.

Alle andere en strijdige conclusies verwerpend.

Verklaart de vordering toelaatbaar maar ongegrond,

Veroordeelt eiser tot de kosten, deze aan elke zijde begroot zijnde, en door de rechtbank in hoofde van verweerder vereffend op … EUR bij wijze van geactualiseerde rechtsplegingvergoeding.

**N. D.** **L. B.**

## Aangehaalde teksten

4

[WBTW art. 11](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-11) 9 voorkomens

[KB nr. 1 art. 5](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-1-artikel-6caa) 1 voorkomen

[KB nr. 3 art. 3](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-3-artikel-historiek-236d) 1 voorkomen

[WBTW art. 91](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-91) 1 voorkomen

## Vergelijkbare beslissingen

8

[Werkingssfeer, levering van goederen, belastbare handeling, vervolging, geding](https://juriel.be/nl/rechtspraak/werkingssfeer-levering-goederen-belastbare-handeling-rechtbank-antwerpen-2005-01-31-e8c2) 4 gemeenschappelijke bepalingen

[Recht op aftrek, Facturen van onderaannemers, Verplichte vermeldingen](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-facturen-onderaannemers-verplichte-rechtbank-bergen-2019-04-09-0896) 3 gemeenschappelijke bepalingen

[Btw-carrousel, Deelname, Weigering van de aftrek](https://juriel.be/nl/rechtspraak/btw-carrousel-deelname-weigering-aftrek-hof-van-beroep-brussel-2020-09-10-35f7) 3 gemeenschappelijke bepalingen

[Recht op aftrek, Tegoed op de rekening-courant](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-tegoed-rekening-courant-rechtbank-brussel-2023-01-18-76d4) 3 gemeenschappelijke bepalingen

[Recht op aftrek](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-formele-materiele-voorwaarden-rechtbank-2023-05-19-c61f) 3 gemeenschappelijke bepalingen

[Nietigheid proces-verbaal, Recht op aftrek, Fraude, Boete en intresten](https://juriel.be/nl/rechtspraak/nietigheid-proces-verbaal-recht-aftrek-hof-van-beroep-gent-2024-03-05-5b56) 3 gemeenschappelijke bepalingen

[Aanwijzingen voor fraude, Regularisatieoverzicht, Proces-verbaal, Ontvangstregister](https://juriel.be/nl/rechtspraak/aanwijzingen-fraude-regularisatieoverzicht-proces-verbaal-rechtbank-nijvel-2024-01-08-5c8e) 3 gemeenschappelijke bepalingen

[Verplichtingen van de belastingplichtige, Indienen van periodieke aangiften](https://juriel.be/nl/rechtspraak/verplichtingen-belastingplichtige-indienen-periodieke-aangiften-rechtbank-2025-06-10-8211) 3 gemeenschappelijke bepalingen
