---
title: "16 mei 2002 · Werkingssfeer, levering van goederen · Rechtbank van eerste aanleg te Gent"
description: "Werkingssfeer, levering van goederen, belastbaar feit, opeisbaarheid van de belasting. Rechtbank van eerste aanleg te Gent (België), 16 mei 2002."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak/werkingssfeer-levering-goederen-belastbaar-feit-rechtbank-gent-2002-05-16-3a6a"
lang: "nl"
---

# Werkingssfeer, levering van goederen, belastbaar feit · Belasting over de toegevoegde waarde

**Rechtscollege**

Rechtbank van eerste aanleg

**Zetel**

Gent

**Datum**

16 mei 2002

## Over het document

**Verzameling**

Belgische rechtspraak

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

63 paragrafen

### Fiche van de FOD Financiën

Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Gent d.d. 16.05.2002

Samenvatting niet beschikbaar

**Tekst van het vonnis**

### Tekst van de beslissing

## ZESDE KAMER - OPENBARE TERECHTZITTING VAN 16 MEI 2002

## Algemene rol nummer : 97/533/A

In de zaak van :

**N.V. G. G. P.**, ingeschreven in het Handelsregister te Brugge onder nummer …, waarvan de maatschappelijke zetel gevestigd is te …, …,

**eiseres,**

voor wie optreedt mr. **J. S.**, advocaat te …, …,

**tegen :**

**de BELGISCHE STAAT**, Ministerie van Financiën, Administratie van de BTW Registratie en Domeinen, vertegenwoordigd door de Ontvanger van het tweede BTW-Ontvangkantoor te Gent, Martelaarslaan 23,

**verweerder,**

voor wie optreedt mr. **D. R. M.**, advocaat te …, …,

Vonnist de rechtbank als volgt :

## 1. RECHTSPLEGING

Gelet op het dwangbevel dd. 17.10.1996, geviseerd en uitvoerbaar verklaard op 7.11.1996 en aan eiseres betekend op 20.1.1997.

Gelet op de inleidende dagvaarding aan verweerder betekend op 6.2.1997.

De rechtbank neemt kennis van het dossier van de rechtspleging en van de door partijen overgelegde stukken.

De partijen werden gehoord in hun middelen en conclusies op de openbare terechtzitting van 18.4.2002, waarna de debatten werden gesloten en de zaak in beraad werd genomen.

## 2. DE VORDERING

De vordering van eiseres zoals gelibelleerd in conclusies strekt ertoe in een vonnis uitvoerbaar bij voorraad :

\- in hoofdorde, het dwangbevel dd.17.10.1996 teniet te doen, minstens te stellen dat eiseres geen inbreuk heeft gepleegd op de BTW-wetgeving;

\- in ondergeschikte orde, de door verweerder opgelegde boete ten bedrage van … frank kwijt te schelden, minstens voor het grootste deel te matigen;

verweerder te veroordelen tot de kosten van onderhavige procedure.

## 3. FEITEN EN GESCHIL

Eiseres heeft als activiteit een kleinhandel in kunstwerken.

Op 13.9.1994 werd bij eiseres een BTW controle uitgevoerd.

Deze controle was het gevolg van het feit dat de Franse douanediensten in de boekhouding van **M.** en **P. N.**, … uit … (Frankrijk), een belangrijke handelsrelatie van eiseres 3 facturen (resp. dd. 8.9.1990, 25.1.1991 en 12.4.1991) had teruggevonden op naam van eiseres houdende de verkoop van een aantal kunstwerken van César. Deze facturen konden niet teruggevonden worden in de boekhouding van eiseres.

Op 21.9.1995 werd proces verbaal opgemaakt stellende dat op grond van deze 3 facturen op naam van eiseres en het wettelijk vermoeden van levering in België opgenomen in art. 16 W.BTW (voor 1.1.1993) dat zegt "De levering vindt plaats hier ten lande als het goed zich op het tijdstip van de levering binnen het Rijk bevindt. Behoudens tegenbewijs wordt het goed geacht zich binnen het Rijk te bevinden als één der bij de levering betrokken partijen er een zetel van beroepswerkzaamheid of een vaste inrichting, heeft gevestigd, of bij gebrek aan een dergelijke zetel of vaste inrichting, een woonplaats of een gebruikelijke verblijfplaats.” en het vermoeden van art. 64, § 1 W.BTW, eiseres volgende bedragen verschuldigd is :

BTW : … frank

Boete : …frank

intresten: p.m.

Eiseres weigerde te betalen wat resulteerde in de uitvaardiging van een dwangbevel.

Eiseres tekent verzet aan tegen de uitvoering van het dwangbevel met dagvaarding van verweerder om te verschijnen voor deze rechtbank.

Eiseres laat gelden dat zij voldoende bewijsstukken heeft om de levering in België waarop de vordering van verweerder gebaseerd is te ontkrachten, dat zij niet dient in te staan voor de boekhoudkundige inschrijvingen bij een derde, dat de rechten van de verdediging zijn geschonden nu verweerder nooit de door eiseres voorgelegde documenten heeft getoetst aan de werkelijkheid.

## 4. BESPREKING

Eiseres stelt dat zij deze kunstwerken niet kocht; dat zij in Frankrijk tussenkwam in de verkoop van deze werken van César door haar leverancier aan een Amerikaan; dat zij hiervoor van deze Amerikaan deze commissieloon kreeg in contanten.

Uit de voorgelegde stukken (stukken 3 verweerder) blijkt dat eiseres 3 commissienota’s respectievelijk dd. 3.9.1990, 21.2.1991, 3.6.1991 opstelde die zij opnam in haar boekhouding m.b.t. de boekjaren1990 en 1991 dus lang voor de aanvang van het onderzoek en onderhavige procedure.

Deze borderellen vermelden weliswaar niet de identiteit van de medecontractant, doch vormen het bewijs van het optreden van eiseres als tussenpersoon bij de verkoop van kwestieuze kunstwerken nu zij de tussenkomst vermelden betreffende "de verkoop van kunstwerken (César) in Frankrijk" zijnde de kunstwerken vermeld in de kwestieuze facturen en deze borderellen aansluiten bij de facturen.

Bovendien verklaren de **G. B.** dat kwestieuze facturen een vergissing betroffen; dat eiseres enkel als tussenpersoon optrad; dat de eigenlijke koper **K. M.** was (stuk I, 4 eiseres).

De oprechtheid van deze verklaring wordt nog versterkt door het voorleggen van 3 nieuwe facturen ditmaal op naam van de koper **K. M.** ( stuk I, 5 eiseres).

Daarbij werd door de "expert-comptable" van de **G. B.** dhr. **E.** geattesteerd dat de BTW op de verkopen in Frankrijk van 8/9/1990 en 25/1/1991 werden afgedragen.

Terecht stelt eiseres dat de oorspronkelijke facturatie door de **G. B.** op naam van eiseres niet als een vaststaand gegeven kan worden beschouwd.

Rekening houdend met de concrete omstandigheden van de zaak is de rechtbank van oordeel dat in casu eiseres op afdoende wijze het wettelijk vermoeden van levering in België (art. 16 oud W.BTW) weerlegt en aldus eveneens het vermoeden van art. 64, § 1 W.BTW.

Het overige middel dient niet nader onderzocht, nu het eventueel gegrond verklaren ervan niet tot ruimer voordeel van eiseres kan leiden.

### Beschikkend gedeelte

**Op die gronden,**

**De rechtbank,**

Rechtdoende op tegenspraak,

Melding makende dat de artikelen 2 en 30 tot 42 van de wet op het taalgebruik in gerechtszaken werden nageleefd,

Alle meeromvattende of strijdige conclusies verwerpend als niet terzake dienend,

Verklaart de vordering van eiseres ontvankelijk en gegrond,

Vernietigt het dwangbevel,

Voordeelt de Belgische Staat tot terugbetaling van de bedragen die desgevallend inmiddels teveel werden geïnd, meer de moratoriumintresten,

Veroordeelt verweerder tot de kosten van het geding tot dusver begroot als volgt :

aan de zijde van eiseres :

dagvaardingskosten : € … (… frank)

rechtsplegingsvergoeding : € …,

aan de zijde van verweerder :

rechtsplegingsvergoeding : € ….

Aldus gevonnist en uitgesproken in de openbare terechtzitting van de zesde burgerlijke kamer van de rechtbank van eerste aanleg te Gent op **zestien mei tweeduizend en twee**, waar aanwezig waren :

**J. D. B.** : alleenzetelend rechter,

**J. D.**, griffier.

**J. D. T.** **J. D. B.**
