---
title: "3 september 2007 · Werkingssfeer, dienst · Rechtbank van eerste aanleg te Brussel"
description: "Werkingssfeer, dienst, belastbare handeling, vrijstelling, andere vrijstelling. Rechtbank van eerste aanleg te Brussel (België), 3 september 2007."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak/werkingssfeer-dienst-belastbare-handeling-vrijstelling-rechtbank-brussel-2007-09-03-cc6e"
lang: "nl"
---

# Werkingssfeer, dienst, belastbare handeling, vrijstelling, andere vrijstelling · Belasting over de toegevoegde waarde

**Rechtscollege**

Rechtbank van eerste aanleg

**Zetel**

Brussel

**Datum**

3 september 2007

## Over het document

**Verzameling**

Belgische rechtspraak

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

81 paragrafen

### Fiche van de FOD Financiën

Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Brussel d.d. 03.09.2007

Samenvatting niet beschikbaar

**Tekst van het vonnis**

### Tekst van de beslissing

**RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG TE BRUSSEL, 33****ste** **Kamer**

**AR 2005/3257/A**

\- *Fiscale zaken : indirecte belastingen – varia*

\- *op tegenspraak*

\- *eindvonnis*

In zake van :

**De NV S. AND K. S.**, met maatschappelijke zetel te …, …, ingeschreven in het register der ondernemingen onder het nummer …,

**eisende partij,**

vertegenwoordigd door Mr. **W. D.** loco Mr. **S. S.**, advocaat te …, … (ref. : /),

**tegen :**

**De BELGISCHE STAAT**, Federale Overheidsdienst Financiën, Administratie van de Invordering, BTW-sector, in de persoon van de eerstaanwezend inspecteur/ontvanger van het Ontvangkantoor 'centraal kantoor buitenlandse belastingplichtigen', te 1000 Brussel, Kantersteen 47,

**verwerende partij,**

vertegenwoordigd door Mr. **K. V. V.** loco Mr. **F. C.**, advocaat te …, … (ref : MF 9849 KV),

---

De rechtbank spreekt het navolgend vonnis uit :

---

De partijen hebben hun middelen en besluiten voorgedragen in de openbare terechtzitting van 22 juni 2007 waarna het debat werd gesloten. De rechtbank nam vervolgens de zaak in beraad.

De rechtbank houdt in het bijzonder rekening met de volgende documenten :

• het verzoekschrift dat namens eiser op 22 juni 2007 in toepassing van artikel 1385decies van het Gerechtelijk Wetboek ter griffie is neergelegd;

• de conclusie voor eiseres neergelegd ter griffie op 14 oktober 2005;

• de conclusie voor verweerster neergelegd ter griffie op 16 september 2005.

Bovendien heeft de rechtbank de overtuigingsstukken van de partijen ingezien.

---

## 1. FEITEN

De NV **S. and K. S.** (eiseres) heeft als economische activiteit de reparatie van schoenen en artikelen van leer en is als dusdanig geregistreerd onder het BTW-nummer BE ….

Voor de uitoefening van haar economische activiteit krijgt eiseres van de gemeente … de beschikking over een winkelruimte gelegen op het … (stuk 1, bundel eiseres).

Met ingang van 1 januari 2001 verleent eisers in uitvoering van een overeenkomst van 27 december 2000 (volgens eiseres verkeerdelijk getiteld "sous-bail commercial") aan de heer **M. M. R.** het recht om bovenvermelde handelsinrichting te exploiteren.

Op de aan de heer M. M. R. uitgereikte facturen rekent eiseres BTW aan. In toepassing van [artikel 24, § 1 van het BTW-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-24) brengt eiseres de aan haar aangerekende BTW in aftrek.

Op 22 april 2004 wordt door mevrouw **I.-N. T.**, Verificateur bij de AOIF, sector BTW, Controlecentrum Brussel, waarvan de kantoren gevestigd zijn te 1000 Brussel, Kiekenmarkt 52, een onderzoek uitgevoerd bij eiseres met betrekking tot de naleving van de BTW-wetgeving in de periode van 1 januari 2001 tot en met 31 december 2002.

Bij minnelijke inregelstelling van 28 juli 2004 laat het Controlecentrum Brussel V aan eiseres weten dat zij de in aftrek gebrachte BTW zal verwerpen, gezien er, volgens het Controlecentrum, geen sprake is van het verlenen van een recht op uitoefenen van beroepswerkzaamheid, maar van een onroerende verhuur (stuk 3, bundel eiseres).

Bij brief van 26 augustus 2004 deelt eiseres mee niet akkoord te gaan met de minnelijke inregelstelling. Volgens eiseres is er in casu sprake van een recht om een beroepswerkzaamheid uit te oefenen en niet van een vrijgestelde onroerende verhuur (stuk 4, bundel eiseres).

Bij proces-verbaal van 30 november 2004 laat het Controlecentrum Brussel V aan eiseres weten dat zij bij haar standpunt blijft. Zij vordert dan ook 6.696,92 euro meer een boete van 660,00 euro van eiseres (stuk 5, bundel eiseres).

Op 9 december 2004 vaardigt de administratie een dwangbevel uit. Eiseres maakt op 14 maart 2005 de zaak aanhangig bij deze rechtbank.

## 2. VORDERING

Eiseres verzoekt de rechtbank *"het dwangbevel van 9 december 2004 te vernietigen en te zeggen voor recht dat de bedragen erin vermeld ten titel van BTW, geldboeten en interesten niet verschuldigd zijn; minstens de opgelegde geldboete te vernietigen of kwijt te schelden (...). "*

Verweerster concludeert tot de ongegrondheid van de vordering.

## 3. ONTVANKELIJKHEID

Partijen werpen geen specifieke gronden van niet-ontvankelijkheid van de vordering op. De rechtbank ziet evenmin redenen om ambtshalve te besluiten tot de niet-ontvankelijkheid van de vordering. Deze is ontvankelijk.

## 4. BESPREKING TEN GRONDE

Eiseres voert aan dat verweerster ten onrechte stel dat erin casu sprake is van een vrijgestelde onroerende verhuur ([artikel 44, § 3, 2° BTW-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44)). Volgens eiseres is er immers sprake van een overdracht of het verlenen van al dan niet exclusieve rechten op het recht een beroepswerkzaamheid uit te oefenen ([artikel 18, § 1, 6° BTW-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-18)).

Verweerder stelt dat de door eiseres in aftrek gebrachte BTW terecht is verworpen vermits het in casu een vrijgestelde onroerende verhuur en geen recht op het uitoefenen van een beroepswerkzaamheid zou betreffen.

[Artikel 44, § 3, 2° van het BTW-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44) bepaalt :

> *"Van de belasting zijn nog vrijgesteld : de verpachting, de verhuur en de overdracht van huur van uit hun aard onroerende goederen, alsook het gebruik van dergelijke goederen onder de voorwaarden van* [*artikel 19, § 1 van het BTW-wetboek*](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-19)*."*

[Artikel 18, § 1, 6° van het BTW-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-18) bepaalt :

*"Als een dienst wordt beschouwd, elke handeling die geen levering van een goed is in de zin van dit Wetboek. Als een dienst wordt onder meer beschouwd, de uitvoering van een contract dat tot voorwerp heeft : de overdracht van of het verlenen van rechten op een verkoop- of inkoopmonopolie alsook de overdracht van of het verlenen van al dan niet exclusieve rechten op het recht een beroepswerkzaamheid uit te oefenen.''*

Elke handeling die geen levering van een goed is in de zin van het BTW-wetboek, wordt als een dienst beschouwd ([artikel 18, § 1, lid 1 BTW-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-18)). Wanneer deze dienst door een BTW-belastingplichtige ten bezwarende titel wordt verricht, is ze aan BTW onderworpen en moet ze als een belastbare handeling worden aangemerkt ([artikel 2, lid 1 van het BTW-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-2)).

Krachtens [artikel 44, § 3, 2° van het BTW-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44) is de verhuur van een uit zijn aard onroerend goed van de BTW vrijgesteld. Deze vrijstelling van de verhuur van een uit zijn aard onroerend goed vormt als dusdanig een uitzondering op de algemene regel dat elke handeling die ten bezwarende titel wordt verricht door een BTW-belastingplichtige en die geen levering is, een aan de BTW onderworpen dienst vormt.

Waar [artikel 44, § 3, 2° van het BTW-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44) voorziet in de vrijstelling voor de verhuur van uit hun aard onroerende goederen is het een implementatie van het [artikel 13, B, eerste lid, B) van de zesde Richtlijn 77/388/EG](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-13) zodat dit moet worden uitgelegd in het licht van de bewoordingen en het doel van deze richtlijn.

In casu moet derhalve worden onderzocht of al dan niet sprake is van een onroerende verhuur in de zin van [artikel 44, § 3, 2° van het BTW-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44).

Hierbij moeten volgende principes in acht worden genomen (zie onder meer Gent, 30 maart 2004, T.F.R., 977; H.v.J., 12 juni 2003, [C-275/01](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-275-01-arrest), Sinclair Collis Lid t. Commissioners of Customs & Excise, 22-26, www.curia.eu.int , en H.v.J., 18 november 2004, [C-284/03](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-284-03-arrest), Belgische Staat t. Temco Europe, www.curia.eu.int ) :

\- de bewoordingen waarin de in [artikel 13 van de Zesde Richtlijn](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-13) bedoelde vrijstellingen zijn omschreven, moeten strikt worden uitgelegd, daar die vrijstellingen afwijken van het algemene beginsel, dat de BTW wordt geheven op elke dienst die door een belastingplichtige onder bezwarende titel wordt verricht;

\- de vrijstellingen van [artikel 13 van de Zesde Richtlijn](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-13) zijn autonome communautaire rechtsbegrippen en moeten derhalve een communautaire definitie krijgen;

\- wat de in [artikel 13, B, sub b, van de Zesde Richtlijn](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-13) bedoelde vrijstelling betreft, geeft deze bepaling geen omschrijving van het begrip 'verhuur', en verwijst zij evenmin naar de respectieve omschrijvingen van dat begrip in de wettelijke regelingen van de Lidstaten; krachtens de vaste rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen is het wezenlijke kenmerk van de verhuur van onroerende goederen in de zin van [artikel 13, B, sub b, van de Zesde Richtlijn](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-13), dat aan de houder voor een overeengekomen tijdsuur tegen vergoeding het recht wordt verleend, een onroerend goed te gebruiken als ware hij de eigenaar ervan en ieder ander van het genot van dat recht uit te sluiten;

\- om de aard van een belastbare handeling vast te stellen, moeten alle omstandigheden waaronder de betrokken handeling wordt verricht in aanmerking worden genomen om daaruit de kenmerkende elementen naar voren te halen.

Ingevolge de voormelde rechtspraak van het Europees Hof van Justitie moet de rechter alle omstandigheden in aanmerking nemen waarin de transactie die in het hoofdgeding aan de orde is, zich afspeelt teneinde de kenmerkende elementen daarvan te achterhalen en te beoordelen of deze als “verhuur van onroerende goederen” in de zin van [artikel 13, B, sub b, van de Zesde Richtlijn](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-13) kan worden gekwalificeerd. De rechter moet nagaan of de overeenkomsten zoals zij worden uitgevoerd, in hoofdzaak de passieve terbeschikkingstelling ten doel hebben van ruimtes of oppervlakten van onroerende goederen, tegen een vergoeding die verband houdt met het tijdsverloop, dan wel streken tot het verrichten van een dienst die voor een andere kwalificatie in aanmerking komt.

De Belgische BTW-administratie heeft haar zienswijze aangepast aan voormelde rechtspraak van het Hof van Justitie. In de [circulaire nr. AOIF 39/2005 (E.T. 108.816)](https://juriel.be/nl/omzendbrieven/39-2005-aoif-service-centre-entreprise-bien-b149) van 27 september 2005 (www.fisconet.be ) voorziet de administratie dat, om te bepalen of een handeling al dan niet kan worden gekwalificeerd als een onroerende verhuur, het voorwerp van de overeenkomst moet worden geanalyseerd.

Indien het in hoofdzaak gaat om het gebruik van een gebouw, moet de handeling worden gekwalificeerd als een onroerende verhuur die bijgevolg van de BTW is vrijgesteld zonder recht op aftrek te verlenen aan de verhuurder. Indien daarentegen het voorwerp van de overeenkomst hoofdzakelijk bestaat uit een andere dienst, is de handeling in principe aan de BTW onderworpen, met het recht op aftrek van de dienstverrichter, ongeacht hoe deze handeling wordt gekwalificeerd.

Terecht voert eiseres aan dat in casu het essentiële voorwerp van de overeenkomst van 27 december 2000 die tussen haar en de heer **M. M. R.** afgesloten werd het recht is om een beroepswerkzaamheid uit te oefenen en niet het genot van de inrichting.

Overeenkomstig artikel 1156 van het Burgerlijk Wetboek moet de gemeenschappelijke bedoeling van de contracterende partijen worden onderzocht.

Uit de artikelen 2, 13, 15, 16 en 17 van de overeenkomst blijkt dat de overeenkomst niet alleen betrekking heeft op de plaats van de uitbating, maar ook op het handelsfonds en het materieel en dat het handelsfonds en het materieel eigendom blijft van eiseres :

\- de onderverhuring slaat zowel op de betrokken plaatsen als op het handelsfonds en het materieel waaruit deze bestaat; het handelsfonds blijft, zowel wat de materiële elementen ervan als immateriële elementen ervan betreft, eigendom van eiseres;

\- de overeenkomst wordt volledig intuitu personae afgesloten gelet op het feit dat huidige verhuur zowel slaat op het onroerend goed zelf als op het handelsfonds dat daarin uitgebaat wordt;

\- op het einde van de bezetting, verbindt de huurder er zich toe om het onroerend goed en het handelsfonds in dezelfde staat en aan de vrije en volledige beschikking van eiseres terug te bezorgen;

\- de inventaris preciseert eveneens de staat waarin het meubilair en het materieel zich bevinden; de huurder verbindt zich er toe om op het einde van de overeenkomst, wat ook de reden hiervoor is, het handelsfonds, dat blijft toebehoren aan de verhuurder, terug te bezorgen in dezelfde staat;

\- de onderhuurder waakt erover dat de exploitatiewaarde van het handelfonds, dat eigendom blijft van de verhuurder, behouden blijft en bezorgt deze terug tegen de volle en volledig overeengekomen waard.

Deze bepalingen uit de overeenkomst tonen inderdaad dat er in casu sprake is van de overdracht van of het verlenen van al dan niet exclusieve rechten op het recht om een beroepswerkzaamheid uit te oefenen in de zin van [artikel 18, § 1, 6° van het BTW-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-18). Eiseres heeft bijgevolg terecht BTW aangerekend op de door haar uitgereikte facturen en heeft recht op aftrek van de voorbelasting.

De vordering is gegrond.

---

### Beschikkend gedeelte

**OM DEZE REDENEN,**

**DE RECHTBANK,**

Gelet op de artikelen 4, 37, 41 en 42 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken,

Rechtsprekend in eerste aanleg en op **tegenspraak**;

Verklaart de vordering ontvankelijk en gegrond;

Vernietigt het dwangbevel van 9 december 2004 en zegt voor recht dat de erin vermelde bedragen met betrekking tot BTW, geldboeten en interesten niet verschuldigd zijn;

Veroordeelt de Belgische Staat tot terugbetaling van de niet verschuldigde BTW, geldboeten en interesten, die reeds door eiseres werden betaald of door de Belgische Staat werden ingehouden meer de moratoriuminteresten tot datum van de neerlegging van het verzoekschrift, vanaf dan meer gerechtelijke interesten;

Veroordeelt de Belgische Staat tot betaling van de gedingkosten, in hoofde van eiseres begroot op € 371,84 rechtsplegingsvergoeding;

Verwijst de Belgische Staat tot de eigen gedingkosten, begroot op € 371,84 rechtsplegingsvergoeding.

Aldus gevonnist en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de 33 ste kamer van de Rechtbank van eerste aanleg te Brussel, op 3 september 2007

Waar aanwezig waren en zitting namen :

Mevrouw **N. S.**, rechter

Mevrouw **I. D.**, griffier.

**I. D.** **N. S.**

## Aangehaalde teksten

8

[Zesde richtlijn 77/388 art. 13](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-13) 6 voorkomens

[WBTW art. 44](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44) 5 voorkomens

[WBTW art. 18](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-18) 4 voorkomens

[WBTW art. 19](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-19) 1 voorkomen

[WBTW art. 2](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-2) 1 voorkomen

[WBTW art. 24](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-24) 1 voorkomen

[C-275/01, arrest van 12 juni 2003](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-275-01-arrest) 1 voorkomen

[C-284/03, arrest van 18 november 2004](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-284-03-arrest) 1 voorkomen

## Vergelijkbare beslissingen

8

[Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde](https://juriel.be/nl/rechtspraak/wetboek-belasting-toegevoegde-waarde-art-grondwettelijk-hof-brussel-2021-12-02-914d) 4 gemeenschappelijke bepalingen

[Toekenning van het recht om een beroepswerkzaamheid uit te oefenen ,Onroerende verhuur](https://juriel.be/nl/rechtspraak/toekenning-recht-beroepswerkzaamheid-oefenen-onroerende-hof-van-beroep-gent-2004-03-30-2b8d) 4 gemeenschappelijke bepalingen

[Onroerende verhuur, Vrijgestelde verrichting, Onderscheid tussen belastingplichtige en belastingschuldige](https://juriel.be/nl/rechtspraak/onroerende-verhuur-vrijgestelde-verrichting-onderscheid-cassatie-brussel-2003-12-c883) 4 gemeenschappelijke bepalingen

[Recht op aftrek, Uitgaven zonder bedrijfskarakter, Gebouw, Gedeeltelijk beroepsgebruik](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-uitgaven-zonder-bedrijfskarakter-hof-van-beroep-luik-2020-09-04-17c5) 3 gemeenschappelijke bepalingen

[Aftrek, Vrijstelling, Onroerende verhuur](https://juriel.be/nl/rechtspraak/aftrek-vrijstelling-onroerende-verhuur-overdracht-rechtbank-luik-2020-10-08-d465) 3 gemeenschappelijke bepalingen

[Vrijstelling, Beroepsopleiding, Beroepsherscholing, Onderwijs, Opleiding tot beroepsbestuurder van vliegtuigen](https://juriel.be/nl/rechtspraak/vrijstelling-beroepsopleiding-beroepsherscholing-onderwijs-rechtbank-bergen-2021-03-25-ed7f) 3 gemeenschappelijke bepalingen

[Onroerende verhuur, Ter beschikking stellen van een beroepsruimte, terbeschikkingstelling](https://juriel.be/nl/rechtspraak/onroerende-verhuur-ter-beschikking-stellen-cassatie-brussel-2024-02-22-08d7) 3 gemeenschappelijke bepalingen

[Diensten, Vrijstelling, Shop en cafetaria in een museum](https://juriel.be/nl/rechtspraak/diensten-vrijstelling-shop-cafetaria-in-rechtbank-bergen-2023-09-20-0eae) 3 gemeenschappelijke bepalingen
