Werkingssfeer, dienst, belastbare handeling, vrijstelling, andere vrijstelling · Belgische rechtspraak

Naar de tekst
Juriel

Rechtbank van eerste aanleg Brugge 22 maart 1999

Zoeken

Werkingssfeer, dienst, belastbare handeling, vrijstelling, andere vrijstellingBelasting over de toegevoegde waarde

https://juriel.be/nl/rechtspraak/werkingssfeer-dienst-belastbare-handeling-vrijstelling-rechtbank-brugge-1999-03-22-9903

Rechtscollege
Rechtbank van eerste aanleg
Zetel
Brugge
Datum
22 maart 1999

Over het document

Verzameling
Belgische rechtspraak
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

60 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Brugge d.d. 22.03.1999

Samenvatting niet beschikbaar

Tekst van het vonnis

Tekst van de beslissing

De rechtbank van eerste aanleg te Brugge, VIJFDE KAMER, heeft het hiernavolgend vonnis verleend :

In de zaak 97/852/A

VZW T. W. B., met zetel te …, …

eiseres,

voor wie is opgetreden meester J. W., advocaat te …, …,

tegen :

BELGISCHE STAAT, Ministerie van Financiën, vertegenwoordigd door de heer Minister van Financiën, wiens kantoren gevestigd zijn te Brussel, Wetstraat 14, in de persoon van de heer Gewestelijk Directeur BTW, Registratie en Domeinen te Brugge, Katelijnestraat 7, op vervolging en benaarstiging van de Administratie van de BTW in de persoon van de BTW Ontvanger te Oostende, wiens kantoren gevestigd zijn te Oostende, Administratief Centrum, Vrijhavenstraat 1, derde verdieping

verweerder,

voor wie is opgetreden meester L. D. S., advocaat te …, …,


I. RECHTSPLEGING

Gelet op de inleidende dagvaarding - akte van verzet d.d. 18.03.1997.

De rechtbank nam kennis van het dossier van de rechtspleging en van de door partijen overgelegde bundels.

Partijen werden gehoord in hun middelen bij monde van hun raadsman in de openbare terechtzitting van 22.02.1999.

Artikelen 2 en volgende van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken werden in acht genomen.

II. BIJZONDERSTE GEGEVENS VAN DE ZAAK

Bij gerechtsdeurwaardersexploot d.d. 18.03.1997 tekent eiseres verzet aan tegen het dwangbevel uitgevaardigd op 16.01.1996 door de Heer R. C., BTW-Ontvanger te Oostende, geviseerd en uitvoerbaar verklaard op 17.01.1996 door de Heer J. P., Inspecteur te Brugge, daartoe aangewezen door de Heer Gewestelijk Directeur van de Administratie van de BTW, registratie en domeinen te Brugge, en hem betekend bij gerechtsdeurwaardersexploot d.d. 25.02.1997.

De vordering strekt ertoe :

- te zeggen voor recht dat de Administratie niet retroactief kan terugkomen op het eerder ingenomen standpunt van haar controleur de Heer J. D. op het gevaar het rechtszekerheidsbeginsel te schenden ;

- te zeggen voor recht dat het dwangbevel d.d. 17.01.1996 betekend op 25.02.1997 wordt vernietigd.

Eiseres is van oordeel dat de inbreuken vastgesteld in het proces-verbaal d.d. 06.12.1995 een schending vormen van het rekerheidsbeginsel aangezien bij een eerdere controle in 1998 met betrekking tot de inkomsten van 1985 en 1986 de boekhouding was goed bevonden.

Zij is van oordeel dat verweerder hierop niet retroactief kan terugkomen.

Eiseres is van oordeel dat de lid- en liggelden en de verstrekte maaltijden vrijgestelde handelingen zijn volgens art. 44, par. 2 W.BTW.

Verweerder betwist deze zienswijze.

llI. BEOORDELING

1. Schending van het rechtszekerheidsbeginsel ?

Vooreerst dient opgemerkt dat eiseres geen verworven recht heeft verkregen door het feit dat de Administratie voordien met betrekking tot de inkomstenjaren 1985 en 1986 de boekhoudkundige verwerkingen wel heeft goedgekeurd. Eiseres kan hieruit geen verworven recht putten met betrekking tot de latere aanslagjaren en de Administratie is geenszins gebonden door haar vroegere houding.

Dit geldt in casu des te meer nu bij controle over 1985-86 de boekhoudkundige verwerkingen louter werden goedgekeurd zonder dat er sprake was van welbepaalde boekhoudkundige verwerkingen op instructie van en derhalve met uitdrukkelijk akkoord van de Administratie. Er werd geen briefwisseling gevoerd met betrekking tot welbepaalde principes en er werden evenmin toezeggingen gedaan waardoor de wijze van berekening van de BTW door eiseres onbeperkt geldig bleven voor de toekomst.

De belastingwetgeving is overigens van openbare orde wat belet dat de belastingplichtige rechten zou kunnen scheppen uit een voorheen door de Administratie aangenomen houding (Gent 30 januari 1986, F.J.F. 1988, 419).

Eiseres kan bovendien niet in haar standpunt worden gevolgd waar zij zich enerzijds wel verzoend met het thans door de Administratie ingenomen standpunt en de boekhoudkundige verwerkingen dan ook vandaag gebeuren conform dit door de Administratie ingenomen standpunt, doch zij van oordeel is dat de opmerkingen van de Administratie niet retro-actief mogen gelden.

Dit standpunt doet uiteraard afbreuk aan het rechtsgelijkheidsbeginsel volgens hetwelk eenieder die in dezelfde economische omstandigheden verkeert volgens dezelfde normen wordt getaxeerd.

Dit standpunt van eiseres toont enkel aan dat zij in wezen akkoord is met het standpunt van verweerder.

Tenslotte dient rekening te worden gehouden met het feit dat ook de Administratie van haar kant rekening dient te houden met evoluties die zich in de toestand van de belastingplichtige voordoen, wat in casu onmiskenbaar het geval is, waardoor bepaalde ontvangsten in een totaal andere context dienen te worden geplaatst.

Eiseres werd opgericht in 1985. De eerste controle van de boekhoudkundige verwerkingen voor 1985-86 betrof derhalve de beginfase van eiseres.

Het blijkt evenwel dat eiseres sindsdien verder geëvolueerd is inzonder wat de extra sportieve activiteiten betreft wat blijkt uit de vergelijking over de jaren 1986 t/m 1992 van de boekhoudkundige post 'netto-opbrengst verkooppunt' die over voornoemde jaren meer dan verdrievoudigd is. (st. 29-35 eiseres).

2. Lid- en liggelden.

Een VZW wordt als belastingplichtige aangemerkt wanneer ze een economische activiteit uitoefent.

Evenwel zijn van belasting vrijgesteld in toepassing van art. 44, par. 2, 3° W.BTW : de diensten verstrekt door exploitanten van sportinrichtingen en inrichtingen voor lichamelijke opvoeding aan personen die er aan lichamelijke ontwikkeling en aan sport doen, wanneer die exploitanten en inrichtingen instellingen zijn die geen winstoogmerk hebben en zij de ontvangsten uit de vrijgestelde werkzaamheden uitsluitend gebruiken tot dekking ervan.

Het staat buiten kijf en wordt ook niet door de Administratie betwist deze activiteiten van eiseres die betrekking hebben op het aanleren en de uitoefening van de watersport van BTW zijn vrijgesteld.

Aan deze voorwaarden tot vrijstelling is voor wat de lidgelden betreft niet voldaan, nu deze lidgelden kennelijk niet enkel verband houden met de beoefening en het aanleren van de sport, doch evenzeer recht geven op toegang tot en gebruik van de faciliteiten van de beach-club : gebruik van ligstoelen, windzeilen, bijzettafels en parasols, uitlening van klein recreatiegerief, korting op bergingen en aankopen van clubkledij in de clubshops.

M.a.w. vertegenwoordigen deze lidgelden niet uitsluitend de tegenprestaties om aan sport te doen en worden deze ontvangsten niet uitsluitend gebruikt om de kosten van die activiteit te dekken.

3. Maaltijden.

De Administratie aanvaardt dat het verschaffen van spijzen en dranken door een VZW bedoeld in art. 44, par. 2, 3° van de belasting kan vrijgesteld worden in zoverre deze dienstverstrekking gebeurt met het oog op het verkrijgen van financiële steun, in een lokaal dat enkel toegankelijk is voor diegenen die in de inrichting aan sport doen en op bijkomende wijze voor hun genodigden.

Eiseres bevestigt dat de barbecues die bij sportevenementen worden ingelicht toegankelijk zijn niet alleen voor de leden doch ook voor de organisatoren, de deelnemers en hun genodigden.

Zodoende verricht eiseres diensten volgens art. 18 W.BTW waarvan slechts een gedeelte de vrijstelling van art. 44, par. 2, 3° kan genieten.

Het verzet is dan ook ongegrond.

Beschikkend gedeelte

OM DEZE REDENEN,

De Rechtbank,

Wijzende in eerste aanleg en op tegenspraak.

Alle strijdige en meeromvattende besluiten verwerpend als ongegrond, niet dienend terzake en/of overbodig.

Verklaart de vordering ontvankelijk doch ongegrond.

Veroordeelt eiseres tot de gedingskosten, aan haar zijde niet te begroten aangezien ze haar ten laste blijven, aan de zijde van verweerder begroot op 12.300 frank rechtsplegingsvergoeding.

Verklaart onderhavig vonnis uitvoerbaar bij voorraad, spijts alle verhaal en zonder borgstelling.

Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting in het gerechtshof te Brugge op tweeëntwintig maart negentienhonderd negenennegentig.

Aanwezig zijn :

I. D., alleenrechtsprekend rechter

K. D., griffier

K. D. I. D.