Fiche van de FOD Financiën
Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Brugge d.d. 11.01.2011
Samenvatting niet beschikbaar
Tekst van het vonnis
Tekst van de beslissing
De Rechtbank van Eerste Aanleg te Brugge, vierde kamer, heeft het hiernavolgend vonnis verleend :
In de zaak 06/1777/A Rep. nr. 2011/488
Mevrouw G. B.-V., wonende te …, …, geregistreerd als belastingplichtige onder het nummer BE …,
eiseres,
hebbende als raadsman meester A. H., advocaat, met kantoor te …, …,
tegen :
De BELGISCHE STAAT, Federale Overheidsdienst Financiën, vertegenwoordigd door de heer Minister van Financiën in de persoon van de rekenplichtige van het BTW-Ontvangkantoor te Oostende, wiens kantoren gevestigd zijn te 8400 Oostende, Vrijhavenstraat 1,
verweerder,
hebbende als raadsman meester P. D., advocaat te …, … (ref.: …).
1. RECHTSPLEGING
Gelet op het tegensprekelijk verzoekschrift houdende verzet dwangbevel, ingeschreven onder het nummer …. Op 08 december 2005 werd de zaak ambtshalve weggelaten van de Algemene Rol overeenkomstig artikel 730, § 2 van het gerechtelijk wetboek. De zaak werd opnieuw ingeschreven op de Algemene Rol onder het nummer … op 06 juni 2006.
De rechtbank nam kennis van het dossier van de rechtspleging en van de door partijen overgelegde bundels.
Partijen werden gehoord in hun middelen bij monde van hun raadsman in de openbare terechtzitting van 30 november 2010.
Artikel 2 en volgende van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken werden in acht genomen.
2. BIJZONDERSTE GEGEVENS VAN DE ZAAK
2.1. Eiseres is ingeschreven als BTW-belastingplichtige onder het BTW-registratienummer …, voor haar geregelde activiteit van producent en handelaarster in zuivelproducten. Zij is derhalve onderworpen aan de bepalingen van de BTW-wetgeving en de ter uitvoering ervan genomen besluiten.
In 2002 werd een controle aangevat over de toepassing van de wetgeving en de reglementering inzake de belasting over de toegevoegde waarde en dit met betrekking tot de BTW-aangiften met betrekking tot het jaar 1999.
Bij gebrek aan een akkoordverklaring over de vastgestelde overtredingen werd op 03 juli 2002 een proces-verbaal opgemaakt waarin de door eiseres begane overtredingen werden geacteerd (zie bewijsstuk 2 verweerder).
Ten gevolge van dit proces-verbaal werd van eiseres een bedrag gevorderd van 6.755,20 EUR BTW en 350,00 EUR geldboete.
Wegens niet-betaling werd op 11 september 2002 een dwangbevel uitgevaardigd dat op 16 september 2002 werd geviseerd en uitvoerbaar verklaard (zie bewijsstuk 3 verweerder).
2.2. Eiseres vraagt dat :
- de vordering ontvankelijk en gegrond wordt verklaard;
- het bestreden dwangbevel wordt nietig verklaard en dat dienvolgens voor recht wordt gezegd dat de erin opgenomen sommen niet verschuldigd zijn;
- de terugbetaling wordt bevolen van alle sommen die werden betaald of ingehouden, verhoogd met de moratoire rente vanaf de dag der betaling en met de gerechtelijke rente vanaf heden;
- verweerder wordt veroordeeld tot de kosten van het geding, in hun hoofde begroot op de rechtsplegingsvergoeding ten bedrage van 900,00 EUR.
2.3. Verweerder vraagt dat de vordering van eiseres als ontvankelijk en ongegrond wordt afgewezen en dat eiseres worden veroordeeld tot de kosten van het geding, aan zijn zijde begroot op 1.200,00 EUR rechtsplegingsvergoeding (basisbedrag).
3. BEOORDELING
3.1. Nopens de ontvankelijkheid
Verweerder voert geen gegronde redenen aan die tot de onontvankelijkheid van de vordering kunnen leiden. Nu de rechtbank evenmin middelen van onontvankelijkheid, die hij ambtshalve zou moeten opwerpen, ontwaart, is de vordering ontvankelijk.
3.2. Nopens de grond
3.2.1. Tussen de NV A. V. en eiseres werden op 03 mei 1996 overeenkomsten afgesloten met betrekking tot de verkoopprijs van de eierproductie door de kippen die toebehoren aan eiseres. Er werd onder meer overeengekomen dat alle eieren volgens bepaalde opgelegde prijscriteria dienen verkocht te worden aan A. O. en dat eiseres zich van veevoeder diende te bevoorraden bij NV A. V.. NV A. V. garandeert aan eiseres een minimumkilogramprijs van 28 F en een maximumkilogramprijs van 31,5 F.
Indien de marktprijs lager is dan de minimumkilogramprijs dan wordt het prijsverschil bijgelegd door NV A. V.. Overschrijdt de marktprijs de maximumkilogramprijs dan wordt de door eiseres gerealiseerde meeropbrengst afgetrokken van het openstaand tegoed.
3.2.2. De vergoeding die door NV A. V. wordt uitbetaald indien de marktprijs lager is dan de minimumkilogramprijs dient volgens verweerder te worden aangemerkt als een gedeelte van de prijs betaald door een derde en behoort bijgevolg tot de maatstaf van heffing.
3.2.3. De prijsgarantie die door NV A. V. aan eiseres wordt verleend is een tussenkomst in de verkoopprijs van de eieren en behoedt eiseres voor schommelingen in de marktprijs waardoor zij genoodzaakt zou worden om met verlies te werken. De tegenprestatie van eiseres voor deze geldelijke tussenkomst bestaat erin dat zij de eierproductie moet verkopen aan A. O. volgens bepaalde prijscriteria. Het is duidelijk dat een dergelijke overeenkomst niet kan aanzien worden als een verzekeringsovereenkomst en dat zij wel degelijk een belastbare handeling vormt in hoofde van eiseres.
3.2.4. Het bedrag dat toekomt aan NV A. V. wanneer de marktprijs de maximumkilogramprijs overschrijdt, dient te worden aanzien als een tegenprestatie voor een door de NV A. V. verleende dienst zoals bedoeld in artikel 18, § 1, tweede lid, 1° W.BTW, dewelke onderworpen is aan het normale BTW-tarief.
3.2.5. De vordering dient dan ook als ongegrond te worden afgewezen.
3.3. Nopens de kosten
Eiseres wordt in het ongelijk gesteld. Overeenkomstig artikel 1017, 1ste lid van het gerechtelijk wetboek moet zij de gerechtskosten dragen. De waarde van de vordering situeert zich tussen de 5.000,01 en de 10.000,00 EUR. In hoofde van verweerder worden zij dan ook begroot op 900,00 EUR rechtplegingsvergoeding (basisbedrag).
Beschikkend gedeelte
OM DEZE REDENEN,
DE RECHTBANK,
Wijzende in eerste aanleg en op tegenspraak.
Alle verdere middelen van partijen verwerpende als niet dienend.
Verklaart de vordering ontvankelijk en ongegrond.
Veroordeelt eiseres tot de gedingkosten, aan haar zijde niet te begroten aangezien ze haar ten laste blijven, aan de zijde van verweerder begroot op negenhonderd euro (900,00 €) rechtsplegingsvergoeding.
Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting in het gerechtsgebouw te Brugge op elf januari tweeduizend en elf.
Aanwezig zijn :
N. H., alleenrechtsprekend rechter;
G. D. T., griffier.
G. D. T. N. H.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.