---
title: "1 december 2006 · Werkingssfeer, dienst · Rechtbank van eerste aanleg te Leuven"
description: "Werkingssfeer, dienst, belastbare handeling, recht op aftrek van belasting. Rechtbank van eerste aanleg te Leuven (België), 1 december 2006."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak/werkingssfeer-dienst-belastbare-handeling-recht-rechtbank-leuven-2006-12-01-749a"
lang: "nl"
---

# Werkingssfeer, dienst, belastbare handeling, recht op aftrek van belasting · Belasting over de toegevoegde waarde

**Rechtscollege**

Rechtbank van eerste aanleg

**Zetel**

Leuven

**Datum**

1 december 2006

## Over het document

**Verzameling**

Belgische rechtspraak

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

62 paragrafen

### Fiche van de FOD Financiën

Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Leuven d.d. 01.12.2006

Samenvatting niet beschikbaar

**Tekst van het vonnis**

### Tekst van de beslissing

**RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG LEUVEN, AFDELING BURGERLIJKE RECHTBANK, 12de kamer.**

**Vonnis : 01 december 2006.**

**Eindvonnis.**

De Rechtbank van eerste aanleg te Leuven, twaalfde kamer, spreekt het volgende vonnis uit :

Rolnummer : **02/2393/A**

In de zaak van :

**A. MB NV**, vennootschap naar Belgisch recht, met maatschappelijke zetel te …, …, ingeschreven in het handelsregister te Leuven onder het nummer …

**eiseres,**

ter zitting verstek latend

**tegen :**

**DE BELGISCHE STAAT, FEDERALE OVERHEIDSDIENST FINANCIEN**, Administratie van de BTW, Registratie en domeinen, vertegenwoordigd door de e.a. inspecteur van het BTW-ontvangkantoor Tienen, waarvan de burelen gevestigd zijn te 3300 Tienen, Goossensvest 3

**DE BELGISCHE STAAT-FEDERALE OVERHEIDSDIENST FINANCIEN**, Administratie van de BTW, Registratie en domeinen, vertegenwoordigd door de e.a. inspecteur van het BTW-ontvangkantoor Leuven, waarvan de burelen gevestigd zijn te 3001 Leuven, Philipssite 3 A bus 1

**verweersters,**

ter zitting vertegenwoordigd door meester **d. N. E.**, advocaat te …, ….

## I. PROCEDURE

De rechtbank doet uitspraak in deze zaak die op de zitting van 3 november 2006 in beraad werd genomen.

De procedure verliep met inachtneming van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken.

De rechtbank nam onder meer kennis van :

\- het verzoekschrift op tegenspraak ter griffie neergelegd op 22 november 2002;

\- de conclusie van verweerster en de door verweerster neergelegde stukken;

\- de overige stukken van het rechtsplegingsdossier;

\- de gerechtsbrief met toepassing van artikel 751 van het Gerechtelijk Wetboek verzonden aan NV **A.** MB.

Alhoewel zij behoorlijk werd opgeroepen verscheen eiseres niet op de zitting van 3 november 2006. Zij was evenmin vertegenwoordigd. Gelet op artikel 751 van het Gerechtelijk Wetboek wordt huidig vonnis geacht lastens eiseres op tegenspraak te zijn uitgesproken.

De advocaat van verweerster werd gehoord op de openbare zitting van 3 november 2006.

## ll. FEITEN EN VOORWERP VAN DE VORDERING

Naar aanleiding van een BTW-controle werd proces-verbaal opgemaakt en op 9 april 2002 werd een dwangbevel uitgevaardigd.

Krachtens dit dwangbevel is eiseres een BTW verschuldigd van 42.045,65 euro, een boete van 13.361,46 euro, te vermeerderen met interest en kosten.

In het verzoekschrift vordert eiseres de vernietiging van het dwangbevel, terugbetaling van wat ten onrechte zou zijn geïnd, minstens een schadevergoeding gelijk aan het bedrag van de gevorderde schulden, te verhogen met de gederfde intresten.

## III. BEOORDELING

1\. Het verzoekschrift werd tijdig neergelegd en de vordering is ontvankelijk.

2\. Eiseres voert aan dat het bedrag van 233.603 BEF (thans 5.790,87 euro) verschuldigde BTW reeds werd aangegeven in haar BTW-aangifte met betrekking tot het eerste kwartaal 2000.

3\. Het origineel van de aangifte voor het eerste kwartaal 2000 dat door verweerster wordt neergelegd vermeldt geen enkele aangegeven handeling.

Verweerster betwist dat eiseres het bedrag van 233.603 BEF (thans 5.790,87 euro) heeft aangegeven en betaald heeft.

Eiseres bewijst noch de aangifte, noch de betaling van deze BTW. Dit onderdeel van de vordering is ongegrond.

4\. In het proces-verbaal wordt een BTW van 378.000 BEF (thans 9.370,38 euro) geheven op een bedrag van 1.800.000 BEF (thans 44.620,83 euro) dat door eiseres ontvangen werd.

Eiseres betwist niet dit bedrag ontvangen te hebben maar voert aan dat voor dit bedrag in het verleden "voorschotfacturen" werden opgemaakt, zodat dit bedrag reeds in het verleden belast werd.

5\. Eiseres bewijst haar bewering niet. Van de "voorschotfacturen" wordt niets bijgebracht.

Dit onderdeel van de vordering is ongegrond.

6\. Naar aanleiding van een controle over de periode 1988 - 1992 werd vastgesteld dat eiseres ten onrechte 50 % had afgetrokken van BTW betaald voor een personenwagen Jaguar. Er werd een regularisatieopgave opgesteld en een akkoord ondertekend op 7 april 1993. Eiseres betaalde het bedrag van de ten onrechte afgetrokken BTW terug.

In het eerste kwartaal 2001 bracht eiseres 100 % van de op deze facturen evenals nog op een factuur van 23 september 1993 betaalde BTW, in aftrek door middel van een herziening in rooster 62. Eiseres voert aan dat zij als gevolg van een arrest van het Hof van Beroep te Antwerpen d.d. 4 oktober 1999 recht heeft op teruggave van deze BTW.

7\. Terecht roept verweerster de verjaring in. De rechtbank ziet trouwens niet in hoe het arrest van het Hof van Beroep te Antwerpen, dat de vordering van eiseres tegen de verkoper van de Jaguar in vernietiging van de verkoopovereenkomst afwees, enige invloed kan hebben op het recht op aftrek van de door eiseres betaalde BTW.

Nu eiseres geen recht op aftrek van deze BTW had kan er van enige schade ingevolge enig foutief optreden van de administratie ook geen sprake zijn.

Enig foutief optreden van de administratie is trouwens niet bewezen. Ook dit onderdeel van de vordering is ongegrond.

8\. Eiseres maakte een stuk op gericht aan "de heer en mevrouw **H. d. P. d. B.** en/of NV **I.-C.**" met vermelding "kredietnota nr. 01.001 d.d. 28 juni 2001" voor een bedrag van 2.100.000 BEF en 441.000 BEF aan BTW.

9\. Eiseres blijft volledig in gebreke uit te leggen (laat staan te bewijzen) waarom deze creditnota werd opgesteld. Nu niet eens geweten is welke feiten ten grondslag liggen aan deze creditnota kan niet worden nagegaan of deze creditnota terecht werd opgesteld en of deze feiten aanleiding kunnen geven tot teruggave van de BTW.

Ook dit onderdeel van de vordering is ongegrond.

### Beschikkend gedeelte

## IV. UITSPRAAK

Het vonnis wordt geacht op tegenspraak te zijn gewezen ten aanzien van eiseres, is uitgesproken op tegenspraak ten aanzien van verweerster, en in eerste aanleg.

De vordering is ontvankelijk maar **ongegrond**.

De rechtbank veroordeelt eiseres tot de kosten en stelt deze als volgt vast :

\- voor eisende partij : O (nul) euro

\- voor verwerende partij : 364,41 euro (rechtsplegingsvergoeding).

Dit vonnis is uitgesproken in eerste aanleg tijdens de gewone en openbare terechtzitting van de **twaalfde kamer** van de rechtbank van eerste aanleg te Leuven op **vrijdag 01 december 2006**.

De rechtbank bestond uit :

De heer **L. W.**, rechter, dienstdoende voorzitter.

Mevrouw **K. G.**, rechter.

De heer **A. G.**, gerechtelijk stagiair, plaatsvervangend rechter, in toepassing van artikel 259octies paragraaf 6, laatste lid van het Gerechtelijk Wetboek.

Mevrouw **J. C.**, griffier.

**J. C.** **A. G.** **K. G.** **L. W.**
