---
title: "25 januari 2013 · Werkingssfeer, dienst · Rechtbank van eerste aanleg te Brussel"
description: "Werkingssfeer, dienst, belastbare handeling, recht op aftrek van belasting, vervolging. Rechtbank van eerste aanleg te Brussel (België), 25 januari 2013."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak/werkingssfeer-dienst-belastbare-handeling-recht-rechtbank-brussel-2013-01-25-42de"
lang: "nl"
---

# Werkingssfeer, dienst, belastbare handeling, recht op aftrek van belasting · Belasting over de toegevoegde waarde

**Rechtscollege**

Rechtbank van eerste aanleg

**Zetel**

Brussel

**Datum**

25 januari 2013

## Over het document

**Verzameling**

Belgische rechtspraak

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

91 paragrafen

### Fiche van de FOD Financiën

Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Brussel d.d. 25.01.2013

Samenvatting niet beschikbaar

**Tekst van het vonnis**

### Tekst van de beslissing

**RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG TE BRUSSEL, 33****ste** **KAMER**

**AR 2011/11943/A**

*-* *Federale Belastingen - BTW - aftrek logies, spijzen en dranken (art. 45, § 3, 3°, b W.BTW*

*-* *op tegenspraak*

*-* *eindvonnis*

In zake van :

**De NV A. H. C.**, met maatschappelijke zetel te …, … en KBO-nummer …,

**eisende partij,**

vertegenwoordigd door Mr. **P.**, met kantoor te …, …

**tegen :**

**De BELGISCHE STAAT**, Federale Overheidsdienst Financiën, Administratie van de Fiscaliteit, sector BTW, in persoon van de eerstaanwezend inspecteur van het BTW-ontvangkantoor te Halle, met kantoor te 1500 Halle, Zuster Bernardastraat 32,

**verweerder,**

vertegenwoordigd door dhr. **J. A.**, eerstaanwezend inspecteur diensthoofd en mevrouw **M. S.**, eerstaanwezend inspecteur

In deze zaak, in beraad genomen op 21/12/2012, spreekt de rechtbank het navolgend vonnis uit :

Gelet op :

• Het verzoekschrift op grond van art. 1385decies Ger. W., door eiseres neergelegd ter griffie van deze rechtbank op 30/09/2011;

• De beschikking tot regeling van conclusietermijnen overeenkomstig artikel 747 Ger. W. van 04/11/2011;

• De conclusie en de aanvullende en syntheseconclusie voor eiseres, neergelegd ter griffie op respectievelijk 14/05/2012 en 15/10/2012;

• De besluiten en de aanvullende en synthesebesluiten voor verweerder, neergelegd ter griffie op respectievelijk 10/02/2011 en 07/08/2012;

• De stukken voor eiseres, neergelegd ter zitting op 21/12/2012; en

• De stukken voor verweerder, neergelegd ter griffie op 10/02/2012.

Gehoord de vertegenwoordiger van verweerder en de raadsman van eiseres ter openbare zitting van 21/12/2012, waarna de debatten werden gesloten en de zaak in beraad genomen werd.

Toepassing is gemaakt van de bepalingen van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken.

## 1. FEITEN

**1.** Eiseres is gekend als BTW-plichtige voor de activiteit van het organiseren van evenementen (naar eigen zeggen "activiteiten, reizen en vermakelijkheden", volgens het proces-verbaal "reizen'').

Op 15/09/2009 werd er door de diensten van verweerder een controle uitgevoerd over de periode 01/01/2006 tot 31/12/2007, dewelke resulteerde in een proces­verbaal van 29/03/2011 (stuk 1 verweerder). De hierna volgende vermeende inbreuken op de BTW-wetgeving werden vastgesteld :

(1) Voor een aantal afgetrokken facturen van kosten van logies, spijzen en dranken werd vastgesteld dat deze niet voor aftrek in aanmerking kwamen op grond van art. 45, § 3, 3°, b W.BTW om reden dat hiervoor geen aparte en nauwkeurige afrekening werd gemaakt (item 1);

(2) Er werd een verschil vastgesteld door de af te trekken BTW zoals deze blijkt uit het aankoopjournaal enerzijds en de BTW-aangiften van eiseres anderzijds, zodat een teveel aan BTW in aftrek werd gebracht (item 2);

(3) Een verkeerde maatstaf werd toegepast voor een handelsgeschenk (item 3).

Aldus werd vastgesteld dat nog verschuldigd was :

BTW : € 4.216,34

Verminderde proportionele boete : € 1.350,00

Intresten.

Daar betaling uitbleef werd voor deze bedragen op 20/05/2011 een dwangbevel met referentie nr. … uitgevaardigd, geviseerd en uitvoerbaar verklaard op 26/05/2011.

Dit dwangbevel werd bij exploot van 04/07/2011 aan eiseres betekend (stuk 3 verweerder).

## 2. VOORWERP VAN DE VORDERINGEN

**2.** De vordering van eiseres strekt ertoe het bestreden dwangbevel teniet te doen. Tevens vordert eiseres verweerder te veroordelen tot terugbetaling van de ten onrechte betaalde of ingehouden bedragen, meer wettelijke intresten.

De Belgische Staat concludeert tot de ongegrondheid van de vordering.

## 3. BEOORDELING

### 3.1. Ontvankelijkheid

**3.** Verweerder werpt geen gronden van niet-ontvankelijkheid van de vordering op. De rechtbank ziet evenmin redenen om ambtshalve te besluiten tot de niet-ontvankelijkheid van de vordering van eiseres. Deze is ontvankelijk.

### 3.2. Ten gronde

#### 3.2.1. Wat betreft de kosten voor het verstrekken van spijzen en dranken

**4.**

**4.1.** In het proces-verbaal (item 1) werd de aftrek van een hele reeks facturen (zie bijlage bij proces-verbaal) geweigerd omdat deze logies, spijzen en dranken betroffen in de zin van art. 18, § 1, al. 2, 11° W.BTW en door een onvoldoende nauwkeurige en aparte afrekening het recht op aftrek niet gebaseerd kon worden op art. 45, § 3, 3°, b) W.BTW.

Eiseres meent dat dit onterecht is. Zij stelt dat deze facturen van leveranciers kaderen in een globale dienst die zij verleent aan haar cliënteel. De verstrekking van logies, spijzen en dranken kadert in de ruimere evenementen die door eiseres georganiseerd worden en dat deze hierin vervat zijn blijkt uit de offertes. Er is volgens eiseres niet nodig dat de betreffende diensten apart worden verstrekt en door gefactureerd.

Verweerder meent daarentegen dat het recht op aftrek in de zin van art. 45, § 3, 3°, b) W.BTW niet kan gelden indien deze kosten van logies, spijzen en dranken niet als zodanig door gefactureerd worden. Bovendien zou een controle op welke inkomende facturen betrekking hebben op welke uitgaande facturen niet mogelijk zijn.

**4.2.** Tussen partijen is er geen betwisting dat de door eiseres in aftrek gebrachte facturen betrekking hebben op een dient in de zin van art. 18, § 1, al. 2, 11° W.BTW. De betwisting heeft dus enkel betrekking op de vraag of de uitsluitingsbepaling van [artikel 45 § 3, 3° BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-45) in voorliggend geval kan worden toegepast.

[Artikel 45, § 3, 3° BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-45) luidt :

> *"§ 3. Voor aftrek komt niet in aanmerking de belasting ter zake van :*
>
> *(...)*
>
> *3° kosten van logies, spijzen en dranken in de zin van artikel 18, § 1, tweede lid, 10° en 11°, daaronder niet begrepen de kosten die worden gedaan :*
>
> *(...)*
>
> *b) door belastingplichtigen die op hun beurt dezelfde diensten onder bezwarende titel verstrekken;"*

In tegenstelling tot wat verweerder voorhoudt vereist deze bepaling geenszins dat de dienst op een aparte of identieke wijze dient door gefactureerd te worden. Eiseres stelt terecht dat deze voorwaarde van uitdrukkelijke doorfacturering of de doorfacturering van eenzelfde bedrag niet wordt gesteld in [artikel 45, § 3, 3°, b) BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-45), noch in enige andere wettelijke bepaling. Enkel is vereist dat dezelfde dienst onder bezwarende titel verder wordt verstrekt.

Deze aftrekbeperking mag trouwens niet ruim worden geïnterpreteerd, daar deze een uitzondering vormt op de principiële neutraliteit van de BTW-stelsel (vgl. W. DEFOOR, "Vallen cateringkosten die een producten van (reclame)films tijdens het uitoefenen van zijn werkzaamheden (de productie van films) ten laste neemt, onder het aftrekverbod van artikel 45, § 3, 3° van het W.BTW", Fisc. Koer. 2010, 660).

In voorliggend geval blijkt uit de stukken van eiseres (stukken 2a-m) dat een geheel van diensten werd verschaft door eiseres (organisatie van verscheidene soorten evenementen), waarvan de levering van spijzen en dranken slechts één enkel onderdeel uitmaakt. Dit blijkt telkens uit de combinatie van de offerte door eiseres verstrekt (waarin melding wordt gemaakt van de verstrekte logies, spijzen en dranken) met de vermeldingen op de inkomende facturen gericht aan eiseres (data en locatie van het evenement en in bepaalde gevallen ook de cliënt van eiseres).

Het verschaffen van deze spijzen en dranken is in deze dermate verbonden met de door eiseres georganiseerde evenementen dat zij als één geheel moeten worden beschouwd (hierover lijkt tussen partijen overigens geen betwisting) en dat de betaalde vergoeding geacht moet worden een vergoeding uit te maken voor het geheel van de geleverde prestaties, daarin begrepen de logies, maaltijd en de dranken. De logies, maaltijden en de dranken zijn overigens geen doel op zich, maar slechts een bijkomende dienst in het kader van het evenement.

Aldus moet worden aangenomen dat eiseres de betreffende dienst op haar beurt en onder bezwarende titel heeft verschaft in het kader van de georganiseerde evenementen. Op basis van de aangehaalde stukken blijkt, zoals vermeld, afdoende dat en welke inkomende facturen betrekking hebben op bepaalde door eiseres ten bezwarende titel verstrekte diensten. Er is bijgevolg voldaan aan de voorwaarden gesteld in art. 45, § 3, 3°, b) W.BTW. Het komt niet aan de diensten van verweerder toe hieraan voorwaarden toe te voegen (afzonderlijke of identieke doorfacturering) die niet in de wet zijn opgenomen. Eiseres het recht op aftrek weigeren zou bovendien strijdig zijn met het neutraliteitsbeginsel, nu zij alsdan geen BTW in aftrek zou kunnen nemen die wel opgenomen werd in de door haar ten bezwarende titel verstrekte dienst.

In tegenstelling tot wat verweerder voorhoudt is het voor de fiscus en de klanten van eiseres wel degelijk mogelijk om het gedeelte van de facturen dat betrekking heeft op het verstrekken van spijzen en dranken (of logies in bepaalde facturen) te isoleren met het oog op het toepassing van een eventuele aftrekbeperking in hoofde van deze klanten. Desgevallend kunnen hiervoor de bedragen zoals opgenomen in de offertes gehanteerd worden.

Ten overvloede moet trouwens opgemerkt worden dat het feit dat voor bepaalde evenementen de afnemers van deze diensten op hun beurt eventueel geen (volledig) recht op aftrek van BTW zouden kunnen laten gelden, in deze niet relevant is. In deze is enkel relevant dat eiseres een BTW-plichtige activiteit heeft gesteld en zij bijgevolg in principe een recht op aftrek kan laten gelden (art. 45, § 1 W.BTW). Dat de door eiseres verstrekte dienst op zijn beurt niet in aanmerking zou komen voor aftrek in hoofde van de klanten van eiseres, doet bijgevolg geen afbreuk op het recht van aftrek in hoofde van eiseres zelve.

Eiseres kan dus wel degelijk een recht op aftrek laten gelden op grond van art. 45, § 3, 3°, b) W.BTW. Dit deel van de vordering van eiseres is gegrond.

**3.2.2.** **Wat betreft het verschil tussen de afgetrokken BTW zoals deze blijkt uit het aankoopjournaal van eiseres en deze opgenomen in de aangifte van eiseres.**

**5.** Er werd in het proces-verbaal (item 2) een verschil vastgesteld tussen de af te trekken BTW zoals deze blijkt uit het aankoopjournaal enerzijds en de BTW­aangiften van eiseres anderzijds, zodat een teveel aan BTW in aftrek werd gebracht. Eiseres legt thans een stuk 1 voor waaruit dit verschil zou moeten blijken.

Er kan gewezen worden op het feit dat reeds in het proces-verbaal werd vastgesteld dat hieromtrent en ter verantwoording van dit verschil door eiseres geen enkel stuk werd voorgelegd. Tot op heden is dit niet het geval, nu ook stuk 1 geen verklaring voor de verschillen levert. Dit deel van de vordering van eiseres is niet gegrond.

#### 3.2.3. Wat betreft het handelsgeschenk

**6.** Item 3 van het proces-verbaal wordt niet betwist.

#### 3.2.4. Wat betreft de administratieve geldboete

**7.** De opgelegde administratieve geldboeten worden op zich en afzonderlijk niet betwist. Eiseres dient bijgevolg enkel ontheven te worden van de opgelegde administratieve geldboeten in de mate dat deze betrekking heeft op het deel van de vordering van eiseres dat gegrond is (zie hoger punt 3.2.1, item 1 proces-verbaal).

#### 3.2.5. Wat betreft de terugbetaling

**8.** De vordering tot terugbetaling wordt op zich niet betwist, zodat deze gegrond is in de mate dat de middelen van eiseres zoals hoger aangehaald gegrond zijn. De berekening van de "wettelijke intresten", noch de wettelijke basis worden niet verder verduidelijkt. Er kan dan ook aangenomen worden dat intresten conform art. 91, § 4 W.BTW worden gevorderd.

## 4. KOSTEN, WAARDE VAN DE VORDERINGEN EN DE GEVORDERDE RECHTSPLEGINGSVERGOEDINGEN

**9.** Nu de vordering van eiseres grotendeels gegrond is, komt het gepast voor verweerder te veroordelen tot het dragen van de kosten van het geding.

Eiseres vordert het basisbedrag van de rechtsplegingsvergoeding, begroot op grond van het tarief van in geld waardeerbare vordering op basis van het betwiste dwangbevel. Nu verweerder hiervan geen vermindering vordert, kan dit bedrag toegekend worden.

### Beschikkend gedeelte

**OM DEZE REDENEN,**

**DE RECHTBANK,**

Gelet op de artikelen 3, 4, 37, 41 en 42 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken,

Rechtsprekend in eerste aanleg en op **tegenspraak**,

Alle andersluidende en meer omvattende besluiten van de hand wijzende als niet ter zake en/of overbodig,

Verklaart de vordering van eiseres ontvankelijk en in de hierna volgende mate gegrond,

Doet het dwangbevel van 20/05/2011, geviseerd en uitvoerbaar verklaard op 26/05/2011, met referentie nr. …, teniet in de mate dat dit betrekking heeft op het bedrag aan BTW wegens vermeende inbreuken op artikel 45, § 3 W.BTW zoals vastgesteld in item 1 van het proces-verbaal van 29/03/2001 (€ 12.941,42 aan BTW), alsmede de administratieve geldboete en intresten die hierop betrekking hebben.

Veroordeelt verweerder tot terugbetaling aan eiseres van de desgevallend ten onrechte betaalde of ingehouden bedragen, meer de wettelijke intresten conform art. 91, § 4 W.BTW.

Veroordeelt verweerder tot het dragen van de kosten van het geding, in hoofde van eiseres begroot op € 2.200,00 (rechtsplegingsvergoeding).

Aldus gevonnist en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de **33****ste** **kamer** van de Rechtbank van eerste aanleg te Brussel, op **25 januari 2013**.

Waar aanwezig waren en zitting namen :

De heer **J. V. B.**, toegevoegd rechter

Mevrouw **L. D.**, afgevaardigd-griffier.

**L. D.** **J. V. B.**

## Aangehaalde teksten

1

[WBTW art. 45](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-45) 3 voorkomens

## Vergelijkbare beslissingen

8

[Recht op aftrek, Herziening recht op aftrek](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-herziening-uitoefening-beroepswerkzaamheid-hof-van-beroep-antwerpen-2021-02-0056) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Recht op aftrek, Vaste termijn, Verjaringstermijn, Vordering tot teruggaaf](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-vaste-termijn-verjaringstermijn-rechtbank-luik-2022-04-25-02bf) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Recht op aftrek, Aanwending voor de beroepsactiviteit, Bewijslast](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-aanwending-beroepsactiviteit-bewijslast-hof-van-beroep-luik-2021-01-18-0480) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Recht op aftrek, Facturen van onderaannemers, Verplichte vermeldingen](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-facturen-onderaannemers-verplichte-rechtbank-bergen-2019-04-09-0896) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Recht op aftrek, Percentage van het beroepsmatig gebruik](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-percentage-beroepsmatig-gebruik-hof-van-beroep-bergen-2023-05-31-09c2) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Recht op aftrek, Materiële voorwaarde](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-materiele-voorwaarde-btw-cassatie-brussel-2021-01-29-0dbd) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Teruggaaf, ongerechtvaardigde verrijking, teveel afgedragen btw, teruggave, aangerekende Btw](https://juriel.be/nl/rechtspraak/teruggaaf-ongerechtvaardigde-verrijking-teveel-afgedragen-hof-van-beroep-gent-2023-01-17-13de) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Recht op aftrek, Verhoudingsgetal, Financiële handelingen](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-verhoudingsgetal-financiele-handelingen-rechtbank-hasselt-2021-02-04-167c) 1 gemeenschappelijke bepalingen
