Fiche van de FOD Financiën
Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Brussel d.d. 17.02.2010
Samenvatting niet beschikbaar
Tekst van het vonnis
Tekst van de beslissing
Rechtbank van Eerste Aanleg te Brussel – 36ste Kamer
In zake van :
De BVBA H. T. L., met maatschappelijke zetel te … (…), … en met KBO-nummer ….
eisende partij,
Vertegenwoordigd door Mr. P. M., loco Mr. A. V., advocaat te …, …,
tegen :
DE BELGISCHE STAAT, Federale Overheidsdienst Financiën, Administratie van de Ondernemings- en Inkomensfiscaliteit, sector BTW, vertegenwoordigd door eerstaanwezend inspecteur van het ontvangkantoor Vilvoorde, waarvan de kantoren gevestigd zijn te 1800 Vilvoorde, Groenstraat 51,
verwerende partij,
Vertegenwoordigd door Mr. A. H. loco Mr. Ph. D., advocaat te …, …,
In deze zaak, in beraad genomen op 20/10/2010, spreekt de rechtbank het
navolgend vonnis uit :
Gelet op :
- het tegensprekelijk verzoekschrift in toepassing van artikel 1385decies van heet gerechtelijk wetboek uitgaande van eisende .partij en neergelegd ter griffie van deze rechtbank op 12/12/2008;
- de beschikking tot regeling van conclusietermijnen overeenkomstig artikel 747, § 2 van het gerechtelijk wetboek van 06/02/2009;
- de conclusie en de syntheseconclusie voor verweerder, neergelegd ter griffie op respectievelijk 06/03/2009 en.08/07/2009;
- de conclusie en de syntheseconclusie voor eiseres, neergelegd ter griffie op respectievelijk 08/05/2009 en 07/09/2009;
- de stukken voor eiseres, neergelegd ter griffie op 18/12/2009; en
- de stukken voor verweerder, neergelegd ter zitting op 20/01/2020.
Gehoord, ter openbare zitting van 20/01/2010, de raadslieden van partijen, waarna de debatten werden gesloten en de zaak in beraad genomen werd.
Toepassing is gemaakt van de bepalingen van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in rechtszaken.
1. FEITEN
1. De voor huidig geding relevante feiten kunnen als volgt samengevat worden.
Eiseres is actief in de sector van de voedingsmiddelen (zuivelproducten - groothandelaar en verpakker van eieres). In die hoedanigheid is zij volledig BTW-belastingplichtige.
Eind 2006 voerden de diensten van verweerder een BTW-controle uit bij eiseres. In het kader van deze controle bleef er één discussiepunt bestaan tussen partijen. Met name rees de vraag of het appartement dat werd. opgericht bij de eigenlijke bedrijfsgebouwen (Grimbergen (Beigem), Daalstraat 121) en dat werd bewoond door mevr. D. W. (weduwe van de oorspronkelijke oplichter en moeder van de statutaire zaakvoeder van eiseres) al dan niet recht gaf op aftrek van BTW omdat dit goed als conciërgewoning kon beschouwd worden.
Bij proces-verbaal van 14/08/2008 stelden de diensten van verweerder dat dit gebouw niet kon beschouwd worden als conciërgewoning. Bijgevolg werd de BTW-aftrek verworpen van de sommen die hierop betrekking hadden. Over de berekening van deze bedragen is er op zich geen betwisting.
Alzo werd vastgesteld dat eiseres nog verschuldigd was :
- BTW : … euro;
- Verminderde proportionele geldboete : … euro;
- Intresten hierop.
Bij verzoekschrift .neergelegd op 12/12/2008 vecht eiseres dit proces-verbaal en daarin opgenomen BTW-schuld aan.
2. VOORWERP VAN DE VORDERING
2. De vordering van eiseres strekt .ertoe te horen zeggen dat de bij vernoemd proces-verbaaI vastgestelde sommen in hoofde van BTW en geldboete, niet verschuldigd zijn, en de terugbetaling hiervan te horen bevelen verhoogd met de moratoriumintresten (art. 91, § 4 W.BTW).
Verweerder besluit tot de ongegrondheid van de vordering van eiseres.
3. BEOORDELING
3.1. Ontvankelijkheid
3. Verweerder werpt geen specifieke gronden van niet-ontvankelijkheid van de vordering van eiseres op. De rechtbank ziet evenmin redenen om ambtshalve te besluiten tot de niet-ontvankelijkheid van deze vordering. Deze is ontvankelijk.
3.2. Ten gronde
3.2.1. Aangaande het gebruik als conciërgewoning
4. In hoofdorde houdt eiseres voor te kunnen genieten van een recht op aftrek op grond van artikel 45, § 1, 1° W.BTW, nu het appartement dienstig is voor het verrichten van een belastbare handeling, met name wordt het gebruikt als conciërgewoning.
Het standpunt van de administratie dat aftrek enkel mogelijk is indien het gebruik als conciërgewoning strikt verantwoord is en de behoeften niet overschrijdt, wordt te strikt toegepast Aan deze voorwaarden is volgens eiseres wel voldaan.
Verweerder is van oordeel dat het betreffende appartement niet kan beschouwd worden als conciërgewoning.
5. Partijen concluderen over en weer uitgebreid over de toepassing en draagwijdte van de administratieve onderrichtingen ter zake. Vooreerst dient evenwel in feiten te worden vastgesteld of het appartement de facto wordt gebruikt als conciërgewoning (met name dat mevrouw D. W. de functie van conciërge waarneemt).
Op dit punt zijn de standpunten van partijen reeds volledig tegenstrijdig. Eiseres meent te kunnen stellen dat de diensten van verweerder zouden hebben erkend dat mevrouw D. W. huisbewaarster is (synthesebesluiten, p. 3 en 8), terwijl verweerder dit betwist (synthesebesluiten p. 3).
Uit dit proces-verbaal blijkt op geen enkel moment uit ondubbelzinnige wijze dat de diensten van verweerder zouden hebben aangenomen dat mevrouw D. W. te beschouwen is als huisbewaarster. In het proces-verbaal valt immers te lezen : “Indien de woongelegenheid niet beantwoord aan de “strikte noodzakelijkheid”, wordt het recht op aftrek hoe dan ook niet toegestaan". De bewoordingen "hoe dan ook” duiden er dan ook op dat op basis van de vaststelling van het feit dat de woongelegenheid niet beantwoordde aan de strikte noodzakelijkheid, de aftrek reeds werd verworpen. Hieruit volgt dat de vraag of mevrouw D. W. kon beschouwd worden als conciërge niet werd beantwoord.
Verweerder werpt vervolgens op dat :
- de woning zou niet tot de bedrijfsgebouwen behoren (aparte ingang);
- mevrouw D. W. is geboren in 1930, gepensioneerd en oefent binnen het bedrijf geen functie meer uit;
- zij verklaarde drie maanden per jaar in het buitenland te verblijven;
- de zaakvoerder en bestuurder van eiseres zouden tegenover en langs de bedrijfsgebouwen wonen;
- in de personenbelasting werd dit (gratis) ter beschikking stellen van het onroerend goed beschouwd als goedgunstig voordeel, hetgeen werd vastgesteld in een akkoordverklaring.
Eiseres spreekt dit tegen en haalt redenen aan (synthesebesluiten. p. 8 en 9) waarom de aanwezigheid van mevrouw D. W. wel strikt noodzakelijk of wenselijk zou zijn.
De rechtbank kan slechts vaststellen dat de beweringen van partijen volledig tegenstrijdig zijn. Eiseres brengt geen enkel stuk bij om haar beweringen te staven. Nu zij zich beroept op een recht op aftrek, draagt zij bewijslast dat hieraan voldaan is.
Bijgevolg is deze stelling van eiseres niet gegrond aangezien zij niet het bewijs bijbrengt van het feit dat mevrouw D. W. huisbewaarder zou zijn, noch de mate waarin dit nuttig dan wel noodzakelijk zou zijn voor eiseres.
3.2.2. Aangaande de toepassing van het “Seeling-arrest”
6. Eiseres is van oordeel dat hoe dan ook zij met betrekking tot het onroerend goed in kwestie een volledig recht van kan doen gelden, verwijzende naar het attest ‘Seeling' van het Hof van Justitie van de Europese Unie (H.v.J. 08/05/2003, nr. C-269/00). Het kosteloos ter beschikking stellen van een onroerend goed was op basis van de in de belastbare periode van toepassing zijnde versie van artikel 19, § 1 W.BTW op zich ook belastbaar (zodat de voorbelasting voor aftrek in aanmerking komt).
Verweerder verwijst naar ·het feit dat het vernoemde arrest 'Seeling' enkel natuurlijke personen zou betreffen.
7. Zoals terecht door eiseres aangehaald, voorzag, de op huidig geschil van toepassing zijnde versie van artikel 19, § 1 W.BTW dat werd beschouwd als dienst en aan BTW werd onderworpen het gratis ter beschikking stellen van goederen aan derden. In zoverre dus werd aangenomen dat mevrouw D. W. het appartement in kwestie niet betrekt als huisbewaarster dat mevrouw D. W. dit goed gratis betrekt, is dit gratis ter beschikking stellen van het pand een belastbare dienst (het gratis ter beschikking stellen van een onroerend goed kan immers niet beschouwd worden als een huur, nu een huur de betaling van een huurprijs veronderstelt, vgl. o.m. H.v.J. 08/05/2003, nr. C-269/00, randnummer 49 en 50). Bijgevolg is hiervoor aftrek van de voorbelasting mogelijk.
Dat onroerende goederen naderhand bij wetswijziging van artikel 19, § 1 W.BTW uitgesloten werden, kan geen afbreuk doen aan situaties die zoals in casu voordien plaatsvonden (en het recht van aftrek dat hieruit voortvloeide).
Deze interpretatie ligt volledig in de lijst van de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie. In het arrest “Seeling” oordeelde dit immers (zie randnummer 40 en 41), in navolging van vroegere rechtspraak (en nadien bevestigd; zie o.m. H.v.J. 21/04/2005, nummer C-25/03, F.J.F. 2005, p. 997) dat de belastingplichtige vrij beslist een gedeelte van een goed dat voor privé-doeleinden wordt gebruikt al dan niet in te brengen in zijn onderneming. Indien deze goederen worden ingebracht, ontstaat onmiddellijk een recht op volledige aftrek. Vervolgens zal een privé-gebruik voor de belastingplichtige of personeel worden gelijkgesteld met een dienst verricht onder bezwarende titel en alzo belast (randnummer 42). (vgl. Gent 09/09/2008, FiscalNet; Rb. Luik 06/05/2004, F.JF. 2005, p. 418).
De rechtbank ziet niet in waarom identiek geformuleerde bepalingen (zoals in de toepasselijke Richtlijn, als in de Belgische Wetgeving) anders zouden moeten toegepast worden afhankelijk van de rechtsvorm van de belastingplichtige.
In de rechtspraak van het Hof van Justitie wordt op geen enkele wijze een beperking gesteld als zou dit enkel gaan om natuurlijke personen. Er is geen reden om rechtspersonen hiervan uit te sluiten, nu het niet onmogelijk is dat (delen van) onroerende goederen worden ter beschikking gesteld van werknemers, zaakvoerders of zelfs derden door een vennootschap.
Over het feit dat het appartement in kwestie ingebracht is in de onderneming door eiseres, bestaat geen betwisting. Er ontstond dan ook hierdoor en ingevolge de aangehaalde rechtspraak van het Hof van Justitie, een onmiddellijk recht op aftrek.
Wat de eventuele verdere gevolgen kunnen zijn van het privégebruik van een goed waarvoor aftrek werd genoten, bijvoorbeeld de belastbaarheid van het gratis ter beschikking stellen op grond van artikel 19, § 1 W.BTW, dan wel een herziening op grond van artikel 48, § 2 W.BTW, is thans niet aan de orde.
De vordering van eiseres is bijgevolg gegrond.
4. WAARDE VAN DE VORDERING EN DE GEVORDERDE RECHTSPLEGINGSVERGOEDING
8. Nu de vordering van eiseres gegrond is, worden de kosten van het geding ten laste van verweerder gelegd.
Bij gebrek aan becijfering door partijen van de rechtsplegingsvergoeding, moet worden aangenomen dat eiseres het basisbedrag vordert op basis van de waarde van het geschil en dat verweerder geen vordering tot verlaging van dit basisbedrag instelt.
Beschikkend gedeelte
OM DEZE REDENEN,
DE RECHTBANK,
Gelet op de artikelen 4, 37, 41 en 42 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in rechtszaken,
Rechtsprekend in eerste aanleg en op tegenspraak,
Alle andersluidende en meer omvattende besluiten van de hand wijzende als niet ter zake en/of overbodig,
Verklaart de vordering .van eiseres ontvankelijk en gegrond.
Zegt voor recht dat eiseres de in het bestreden proces-verbaal van 14/08/2008 opgenomen sommen in hoofde van BTW (met name … euro). en verminderde proportionele boete (met name …), alsmede de eventueel hierop berekende intresten niet verschuldigd is.
Veroordeelt verweerder tot terugbetaling aan eiseres van de in uitvoering van dit proces-verbaal betaalde sommen, te verhogen met de moratoriuminteresten overeenkomstig artikel 91, § 4 W.BTW.
Veroordeelt verweerder tot de kosten van het geding en begroot deze kosten op … euro in hoofde van de Belgische Staat;
Aldus gevonnist en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de 36ste kamer van de Rechtbank van eerste aanleg te Brussel, op 17 februari 2010.
Waar aanwezig waren en zitting namen :
De heer L. V. B. : toegevoegd rechter
Mevrouw·I. D. : griffier.
I.D. J. V. B.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.