---
title: "2 januari 2002 · Werkingssfeer, dienst · Rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen"
description: "Werkingssfeer, dienst, belastbare handeling, bewijs, controlemaatregel, vervolging. Rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen (België), 2 januari 2002."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak/werkingssfeer-dienst-belastbare-handeling-bewijs-rechtbank-antwerpen-2002-01-02-e72e"
lang: "nl"
---

# Werkingssfeer, dienst, belastbare handeling, bewijs, controlemaatregel, vervolging · Belasting over de toegevoegde waarde

**Rechtscollege**

Rechtbank van eerste aanleg

**Zetel**

Antwerpen

**Datum**

2 januari 2002

## Over het document

**Verzameling**

Belgische rechtspraak

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

85 paragrafen

### Fiche van de FOD Financiën

Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Antwerpen d.d. 02.01.2002

Samenvatting niet beschikbaar

**Tekst van het vonnis**

### Tekst van de beslissing

**V O N N l S gewezen en uitgesproken in het gerechtsgebouw te Antwerpen, op twee januari tweeduizend en twee in openbare zitting van de 2F kamer van de rechtbank van eerste aanleg van het gerechtelijk arrondissement Antwerpen, al waar zetelden :**

**P. W.**, enig rechter

**K. B.**, griffier

In zake : AR Nr. **96/12271/A**

**De C. V. I. S. E.**, met maatschappelijke zetel gevestigd te …, …, ingeschreven in het handelsregister te Antwerpen onder het nummer …,

**eisende partij,**

verschijnende bij meester **B. S.** loco meester **L. G.**, advocaat, kantoorhoudende te …, …,

**tegen :**

**DE BELGISCHE STAAT**, Administratie der Belastingen over de toegevoegde waarde, Registratie en Domeinen, in de persoon van de Minister van Financiën, wiens burelen gevestigd zijn te Brussel, op vervolging en benaarstiging van de heer Gewestelijk Directeur der BTW, registratie en domeinen te Antwerpen in de persoon van de heer Ontvanger van het Tweede BTW­Ontvangkantoor te Antwerpen, met burelen gevestigd te 2000 Antwerpen, Italiëlei 4 bus 4,

verwerende partij,

verschijnende bij meester **J. P.** loco meester **M. V. H.**, advocaat, kantoorhoudende te …, …

Gezien de stukken in het dossier der rechtspleging, o.m. :

\- de inleidende dagvaarding, betekend door het ambt van plaatsvervangend gerechtsdeurwaarder **M. A.**, in vervanging van **M. B.**, gerechtsdeurwaarder te …, op 17 juni 1996,

\- de besluiten van partijen.

\- het verzoekschrift tot heropening der debatten, neergelegd ter griffie op 4 december 2001.

Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van talen in gerechtszaken.

Gelet op de verordeningen van de Raad van de ministers nummer 974/98 d.d. 3 mei 1998 en nummer 1103/97 d.d. 17 juni 1997 en de wetten van 26 juni 2000 en 30 juni 2000 ter invoering van de euro.

Gehoord partijen in hun middelen en gezegden ter zitting van 14 november 2001.

---

De door eiseres aangegeven stukken zijn geen nieuwe stukken of feiten van overwegend belang zodat het verzoek tot heropening van de debatten wordt afgewezen.

De vordering strekt ertoe het verzet tegen het dwangbevel, uitgevaardigd ten laste van eiseres op 1 februari 1996, ontvankelijk en gegrond te verklaren, dienvolgens te zeggen voor recht dut het voornoemd dwangbevel niet kan worden uitgevoerd, alsook dat eiseres de sommen niet verschuldigd is zoals vermeld in het dwangbevel en verweerder te veroordelen tot de kosten van het geding,

## Relevante feiten

Eiseres organiseerde in de jaren 1991 en 1992 sportevenementen.

Op 31 januari 1994 werd een BTW-controle uitgevoerd bij eiseres voor de periode 1991-1992, waarvan op 24 oktober 1995 proces-verbaal werd opgesteld.

Uit dit proces-verbaal blijkt dat eiseres in de jaaraangiften in vak 05 (bedrag van de uitvoer, van de met uitvoer gelijkgestelde handelingen - internationaal vervoer enz. - en van de in het buitenland verrichte handelingen) de hierna vermelde bedragen vermeldde, namelijk:

\- voor 1991 : 577.000 BEF,

\- voor 1992 : 2.989.127 BEF.

Verder werd in het proces-verbaal vastgesteld dat voornoemde bedragen de som betreft van de facturen uitgereikt door eiseres met betrekking tot sponsoring en dat op de betreffende facturen telkens werd vermeld :

\- sponsoring + naam (en eventueel datum) van het evenement,

\- bedrag,

\- "factuur geldt tevens als sponsorovereenkomst, overeengekomen tussen bovenstaande partijen".

Volgens het proces-verbaal blijkt uit de verklaringen van een vennoot van eiseres en uit het programmaboekje met betrekking tot de **J. V.** 19-20-25-26 & 27 september 1992 onder andere dat :

\- de partijen die als afnemer/sponsor op de facturen zijn vermeld een advertentie kregen in het programmaboekje van het evenement,

\- zij hun naam aan de wedstrijd mochten verbinden,

\- zij een vlag of een bord mochten uithangen op de plaats waar het evenement doorgang vond.

Bijgevolg zijn, volgens het proces-verbaal, de handelingen waarvoor door eiseres facturen werden uitgereikt, overeenkomstig artikel 18, § 1, 1° van het wetboek van BTW, als diensten inzake reclame te beschouwen en als dusdanig aan de BTW onderworpen zodat eiseres de hierna vermelde BTW verschuldigd is, namelijk :

\- voor 1991 : 577.000 BEF x 19 % = 109.630BEF

\- voor 1992 : 747.281 BEF x 19 % = 141.983 BEF

2.241.845 BEF x 19,5% 437.159 BEF

688.712 BEF

Bij gebreke aart betaling werd op 1 februari 1996 voornoemd dwangbevel uitgevaardigd.

Volgens eiseres daarentegen dient een onderscheid gemaakt te worden tussen drie categorieën van sponsors, namelijk :

\- sponsors die een financiële bijdrage betaalden mits een vermelding in het programmaboekje : deze sponsors werden gefactureerd met BTW en deze bedragen maken niet het voorwerp uit van huidige betwisting,

\- sponsors die een financiële bijdrage betaalden zonder enige tegenprestatie : het betrof een loutere gift waarvoor een factuur werd opgemaakt zonder BTW,

\- buitenlandse sponsors die een financiële bijdrage betaalden en anoniem wensten te blijven : het betrof een loutere gift waarvoor geen factuur werd opgemaakt.

Volgens eiseres was de vermelding van de tweede categorie van sponsors in het programmaboekje contractueel niet overeengekomen aangezien er geen tegenprestatie werd gevraagd voor de giften en is de vermelding er slechts gekomen ter opvulling van de nodige pagina's.

Deze tweede categorie van sponsors zou volgens eiseres in totaal de hierna vermelde giften hebben gedaan, namelijk :

\- voor 1991 : 297.000 BEF,

\- voor 1992 : 280.000 'REF.

## Beoordeling

## Betreffende de zogenaamde giften van de zogenaamde buitenlandse sponsors

Volgens eiseres heeft zij voor de derde categorie van sponsors, de buitenlandse sponsors, geen facturen uitgereikt.

Uit het proces-verbaal van 24 oktober 1995 blijkt zeer duidelijk dat het bedrag van 577.000 BEF voor 1991 en van 2.989.127 BEF voor 1992 de som betreft van de facturen uitgereikt door eiseres met betrekking tot sponsoring.

Bijgevolg werden deze bedragen van 577.000 BEF en 2.989.127 BEF uitsluitend bepaald aan de hand van de facturen uitgereikt door eiseres.

Aangezien eiseres voor de zogenaamde giften van buitenlandse sponsors geen facturen heeft uitgereikt, is het dan ook ontegensprekelijk bewezen dat deze giften niet in aanmerking werden genomen.

Het is dan ook bewezen dat geen BTW werd gevorderd op sommen die eiseres zou ontvangen hebben van de zogenaamde buitenlandse sponsors.

## Betreffende de zogenaamde giften van de zogenaamde tweede categorie van sponsors

Volgens eiseres betaalden deze sponsors een financiële bijdrage zonder enige tegenprestatie zodat het een loutere gift betrof waarvoor eiseres een factuur opmaakte zonder BTW.

Deze zogenaamde tweede categorie van sponsors zou volgens eiseres in totaal de hierna vermelde giften hebben gedaan, namelijk :

\- voor 1991 : 297.000 BEF,

\- voor 1992 : 280.00Ö BEF.

Zoals hoger vermeld staat het onomstotelijk vast dat in het proces-verbaal van 21 oktober 1995 geen rekening werd gehouden met de zogenaamde giften van de zogenaamde derde categorie van sponsors, de buitenlandse sponsors.

Aangezien eiseres voor de zogenaamde giften van de zogenaamde derde categorie van sponsors geen facturen heeft uitgereikt en aangezien uit het proces-verbaal van 24 oktober 1995 zeer duidelijk blijkt dat het bedrog van 577.000 BEF voor 1991 en van 2.989.127 BEF voor 1992 de som betreft van de facturen uitgereikt door eiseres met betrekking tot sponsoring, is het dan ook bewezen dat deze bedragen van 577.000 BEF en 2.989.127 BEF uitsluitend betrekking hebben op de zogenaamde tweede categorie van sponsors, zijnde Belgische sponsors waarvoor eiseres een factuur opmaakte zonder BTW.

Zoals duidelijk blijkt uit het proces-verbaal van 24 oktober 1995 heeft de BTW- ambtenaar vastgesteld dat op deze facturen zonder BTW telkens werd vermeld :

\- sponsoring + naam (en eventueel datum) van het evenement,

\- bedrag,

\- "factuur geldt tevens als sponsorovereenkomst, overeengekomen tussen bovenstaande partijen", en heeft hij tevens vastgesteld dat :

\- de partijen die als afnemer/sponsor op de facturen zijn vermeld een advertentie kregen in het programmaboekje van het evenement,

\- zij hun naam aan de wedstrijd mochten verbinden,

\- zij een vlag of een bord mochten uithangen op de plaats waar het evenement doorgang vond.

Bovendien erkent eiseres dat deze sponsors in het programmaboekje werden opgenomen, doch volgens haar was dit contractueel niet overeengekomen en is deze vermelding er slechts gekomen ter opvulling van de nodige pagina's.

Bijgevolg is het aldus bewezen dat eiseres voor deze sponsors een advertentie heeft geplaatst in het programmaboekje en/of deze sponsors hun naam aan de wedstrijd mochten verbinden en/of zij een vlag of een bord mochten uithangen op de plaats waar het evenement doorgang vond, en het is aldus bewezen dat eiseres voor hen diensten beeft verricht, zodat zij, krachtens artikel 64, § 2 van het wetboek van BTW, behoudens tegenbewijs geacht wordt dat te hebben gedaan ouder voorwaarden waaronder de belasting opeisbaar wordt.

Aangezien eiseres niet het minste tegenbewijs levert en aangezien bovendien haar verklaring, dat de vermelding van deze sponsors in het programmaboekje er slechts gekomen is ter opvulling van de nodige pagina's, totaal ongeloofwaardig is, wordt zij dan ook geacht deze diensten te hebben verricht als tegenprestatie in ruil voor de volledige ontvangst van de sponsorgelden zodat hierop dan ook BTW verschuldigd is overeenkomstig artikel 18, § 1, 1° van het wetboek van BTW.

## Betreffende de uitvoerbaar verklaring bij voorraad

Krachtens artikel 92bis van het wetboek van BTW schorsen de termijnen van verzet, hoger beroep en cassatie, alsmede het verzet, het hoger beroep en de voorziening in cassatie de tenuitvoerlegging van de gerechtelijke beslissing zodat huidig vonnis dan ook niet uitvoerbaar bij voorraad kan verklaard worden.

### Beschikkend gedeelte

## OM DEZE REDENEN

**DE RECHTBANK,**

Rechtdoende op **tegenspraak**.

Alle andere en strijdige conclusies verwerpend.

Verklaart het verzoek tot heropening der debatten toelaatbaar doch ongegrond en wijst het af.

Verklaart de vordering toelaatbaar, doch ongegrond en wijst deze af.

Veroordeelt eiseres tot de kosten van het geding tot op heden door verweerder begroot op 304,91 EUR (12.300 BEF) rechtplegingsvergoeding en door de rechtbank ambtshalve vereffend op 163,61 EUR rechtsplegingsvergoeding.

**K. B.** **P. W.**
