Werkingssfeer, belastbare handeling, vrijstelling, andere vrijstelling · Belgische rechtspraak

Naar de tekst
Juriel

Rechtbank van eerste aanleg Brugge 6 mei 2008

Zoeken

Werkingssfeer, belastbare handeling, vrijstelling, andere vrijstellingBelasting over de toegevoegde waarde

https://juriel.be/nl/rechtspraak/werkingssfeer-belastbare-handeling-vrijstelling-andere-rechtbank-brugge-2008-05-06-ea1e

Rechtscollege
Rechtbank van eerste aanleg
Zetel
Brugge
Datum
6 mei 2008

Over het document

Verzameling
Belgische rechtspraak
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

49 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Brugge d.d. 06.05.2008

Samenvatting niet beschikbaar

Tekst van het vonnis

Tekst van de beslissing

De Rechtbank van eerste aanleg te Brugge, VIERDE KAMER, heeft het hierna volgend vonnis verleend :

In de zaak 07/202/A Rep. nr. 2008/6878

de NV A., (KBO-nr. …), vennootschapszetel te …, …,

eiseres,

voor wie optreedt Meester J. V. H., advocaat met kantoor te …, …,

tegen :

De FOD FINANCIËN, in de persoon van de heer Minister van Financiën, met kabinet te 1000 BRUSSEL, Wetstraat 12, op vervolging van de Administratie van de Ondernemings- en Inkomensfiscaliteit, Sector BTW, in de persoon van de heer e.a. Inspecteur van het BTW-Ontvangkantoor te BRUGGE, met kantoren te 8000 BRUGGE, G. Vincke Dujardinstraat 4,

verweerder,

voor wie optreedt Meester L. D. S., advocaat met kantoor te …, …,

I. RECHTSPLEGING

Gelet op het tegensprekelijk verzoekschrift houdende verzet dwangbevel de dato 19 januari 2007.

De rechtbank nam kennis van het dossier van de rechtspleging en van de door verweerder overgelegde bundel.

Partijen werden gehoord in hun middelen bij monde van hun raadsman in de openbare terechtzitting van 8 april 2008.

Artikel 2 en volgende van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken werden in acht genomen.

II. BIJZONDERSTE GEGEVENS VAN DE ZAAK

2.1. Eiseres is gekend en ingeschreven als BTW-belastingplichtige onder het BTW-registratienummer …, ingevolge de door haar aangevatte activiteit van beheer van roerende waarden, roerende goederen alsmede van onroerende goederen en het verlenen van advies en service op administratief, juridisch, financieel en bedrijfseconomisch vlak.

Op 19 oktober 2006 werd een toezicht uitgevoerd over de toepassing van de wetgeving en de reglementering inzake de belasting over de toegevoegde waarde en dit over de periode van 1 januari 2003 tot 31 december 2004.

Door de controlerende ambtenaar werd op 11 december 2006 een proces-verbaal opgesteld waarin de door eiseres begane overtredingen werden geacteerd.

Op 15 december 2006 werd door de met invordering belaste ambtenaar, overeenkomstig artikel 85, § 1 W.BTW, een dwangbevel uitgevaardigd.

Voormeld dwangbevel werd op 19 december 2006 geviseerd en uitvoerbaar verklaard door M.-R. C., eerstaanwezend inspecteur a.i., daartoe aangewezen :door de gewestelijke directeur bij de administratie van de BTW, Registratie en Domeinen te Brugge en op 21 december 2006 bij aangetekend schrijven ter kennis gebracht aan eiseres.

2.2. Eiseres vraagt dat het verzet ontvankelijk en gegrond wordt verklaard en dat dienvolgens het bestreden dwangbevel wordt vernietigd en dat de teruggave wordt bevolen van de ten onrechte geïnde bedragen, meer de moratoire rente. Tevens vordert zij dat verweerder wordt veroordeeld tot de kosten van het geding, in haar hoofde begroot op het basisbedrag van de rechtsplegingsvergoeding.

2.3. Verweerder vraagt dat het verzet ontvankelijk en ongegrond wordt verklaard en dat eiseres wordt veroordeeld tot de kosten van het geding, in zijn hoofde begroot op het basisbedrag van de rechtsplegingsvergoeding ad. 900,00 EUR.

III. BEOORDELING

3.1. nopens de ontvankelijkheid

Verweerder voert geen redenen aan die tot de onontvankelijkheid van de vordering kunnen leiden. Nu de rechtbank evenmin middelen van onontvankelijkheid, die hij ambtshalve zou moeten opwerpen, ontwaart, is de vordering ontvankelijk.

3.2. nopens de grond

3.2.1. Eiseres is een gemengde belastingplichtige aangezien zij enerzijds advies en service op administratief, juridisch, financieel en bedrijfseconomisch verleent (belastbare handeling ov. artikel 18, § 1, tweede lid, 1° W.BTW) en anderzijds onroerende goederen verhuurt (handelingen vrijgesteld door artikel 44, § 3, 2° W.BTW).

Uit de voorliggende stukken (resultatenrekening) blijkt dat zij in de gecontroleerde periode financiële inkomsten en inkomsten van ontvangen huur heeft genoten.

3.2.2. De belastingplichtige met gedeeltelijk recht op aftrek zal in principe zijn recht op aftrek slechts kunnen uitoefenen naar verhouding van de handelingen waarvoor aanspraak op aftrek bestaat. Dit beperkt recht op aftrek wordt geregeld in artikel 46, § 1 W.BTW.

Eiseres heeft niet geopteerd om haar recht op aftrek uit te oefenen met inachtneming van het·werkelijk gebruik van de goederen en diensten en de toepassing van deze wijze van aftrek bedoeld in artikel 46, § 2 W.BTW werd door verweerder dan ook niet opgelegd.

In tegenstelling met wat eiseres voorhoudt heeft verweerder dan ook terecht toepassing gemaakt van artikel 46, § 1 W.BTW om het bedrag van de aftrekbare BTW te berekenen.

3.2.3. Deze berekening leidt geenszins tot een ongelijkheid tussen verschillende belastingplichtigen aangezien het precies de bedoeling is van het verhoudingsgetal, om de belastingplichtige de rechtmatige aftrek te laten genieten in functie van de grootte van de effectief belaste handelingen ten opzichte van het totaal van de handelingen.

De vordering-van eiseres dient dan ook als ongegrond te worden afgewezen.

3.3. nopens de kosten

Eiseres wordt in het ongelijk gesteld. Overeenkomstig artikel 1017, 1ste lid van het gerechtelijk wetboek moet zij de gerechtskosten dragen. Aangezien de waarde van de zaak (met inbegrip van de interesten) is gelegen in de schijf van 5.000,01 EUR tot 10.000,00 EUR, wordt de rechtsplegingsvergoeding op 900,00 EUR (basisbedrag) vastgesteld.

Beschikkend gedeelte

OM DEZE REDENEN,

DE RECHTBANK,

Wijzende in eerste aanleg en op tegenspraak.

Alle verdere middelen van partijen verwerpende als niet dienend.

Verklaart de vordering ontvankelijk doch wijst ze af als ongegrond.

Veroordeelt eiseres tot de gedingkosten, aan haar zijde niet te begroten aangezien ze haar ten laste blijven, aan de zijde van verweerder begroot op 900,00 EUR rechtplegingsvergoeding.

Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting in het gerechtshof te Brugge op dinsdag zes mei tweeduizend en acht.

Aanwezig zijn :

H. N., alleenrechtsprekend rechter;

L. N., griffier.

N. L. N. H.