---
title: "Werk in onroerende staat, Verlaagd tarief · Rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen, 16 maart 2022"
description: "De rechtbank te Antwerpen verklaart de eis tegen een Belgische belastingverhoging van 10% gegrond met bevel tot terugbetaling."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak/werk-in-onroerende-staat-verlaagd-rechtbank-antwerpen-2022-03-16-3c8e"
lang: "nl"
---

# Werk in onroerende staat, Verlaagd tarief, Geluidswerende panelen, Principekwestie

**Rechtscollege**

Rechtbank van eerste aanleg

**Zetel**

Antwerpen

**Datum**

16 maart 2022

## Over het document

**Verzameling**

Belgische rechtspraak

**Taal van de tekst**

Nederlands

**Strekking volgens de FOD**

gemengd

## Tekst

114 paragrafen

### Fiche van de FOD Financiën

Vonnis van de Rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen d.d. 16.03.2022

WF 707-15-21/004406

\[Gemengd vonnis\]

*Belasting over de toegevoegde waarde – Werk in onroerende staat – Verlaagd tarief – Geluidswerende panelen – Boete - Principekwestie*

## Wettelijke bepalingen

[Artikel 1 van KB nr. 20](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-20-juli-vaststelling-tarieven-belasting-toegevoegde-52d3#ar20-art1) van 20 juli 1970

Rubriek XXXVIII van tabel A van de bijlage bij het KB nr. 20 van 20 juli 1970

## Samenvatting

1) Feiten en voorgaande procedure

De discussie gaat over de toepassing van het verlaagde btw-tarief van 6% bij de plaatsing van geluidswerende panelen.

De belastingplichtige was van oordeel dat naast de overige voorwaarden de duurzame verankering aan de gevel van de woning volstond om het tarief van 6% toepasbaar te maken. De administratie was echter van mening dat de loutere verankering aan de woning niet volstond opdat het verlaagde tarief in de voorliggende gevallen van toepassing zou kunnen zijn.

In deze discussie kon geen akkoord met de belastingplichtige worden bereikt. Bijgevolg werd er een proces-verbaal opgesteld, waarna het hierop gebaseerde dwangbevel werd uitgevaardigd, geviseerd en uitvoerbaar verklaard. Hiertegen legde tegenpartij een fiscaal verzoekschrift neer ter griffie van de rechtbank van eerste aanleg.

2) Het vonnis van de rechtbank van eerste aanleg

*\** *Toepasselijk tarief*

De rechtbank is van mening dat de plaatsing van geluidsmuren wel degelijk een onmiddellijk nut kan hebben voor de private woonfunctie aangezien dergelijke constructies een verbetering kunnen uitmaken van de woning (bescherming tegen geluid en wind op het buitenterras grenzend aan de woning) en aldus een meerwaarde voor het onroerend goed kunnen creëren alsook de woonkwaliteit ín hoofde van de bewoners kunnen verbeteren.

Verder stelt de rechtbank dat constructies geplaatst aan een buitenterras en duurzaam verankerd aan een woning kunnen beschouwd worden als een aanhorigheid en verbetering van de woning en zodoende voor het verlaagd tarief van 6% in aanmerking komen voor zover voldaan is aan de overige voorwaarden. Verder mag volgens de rechter de constructie niet tegelijk een afbakening uitmaken van de perceelgrens of van de verschillende delen van de tuin. Hierdoor is de constructie te beschouwen als een afsluiting en deze is expliciet uitgesloten van het verlaagd tarief.

Bij de concrete beoordeling van de betwiste projecten stelt de rechter vast dat bij bepaalde projecten de constructies eerder een functioneel nut voor de tuin hebben en niet voor de woning zelf. Andere projecten dienen volgens de rechtbank dan weer te worden beschouwd als tuinaanleg. Verder is de rechter van mening dat het bij de overige projecten gaat om constructies die dienst doen als afscheiding, niet aan de woning verankerd zijn of waarbij het niet om werk in onroerende staat gaat.

Bijgevolg is de rechter dan ook van oordeel dat voor alle ter discussie staande projecten het gewone btw-tarief van 21% van toepassing is.

*\** *Boete*

De rechter ging over tot de volledige kwijtschelding van de boete gelet op het principiële karakter van de discussie.

## Opmerking

Belgische Staat en tegenpartij berusten in het vonnis

**Tekst van het vonnis**

### Tekst van de beslissing

## Rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen, sectie burgerlijke rechtbank, Kamer AFi4

Vonnis van 16 maart 2022

Rol: 21/1877/A

Inzake:

**WO. BVBA**, handeldrijvende onder de benaming "SWS.", met zetel te …, en hebbende als toonzaaladres te …, KBO: 063...49, eiseres

\- vertegenwoordigd ter zitting door Mr. … te …,

\- de heer P.W., zaakvoerder, tevens persoonlijk aanwezig,

**TEGEN:**

**DE BELGISCHE STAAT**, Federale Overheidsdienst Financiën, Algemene Administratie van de Fiscaliteit, vertegenwoordigd door de Adviseur-generaal, Directeur van het KMO Centrum Antwerpen, met kantoren gevestigd te 2930 BRASSCHAAT, Ruiterijschool 3 bus 92, KBO: 0308.357.159, verweerder

\- vertegenwoordigd ter zitting door mevrouw X, in hoedanigheid van rijksambtenaar voor de Federale Overheidsdienst Financiën.

Gezien de stukken in het dossier der rechtspleging, onder meer:

\- het verzoekschrift toegekomen ter griffie op 16 april 2021, ingeschreven ter griffie op 21 april 2021;

\- de beschikking gewezen overeenkomstig artikel 747, §1, Ger. W. op 11 juni 2021, waarbij de condusietermijnen en de rechtsdag werden bepaald;

\- de besluiten van partijen.

Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van talen in gerechtszaken. Gehoord partijen in hun middelen en gezegden, op 16 februari 2022.

## 1. Feiten en procedurele voorgaanden

Eiseres werd op 25 juni 2015 opgericht en is als btw-belastingplichtige geregistreerd onder het btw-nummer BE063...49 voor de activiteit van 'overige zakelijke dienstverlening'. Eiseres voorziet o.m. in buitenoplossingen voor geluidsoverlast door de plaatsing van geluidswerende panelen.

De maatschappelijke zetel van eiseres is gevestigd te ….

De belastingadministratie voerde in de loop van 2020 een controle uit bij eiseres op de toepasselijke wetgeving en reglementering inzake de btw voor de periode 1 januari 2017 tot en met 30 juni 2020. Naar aanleiding van deze controle werden door de belastingadministratie nog een aantal vragen om bijkomende inlichtingen en verantwoordingsstukken verstuurd dewelke door eiseres werden aangeleverd.

Op 31 augustus 2020 verzond de belastingadministratie een regularisatieopgave waarbij werd meegedeeld dat de handelingen van het plaatsen van geluidswerende panelen niet van het verlaagde tarief van 6% konden genieten (inbreuken op de artikelen [37](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-37) en [38](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-38) WBTW en het KB nr. 20 van 20 juli 1970) (stuk 1 van verweerder).

Op 14 september 2020 deelde de zaakvoerder van eiseres mee dat het verlaagde tarief enkel werd toegepast indien de constructies een fysieke aansluiting vormden met een woning. Volgens de zaakvoerder werd de btw-regelgeving ter zake aldus gerespecteerd (stuk 2 van verweerder).

Bij gebreke aan akkoord van eiseres met de voorgestelde regularisatie werd op 23 december 2020 een proces-verbaal van taxatie opgemaakt en overgemaakt aan eiseres (stuk 3 van verweerder).

Uit het proces-verbaal d.d. 23 december 2020 blijkt dat ingevolge de vastgestelde inbreuken op de btw-wetgeving eiseres de volgende sommen verschuldigd is aan de Belgische Staat:

\- 26.641,43 euro aan btw;

\- 2.660,00 euro aan geldboete bij toepassing van [artikel 70, §1 WBTW](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-70) en tabel G van de bijlage bij het KB nr. 41;

\- meer de intresten op grond van [artikel 91, §1 WBTW](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-91) berekend over 26.640,00 euro vanaf 21 oktober 2020.

De schuld van eiseres werd op 8 februari 2021 ingeschreven in het innings- en invorderingsregister onder het artikelnummer 500235847287 en werd op 9 februari 2021 uitvoerbaar verklaard. Diezelfde dag verstuurde de belastingadministratie eiseres dienaangaande een innings- en invorderingsbericht (stuk 4 van verweerder).

Op 31 december 2020 tekende eiseres bezwaar aan tegen het proces-verbaal van d.d. 23

december 2020 (stuk 5 van verweerder).

Bij administratieve beslissing van 16 maart 2021 werd het bezwaar van eiseres afgewezen (stuk 6 van verweerder).

## 4. Beoordeling

### *4.1.* *Betreffende de toepassingsvoorwaarden van het verlaagde tarief van 6%*

Eiseres voert aan dat zij het verlaagde tarief van 6% correct heeft toegepast voor de oprichting van geluidsmuren die een permanente constructie uitmaken en vastgemaakt worden aan een woning (ouder dan 10 jaar) en die niet op een perceelgrens worden geplaatst. Eiseres benadrukt dat haar constructies een meerwaarde creëren voor de woningen alsook voor de bewoners en zodoende wel degelijk een onmiddellijk nut hebben voor de woning zelf.

Verweerder stelt dat de betwiste handelingen geen betrekking hebben op de eigenlijke woning. De panelen worden volgens verweerder geplaatst in de tuin van de woning en worden hooguit verankerd aan de gevel van de woning. Het betreffen volgens verweerder aldus werken van tuinaanleg of bebouwingswerkzaamheden, in bepaalde gevallen houden de panelen een oprichting van een afsluiting in zodat niet voldaan is aan de eerste voorwaarde van §4 van tabel A, rubriek XXXVIII van het KB nr. 20 van 20 juli 1970.

Overeenkomstig [artikel 37, §1 WBTW](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-37) bepaalt de Koning bij een in ministerraad overlegd besluit de tarieven en geeft hij de indeling van de goederen en diensten bij die tarieven, rekening houdend met de van de Europese Gemeenschappen ter zake uitgaande reglementering.

Deze bepaling kreeg uitvoering in het KB nr. 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en de diensten bij die tarieven.

Krachtens artikel 1 van dit KB bedraagt het normaal tarief van de btw voor goederen en diensten 21 %. In afwijking hiervan wordt de belasting geheven tegen het verlaagd tarief van 6% voor de goederen en diensten opgenomen in tabel A van de bijlage bij dit besluit en 12% voor de goederen en diensten opgenomen in tabel B van de bijlage bij dit besluit.

Tabel A, rubriek XXXVIII (Renovatie en herstel van privéwoningen) bij KB nr. 20 van 20 juli 1970 luidt als volgt:

*"§ 1 Het werk in onroerende staat en de andere handelingen bedoeld in paragraaf 3, met*

*uitsluiting van de materialen die een beduidend deel vertegenwoordigen van de verstrekte dienst, worden onderworpen aan het verlaagd tarief voor zover de volgende voorwaarden zijn vervuld:*

*1 °* *de handelingen moeten de omvorming, renovatie, rehabilitatie, verbetering, herstelling of het onderhoud, met uitsluiting van de reiniging, geheel of ten dele van een woning tot voorwerp hebben;*

*2 °* *de handelingen moeten betrekking hebben op een woning die, na de uitvoering ervan, hetzij uitsluitend, hetzij hoofdzakelijk, als privéwoning wordt gebruikt;*

*3 °* *de handelingen moeten worden verricht aan een woning waarvan de eerste*

*ingebruikneming ten minste tien jaar voorafgaat aan het eerste tijdstip van verschuldigdheid van de BTW dat zich voordoet overeenkomstig artikel 22, § 1 of* [*artikel 22bis*](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-22bis) *van het Wetboek; (...)*

*§2 (...)*

*§3 Worden beoogd:*

*1 °* *het verbouwen, het afwerken, het inrichten, het herstellen en het onderhouden, met uitsluiting van het reinigen, geheel of ten dele, van een uit zijn aard onroerend goed;*

*2 °* *prestaties die erin bestaan een roerend goed te leveren en het meteen op zodanige wijze aan te brengen aan een onroerend goed dat het onroerend uit zijn aard wordt;*

*(...)*

*§4 Het verlaagd tarief is in geen geval van toepassing op:*

*1 ° werk in onroerende staat en andere onroerende handelingen die geen betrekking hebben op de eigenlijke woning, zoals bebouwingswerkzaamheden, tuinaanleg en oprichten van afsluitingen;*

*(…)”*

Rubriek XXXI bevat gelijkaardige bepalingen voor werk in onroerende staat met betrekking tot privé-woningen, met dien verstande dat het daar gaat om woningen waarvan de eerste ingebruikneming ten minste 15 jaar aan de bedoelde handelingen moet voorafgaan.

Uit het geheel van voornoemde bepalingen volgt dat het verlaagd tarief van 6% slechts van toepassing is indien aan de voorwaarden vooropgesteld in de wet cumulatief wordt voldaan. Bijgevolg dienen de constructies muurvast aan de woning zelf te worden aangehecht, zodat zij worden ingelijfd aan de onroerende structuur van de woning in de zin van §3, 2° van de betreffende rubriek (materiële eenheid). Bovendien moeten de constructies een verbetering van de woning zelf uitmaken in de zin van §1, 1° van deze rubriek, doordat ze een onmiddellijk nut hebben voor de private woonfunctie (functionele eenheid) en mogen ze niet kwalificeren als afsluiting, bebouwingwerkzaamheden of tuinaanleg, waarvoor het verlaagd tarief expliciet is uitgesloten door §4, 1° van de rubrieken XXXI en XXXVIII (zie Cass. 23 december 2021, [F.20.0127.N](https://juriel.be/nl/rechtspraak/werken-in-onroerende-staat-verlaagd-cassatie-brussel-2021-12-23-9e71)).

Het verlaagde btw-tarief van 6% is een uitzondering op het normale tarief van 21% en de toepassing ervan dient aldus strikt te worden geïnterpreteerd. De bewijslast rust in deze op de belastingplichtige.

De rechtbank treedt eiseres bij daar waar zij stelt dat de plaatsing van geluidsmuren wel degelijk een onmiddellijk nut kan hebben voor de private woonfunctie aangezien dergelijke constructies een verbetering kunnen uitmaken van de woning (bescherming tegen geluid en wind op het buitenterras grenzend aan de woning) en aldus een meerwaarde van het onroerend goed kunnen creëren alsook de woonkwaliteit in hoofde van de bewoners kunnen verbeteren.

De constructies van eiseres geplaatst aan een buitenterras en duurzaam verankerd aan een woning kunnen beschouwd worden als een aanhorigheid en verbetering van de woning en zodoende voor het verlaagd tarief van 6% in aanmerking komen voor zover (i) voldaan is aan de overige voorwaarden van §1 van de rubrieken XXXI en XXXVIII en (ii) zij niet tegelijk een afbakening uitmaken van de perceelgrens of van de verschillende delen van de tuin, waardoor de constructies te beschouwen zijn als een afsluiting waarvoor het verlaagd tarief expliciet is uitgesloten door §4, 1° van de rubrieken XXXI en XXXVIII.

Toegepast op de in betwisting zijnde projecten van eiseres dient de rechtbank evenwel vast te stellen dat voor de betreffende projecten niet voldaan is aan de bovenvermelde voorwaarden voor de toepassing van het verlaagde tarief van 6%.

Op grond van de door eiseres verstrekte inlichtingen in conclusies en de bijgebrachte foto's blijkt immers dat:

\- de geluidsmuren hetzij werden geplaatst over de volledige lengte of breedte van de tuin langs een bestaande afsluiting. Het feit dat de panelen geplaatst werden langs een bestaande afsluiting en niet op de perceelgrens zelf doet geen afbreuk aan het gegeven dat deze constructies eveneens dienst doen als een akoestische afscheiding van de eigendom waarbij het normale tarief steeds dient te primeren op het uitzonderingstarief. Bovendien hebben deze constructies eerder een functioneel nut voor de tuin en niet specifiek voor de woning (projecten Brems, Schellekens, Simoens, Pauwels, Demetreus, Peeters, Coppens, Creten, Van De Kerkhove);

\- de geluidsmuren hetzij werden geplaatst langs een buitenterras en eveneens langs een reeds bestaande afscheiding zodat deze constructies tevens dienst doen als een akoestische afscheiding waardoor zij evenmin in aanmerking komen voor het verlaagd tarief (projecten Gozin, Lievens-Wils, Van Limbergen, Matthijs en Van Haverkamp); de geluidsmuren hetzij werden geplaatst in de tuin waarbij verschillende delen van de tuin werden afgescheiden zodat deze werkzaamheden in ieder geval als werken van tuinaanleg dienen beschouwd te worden en zodoende uitgesloten zijn van het verlaagde tarief (projecten Vrijs en Pierre-Laurent);

\- de geluidsmuren niet verankerd werden aan de woning zelf of geen betrekking hebben op de eigenlijke woning (projecten De Vocht en Nuyts);

\- de werkzaamheden geen werk in onroerende staat betreffen (project Devos).

De rechtbank dient op grond van de voorliggende gegevens dan ook te besluiten dat de belastingadministratie terecht heeft gesteld dat voor de voormelde projecten het gewone tarief van 21% van toepassing is.

De vordering van eiseres is op dit punt dan ook ongegrond.

### *4.2.* *Betreffende de opgelegde geldboete*

De belastingadministratie heeft op grond van [artikel 70, §1 WBTW](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-70) en tabel G van de bijlage van het KB nr. 41 van 30 januari 1987 een belastingverhoging van 10% opgelegd.

Eiseres verzoekt de rechtbank de opgelegde geldboete kwijt te schelden gelet op het gegeven

dat zij te goeder trouw heeft gehandeld.

De rechtbank is van oordeel dat in dit concrete geval, gelet op de principiële aard van de discussie en de goede trouw in hoofde van eiseres, een volledige kwijtschelding van de opgelegde geldboete in hoofde van eiseres kan worden toegestaan.

De vordering van eiseres is op dit punt gegrond.

### *4.3.* *Betreffende de nalatigheidsinteresten*

Eiseres verzoekt de rechtbank tevens om de opgelegde nalatigheidsinteresten kwijt te schelden gelet op haar goede trouw.

De rechtbank wijst er op dat overeenkomstig artikel 70 van het invorderingswetboek de bevoegde adviseur-generaal van de FOD Financiën, onder door hem bepaalde voorwaarden, in bijzondere gevallen vrijstelling mag verlenen voor alle nalatigheidsinteresten of voor een deel ervan.

De mogelijkheid om een dergelijke vrijstelling te bekomen is een gunstmaatregel die tot de discretionaire bevoegdheid van de adviseur-generaal behoort. Wanneer een bijzondere bepaling uitdrukkelijk aan de adviseur-generaal een discretionaire bevoegdheid toekent omtrent een te nemen beslissing mag de rechtbank niet in zijn plaats treden (zie Cass. 4 maart 2004, C.03.0346.N, C.03.0448.N en C.03.0449.N).

Nu een dergelijke beslissing van de adviseur-generaal niet voorligt, kan de rechtbank aldus niet oordelen over dit onderdeel van de vordering van eiseres.

## 5. Rechtsplegingsvergoeding

De rechtbank stelt vast dat partijen geen betwisting voeren over de geïndexeerde rechtsplegingsvergoeding t.b.v. 2.600,00 euro (basisbedrag).

Partijen werden elk deels in het ongelijk gesteld en dienen derhalve elk als gedeeltelijk in het ongelijk gestelde partij veroordeeld te worden tot de kosten van het geding. Het past daarom de gerechtskosten in toepassing van artikel 1017, lid 4 Ger.W. als volgt tussen hen te verdelen: 4/5 ten laste van eiseres en 1/5 ten laste van verweerder.

### Beschikkend gedeelte

## OM DEZE REDENEN DE RECHTBANK

Rechtdoende op tegenspraak.

Alle andere en strijdige conclusies verwerpend.

Verklaart de vordering van eiseres ontvankelijk en in de hierna bepaalde mate gegrond.

Verklaart de vordering van eiseres met betrekking tot de schuld met schuldnummer 500235847287 gegrond in de mate een belastingverhoging van 10% werd opgelegd aan eiseres.

Beveelt de terugbetaling van alle in die zin ten onrechte ingehouden of betaalde bedragen, te

vermeerderen met de wettelijke moratoriuminteresten overeenkomstig [artikel 91 WBTW](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-91). Verklaart de vordering van eiseres voor het overige ongegrond.

Veroordeelt eiseres tot het betalen van 4/5 van de kosten van het geding, in hoofde van de Belgische Staat niet begroot en door de rechtbank vereffend op 0,00 euro.

Veroordeelt verweerder tot het betalen van 1/5 van de kosten van het geding, in hoofde van eiseres begroot en door de rechtbank vereffend op 520,00 euro (1/5 van 2.600,00) bij wijze van wettelijk geïndexeerde rechtsplegingvergoeding.

Laat de kosten van het Fonds voor Juridische Tweedelijnsbijstand ten laste van eiseres.

Dit vonnis werd uitgesproken op zestien maart tweeduizend tweeëntwintig in openbare zitting van de Kamer AFi4, die samengesteld was uit: …

Ondertekeningen

## Aangehaalde teksten

6

[KB nr. 20 art. 1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-20-juli-vaststelling-tarieven-belasting-toegevoegde-52d3) 2 voorkomens

[WBTW art. 37](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-37) 2 voorkomens

[WBTW art. 70](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-70) 2 voorkomens

[WBTW art. 91](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-91) 2 voorkomens

[WBTW art. 22bis](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-22bis) 1 voorkomen

[WBTW art. 38](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-38) 1 voorkomen

## Vergelijkbare beslissingen

8

[Aard van de verrichte werken in onroerende staat, Nieuwbouw](https://juriel.be/nl/rechtspraak/aard-verrichte-werken-in-onroerende-rechtbank-bergen-2024-01-09-1785) 5 gemeenschappelijke bepalingen

[Verlaagd tarief, vertrouwensbeginsel, levering van goederen](https://juriel.be/nl/rechtspraak/verlaagd-tarief-vertrouwensbeginsel-levering-goederen-rechtbank-gent-2022-06-13-1e62) 4 gemeenschappelijke bepalingen

[Verlaagd tarief, Nieuw gebouw, Werken in onroerende staat, Bouwwerken](https://juriel.be/nl/rechtspraak/verlaagd-tarief-nieuw-gebouw-werken-rechtbank-brussel-2023-05-31-57ac) 4 gemeenschappelijke bepalingen

[Boete onvolledig antwoord op VOI, geen spontane rechtzetting](https://juriel.be/nl/rechtspraak/boete-onvolledig-antwoord-voi-geen-hof-van-beroep-gent-2024-11-19-abac) 4 gemeenschappelijke bepalingen

[Maatstaf van heffing](https://juriel.be/nl/rechtspraak/maatstaf-heffing-leveringen-diensten-waarvan-cassatie-brussel-2010-01-14-7bf9) 4 gemeenschappelijke bepalingen

[Verlaagd tarief, Nieuw gebouw, Werken in onroerende staat, Bouwwerken](https://juriel.be/nl/rechtspraak/verlaagd-tarief-nieuw-gebouw-werken-rechtbank-brussel-2023-06-07-4e6e) 3 gemeenschappelijke bepalingen

[Recht op aftrek](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-rechtstreeks-onmiddellijk-verband-rechtbank-luxemburg-2022-10-12-cbcc) 3 gemeenschappelijke bepalingen

[Werk in onroerende staat, Verbouwingen en uitbreidingen, Toepasselijk tarief](https://juriel.be/nl/rechtspraak/werk-in-onroerende-staat-verbouwingen-rechtbank-luik-2023-10-24-1646) 3 gemeenschappelijke bepalingen
