---
title: "Wedersamenstelling van het omzetcijfer, Herberekening · Hof van Cassatie van België, 15 juni 2017"
description: "Wedersamenstelling van het omzetcijfer, Herberekening, Vermoeden van artikel 64, § 1, W.Btw. Hof van Cassatie van België, 15 juni 2017."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak/wedersamenstelling-omzetcijfer-herberekening-vermoeden-artikel-cassatie-brussel-2017-06-15-99dd"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/jurisprudence/reconstitution-chiffre-affaires-presomption-article-cassation-bruxelles-2017-06-15-7f30"
---

# Wedersamenstelling van het omzetcijfer, Herberekening · Wedersamenstelling van het omzetcijfer – Herberekening - Vermoeden van artikel 64, § 1, W.Btw – Geen opeenstapeling van vermoedens - Fiscale geldboeten – Oogmerk om belasting te ontduiken

**Rechtscollege**

Hof van Cassatie

**Datum**

15 juni 2017

## Over het document

**Verzameling**

Belgische rechtspraak

**Taal van de tekst**

Nederlands

**Strekking volgens de FOD**

gunstig voor de Belgische Staat

## Tekst

67 paragrafen

### Fiche van de FOD Financiën

Arresten van het Hof van Cassatie dd. 15.06.2017 (F.16.0017.F en F.16.0018.F)

WF 808-15-08/076010

WF 808-15-08/076174

\[Gunstig voor de Belgische Staat\]

*Wedersamenstelling van het omzetcijfer – Herberekening - Vermoeden van* [*artikel 64, § 1, WBTW*](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-64) *– Geen opeenstapeling van vermoedens - Fiscale geldboeten – Oogmerk om belasting te ontduiken*

## Wettelijke bepalingen

Btw-wetboek: art. 59, § 1; art. 64, § 1; [art. 70, § 1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-1-december-betrekking-regeling-voldoening-belasting-c69c)

Koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde

Koninklijk besluit nr. 41 van 30 januari 1987 tot vaststelling van het bedrag van de proportionele fiscale geldboeten op het stuk van de belasting over de toegevoegde waarde

Burgerlijk wetboek: art. 1349 en 1353

## Samenvatting

## I. Voorafgaandelijke feiten

Het hof van beroep te Brussel heeft op 10 juli 2015 twee arresten geveld in zaken tussen belastingplichtige en de Belgische Staat. Het eerste arrest, [R.G. 2006/AR/2868 en 2006/AR/3498](https://juriel.be/nl/rechtspraak/bewijskrachtige-boekhouding-wedersamenstelling-omzetcijfer-hof-van-beroep-brussel-2015-07-10-f6fb), doet uitspraak over twee vonnissen geveld op 6 maart 2003 en 31 augustus 2006 door de rechtbank van eerste aanleg te Brussel betreffende het verzet tegen een dwangbevel voor de invordering van herziene belastingen op grond van een proces-verbaal tot regularisatie opgemaakt naar aanleiding van een controle van het jaar 1996. Het tweede arrest, RG 2006/AR/2870 en 2006/AR/3495, spreekt zich uit over twee vonnissen van 6 maart 2003 en 31 augustus 2006, uitgesproken door dezelfde rechtbank maar die een verzet tegen een dwangbevel voor het gecontroleerde jaar 1997 betreffen.

Het arrest van het Hof van Cassatie van 15 juni 2017, F.16.0017.F, werd uitgesproken ingevolge een voorziening in cassatie door de belastingplichtige tegen het arrest van het hof van beroep van 15 juni 2017, RG 2006/AR/2868 en 2006/AR/3498 terwijl het arrest van het Hof van Cassatie van 15 juni 2017, F.16.0018.F, uitgesproken is ingevolge een voorziening in cassatie van belastingplichtige tegen het arrest van het Hof van beroep van Brussel van 10 juli 2015, RG 2006/AR/2870 en 2006/AR/3495.

## II. Samenvatting

## *A. Arresten tot afwijzing van de hogere voorziening van het Hof van Cassatie F.16.0017.F en F.16.0018.F van 15 juni 2017*

*1°. De vermoedens*

1\. Volgens eiseres (de belastingplichtige), zou de taxatieamtenaar uit een onbekend feit – namelijk de wedersamenstelling van het omzetcijfer en bijgevolg ook het niet aangegeven deel van het omzetcijfer – een opeenvolging van onbekenden feiten hebben afgeleid, die op hun beurt ook afgeleid zijn uit onbekende feiten, afgeleid uit initieel onbekende feiten. Het gaat dus, volgens eiseres, om een opeenstapeling van vermoedens.

Het Hof van Cassatie verwijst vooreerst naar de bewoordingen van artikel 1349 van het Burgerlijk wetboek dat zegt dat vermoedens gevolgtrekkingen zijn die de wet of de rechter afleidt uit een bekend feit om te besluiten tot een onbekend feit.

Zij benadrukt vervolgens dat de bodemrechter soeverein de feiten vaststelt waarop hij zich gebaseerd heeft en dat de gevolgen die hij eruit afgeleid heeft bij wijze van feitelijke vermoedens, overgelaten zijn aan zijn oordeel en zijn wijsheid.

Het is niet vereist dat de vermoedens die worden afgeleid uit vastgestelde feiten noodzakelijk voortvloeien uit deze feiten: het volstaat dat ze er kunnen uit voortvloeien.

De bestreden arresten stellen vast dat de administratie een wedersamenstelling van het omzetcijfer van eiseres deed. Zij deed dit door de gemiddelde winstmarge te berekenen die eiseres heeft toegepast op de producten waar de aan- en verkoopprijs van gekend waren. Vervolgens werd deze winstmarge toegepast op de aankopen waarvan de aankoopprijs gekend was, maar waarvan de verkoopprijs niet werd teruggevonden in de boekhouding van eiseres. Deze berekening is ook uitgevoerd voor de gekende aankopen die eiseres niet had opgenomen in de boekhouding.

Het Hof van Cassatie besluit hieruit dat de bestreden arresten uit deze vaststellingen konden afleiden dat verweerder (de Belgische Staat) het omzetcijfer van eiseres heeft bewezen zonder dat het begrip rechtsvermoeden noch [artikel 59 WBTW](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-59) werden geschonden.

2\. Wat betreft de wedersamenstelling van haar omzetcijfer, baseert eiseres zich op een verschil tussen, enerzijds, het percentage van de winstmarge en het geregulariseerde bedrag zoals vermeld in het proces-verbaal tot regularisatie en anderzijds, het percentage van de winstmarge en het uiteindelijke bedrag dat door het Hof is vastgesteld, om te besluiten dat de door de administratie oorspronkelijk weerhouden feiten om het dwangbevel op te stellen geen gekend feit inhielden en het weerhouden feit om het finaal verschuldigde bedrag vast te stellen hiervan totaal verschillend was.

Dit verschil werd aangetoond in de loop van het geding.

Het Hof van Cassatie is van mening dat noch [artikel 59 WBTW](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-59), noch artikel 1349 B.W. de rechter niet verplichten om de vermoedens waarop hij zijn beslissing steunt enkel af te leiden uit de feiten die door de administratie worden ingeroepen tijdens de administratieve procedure.

*2°. De fiscale geldboete*

De bestreden arresten stellen de frauduleuze bedoelingen van eiseres vast overwegende dat de Belgische Staat terecht van oordeel is dat zij, gezien de voorwaarden voorzien in [artikel 1 van koninklijk besluit nr. 41](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-41-januari-vaststelling-bedrag-proportionele-fiscale-d48c#ar41-art1) van 30 januari 1987 niet zijn vervuld, [artikel 70, §1 WBTW](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-70) correct heeft toegepast door het opleggen van de voorziene boete die twee keer de ontdoken rechten bedraagt en zonder te voorzien in de mogelijkheid om ze te verminderen, gelet op de intentie van eiseres om belastingen te ontduiken.

## *B. Arrest tot afwijzing van de hogere voorziening van het Hof van Cassatie F.16.0018.F van15 juni 2017*

In dit arrest, voegt het Hof van Cassatie eraan toe dat het niet tegenstrijdig is vast te stellen dat, in het betwiste dwangbevel, de administratie van het aan btw te regulariseren bedrag heeft berekend op basis van een gewogen gemiddelde winstmarge en om aan te nemen dat deze winstmarge zou moeten worden opgetrokken worden tot een hoger percentage ingevolge de materiële correcties die werden aangebracht in de loop van de procedure.

Tekst van het arrest

***Het arrest wordt enkel gepubliceerd in de oorspronkelijke taal***

### Tekst van de beslissing

## Arrêts de la Cour de cassation

**dd. 15.06.2017**

## (F.16.0017.F et F.16.0018.F)

**E. G. F. L.**, société anonyme dont le siège social est établi à …, …, demanderesse en cassation, ayant pour conseil Maître **T. A.**, avocat au barreau de Bruxelles, dont le cabinet est établi à …, …,

**contre**

ETAT BELGE, représenté par le ministre des Finances, dont le cabinet est établi à Bruxelles, rue de la Loi, 12, défendeur en cassation, représenté par Maître **G. d. F.**, avocat à la Cour de cassation, dont le cabinet est établi à …, …, où il est fait élection de domicile.

## I. La procédure devant la Cour

Le pourvoi en cassation est dirigé contre l'arrêt rendu le 10 juillet 2015 par la cour d'appel de Bruxelles.

Le président de section **M. R.** a fait rapport. Le premier avocat général **A. H.** a conclu.

## II. Les moyens de cassation

Dans la requête en cassation, jointe au présent arrêt en copie certifiée conforme, la demanderesse présente trois moyens.

## III. La décision de la Cour

### *Sur le premier moyen :*

Dans la mesure où il n'indique pas en quoi l'article 149 de la Constitution serait violé, le moyen est imprécis, partant; irrecevable.

### *Quant à la première branche :*

Aux termes de l'article 1349 du Code civil, les présomptions sont des conséquences que la loi ou le magistrat tire d'un fait connu à un fait inconnu.

Le juge du fond constate souverainement l'existence des faits sur lesquels il se fonde et les conséquences qu'il en déduit à titre de présomption de l'homme sont abandonnées à ses lumières et à sa prudence. Il n'est pas requis que les présomptions qui sont déduites des faits constatés découlent nécessairement de ces faits; il suffit qu'elles puissent en découler.

L'arrêt constate que l'administration a reconstitué le chiffre d'affaires de la·demanderesse en calculant sa marge bénéficiaire moyenne sur les produits dont les prix d'achat et de vente étaient connus, puis en appliquant cette marge bénéficiaire aux achats connus de produits pour lesquels le prix de vente n'était pas retrouvé dans les factures comptabilisées de la demanderesse et aux achats connus de produits non comptabilisés par celle-ci.

L'arrêt a pu déduire de ces constatations, sans violer ni la notion légale de présomption ni l'[article 59 du Code de la taxe sur la valeur ajoutée](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-59), que le défendeur a rapporté la preuve du chiffre d'affaires de la demanderesse.

Le moyen, en cette branche, ne peut être accueilli.

### *Quant à la seconde branche :*

Ni l'[article 59, § 1er, du Code de la taxe sur la valeur ajoutée](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-59) ni l'article 1349 du Code civil n'obligent le juge à ne déduire les présomptions sur lesquelles il fonde sa décision que des faits invoqués par l'administration durant la procédure administrative.

Le moyen, qui, en cette branche, revient à soutenir le contraire, manque en droit.

### *Sur le deuxième moyen :*

En décidant que l'expert est parti de la thèse non fondée du rejet de l'application de la présomption légale de l'[article 64, § 1er, du Code de la taxe sur la valeur ajoutée](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-64), l'arrêt ne dénie pas à la demanderesse le droit de renverser cette présomption.

Le moyen manque en fait.

### *Sur le troisième moyen :*

Contrairement à ce que le moyen soutient, l'arrêt constate l'intention frauduleuse de la demanderesse en considérant qu'« à raison, \[le défendeur\] estime avoir appliqué correctement l'[article 70, § 1 er, du Code de la taxe sur la valeur ajoutée](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-70), en infligeant l'amende prévue de deux fois les droits éludés sans pouvoir la réduire, à défaut de remplir les conditions prévues à l'[article 1er de l'arrêté royal n° 41](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-41-januari-vaststelling-bedrag-proportionele-fiscale-d48c#ar41-art1), vu l'intention d'éluder l'impôt ».

Le moyen, qui repose sur une lecture inexacte de l'arrêt, manque en fait.

### Beschikkend gedeelte

**Par ces motifs,**

La Cour

Rejette le pourvoi;

Condamne la demanderesse aux dépens.

Les dépens taxés à la somme de mille sept cent quatre-vingts euros trois centimes envers la partie demanderesse.

Ainsi jugé par la Cour de cassation, première chambre, à Bruxelles, ou siégeaient le président de section **M. R.**, les conseillers **M. D.**, **M. L.**, **M.-C. E.** et **A. J.**, et prononcé en audience publique du quinze juin deux mille dix-sept par le président de section **M. R.**, en présence du premier avocat général **A. H.**, avec l'assistance du greffier **P. D. W.**.

## Aangehaalde teksten

5

[WBTW art. 59](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-59) 4 voorkomens

[KB nr. 41 art. 1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-41-januari-vaststelling-bedrag-proportionele-fiscale-d48c) 2 voorkomens

[WBTW art. 64](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-64) 2 voorkomens

[WBTW art. 70](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-70) 2 voorkomens

[KB nr. 1 art. 70](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-1-december-betrekking-regeling-voldoening-belasting-c69c) 1 voorkomen

## Rechtspraak

3

### België

3

Rechtbank van eerste aanleg 25.04.2022

#### [Onderzoekstermijnen, Bewijs, Opeenvolging van vermoedens, Wedersamenstelling van de omzet](https://juriel.be/nl/rechtspraak/onderzoekstermijnen-bewijs-opeenvolging-vermoedens-wedersamenstelling-rechtbank-2022-04-25-f84a)

Rechtbank van eerste aanleg 13.05.2020

#### [Horecasector, Geregistreerd Kassasysteem, Wedersamenstelling van het omzetcijfer](https://juriel.be/nl/rechtspraak/horecasector-geregistreerd-kassasysteem-wedersamenstelling-omzetcijfer-rechtbank-2020-05-13-cfbf)

Rechtbank van eerste aanleg te Luik 03.02.2020

#### [Gerechtelijk dossier, Fraude, Expertiseverslag, Computergegevens, Recht van verdediging, Omzetcijfer](https://juriel.be/nl/rechtspraak/gerechtelijk-dossier-fraude-expertiseverslag-computergegevens-rechtbank-luik-2020-02-03-dff9)

## Vergelijkbare beslissingen

8

[Wedersamenstelling van het omzetcijfer](https://juriel.be/nl/rechtspraak/wedersamenstelling-omzetcijfer-bewijs-grond-feitelijke-rechtbank-luik-2022-03-01-1554) 3 gemeenschappelijke bepalingen

[Niet-bewijskrachtige boekhouding, Herberekening van het omzetcijfer, Feitelijke vermoedens](https://juriel.be/nl/rechtspraak/bewijskrachtige-boekhouding-herberekening-omzetcijfer-feitelijke-rechtbank-luik-2022-05-19-1c7a) 3 gemeenschappelijke bepalingen

[Niet-indiening, bankonderzoek, wedersamenstelling van de omzet, wettelijke boete](https://juriel.be/nl/rechtspraak/indiening-bankonderzoek-wedersamenstelling-omzet-wettelijke-rechtbank-gent-2022-06-23-1e9c) 3 gemeenschappelijke bepalingen

[Omzetverhoging, Vermoedens](https://juriel.be/nl/rechtspraak/omzetverhoging-vermoedens-vermoeden-hof-van-beroep-antwerpen-2022-03-29-4427) 3 gemeenschappelijke bepalingen

[Proces-verbaal, Willekeur, Motivering, Omzetberekening](https://juriel.be/nl/rechtspraak/proces-verbaal-willekeur-motivering-omzetberekening-rechtbank-leuven-2022-02-18-6859) 3 gemeenschappelijke bepalingen

[Fiscale geldboete, Evenredigheid, Genaderecht, fiscale boete](https://juriel.be/nl/rechtspraak/fiscale-geldboete-evenredigheid-genaderecht-boete-cassatie-brussel-2023-03-24-7c10) 3 gemeenschappelijke bepalingen

[Recht op aftrek](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-rechtstreeks-onmiddellijk-verband-rechtbank-luxemburg-2022-10-12-cbcc) 3 gemeenschappelijke bepalingen

[Horecasector, Geregistreerd Kassasysteem, Wedersamenstelling van het omzetcijfer](https://juriel.be/nl/rechtspraak/horecasector-geregistreerd-kassasysteem-wedersamenstelling-omzetcijfer-rechtbank-2020-05-13-cfbf) 3 gemeenschappelijke bepalingen
