---
title: "Vrijstellingen, Beperking recht op aftrek · Rechtbank van eerste aanleg te Brugge, 20 februari 2023"
description: "Een administratieve boete in een Belgisch invorderingsregister verjaart pas na 5 jaar vanaf de uitvoerbaarverklaring."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak/vrijstellingen-beperking-recht-aftrek-innings-rechtbank-brugge-2023-02-20-6127"
lang: "nl"
---

# Vrijstellingen, Beperking recht op aftrek, Innings- en invorderingsregister, Verjaring

**Rechtscollege**

Rechtbank van eerste aanleg

**Zetel**

Brugge

**Datum**

20 februari 2023

## Over het document

**Verzameling**

Belgische rechtspraak

**Taal van de tekst**

Nederlands

**Strekking volgens de FOD**

gunstig voor de Belgische Staat

## Tekst

84 paragrafen

### Fiche van de FOD Financiën

Arrest van het Hof van beroep te Brugge d.d. 20.02.2023

WF 714-15-20/040240

\[Gunstig voor de Belgische Staat\]

*Belasting over de toegevoegde waarde – Vrijstellingen - Beperking recht op aftrek – Innings- en invorderingsregister - Verjaring*

## Wettelijke bepalingen

Artikelen 44, §2, 11° en [art. 45, §1 WBTW](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-45);

[Art. 23](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-23) van het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen

## Samenvatting

## 1.Feiten en voorgaande

De belastingplichtige heeft tot doel de samenlevingsopbouw binnen de wijk te bevorderen. In functie daarvan kan zij activiteiten ontwikkelen op sociaal, educatief, cultureel, dienstverlenend en recreatief gebied. Zij kan handelsdaden stellen doch op bijkomstige wijze en enkel voor zover de opbrengst hiervan besteed wordt aan haar doel. De belastingplichtige heeft in 2015 een nieuw modulair containergebouw geplaatst dat dienst moet doen als wijklokaal.

Na controle werd een correctie-opgave opgesteld d.d. 27 augustus 2019 wegens onrechtmatig recht op aftrek. Er kon niet worden aangetoond dat de investering zou worden aangewend voor handelingen die recht op aftrek verlenen. De belastingplichtige was hiermee niet akkoord.

Op 13 mei 2020 werd een proces-verbaal opgesteld, waarin btw, boete en intresten werden opgenomen. Het administratief bezwaar werd afgewezen en de belastingplichtige legde een verzoekschrift neer op de rechtbank van eerste aanlag te Brugge.

## 2. Vonnis

Conform [artikel 44, §2, 11° WBTW](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44) zijn van btw vrijgesteld, de diensten en de nauw daarmee samenhangende leveringen van goederen ten behoeve en in het gemeenschappelijk belang van hun leden, verricht tegen betaling van een krachtens de statuten bepaalde bijdrage, door instellingen die geen winst beogen en doeleinden van politieke, syndicale, religieuze en levensbeschouwelijke aard nastreven, op voorwaarde dat deze vrijstelling niet tot concurrentieverstoring kan leiden.

Uit het dossier blijkt dat de belastingplichtige occasioneel haar wijklokaal verhuurde voor familiale of andere (niet commerciële) activiteiten (vrijstelling [artikel 44, §3, 2° WBTW](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44)). Tijdens deze activiteiten werden dranken verkocht in het wijklokaal.

De rechtbank stelt vast dat de belastingplichtige handelingen stelt die vallen onder de vrijstelling van [artikel 44, §2, 11° WBTW](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44). Zij bewijst geenszins dat 60% van haar handelingen belastbare handelingen zouden betreffen. Het gevolg hiervan is dat de btw op bedrijfsmiddelen niet in aanmerking komt voor aftrek, evenmin voor een herziening. Ten onrechte verwijst eiseres naar het arrest d.d. 14 februari 1985 van het Hof van Justitie in de zaak Rompelman ([C-268/83](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-268-83-arrest)). In deze zaak werden wel belastbare handelingen gesteld.

De belastingplichtige heeft in de aangifte van het derde kwartaal 2017 een vraag tot terugbetaling van btw ingesteld. De verjaring zou derhalve op 31 december 2020 zijn ingetreden.

Het innings- en invorderingsbericht werd uitvoerbaar verklaard op 24 juni 2020. Conform [artikel 23, §2](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-23) van het Wetboek van gedwongen en minnelijke invordering verjaren de btw, de nalatigheidsintresten en de administratieve boete na verloop van 5 jaren vanaf de datum van uitvoerbaarverklaring van het innings- en invorderingsregister. Er is dus geen sprake van verjaring.

**Tekst van het vonnis**

### Tekst van de beslissing

**Rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Brugge, sectie burgerlijke rechtbank, Tiende Kamer**,

Vonnis van 20/02/2023

Rol : 21/1090/A

**W. D. M. vzw** (KBO: 043...87), met maatschappelijke zetel te ...,

**eisende partij**,

voor wie is opgetreden de heer C. R., dagelijks bestuurder, wonende te ... (ref.: …),

tegen :

de **BELGISCHE STAAT- FOD FINANCIËN** (KBO: 0308.357.159), in de persoon van de Minister van Financiën, met kantoren gevestigd te 1000 BRUSSEL, Wetstraat 12, handelend ten verzoeke van de adviseur-generaal, Directeur van het KMO Centrum KORTRIJK 762, met kantoren te 8500 KORTRIJK, Hoveniersstraat 31, doch met correspondentieadres: Gaston Crommenlaan 6, bus 542 te 9050 LEDEBERG,

**verwerende partij**,

voor wie optreedt de heer X, attaché (ref.: …).

## I. RECHTSPLEGING

Gelet op het inleidend verzoekschrift d.d. 13 april 2021.

De rechtbank nam kennis van het dossier van de rechtspleging en van de door partijen neergelegde stukken.

Partijen werden gehoord in hun middelen in de openbare terechtzitting van 30 januari 2023.

Artikel 2 en volgende van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken werden in acht genomen.

## II. BIJZONDERSTE GEGEVENS VAN DE ZAAK

1\. Eiseres is opgericht in 1986 en heeft ongeveer 100 leden. Zij heeft tot doel de samenlevingsopbouw binnen de wijk te bevorderen. In functie daarvan kan zij activiteiten ontwikkelen op sociaal, educatief, cultureel, dienstverlenend en recreatief gebied. Zij kan handelsdaden stellen doch op bijkomstige wijze en enkel voor zover de opbrengst hiervan besteed wordt aan haar doel. Op 5 januari 2016 heeft eiseres zich ingeschreven als BTW-belastingplichtige onder het BTW-registratienummer BE0432...87, voor de activiteit van café en bar en activiteiten van overige sportclubs. Zij is derhalve onderworpen aan de bepalingen van de BTW-wetgeving en de ter uitvoering ervan genomen besluiten.

Door X, attaché bij de Algemene Administratie van de Financiën, Centrum KMO Kortrijk Controle 3, wordt een controle gestart bij eiseres over de toepassing van de wetgeving en de reglementering inzake de belasting over de toegevoegde waarde. De controle is er gekomen wegens een belastingkrediet ingevolge de BTW-aangifte van het derde kwartaal 2017.

Er wordt een correctie-opgave opgesteld d.d. 27 augustus 2019 wegens het feit dat de investering geen voorbereiding was op de realisatie van toekomstige belastbare handelingen en niet wordt aangetoond dat de investering zou worden aangewend voor handelingen die recht op aftrek verlenen. Eiseres is niet akkoord.

Op 13 mei 2020 wordt een proces-verbaal opgesteld. Eiseres is verschuldigd als BTW 11.218,94 EUR, als boete 1.120,00 EUR en nalatigheidsintresten. De schuld wordt opgenomen in het innings- en invorderingsregister, welk uitvoerbaar wordt verklaard op 24 juni 2020.

Door eiseres wordt bezwaar ingediend op 16 juli 2020. Het bezwaar wordt afgewezen bij beslissing d.d. 14 januari 2021.

Door eiseres wordt fiscaal verhaal aangetekend met een verzoekschrift neergelegd ter griffie op 13 april 2021.

2\. **Eiseres** vraagt dat:

\- de eis ontvankelijk en gegrond wordt verklaard;

\- de terugvordering wordt nietig verklaard;

\- verweerder wordt veroordeeld tot terugplaatsing op de rekening-courant van eiseres van het bedrag van 6.731,36 EUR of 5.699,23 EUR;

voor recht wordt gezegd dat de BTW-vordering is verjaard;

verweerder wordt veroordeeld tot de kosten van het geding.

3\. **Verweerder** vraagt dat:

\- de vordering van eiseres ontvankelijk doch ongegrond wordt verklaard;

\- eiseres wordt veroordeeld tot de kosten van het geding.

## III. BEOORDELING

### A. Betreffende de toelaatbaarheid

Verweerder voert geen redenen aan die tot de ontoelaatbaarheid van de eis kunnen leiden. Nu de rechtbank evenmin middelen van ontoelaatbaarheid, die zij ambtshalve zou moeten opwerpen, vaststelt, is de eis toelaatbaar.

### B. Betreffende de grond

#### 1. Aftrek BTW

Conform [artikel 45 §1,1° WBTW](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-45) heeft een BTW-belastingplichtige het recht om de belasting in aftrek te brengen van de aan hem geleverde goederen en aan hem verleende diensten, van de door hem ingevoerde goederen en de door hem verrichte intracommunautaire verwervingen, voor zover dat hij de goederen of de diensten gebruikt voor het verrichten van belastbare diensten.

Herziening van de aftrek ten aanzien van BTW geheven op bedrijfsmiddelen is mogelijk overeenkomstig [artikel 48 WBTW](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-48) en [artikel 6 e.v. KB nr. 3](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-3-artikel-historiek-3e1c) van 10 december 1969.

Eiseres heeft in 2015 een nieuw modulair containergebouw geplaatst dat dienst moet doen als wijklokaal. Het nieuwe wijklokaal wordt in gebruik genomen in 2016. Eiseres heeft de betaalde BTW voor 14/15 opgenomen in vak 62 van de BTW-aangifte van het derde kwartaal 2017. Volgens eiseres is het containergebouw een voorbereidende werkzaamheid op het stellen van BTW-handelingen. Tijdens de gerechtelijke procedure geeft eiseres toe dat zij geen rekening heeft gehouden met de door haar verrichte vrijgestelde handelingen. Zij stelt een verhouding 60% belaste handelingen en 40% niet belaste handelingen voor.

Eiseres dient te bewijzen dat zij recht op aftrek van BTW heeft. Zij dient derhalve te bewijzen dat zij belastbare diensten verricht.

Het feit dat eiseres op bepaalde diensten (onterecht) BTW aanrekent, bewijst niet dat zij belastbare diensten verricht.

Conform [artikel 44 §2, 11° WBTW](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44) zijn van BTW vrijgesteld de diensten en de nauw daarmee samenhangende leveringen van goederen ten behoeve en in het gemeenschappelijk belang van hun leden, verricht tegen betaling van een krachtens de statuten bepaalde bijdrage, door instellingen die geen winst beogen en doeleinden van politieke, syndicale, religieuze, levensbeschouwelijke, vaderlandslievende, filantropische of staatsburgerlijke aard nastreven, op voorwaarde dat deze vrijstelling niet tot concurrentieverstoring kan leiden.

Uit het dossier blijkt dat eiseres occasioneel haar wijklokaal verhuurt voor familiale of andere (niet-commerciële) activiteiten (vrijstelling [artikel 44 §3, 2° WBTW](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44)) en verder organiseert eiseres activiteiten zoals petanque, paaseierenraap en verschillende hobbyactiviteiten. Tijdens deze activiteiten verkoopt eiseres dranken in haar wijklokaal.

De rechtbank stelt derhalve vast dat eiseres handelingen stelt die vallen onder de vrijstelling van [artikel 44 §2, 11° WBTW](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44). Eiseres bewijst geenszins dat 60% van haar handelingen belastbare handelingen zouden betreffen die niet vallen onder de vrijstelling van [artikel 44 §2, 11° WBTW](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44).

Het gevolg hiervan is dat de BTW op bedrijfsmiddelen niet in aanmerking komt voor aftrek, evenmin voor een herziening.

Ten onrechte verwijst eiseres naar het arrest d.d. 14 februari 1985 van het Hof van Justitie in de zaak R. ([C-268/83](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-268-83-arrest)). In deze zaak werden wel belastbare handelingen gesteld.

#### 2. Verjaring

Conform [artikel 81 WBTW](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-81) begint de vordering tot voldoening van de belasting, van de intresten en van de administratieve geldboeten te verjaren vanaf de dag dat deze vordering ontstaat.

Conform [artikel 81bis §1, eerste lid WBTW](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-81bis) verjaart de vordering tot voldoening van de belasting, de intresten en de administratieve geldboeten na het verstrijken van het derde kalenderjaar volgend op dat waarin de oorzaak van opeisbaarheid van die belasting, intresten en administratieve geldboeten zich heeft voorgedaan.

De vordering tot voldoening van de BTW ontstaat in principe bij het verstrijken van de indieningstermijn van de aangifte waarin de verschuldigde BTW moet zijn opgenomen.

Eiseres heeft met de BTW-aangifte van het derde kwartaal 2017 een vraag tot terugbetaling van BTW ingesteld. De verjaring treedt derhalve in op 31 december 2020.

Het innings- en invorderingsbericht werd uitvoerbaar verklaard op 24 juni 2020. Conform [artikel 23 §2](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-23) van het wetboek van gedwongen en minnelijke invordering verjaren de BTW, de nalatigheidsintresten en de administratieve boete opgenomen in een uitvoerbaar verklaard innings- en invorderingsregister door verloop van 5 jaren vanaf de datum van uitvoerbaarverklaring van het innings- en invorderingsregister. Er is dus geen sprake van verjaring.

### C. Betreffende de kosten

Gezien eiseres in het ongelijk wordt gesteld, moet zij overeenkomstig artikel 1017,1 lid GerW de gerechtskosten dragen.

Verweerder wordt niet bijgestaan door een advocaat en heeft derhalve geen recht op een rechtsplegingsvergoeding.

### Beschikkend gedeelte

**OM DEZE REDENEN,**

**De rechtbank,**

Wijzende in eerste aanleg en op tegenspraak.

Alle verdere middelen van partijen verwerpend als niet dienend.

Verklaart de eis toelaatbaar doch ongegrond.

Veroordeelt eiseres tot de gedingkosten, aan haar zijde niet te begroten aangezien ze haar ten laste blijven, en aan de zijde van verweerder begroot op 00,00 EUR.

Aldus gevonnist en uitgesproken in openbare terechtzitting van de rechtbank van eerste aanleg West-

Vlaanderen, afdeling Brugge, burgerlijke sectie, tiende kamer, op **MAANDAG TWINTIG FEBRUARI**

**TWEEDUIZEND DRIEËNTWINTIG** waar zitting hadden:

…

## Aangehaalde teksten

8

[WBTW art. 44](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44) 7 voorkomens

[WBTW art. 23](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-23) 3 voorkomens

[WBTW art. 45](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-45) 3 voorkomens

[KB nr. 3 art. 6](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-3-artikel-historiek-3e1c) 1 voorkomen

[WBTW art. 48](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-48) 1 voorkomen

[WBTW art. 81](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-81) 1 voorkomen

[WBTW art. 81bis](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-81bis) 1 voorkomen

[268/83, arrest van 14 februari 1985](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-268-83-arrest) 2 voorkomens

## Vergelijkbare beslissingen

8

[Investeringsgoederen](https://juriel.be/nl/rechtspraak/investeringsgoederen-onroerend-goed-gebruikt-maatschappelijke-rechtbank-brussel-2017-04-19-2551) 5 gemeenschappelijke bepalingen

[Fiscale fraude, Valse facturen, Aanwijzingen van fraude](https://juriel.be/nl/rechtspraak/fiscale-fraude-valse-facturen-aanwijzingen-hof-van-beroep-brussel-2022-12-01-3bf8) 4 gemeenschappelijke bepalingen

[Kans- en geldspelen, Langs elektronische weg aangeboden, Vrijstelling](https://juriel.be/nl/rechtspraak/kans-geldspelen-langs-elektronische-weg-hof-van-beroep-gent-2023-06-664d) 4 gemeenschappelijke bepalingen

[Verjaring, Herzieningstermijn, Inventaris, Historische btw, verbouwing](https://juriel.be/nl/rechtspraak/verjaring-herzieningstermijn-inventaris-historische-btw-hof-van-beroep-antwerpen-2022-05-17-6c33) 4 gemeenschappelijke bepalingen

[Geldigheid van het dwangbevel, Afdoende motivering](https://juriel.be/nl/rechtspraak/geldigheid-dwangbevel-afdoende-motivering-verwijzing-hof-van-beroep-luik-2022-09-14-7774) 4 gemeenschappelijke bepalingen

[Innings- en invorderingsregister, Facturen, Aftrek, werkelijk gebruik](https://juriel.be/nl/rechtspraak/innings-invorderingsregister-facturen-aftrek-werkelijk-rechtbank-2026-03-26-462c) 4 gemeenschappelijke bepalingen

[Grondwettigheid en wettelijkheid van koninklijk besluit nr. 3 van 10 december 1969](https://juriel.be/nl/rechtspraak/grondwettigheid-wettelijkheid-december-omvang-recht-hof-van-beroep-brussel-2016-12-15-0448) 4 gemeenschappelijke bepalingen

[Terbeschikkingstelling van bergruimte voor het opslaan van goederen;onroerende verhuur;belastbaar feit](https://juriel.be/nl/rechtspraak/terbeschikkingstelling-bergruimte-opslaan-goederen-onroerende-rechtbank-brussel-2004-05-19-4683) 4 gemeenschappelijke bepalingen
