---
title: "12 juni 2007 · Vrijstelling, uitvoer · Rechtbank van eerste aanleg te Brussel"
description: "Vrijstelling, uitvoer, invoer, intracommunautaire handeling. Rechtbank van eerste aanleg te Brussel (België), 12 juni 2007."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak/vrijstelling-uitvoer-invoer-intracommunautaire-handeling-rechtbank-brussel-2007-06-12-3a0b"
lang: "nl"
---

# Vrijstelling, uitvoer, invoer, intracommunautaire handeling · Belasting over de toegevoegde waarde

**Rechtscollege**

Rechtbank van eerste aanleg

**Zetel**

Brussel

**Datum**

12 juni 2007

## Procesverloop

2 stappen · 2 jaar 11 maanden

1. Weergegeven beslissing Rechtbank van eerste aanleg te Brussel 12.06.2007
2. [Beslissing in beroep Hof van beroep te Brussel 10.06.2010](https://juriel.be/nl/rechtspraak/vrijstelling-uitvoer-invoer-intracommunautaire-handeling-hof-van-beroep-brussel-2010-06-10-84c6)

## Over het document

**Verzameling**

Belgische rechtspraak

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

117 paragrafen

### Fiche van de FOD Financiën

Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Brussel d.d. 12.06.2007

Samenvatting niet beschikbaar

**Tekst van het vonnis**

### Tekst van de beslissing

**RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG TE BRUSSEL - 35****ste** **Kamer**

**A.R. 2002/8833/A**

Inzake van :

**De N.V. A.**, met maatschappelijke zetel te …, …, ingeschreven in het register der ondernemingen onder het nummer …

Eisende partij,

Vertegenwoordigd door Mr. **J. V. A.** loco Mr. **D. M.**, advocaat te …, … (ref. : 4439),

tegen:

De BELGISCHE STAAT, Administratie van de BTW, registratie en domeinen op vervolging en benaarstiging van de eerstaanwezend inspecteur van het BTW-ontvangkantoor te Halle, waarvan de burelen gevestigd zijn te 1500 Halle, Zuster Bernardastraat 32,

Verwerende partij,

Vertegenwoordigd door Mr. **F. S.**, advocaat te …, … (ref. : /),

In deze zaak, in beraad genomen op 15 mei 2007, spreekt de rechtbank het navolgend vonnis uit :

Gelet op :

• het exploot dd. 7 mei 2002 van plaatsvervangend gerechtsdeurwaarder **N.** ter vervanging van gerechtsdeurwaarder **V.** te Halle, houden verzet tegen dwangbevel en dagvaarding van verweerster om te verschijnen voor de rechtbank van eerste aanleg te Leuven,

• de conclusie van verweerster, neergelegd ter griffie van de rechtbank van eerste aanleg te Leuven op 22 mei 2002,

• het vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Leuven dd. 20 juni 2002 waarbij de zaak verwezen werd naar deze rechtbank,

• de aanvullende conclusie en tweede aanvullende conclusie van verweerster, neergelegd ter griffie van deze rechtbank respectievelijk op 5 september 2002 en op 7 september 2005,

• de conclusie van eiseres, neergelegd ter griffie van deze rechtbank op 15 april 2005,

• de vaststelling van de zaak bij beschikking dd. 7·februari 2006 genomen op grond van artikel 750, § 2 van het Gerechtelijk Wetboek.

Gehoord de raadslieden van partijen ter openbare zitting van 15 mei 2007, waarna de bundels met de stavingstukken van partijen neergelegd werden en de zaak in beraad genomen werd.

---

## 1. FEITEN

Bij proces-verbaal van 15 maart 2002 heeft de administratie vastgesteld dat twee leveringen aan de koper werden gefactureerd met vrijstelling van belasting op grond van [artikel 39, § 1, 2° van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-39) (hierna W.BTW), zonder dat de voorwaarden hiertoe zouden vervuld zijn.

De eerste levering werd op 20 mei en 28 oktober 1998 gefactureerd aan de N.V. **B.**- *“****f. S. M. P.****”* - voor een totaal bedrag van € …, met als leveringsadres transporteur **F. M.** te …. De goederen werden door - of door bemiddeling van - de N.V. **B.** uitgevoerd naar Rusland.

De tweede levering werd tussen 30 maart en 26 mei 1998 gefactureerd aan de in België gevestigde N.V. **H. E. R.**, later BVBA **GTS­ N. S.** genaamd, voor een totaal bedrag van € …. De goederen werden in de loop van de maand april door eiseres geleverd in Duitsland.

Op 26 maart 2002 heeft de administratie op grond van de bevindingen opgenomen in voormeld proces-verbaal een dwangbevel uitgevaardigd lastens eiseres, uitvoerbaar verklaard op 3 april 2002, waarin de verschuldigde belasting bepaald werd op € … vermeerderd met een geldboete van € …, de interesten en de vervolgingskosten.

Het dwangbevel werd aan eiseres betekend bij gerechtsdeurwaardersexploot dd. 2 mei 2002.

## 2. VOORWERP VAN DE VORDERINGEN

De vordering strekt ertoe het dwangbevel dd. 26 maart 2002. geviseerd en uitvoerbaar verklaard dd. 3 april 2002 ongegrond te horen verklaren.

Tevens vordert eiseres haar *'voorbehoud te* (horen) *verlenen bij het eventueel eisen van een schadevergoeding gelet op de houding van de administratie en de schade door (haar) geleden als direct gevolg daarvan'*.

Verweerster concludeert tot de ongegrondheid van de vordering met betrekking tot het dwangbevel. De vordering tot schadevergoeding dient volgens verweerster onontvankelijk, minstens ongegrond te worden verklaard.

## 3. BEOORDELING

**3.1.** **De levering aan N.V. B. / P. S. M.**

Overeenkomstig artikel 39, § 1, 2° W.BTW zijn de leveringen van goederen vrijgesteld van belastingen wanneer deze voor rekening van een niet in België gevestigde koper worden verzonden of vervoerd naar een plaats buiten de Gemeenschap.

Het behoort aan de belastingplichtige die zich op de vrijstelling beroept, om aan te tonen dat de wettelijke voorwaarden zijn vervuld.

In casu betwist de administratie niet dat de goederen wel degelijk uitgevoerd werden naar Rusland. Zij betwist evenmin dat de aldaar door de Belgische vennootschap N.V. **B.** uitgevoerde werkzaamheden beschouwd dienen te worden als een autonoom project, dat als een niet te lande gevestigde onderneming kan worden beschouwd.

Evenwel weigert de administratie het recht op vrijstelling te erkennen voor deze levering daar deze niet rechtstreeks zou geschied zijn aan het autonoom project, doch wel door middel van de tussenkomst van de Belgische maatschappelijke zetel.

De toekenning van de vrijstelling voor een levering aan een buitenlandse vestiging van een in België gevestigde onderneming maakt de facto reeds een uitzondering uit - minstens een uitbreiding uit - van de regel vervat in artikel 39, § 1, 2° W.BTW, zodat de toepassing ervan inderdaad kan worden beperkt tot de leveringen die rechtstreeks gebeurd zijn aan de buitenlandse vestiging zonder tussenkomst van de in België gevestigde maatschappelijke zetel.

Aan de hand van de door eiseres neergelegde vrachtbrieven blijkt dat de goederen werden verzonden door de N.V. **B.** met als bestemmeling **B. M.**. De verzending, zo blijkt uit het proces-verbaal, ging gepaard met een pro-forma factuur van de N.V. **B.** aan haar Russisch project.

De bestelbon vermeldt in de hoofding weliswaar *'NV.* ***B. F. P. S. M.****'* doch met vermelding van het adres van de maatschappelijke zetel in België. Bovendien wordt uitdrukkelijk vermeldt dat alle briefwisseling diende te worden gericht aan de maatschappelijke zetel alwaar ook de factuur diende te worden geadresseerd.

Bijgevolg zijn de goederen niet rechtstreeks geleverd aan het project **S. M.**, die overigens evenmin rechtstreeks de bestelling heeft geplaatst.

Eiseres kan zich niet verschuilen achter haar contractuele verplichtingen nu zij deze in strijd met de wettelijke bepalingen mede tot stand heeft gebracht. Het middel is dan ook ongegrond.

**3.2.** **De levering aan H. E. R.**

Artikel 39bis W.BTW bepaalt intracommunautaire leveringen van de belasting zijn vrijgesteld indien deze gebeuren een andere belastingplichtigen of aan een niet-belastingplichtige rechtspersonen die als zodanig optreden in een andere lidstaat en die er aldaar toe gehouden zijn hun intracommunautaire verworven goederen aan de belasting te onderwerpen.

In casu leverde eiseres goederen in Duitsland die bij haar waren aangekocht door een in België gevestigde vennootschap. De facturatie geschiedde met vermelding van de het Belgische BTW-nummer.

In tegenstelling tot hetgeen in het proces-verbaal wordt vastgesteld, is de levering van de goederen in Duitsland wel degelijk aangetoond. Niet enkel staat de plaats van bestemming wel degelijk vermeld op de factuur (**G.** en **H.**), doch bovendien legt eiseres een afschrift neer van een geldige vrachtbrief. De verwarring die ontstaan is rond de precieze plaats van leveringen (**H.** of **S.**, zoals vermeld op de CMR-vrachtbrief) is van ondergeschikt belang nu beide plaatsen in Duitsland gelegen zijn. De verwarring schijnt overigens ontstaan te zijn ingevolge de benaming van een treinstation waarvoor het geleverde goed uiteindelijk bestemd was, nu de benaming zou verwijzen naar een aangrenzende gemeente.

In hoofdorde werd in het proces-verbaal melding gemaakt van het feit dat in de loop van de controle de administratie de bevestiging heeft gekregen van de koper dat de *'desbetreffende facturen van de belastingplichtige werden verlegd volgens de Duitse BTW-wetgeving in de boekhouding van* ***H.****. Tijdens een telefonisch onderhoud met (*de accountant van **H.***) heeft deze mij verklaard dat de verlegging werd toegepast onder het toegekende Duitse BTW-nummer DE…. Dit BTW-nummer blijkt evenwel aan de betrokkene te zijn toegekend op 27/3/1999 terwijl de bewuste leveringen zich voordeden tijdens het jaar 1998, zodat de geleverde goederen onmogelijk kunnen zijn verworven onder voornoemd BTW-nummer. Evenmin werd aangetoond dat de goederen intracommunautair werden verworven onder een ander BTW-nummer van* ***H.****, toegekend door een andere lidstaat.'*

Verweerster ontkent niet dat **H.** op het ogenblik van de levering wel degelijk beschikte over een Iers BTW-nummer, hetgeen bij het opstellen van het proces­ verbaal blijkbaar niet door de administratie gekend was.

Thans argumenteert verweerster dat om van de vrijstelling te genieten, de afnemer diende te beschikken over een BTW-nummer uitgereikt door de lidstaat waar de levering plaatsvond. Dit standpunt staat nochtans haaks op hetgeen in het proces­ verbaal is vermeld, nu hierin de inbreuk onder meer wordt afgeleid op grond van het feit dat *'evenmin werd aangetoond dat de goederen intracommunautair werden verworven onder een ander BTW-nummer van* ***H.****, toegekend door een andere lidstaat.'*

Artikel 2 van het Koninklijk besluit nummer 52 van 29 december 1992 stelt de vrijstelling afhankelijk van het feit dat de levering geschiedt voor een belastingplichtige of een niet-belastingplichtige rechtspersoon, die voor de belasting over de toegevoegde waarde geïdentificeerd is in een andere lidstaat.

Bijgevolg volstaat het de afnemer geïdentificeerd is in een andere lidstaat, zonder dat tevens is vereist dat de afnemer beschikt over een BTW-nummer toegekend door de lidstaat waarin de levering plaatsvond.

Het middel is gegrond.

Bijgevolg is eiseres enkel belasting verschuldigd voor de levering aan de N.V. **B.**, zijnde € …, vermeerderd met de interesten aan 0,80 % per maand vertraging te rekenen vanaf 21 januari 2000, alsook een verminderde geldboete ten belope van € … te vermeerderen met de moratoire interesten vanaf 9 april 2002.

### 3.3. De vordering tot schadevergoeding

Eiseres is van oordeel dat de administratie een fout zou hebben begaan doordat zij een dwangbevel heeft uitgevaardigd op grond van de vaststellingen van een voorafgaandelijk proces-verbaal, zonder evenwel rekening te houden met de opmerkingen van eiseres. Zij vordert een voorbehoud met betrekking tot een eventueel later in te dienen schade-eis.

Verweerster meent dat een dergelijke vordering een tegenvordering zou uitmaken die - vermits ze uitgaat van de eisende partij zelf- onontvankelijk is.

De vordering tot schadevergoeding vormt geen tegenvordering maar wel een onderdeel van de hoofdvordering. Er is geen enkele aanwijsbare reden waarom de eiser in fiscale :zaken niet tegelijkertijd een schadevergoeding zou kunnen vorderen." De vordering is dus wel degelijk ontvankelijk.

Eiseres heeft haar opmerkingen bij het proces-verbaal overgemaakt aan de administratie bij schrijven van haar raadsman dd. 29 november 2001. Op dit schrijven heeft de administratie aangetekend geantwoord op 30 januari 2002.

De vrijstelling in verband met de levering aan de N.V. **B.** werd, zoals hoger uiteengezet, terecht geweigerd. Met betrekking tot de levering aan **H.** blijkt de administratie in de eerste plaats de vrijstelling te hebben geweigerd nu zij oordeelde dat de uitvoer naar Duitsland onvoldoende was aangetoond.

Zelfs indien thans blijkt dat deze uitvoer wel voldoende wordt bewezen, betekent zulks niet dat de administratie een inbreuk zou hebben gepleegd op de zorgvuldigheidsplicht. Eiseres toont immers niet aan dat de administratie kennelijk onredelijk zou zijn geweest bij de beoordeling van de haar meegedeelde bewijsstukken.

Dit gedeelte van de vordering is dan ook ongegrond.

**OM DEZE REDENEN,**

**DE RECHTBANK,**

Gelet op de artikelen 4, 37, 41 en 42 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken,

Rechtsprekend in eerste aanleg en op tegenspraak,

Alle andersluidende en meer omvattende besluiten van de hand wijzende als niet ter zake en/of overbodig,

Verklaart de vordering ontvankelijk en in de volgende mate gegrond,

Verklaart het dwangbevel ongegrond voor hetgeen € … aan verschuldigde belasting te boven gaat, vermeerderd met de interesten aan 0,80 % per maand vertraging te rekenen vanaf 21 januari 2000, alsook voort hetgeen € … aan geldboete te boven gaat, vermeerderd met de moratoire interesten vanaf 9 april 2002.

Veroordeelt verweerster tot betaling van de gedingkosten, begroot op € … rechtsplegingvergoeding en € … aanvullende rechtsplegingvergoeding aan de zijde van eisende partij.

Verwijst verweerster tot de eigen gedingkosten, begroot op € … rechtsplegingsvergoeding en € … aanvullende rechtsplegingvergoeding.

Aldus gevonnist en uitgesproken tet openbare terechtzitting van de 35 ste kamer van de rechtbank van eerste aanleg te Brussel, op **12 juni 2007**.

Waar aanwezig waren en zitting namen :

De heer **P. H.** rechter

Mevrouw **I. D.** griffier

**I.D.** **P. H.**

#### VERSLAG OVER DE OPPORTUNITEIT BEROEP IN TE STELLEN

NV Automation

420.004.852

## 1. Uiteenzetting van de feiten

Op 23 januari 2001 werd door het controlecentrum Halle, een controle verricht bij de NV **A.** voor de periode van 1 januari 1998 tot 31 december 1999.

Op 15 maart 2002 werd een proces-verbaal opgesteld (bijlage 1) van de vastgestelde inbreuken tegen de artikelen [39, § 1, 2°](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-39), en [39bis](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-39bis) van het BTW-wetboek en [artikel 1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-52-vrijstellingen-intracommunautaire-gelijkgestelde-handelingen-b8b9#ar52-art1) en [3](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-52-vrijstellingen-intracommunautaire-gelijkgestelde-handelingen-b8b9#ar52-art3) van het koninklijk besluit nr. 52 van 29 december 1992.

De belastingplichtige is handelaar in transformatoren, batterijen, elektronische toepassingen op het vlak van multitone personenzoeksystemen en op vlak van telecom.

Door de belastingplichtige worden goederen uitgevoerd in opdracht van een niet in België gevestigde klant met tussenkomst van de in België gevestigde zetel. Het betreft een levering zonder installatie of montage.

De goederen worden door de transporteur aan de douane aangeboden. Als uitvoerder op het enig document wordt de hier te lande gevestigde zetel van de afnemer vermeld. Tot staving wordt een proforma factuur gericht aan het bijhuis van de afzender bijgevoegd.

Voor de intracommunautaire levering aan een klant in Duitsland werd vastgesteld dat deze op het ogenblik van de levering niet over een geldig Duits BTW-nummer beschikt. Hij blijkt wel over een geldig Iers BTW-nummer te beschikken. Aan de gecontroleerde belastingplichtige laat hij weten de verwerving te willen doen onder het Duitse BTW-nummer.

Voor beide handelingen wordt de vrijstelling niet aanvaard en wordt de verschuldigde BTW van respectievelijk … EUR en … EUR gevorderd vermeerderd met een verminderde boete van … EUR.

Op 22 juli 2002 wordt voor de schuld met referte … bewarend beslag gelegd dat bij vonnis van de rechtbank van eerste aanleg (beslagrechter) wordt opgeheven (bijlage 2).

Op 07 mei 2002 dagvaardt belastingplichtige de Belgische Staat in verzet tegen dwangbevel (bijlage 3).

**1)** **Het transport naar het derdeland is bewezen via de documenten van de transportfirma zodat voldaan is aan de wettelijke vrijstellingsvoorwaarden van artikel 39, § 1, 2°.**

**2)** **Het BTW-wetboek laat expliciet toe dat een intracommunautaire transactie onder welk BTW-nummer ook zou worden verwerkt ongeacht de lidstaat van levering.**

Voor punt 1 is het vonnis gunstig voor de administratie. De betwisting opgenomen in punt 2 betreft de interpretatie van de tekst opgenomen in [artikel 2 van het KB nr. 52](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-52-vrijstellingen-intracommunautaire-gelijkgestelde-handelingen-b8b9#ar52-art2)..

Op 14 mei 2002 worden besluiten van de administratie overgemaakt aan de departementsadvocaat. Deze betreffen de vraag a:an de rechter van de Rechtbank van eerste aanleg te Leuven , om de zaak door te verwijzen naar de bevoegde rechtbank te Leuven (Bijlage 4).

Op 20 juni 2002 wordt de zaak doorverwezen naar de rechtbank te Brussel (bijlage 5).

Op 02 september 2002 worden de besluiten ten gronde overgemaakt aan onze departementsadvocaat (bijlage 6).

Op 19 april 2005 worden de besluiten van de tegenpartij ontvangen na toepassing te hebben gemaakt van artikel 751 Ger. Wb. (bijlage 7).

Op 31 augustus 2005 worden aanvullende besluiten aan onze departementsadvocaat bezorgd (bijlage 8).

Op 12 juni 2007 wordt een voor de administratie gedeeltelijk ongunstig vonnis uitgesproken (bijlage 9).

Op 20 juli 2007 wordt het advies van onze departementsadvocaat ontvangen (bijlage 10).

## 2. Bespreking van de middelen die in de akte van beroep moeten worden aangevoerd en van de in te brengen argumenten

**Toepassing artikel 39bis en** [**artikel 2 KB nr. 52**](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-52-vrijstellingen-intracommunautaire-gelijkgestelde-handelingen-b8b9#ar52-art2) **vrijstellingsvoorwaarden.**

### Standpunt van de rechter

De administratie vereist ten onrechte voor de toepassing van de vrijstelling dat de afnemer moet beschikken over een BTW-nummer uitgereikt door de lidstaat waar de levering plaatsvindt.

[Artikel 2 van het koninklijk besluit nr. 52](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-52-vrijstellingen-intracommunautaire-gelijkgestelde-handelingen-b8b9#ar52-art2) van 29 december 1992 stelt de vrijstelling afhankelijk van het feit dat de levering geschiedt voor een belastingplichtige of een niet­ belastingplichtige rechtspersoon, *die voor de belasting over de toegevoegde waarde geïdentificeerd is in een andere lidstaat.*

Bijgevolg volstaat het dat de afnemer geïdentificeerd is in een andere lidstaat, zonder dat tevens is vereist dat de afnemer beschikt over een BTW-nummer toegekend door de lidstaat waarin de levering plaatsvond.

### Standpunt van de administratie weergegeven in de besluiten

[Artikel 1 van het koninklijk besluit nr. 52](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-52-vrijstellingen-intracommunautaire-gelijkgestelde-handelingen-b8b9#ar52-art1) van 29 december 1992 stelt de vrijstelling van artikel 39bis ondermeer afhankelijk van het feit dat de belastingplichtige in het bezit is van de in artikel 3 van hetzelfde KB bedoelde stukken die de echtheid van de verzending of van het vervoer aantonen.

De verwerving in een lidstaat vereist dat men over een BTW-identificatienummer beschikt dat werd uitgereikt door de lidstaat in kwestie. De beschikking over één BTW­ identificatienummer is onvoldoende om gelijk waar binnen de Gemeenschap goederen te verwerven.

### Onze commentaar

[Artikel 39bis van het BTW-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-39bis) stelt als voorwaarde voorop de vrijstelling ondermeer dat de levering wordt verricht voor een in een andere lidstaat dan België als zodanig handelende belastingplichtige indiener. De voorwaarde wordt impliciet herhaald in [artikel 2 van het koninklijk besluit nr. 52](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-52-vrijstellingen-intracommunautaire-gelijkgestelde-handelingen-b8b9#ar52-art2) van 29 december 1992, en stelt dat de toepassing van de vrijstelling van artikel 39bis, eerste lid, 1°, afhankelijk is van het bewijs dat de levering gebeurt voor een belastingplichtige of een niet belastingplichtige rechtspersoon die voor de BTW is geïdentificeerd in een andere lidstaat.

Aan deze voorwaarde is voldaan zodra de verwerver een BTW-identificatienummer opgeeft dat rechtsgeldig werd afgeleverd door een andere lidstaat dan België. Of deze lidstaat ook de lidstaat is waarnaar de goederen worden vervoerd of verzonden vanuit België moet de verkoper niet nagaan.

In casu beschikte eiseres niet over een dergelijk BTW-nummer. Het is pas in de fase van controle dat de afnemer een Duits nummer meedeelde dat op het ogenblik van de levering nog niet was toegekend, noch aangevraagd. Dit wordt bevestigd door het feit dat eiseres op het ogenblik van de indiening van haar intracommunautaire opgave (verplichting opgelegd door [artikel 53sexies, § 1, BTW-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-53sexies)) de handeling niet opnam (zie proces-verbaal voorlaatste blz.). Bovendien werd op de factuur het Belgisch BTW-nummer van de afnemer vermeld.

Naast het bezit van een in een andere lidstaat uitgereikt geldig BTW-identificatienummer moet eiseres het bewijs leveren van het vervoer van verzending van het goed vanuit België naar een andere lidstaat.

De rechtbank is van oordeel dat hieraan voldaan is door de voorlegging van de CM vrachtbrief waarop als bestemming eren plaats in Duitsland is vermeld.

Zoals opgenomen in het proces-verbaal is het onmogelijk aan de hand van dit document om uit te maken of het betrekking heeft op de betwiste gefactureerde levering.

Gelet op wat voorafgaat, stel ik voor om hoger beroep in te stellen. De eerstaanwezend inspecteur diensthoofd.

**J. A.**

## Aangehaalde teksten

6

[KB nr. 52 art. 2](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-52-vrijstellingen-intracommunautaire-gelijkgestelde-handelingen-b8b9) 4 voorkomens

[KB nr. 52 art. 1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-52-vrijstellingen-intracommunautaire-gelijkgestelde-handelingen-b8b9) 2 voorkomens

[WBTW art. 39](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-39) 2 voorkomens

[WBTW art. 39bis](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-39bis) 2 voorkomens

[KB nr. 52 art. 3](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-52-vrijstellingen-intracommunautaire-gelijkgestelde-handelingen-b8b9) 1 voorkomen

[WBTW art. 53sexies](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-53sexies) 1 voorkomen

## Vergelijkbare beslissingen

8

[Intracommunautaire levering, Uitvoer, Bewijs, Geldigheid van het dwangbevel](https://juriel.be/nl/rechtspraak/intracommunautaire-levering-uitvoer-omzet-bewijs-hof-van-beroep-antwerpen-2020-12-15-9f0f) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Uitvoer, Reiziger, Vrijstelling](https://juriel.be/nl/rechtspraak/uitvoer-reiziger-vrijstelling-rechtbank-brussel-2023-12-07-196e) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Intracommunautaire levering, Intracommunautair btw-nummer, Spontane rechtzetting, Goede trouw](https://juriel.be/nl/rechtspraak/intracommunautaire-levering-intracommunautair-btw-nummer-rechtbank-antwerpen-2026-03-30-54c5) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Vrijgestelde intracommunautaire leveringen, Uitvoer, Margeregeling, winstmargeregeling](https://juriel.be/nl/rechtspraak/vrijgestelde-intracommunautaire-leveringen-uitvoer-margeregeling-rechtbank-2026-04-07-a733) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Overbrenging van goederen naar entrepots](https://juriel.be/nl/rechtspraak/overbrenging-goederen-entrepots-leveringen-gelijkgestelde-rechtbank-bergen-2025-07-10-fb37) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Aanslag in de PB, administratie van de bijzondere belastinginspectie](https://juriel.be/nl/rechtspraak/bbi-aanslag-in-pb-administratie-rechtbank-namen-2017-02-15-1f39) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Recht op aftrek van belasting](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-belasting-rechtbank-leuven-2006-06-16-2a6d) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Vrijstelling, uitvoer, invoer, intracommunautaire handeling, bewijs, controlemaatregel](https://juriel.be/nl/rechtspraak/vrijstelling-uitvoer-invoer-intracommunautaire-handeling-rechtbank-brussel-2009-04-06-5b0b) 2 gemeenschappelijke bepalingen
