Fiche van de FOD Financiën
Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Brugge d.d. 05.04.2004
Samenvatting niet beschikbaar
Tekst van het vonnis
Tekst van de beslissing
De Rechtbank van eerste aanleg te Brugge, VIERDE KAMER, heeft het hierna volgend vonnis verleend :
In de zaak 02/29/A Rep. nr. 2004/4792
De BVBA C. S., (H.R. Oostende nr. …), met maatschappelijke zetel te …, …,
Eiseres,
voor wie optreedt Meester K. C., advocaat te …
tegen :
De BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën, Administratie van de BTW, Registratie en Domeinen, BTW-ontvangkantoor Oostende, vertegenwoordigd door de e.a. inspecteur van het BTWontvangkantoor OOSTENDE, met kantoor te 8400 Oostende, Vrijhavenstraat 1/1,
verweerder,
voor wie is opgetreden Meester A. D. loco Meester L. D. S., beiden advocaat te …
I. RECHTSPLEGING
Gelet op de inleidende dagvaarding houdende verzet de dato 28 december 2001.
De rechtbank nam kennis van het dossier van de rechtspleging en van de door partijen overgelegde bundels.
Partijen werden gehoord in hun middelen bij monde van hun raadsman in de openbare terechtzitting van 8 maart 2004.
Artikel 2 en volgende van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken werden in acht genomen.
ll. BIJZONDERSTE GEGEVENS VAN DE ZAAK
2.1. Eiseres is ingeschreven als BTW-belastingplichtige onder het BTWregistratienummer …, ingevolge haar activiteit van lossingscontrole van schepen. Zij is derhalve onderworpen aan de bepalingen van de BTW-wetgeving en de ter uitvoering ervan genomen besluiten.
Door E. B., eerstaanwezend inspecteur bij de administratie van de BTW, Registratie en Domeinen, werd een toezicht uitgevoerd over de toepassing van de wetgeving en de reglementering inzake de belasting over de toegevoegde waarde.
Over de vastgestelde overtredingen werd door de heer B. voornoemd, op 29 november 2001, een proces-verbaal opgemaakt (zie stuk 1 verweerder).
Ten gevolge van dit proces-verbaal werd van eiseres een bedrag gevorderd van 12.414,31 EUR BTW en 1.214,68 EUR geldboete.
Aangezien eiseres de verschuldigde bedragen niet betaalde, werd op 6 december 2001 een dwangbevel uitgevaardigd.
Voormeld dwangbevel werd op 12 december 2001 geviseerd en uitvoerbaar verklaard door R. D., directeur bij een fiscaal bestuur, daartoe aangewezen door de gewestelijke directeur bij de administratie van de BTW, Registratie en Domeinen te Brugge.
Op 17 december 2001 werd het dwangbevel aan eiseres ter kennis gebracht bij aangetekend schrijven.
2.2. Eiseres vraagt dat het verzet ontvankelijk en gegrond wordt verklaard en dat dienvolgens het bestreden dwangbevel nietig wordt verklaard. In ondergeschikte orde vraagt zij de voorlegging van alle administratief geleide documenten geadresseerd aan de NV E. in de periode 1998-1999. Tenslotte vraagt zij nog dat verweerder wordt veroordeeld tot de gedingkosten, in haar hoofde begroot op de dagvaardingskosten ten bedrage van 66.44 EUR en de geïndexeerde rechtsplegingsvergoeding te bedrage van 342,09 EUR en dat het vonnis uitvoerbaar bij voorraad wordt verklaard, niettegenstaande alle verhaal en zonder borgstelling of kantonnement.
2.3. Verweerder vordert dat het verzet ontvankelijk en ongegrond wordt verklaard, mits rekening wordt gehouden met een vermindering van de vordering met 2.189,83 EUR BTW en 218,98 EUR geldboete, en dat eiseres wordt veroordeeld tot de kosten van het geding, in zijn hoofde begroot op 342,09 EUR rechtsplegingsvergoeding.
III. BEOORDELING
3.1. nopens de ontvankelijkheid
Verweerder voert geen redenen aan die tot de onontvankelijkheid van de vordering kunnen leiden. Nu de rechtbank evenmin middelen van onontvankelijkheid, die hij ambtshalve zou moeten opwerpen, ontwaart, is de vordering ontvankelijk.
3.2. nopens de grond
3.2.1. Eiseres is de mening toegedaan dat zij kon genieten van de vrijstelling van artikel 41, § 1, 5° W.BTW bij facturatie van uitgevoerde controles bij het lossen van schepen met goederen komende uit Nederland en Duitsland in opdracht van de NV E..
3.2.2. Overeenkomstig artikel 41, § 1, 5° W.BTW geldt voormelde vrijstelling enkel voor de diensten die gepresteerd worden bij vrijgesteld vervoer van goederen bij uitvoer buiten de Gemeenschap of bij het vervoer van goederen die onder een regeling van BTW-entrepot staan.
Verweerder is in de mogelijkheid om bij haar zusteradministratie van de douane en accijnzen inlichtingen in te winnen m.b.t. het feit of de goederen onder entrepotregeling in België zijn ingebracht dan wel of bepaalde goederen uit EG-landen intracommunautair werden verworven. De diensten van de douane en accijnzen zijn immers in het bezit van de administratief geleide documenten.
Deze administratief geleide documenten geadresseerd aan de NV E. in de periode van 1998-1999 kunnen het bewijs leveren dat de kwestieuze goederen wel degelijk onder entrepotregeling België zijn binnengekomen.
3.2.3. De rechtbank stelt vast dat verweerder, omwille van zijn beroepsgeheim, in de onmogelijkheid verkeert om vrijwillig voormelde stukken in de procedure te brengen.
Verder stelt de rechtbank vast dat het geheim mag worden bekendgemaakt voor een overheid die door de wet aangesteld is voor de rechtsbedeling, d.w.z. voor een rechter.
3.2.4. Voor deze rechtbank bestaan er gewichtige, bepaalde en met elkaar overeenstemmende vermoedens dat voormelde stukken het bewijs inhouden van een terzake dienend feit.
Artikel 877 van het gerechtelijk wetboek verleent de rechter de mogelijkheid om overlegging te bevelen van het bewijsmateriaal dat een partij of een derde bezit of van een stuk dat zij vermoedelijk onder zich heeft en dat het bewijs inhoudt van een terzake dienend feit.
De rechtbank gaat dan ook in op het verzoek van eiseres om deze stukken neer te leggen, nu het beroepsgeheim verweerder verhindert deze stukken uit eigen beweging neer te leggen.
3.3. nopens de kosten
Nu er ten gronde geen uitspraak wordt gedaan, wordt de uitspraak over de gerechtskosten voorlopig aangehouden.
3.4. nopens de uitvoerbaarheid bij voorraad
Vermits het vonnis de overlegging van stukken tot voorwerp heeft, is net van rechtswege niet vatbaar voor verzet of hoger beroep (artikel 880, 2de lid van het gerechtelijk wetboek),
Beschikkend gedeelte
OM DEZE REDENEN,
DE RECHTBANK,
Wijzende in eerste aanleg en op tegenspraak.
Alle verdere middelen van partijen verwerpende als niet dienend.
Verklaart het verzet tegen het dwangbevel ontvankelijk en alvorens ten gronde te oordelen.
Beveelt dat verweerder in toepassing van artikel 877 van het gerechtelijk wetboek de administratief geleide documenten geadresseerd aan de NV E. in de periode van 1898-1999 bij het dossier van de rechtspleging voegt.
De overlegging dient te gebeuren binnen de 2 maanden voorzien na de kennisgeving overeenkomstig artikel 880 van het gerechtelijk wetboek.
De rechtbank stelt de zaak voor behandeling uit naar de zitting van de vierde kamer op maandag dertien september tweeduizend en vier negen uur.
Houdt de beslissing nopens de gedingkosten in deze zaak aan.
De rechtbank stelt vast dat tegen onderhavig vonnis van rechtswege geen verzet tot hoger beroep openstaat.
Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting in het gerechtshof te Brugge op vijf april tweeduizend en vier.
Aanwezig zijn :
H. N., alleenrechtsprekend rechter
L. N., e.a. adjunct-griffier
N. L. N. H.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.