Fiche van de FOD Financiën
Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Antwerpen d.d. 28.01.2009
Samenvatting niet beschikbaar
Tekst van het vonnis
Tekst van de beslissing
V 0 N N I S gewezen en uitgesproken in het gerechtsgebouw te Antwerpen, op achtentwintig januari tweeduizend en negen in openbare zitting van·de.2F kamer van de rechtbank van eerste aanleg van het gerechtelijk arrondissement Antwerpen, al waar zetelden :
L. B., rechter, voorzitter van de kamer,
P. W., rechter,
A. C., plaatsvervangend recher,
N. D., griffier.
In zake : A.R. Nr. 05/7740/A
NV C., ingeschreven in de kruispuntbank der ondernemingen onder het nummer …, met maatschappelijke zetel gevestigd te …, ….
eisende partij,
verschijnende bij meester P. V. E. loco meester I. B., advocaat, kantoorhoudende te …, ….
tegen :
DE BELGISCHE STAAT,
Federale Overheidsdienst Financiën, Administratie van de BTW, Registratie en Domeinen, vertegenwoordigd door de heer Minister van Financiën, wiens burelen gevestigd zijn te Brussel, op vervolging en benaarstiging van de heer Gewestelijk Directeur van de BTW, Registratie en Domeinen te Antwerpen, in de persoon van de heer ontvanger-rekenplichtige van het tweede BTW-Ontvangkantoor te Antwerpen, waarvan de burelen gevestigd zijn te 2000 Antwerpen, Italiëlei 4 bus 4.
verwerende partij,
verschijnende bij meester D. V. loco meester R. L., advocaat, kantoorhoudende te …, ….
Gezien de stukken in het dossier der rechtspleging, o.m. :
- het verzoekschrift neergelegd ter griffie op 16 december 2005,
- de beschikking verleend overeenkomstig artikel 747, § 2 van het Gerechtelijk Wetboek op 13 februari 2008,
- de besluiten van partijen.
Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van talen in gerechtszaken.
Gelet op de verordeningen van de Raad van de ministers nummer 974/98 van 3 mei 1998 en nummer 1103/97 van 17 juni 1997 en de wetten van 26 juni 2000 en 30 juni 2000 ter invoering van de euro.
Gehoord partijen in hun middelen en gezegden ter zitting van 7 januari 2009.
De vordering strekt ertoe het proces-verbaal van 5 december 2003 en het dwangbevel Reg. 127/199-2003, uitgevaardigd op 5 december 2003 en uitvoerbaar verklaard op 8 december 2003, te vernietigen en van onwaarde te verklaren in de mate dat meer dan enerzijds de verwijlintresten gerekend overeenkomstig artikel 91, § 1 W.BTW over het bedrag van … EUR vanaf 21 januari 2003 tot de maanden van betaling via regularisatie en anderzijds de proportionele geldboete over dit bedrag van … EUR, zijnde … EUR, meer de intresten gerekend overeenkomstig artikel 91, § 4 W.BTW over dit bedrag vanaf 12 december 2003 tot de dag van betaling van de geldboete als verschuldigd worden vooropgesteld, dienvolgens te zeggen voor recht dat eiseres de van haar middels voornoemd proces-verbaal en dwangbevel gevorderde bedragen niet verschuldigd is, behoudens in de hiervoor gezegde mate, verweerder te veroordelen om alle door eiseres ten onrechte betaalde bedragen en/ of van eiseres ten onrechte ingehouden bedragen terug te betalen, meer de intresten en de kosten van het geding.
Beoordeling
Betreffende het bewijs van de intracommunautaire levering
Krachtens artikel 39bis, lid 1, 1° W.BTW zijn de leveringen van goederen vrijgesteld van de belasting indien :
- de leveringen worden verricht door de verkoper, andere dan een belastingplichtige die de regeling geniet bepaald in artikel 56, § 2,
- de leveringen worden verricht voor een andere belastingplichtige of voor een niet-belastingplichtige rechtspersoon, die als zodanig optreden in een andere Lid-Staat en die aldaar ertoe gehouden zijn hun intracommunautaire verwervingen van goederen aan de belasting te onderwerpen,
- de leveringen niet onderworpen zijn aan de bijzondere regeling van de belastingheffing over de winstmarge ingesteld bij artikel 58, § 4,
- de goederen worden verzonden of vervoerd buiten België maar binnen de Gemeenschap door de verkoper, de koper of voor hun rekening.
Artikel 39bis, lid 2 W.BTW heeft aan de Koning opgelegd de beperkingen en voorwaarden te bepalen die voor de toepassing van deze vrijstelling moeten worden nageleefd, hetgeen hij deed bij KB nr. 52 van 29 december 1992.
Krachtens voornoemd KB nr. 52 is de vrijstelling van artikel 39bis, lid 1, 1° W.BTW afhankelijk van de volgende voorwaarden :
- het bewijs dient geleverd te worden dat de goederen verzonden of vervoerd zijn buiten België maar binnen de Gemeenschap (artikel1) en de verkoper, te dezen eiseres, moet te allen tijde in het bezit zijn van alle stukken waaruit de echtheid van de verzending of het vervoer van de goederen blijkt; die stukken zijn ondermeer de contracten, de bestelbons, de vervoerdocumenten en de betalingsstukken (artikel 3),
- het bewijs dient geleverd te worden dat de levering is geschied voor een belastingplichtige of voor een niet-belastingplichtige rechtspersoon, die voor de belasting over de toegevoegde waarde geïdentificeerd is in een andere Lid-Staat (artikel 2).
Bijgevolg heeft eiseres, die zich beroept op de vrijstelling, de bewijslast en dient zij dan ook het bewijs te leveren dat zij voldoet aan alle voorwaarden van de vrijstelling, bij gebreke waaraan de belasting verschuldigd is.
Vooreerst dient te worden nagegaan of de goederen werden verzonden of vervoerd buiten België maar binnen de Gemeenschap door de verkoper, de koper of voor hun rekening.
Hierbij dient te worden opgemerkt dat de termen "door de verkoper, de koper of voor hun rekening" niet louter betekent "op kosten van de verkoper of de koper", maar tevens inhoudt dat de verzending of het vervoer moet uitgevoerd worden door de verkoper, de koper of in hun opdracht (Cass. 14 februari 2008 inzake rolnummer F.05.009.N, http://jure.juridat.just.fgov.be/?lang=nl) .
Eiseres dient het bewijs van het bestaan van het vervoer of de verzending van de goederen door de verkoper, de koper of voor hun rekening buiten België maar binnen de Gemeenschap te leveren via een geheel van gebruikelijke en overeenstemmende handelsstukken die aantonen dat aan de voorwaarden voor de vrijstelling is voldaan waarbij elk bewijsstuk is toegelaten, doch waarbij geen enkel bijzonder stuk op zich voldoende of noodzakelijk is; de opsomming van mogelijke bewijsstukken in artikel 3 van het KB nr. 52 is immers niet exhaustief.
Bijgevolg kan eiseres deze vrijstellingsvoorwaarde bewijzen met alle middelen van het gemeen recht, uitgezonderd de eed, zonder strikte, formele vereisten zodat deze voorwaarde dan ook niet strikt, doch integendeel ruim wordt toegepast.
De BTW-administratie moet zich door middel van een sluitend geheel van bewijselementen immers kunnen vergewissen van het feit dat de goederen werden verzonden of vervoerd naar een andere Lid-Staat door de verkoper, de koper afvaar hun rekening.
Eiseres blijft verantwoordelijk voor de betaling van de BTW met betrekking tot de leveringen en zij is hiervan pas ontslagen wanneer zij kan bewijzen dat de goederen werden verzonden of vervoerd buiten België maar binnen de Gemeenschap door de verkoper, de koper of voor hun rekening.
Bij gebreke aan dit bewijs is de administratie gerechtigd de vrijstelling te verwerpen. Er anders over oordelen zou immers de administratie elke werkelijkheid tot controle op het vervuld zijn van de vrijstellingsvoorwaarde ontnemen.
Te dezen staat het ontegensprekelijk vast dat de voertuigen in … of … (België) werden afgehaald door de werkelijke gebruikers van deze voertuigen, hetgeen trouwens uitdrukkelijk werd verklaard door een intern medewerker van eiseres, en dat deze werkelijke gebruikers in België woonden.
Het loutere feit, dat eiseres de voertuigen heeft gefactureerd aan Luxemburgse Vennootschappen, bewijst geenszins dat deze voertuigen op haar kosten of op kosten van de kopers én door haar of in haar opdracht of door de kopers of in hun opdracht werden verzonden of vervoerd naar Luxemburg.
Ook het loutere feit, dat de voertuigen - korte tijd nadat zij in België werden afgehaald door hun werkelijke gebruikers die in België woonden - werden ingeschreven in Luxemburg op naam van de Luxemburgse kopers en dat deze inschrijving dient voorafgegaan te worden door een technische controle in Luxemburg, bewijst evenmin dat deze voertuigen op kosten van eiseres (de verkoper) of op kosten van de kopers én door eiseres of in haar opdracht of door de kopers of in hun opdracht werden verzonden of vervoerd naar Luxemburg.
De loutere bewering, dat een collega-dealer van eiseres te Aarlen het nodige deed om :
- de voertuigen van daar naar Luxemburg te verzenden of vervoeren,
- de voertuigen in Luxemburg aan te bieden aan de technische controle en aldaar in te schrijven,
levert evenmin voornoemd bewijs op.
De voorgelegde documenten bewijzen ook niet dat één van de hier betrokken voertuigen op kosten van én in opdracht van eiseres of de kopers door de firma C. naar Luxemburg werd verzonden of vervoerd.
Eiseres levert aldus niet het minste bewijs dat de voertuigen op haar kosten of op kosten van de kopers én door haar of in haar opdracht of door de kopers of in hun opdracht werden verzonden of vervoerd naar Luxemburg of een andere Lid-Staat, te meer nu deze voertuigen in België werden afgehaald door hun werkelijke gebruikers die in België woonden, en faalt aldus in haar bewijslast.
Het dwangbevel en het proces-verbaal zijn ongetwijfeld voldoende gemotiveerd en er is geen sprake van dat een nieuw motief wordt aangevoerd.
Tot slot dient te worden opgemerkt dat de belastingautoriteiten van de lidstaat van waaruit goederen in het kader van een intracommunautaire levering worden verzonden of vervoerd, niet verplicht zijn de autoriteiten van de lidstaat waarvoor de goederen volgens de leverancier bestemd zijn, zijnde te dezen Luxemburg, om inlichtingen te verzoeken (H.V.J. 27 september 2007, T.F.R. 2008/23).
Aangezien eiseres faalt in haar bewijslast, was de BTW-administratie dan ook gerechtigd de vrijstelling te verwerpen zodat de belastingen dan ook verschuldigd zijn door eiseres.
Betreffende de regularisaties
Ná de uitvoering van een controle, zoals te dezen, kan de belastingplichtige zijn toestand niet meer regulariseren door een inschrijving in een periodieke BTW-aangifte zodat het bestreden dwangbevel dan ook zijn waarde behoudt en er dan ook geen ontheffing kan verleend worden.
Betreffende de rechtsplegingsvergoeding
Wat de rechtsplegingsvergoeding betreft, zijn beide partijen in hun conclusies akkoord met een bedrag van … EUR.
Beschikkend gedeelte
OM DEZE REDENEN
DE RECHTBANK,
Rechtdoende op tegenspraak,
Alle andere en strijdige conclusies verwerpend,
Na erover beraadslaagd te hebben,
Verklaart de vordering toelaatbaar, doch ongegrond en wijst deze af.
Veroordeelt eiseres tot de kosten van het geding tot op heden door verweerder begroot op … EUR rechtsplegingsvergoeding en door de rechtbank vereffend op … EUR rechtsplegingsvergoeding.
N. D. A. C. P. W. L. B.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.