---
title: "4 juni 2003 · Vrijstelling, uitvoer · Rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen"
description: "Vrijstelling, uitvoer, invoer, intracommunautaire handeling, recht op aftrek van belasting. Rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen (België), 4 juni 2003."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak/vrijstelling-uitvoer-invoer-intracommunautaire-handeling-rechtbank-antwerpen-2003-06-04-5719"
lang: "nl"
---

# Vrijstelling, uitvoer, invoer, intracommunautaire handeling · Belasting over de toegevoegde waarde

**Rechtscollege**

Rechtbank van eerste aanleg

**Zetel**

Antwerpen

**Datum**

4 juni 2003

## Over het document

**Verzameling**

Belgische rechtspraak

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

101 paragrafen

### Fiche van de FOD Financiën

Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Antwerpen d.d. 04.06.2003

Samenvatting niet beschikbaar

**Tekst van het vonnis**

### Tekst van de beslissing

**V O N N I S gewezen en uitgesproken in het gerechtsgebouw te Antwerpen, op vier juni tweeduizend en drie in openbare zitting van de 2F kamer van de rechtbank van eerste aanleg van het gerechtelijk arrondissement Antwerpen, al waar zetelden :**

**L. B.**, rechter, voorzitter van de kamer,

**P. W.,** rechter,

**N. V.**, rechter,

**N. D.**, adjunct-griffier.

**NV G. O. R.**, met BTW-nummer BE …, ingeschreven in het handelsregister te Antwerpen onder het nummer …, met maatschappelijke zetel gevestigd te …, ….

**eisende partij,**

verschijnende bij meester **L. B.** loco meester **D. V. B.**, advocaat, kantoorhoudende te …, ….

**tegen :**

**DE BELGISCHE STAAT**, Ministerie van Financiën, Administratie van de BTW, Registratie en Domeinen, vertegenwoordigd door de heer Minister van Financiën, wiens burelen gevestigd zijn te 1000 Brussel, Wetstraat 12, op vervolging en benaarstiging van de heer Gewestelijk Directeur van de BTW, Registratie en Domeinen te Antwerpen, in de persoon van het Hoofd van het BTW Controlecentrum Antwerpen Sectie 3.1, waarvan de burelen gevestigd zijn te 2000 Antwerpen, Italiëlei 4 bus 13.

**verwerende partij,**

verschijnende bij meester **D. V.** loco meester **R. L.**, advocaat, kantoorhoudende te …, ….

---

Gezien de stukken in het dossier der rechtspleging, o.m. :

\- het exploot van rechtsingang, betekend door het ambt van plaatsvervangend gerechtsdeurwaarder **R. V.** in vervanging van gerechtsdeurwaarder **R. V.** te Antwerpen op 20 juni 2001,

\- de beschikking verleend overeenkomstig artikel 74, § 2 van het Gerechtelijk Wetboek op 18 november 2002,

\- de besluiten van partijen.

Gelet op de wet van 15 juni 1935 op bet gebruik van talen in gerechtszaken.

Gelet op de verordeningen van de Raad van de ministers nummer 974/98 van 3 mei 1998 en nummer 1103/97 van 17 juni 1997 en de wetten van 26 juni 2000 en 30 juni 2000 ter invoering van de euro.

Gehoord partijen in hun middelen en gezegden ter zitting van 7 mei 2003.

---

De vordering strekt ertoe :

\- verwerende partij vervolgens te horen veroordelen tot integrale terugbetaling van alle BTW, intresten en boeten ten bedrage van 1.806,62 EUR welke door eisende partij ten onrechte werden voldaan, te vermeerderen met de moratoire intresten;

\- dienaangaande teruggave te bevelen van de door eisende partij onder alle voorbehoud van recht betaalde BTW als gevolg van de d.d. 17 juli 2000 verrichte afstand van belastingtegoed met betrekking tot de navorderingen van BTW zoals vermeld in bijlage A5 van de lastens haar opgestelde correctieopgave d.d. 13 juli 1999 en het proces-verbaal d.d. 16 mei 2000;

\- te zeggen voor recht dat eisende partij deze bedragen niet verschuldigd is en verwerende partij te horen veroordelen tot integrale terugbetaling van alle bedragen welke ten onrechte werden betaald of ingehouden en toegerekend werden op de sommen vermeld in het proces-verbaal, en dit met vermeerdering van de moratoire interesten, overeenkomstig artikel 41 BTW;

\- ondergeschikt, alvorens recht te doen, een prejudiciële vraag te stellen aan het Europees Hof van Justitie, welke luidt als volgt :

> "1) Kan [artikel 17, lid 6 van de zesde richtlijn](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-17) van de Raad d.d. 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der lidstaten inzake omzetbelasting-gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde : uniforme grondslag (77/388/EEG) in die zin worden uitgelegd dat de lidstaten de uitsluitingen waarin hun wetgeving ten tijde van de inwerkingtreding van deze richtlijn voorzag, nu niet meer kunnen handhaven om de reden dat de Raad, op voorstel van de Commissie, niet uiterlijk binnen de vier jaar te rekenen vanaf de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn heeft bepaald voor welke uitgaven geen recht op aftrek van de belasting over de toegevoegde waarde bestaat ?
>
> 2) Kan [artikel 17, lid 6](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-17) van de genoemde richtlijn in die zin worden uitgelegd dat het een lidstaat veroorlooft diensten die worden verricht in het kader van een public relations­manifestatie, waarbij aan de bezoekers van een opendeurdag van een garagehouder, tijdens een evenement waarbij drank, voeding en animatie aan dit publiek wordt aangeboden), om te merken als "uitgaven die geen strikt professioneel karakter hebben, zoals weelde uitgaven en uitgaven voor ontspanning of representatie", die in elk geval van het recht op aftrek uitgesloten zijn ?
>
> 3) Kan [artikel 17, lid 6](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-17) van de genoemde richtlijn in die zin worden uitgelegd dat het een lidstaat veroorlooft diensten die worden verricht in het kader van een public relationsmanifestatie, waarbij tijdens een opendeurdag aan klanten en potentiële klanten van een garagehouder, tijdens een evenement waarbij drank, voeding en animatie aan dit publiek worden aangeboden, aan te merken als "uitgaven die geen strikt professioneel karakter hebben, zoals weelde uitgaven voor ontspanning of representatie", die in elk geval van het recht op aftrek uitgesloten zijn ?"

\- verwerende partij te horen veroordelen tot de kosten van het geding met inbegrip van de rechtsplegingsvergoeding;

\- het tussen te komen vonnis uitvoerbaar bij voorraad te horen verklaren niettegenstaande alle verhaal, zonder borgstelling en met uitsluiting van het vermogen tot kantonnement.

## 1. Feiten

Eisende partij is kleinhandelaar in motorvoertuigen. Op 20 april 1999 vond een controle plaats bij eisende partij door mevrouw **K.**, eerstaanwezend verificateur, met betrekking tot de toepassing van de wetgeving en reglementering betreffende de BTW voor de periode 1 januari 1996 tot en met 31 december 1997.

Ingevolge deze controle werd ten laste van eisende partij een correctieopgave opgesteld die haar per brief van 13 juli 1999 werd toegezonden.

Ingevolge voormelde correctieopgave zou eisende partij volgende bedragen verschuldigd zijn :

BTW : 450.659 BEF

Verminderde geldboeten : 45.000 BF

Wettelijke intresten vanaf 21 januari 1998

Bij brief van 11 augustus 1999 verklaarde eisende partij zich slechts gedeeltelijk akkoord met de voorgestelde regularisatie. Met een bedrag van 57.583 BEF aan BTW opgenomen onder bijlage A5 van de correctieopgave, werd niet akkoord gegaan.

Eisende partij betwistte de zienswijze van verwerende partij, die de aftrek van BTW op basis van [artikel 45, § 3, 4° BTW-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-45) niet aanvaardde met betrekking tot kosten van onthaal die volgens eisende partij te kwalificeren zijn als kosten van publiciteit.

Op 28 maart 2000 werd de correctieopgave door eisende partij teruggezonden, getekend voor gedeeltelijk akkoord.

Voor het bedrag van 57.583 BEF aan BTW bleef de betwisting bestaan en werd wegens niet akkoord op 16 mei 2000 door mevrouw **K.**, eerstaanwezend verificateur, een proces-verbaal opgemaakt, dat op dezelfde datum aangetekend werd verzonden aan eisende partij.

In dit proces verbaal werden volgende verschuldigde bedragen opgenomen :

BTW : 57.583 BEF

Verminderde geldboeten : 2.800 BEF

Wettelijke intresten vanaf 21 januari 1988

Op 22 mei 2000 werd een betalingsbericht verzonden aan eisende partij die op 6 juni 2000 aan verwerende partij liet weten het verschuldigde bedrag te betwisten en niet spontaan tot betaling over te gaan.

Op 12 juli 2000 heeft de raadsman van eisende partij een onderhoud met de heer **D.**, eerstaanwezend inspecteur diensthoofd die het standpunt van verwerende partij bevestigt en hem dit schriftelijk ter kennis brengt.

Op 17 juli 2 000 verklaart eisende partij zich akkoord met de verwerping van de afgetrokken BTW op volgende facturen vermeld in het proces-verbaal :

factuur 94/1996 **W. B.** : 5.761 BEF BTW

factuur 1552/1996 **K. B.** : 857 BEF BTW

totaal 6.618 BEF BTW

Op 17 juli 2000 ondertekent eisende partij onder alle voorbehoud van recht en zonder enige nadelige erkentenis een afstand van belastingtegoed. Ingevolge deze verklaring wordt een tegoed van eisende partij ingevolge een aanslag in de vennootschapsbelasting met kohierartikel 802001 van 72.879 BEF afgestaan ten voordele van de BTW administratie ingevolge de vermeende verschuldigde bedragen opgenomen in het proces-verbaal d.d. 16 mei 2000 en het betalingsbericht van 22 mei 2000.

Op 20 juni 2001 werd verwerende partij door eisende partij gedagvaard in teruggave van de door haar aan verwerende partij betaalde sommen ingevolge het proces-verbaal van 16 mei 2000.

## 2. Beoordeling

Het verzet is tijdig en regelmatig naar vorm en er worden noch door partijen redenen van ontoelaatbaarheid opgeworpen, noch worden eer door de rechtbank ambtshalve op te werpen redenen van ontoelaatbaarheid vastgesteld, zodat het verzet toelaatbaar is.

### Ten gronde

Verwerende partij stelt dat de BTW van de in het PV van 16 mei 2000 opgenomen facturen door verwerende partij ten onrechte in aftrek werd genomen daar deze BTW niet in aanmerking komt voor aftrek voornamelijk op basis van artikel 45, § 3, 4° W.BTW.

Artikel 45, § 3, 4° W.BTW luidt als volgt. "Voor aftrek komt niet in aanmerking de belasting ter zake van : kosten van onthaal''

De discussie tussen partijen behelst de interpretatie van de door eisende partij gemaakte kosten in het kader van opendeurdagen en de daarop betrekking hebbende facturen.

Eisende partij is van oordeel dat de betwiste facturen geen betrekking hebben op onthaal activiteiten doch wel op publiciteitskosten.

In artikel 17/6, van de Zesde Europese Richtlijn wordt ondermeer bepaald dat uitgaven die geen strikt professioneel karakter hebben, zoals weelde uitgaven en uitgaven voor ontspanning of representatie, in elk geval van het recht op aftrek uitgesloten zijn.

Volgens eisende partij volgt daaruit dat er een onderscheid dient gemaakt te worden tussen uitgaven met een professioneel karakter en uitgaven voor ontspanning en representatie, waardoor het toepassingsgebied van het begrip kosten van onthaal dient beperkt te worden tot de kosten die ten behoeve van klanten of gasten worden gemaakt, zonder dat een ander voordeel wordt nagestreefd dan het creëren van een algemeen gunstige atmosfeer ten over­ staan van de onderneming.

Eisende partij stelt verder terecht dat uitgaven die een directe verkoop beogen of die worden gemaakt met het oog op publiciteit voor welbepaalde producten een strikt professioneel karakter hebben en publiciteitskosten zijn.

De uitgaven werden volgens eisende partij in casu gemaakt naar aanleiding van een aantal opendeurdagen die plaatsvonden in 1996 en 1997. Deze opendeurdagen hebben tot doel de voertuigen van het merk Renault te promoten met het oog op verkoop. Tijdens de opendeurdagen bij eisende partij worden er drankjes, versnaperingen en animatie aangeboden aan de bezoekers.

De rechtbank is derhalve van oordeel dat de kosten die gemaakt zijn in het kader van de opendeurdagen van een garagehouder, moeten beschouwd worden als publiciteitskosten en niet als kosten van onthaal, vermits er tijdens deze dagen een boodschap werd overgebracht aan de reeds bestaande of potentiële klanten waarbij de kwaliteiten van de tentoongestelde of beschikbare voertuigen uitdrukkelijk werden aangeprezen. De versnaperingen, drank en animatie die tijdens de opendeurdagen werden aangeboden aan de bezoekers, klanten en potentiële klanten, waren enkel bedoeld om een aangenaam kader te creëren met het oog op de verkoop van de wagens tijdens deze opendeurdagen. Bijgevolg waren de opendeurdagen een activiteit met een publicitair karakter.

De BTW van de voormelde publiciteitskosten is derhalve aftrekbaar in zoverre wordt aangetoond door eisende partij dat de door haar voorgelegde facturen werkelijk betrekking hebben op opendeurdagen.

Op verzoek van de rechtbank kon eisende partij geen enkele uitnodiging betreffende de beweerdelijk gehouden opendeurdagen voorleggen, noch informatie verstrekken betreffende de wijze waarop de uitnodigingen werden verstuurd voor de opendeurdagen en aan wie deze uitnodigingen werden verstuurd.

In casu is er echter geen discussie tussen partijen betreffende het feit dat volgende facturen, waarvan de BTW in aftrek werd genomen, betrekking hebben op door eisende partij georganiseerde opendeurdagen in januari en september van het jaar 1996 en 1997 :

factuur nummer … d.d. 24 januari 1996 van **p. & D.** waarvan de BTW 12.789 BEF bedraagt

factuur nummer … d.d. 22 september 1996 van **B. C.** waarvan de BTW 2.811 BEF bedraagt

factuur nummer … d.d. 24 september 1996 van **p. & D.** waarvan de BTW 1.020 BEF bedraagt

factuur nummer … d.d. 12 januari 1997 van **F. W.** waarvan de BTW 3.885 BEF bedraagt

factuur nummer … d.d. 12 januari 1997 van **B. D.** waarvan de BTW 550 BEF bedraagt

factuur nummer 80 d.d. 17 januari 1997 van **P. R.** waarvan de BTW 652 BEF bedraagt

factuur nummer … d.d. 22 september 1997 van **A.** waarvan de BTW 510 BEF bedraagt

factuur nummer … d.d. 22 september 1997 van **L.** waarvan de BTW 7.833 BEF bedraagt

factuur nummer … d.d. 25 september 1997 van **p. & D.** waarvan de BTW 6.958 BEF bedraagt

Bijgevolg is de BTW van de bovenvermelde facturen aftrekbaar gelet op het feiten dat de rechtbank van oordeel is dat het in casu publiciteitskosten betreft.

Het totaal van de regelmatig in aftrek genomen BTW bedraagt derhalve : 37.008 BEF ofwel 917,40 euro.

De boete op dit bedrag is 37.008 x 5 % = 1850,40 BEF ofwel 45,87 euro.

De vermeldingen op de overige door eisende partij voorgelegde facturen wijzen op activiteiten van onthaal, zonder dat deze gerelateerd kunnen worden aan een opendeurdag, zodat deze niet in aanmerking komen voor recht op aftrek van de BTW krachtens artikel 45, § 3 ,4° W.BTW.

Verwerende partij stelt terecht dat ten aanzien van factuur nummer … van 27 februari 1997 ten bedrage van 775 BEF verhoogd met 163 BEF BTW het probleem van de onthaalkost zich niet stelt daar deze factuur de aankoop betreft van Brandewijn en Bacardi, zijnde geestrijke dranken. Deze factuur komt niet in aanmerking voor aftrek van de BTW krachtens artikel 45, § 3, 2° W.BTW.

Bijgevolg werd een bedrag van 20.575 BEF ofwel 510,04 euro aan BTW ten onrechte in aftrek genomen door eisende partij zodat de vordering van eisende partij slechts gedeeltelijk gegrond voorkomt.

### Betreffende de uitvoerbaar verklaring bij voorraad

Krachtens [artikel 92bis van het BTW-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-92bis) schorsen de termijnen van verzet, hoger beroep en cassatie, alsmede het verzet, het hoger beroep en de voorziening in cassatie de tenuitvoerlegging van de gerechtelijke beslissing,

### Beschikkend gedeelte

## OM DEZE REDENEN

**DE RECHTBANK,**

Rechtdoende op **tegenspraak**.

Alle andere en strijdige conclusies verwerpend.

Verklaart de vordering van eisende partij toelaatbaar doch slechts gegrond als volgt;

Zegt voor recht dat eisende partij het bedrag van 917,40 EUR aan BTW, en 45,87 EUR aan boeten te vermeerderen met de wettelijke intresten sedert 21 januari 199 8 niet verschuldigd is,

Veroordeelt verwerende partij tot integrale terugbetaling van alle bovenvermelde bedragen welke ten onrechte werden betaald of ingehouden, en dit te vermeerderen met moratoire intresten.

Veroordeelt partijen elk tot de helft van de kosten van het geding in hoofde van eisende partij begroot en door de rechtbank vereffend op :

\- dagvaardingskosten : 69,98 EUR,

\- rechtsplegingsvergoeding : 167,33 EUR

in hoofde van verwerende partij begroot en door de rechtbank: vereffend op :

rechtsplegingsvergoeding 167,33 EUR

Wijst het meer- en anders gevorderde af.

**N. D.** **N. V.** **P. W.** **L. B.**

## Aangehaalde teksten

3

[Zesde richtlijn 77/388 art. 17](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-17) 3 voorkomens

[WBTW art. 45](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-45) 1 voorkomen

[WBTW art. 92bis](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-92bis) 1 voorkomen

## Vergelijkbare beslissingen

8

[Werkingssfeer, dienst, belastbare handeling, recht op aftrek van belasting](https://juriel.be/nl/rechtspraak/werkingssfeer-dienst-belastbare-handeling-recht-rechtbank-leuven-2007-06-15-ef8c) 3 gemeenschappelijke bepalingen

[Voetbalclub, Gemengde belastingplichtige, Werkelijk gebruik](https://juriel.be/nl/rechtspraak/voetbalclub-gemengde-belastingplichtige-werkelijk-gebruik-hof-van-beroep-antwerpen-2021-09-21-28a1) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Recht op aftrek, Beroepsmatig gebruik van het gebouw](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-beroepsmatig-gebruik-gebouw-rechtbank-bergen-2020-10-15-3d88) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Proportionele fiscale geldboeten, Beroepsmatig gebruik van de woning](https://juriel.be/nl/rechtspraak/proportionele-fiscale-geldboeten-beroepsmatig-gebruik-rechtbank-brussel-2021-05-03-5bda) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Passieve of actieve holding, Externe dienstverlening (managementadvies)](https://juriel.be/nl/rechtspraak/passieve-actieve-holding-externe-dienstverlening-rechtbank-nijvel-2022-07-01-69ab) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Vrijstelling, Recht op aftrek, Onroerende verhuur](https://juriel.be/nl/rechtspraak/vrijstelling-recht-aftrek-onroerende-verhuur-hof-van-beroep-luik-2020-10-07-7434) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Historische btw-aftrek, Niet belastingplichtige rechtspersoon](https://juriel.be/nl/rechtspraak/historische-btw-aftrek-belastingplichtige-rechtspersoon-hof-van-beroep-brussel-2022-09-13-905e) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Recht op aftrek, Verhoudingsgetal, recht op aftrek van Btw](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-verhoudingsgetal-btw-gemengde-cassatie-brussel-2021-05-21-a623) 2 gemeenschappelijke bepalingen
