---
title: "Vrijstelling, uitvoer · Hof van beroep te Antwerpen, 11 oktober 2011"
description: "Vrijstelling, uitvoer, invoer, intracommunautaire handeling. Hof van beroep te Antwerpen (België), 11 oktober 2011."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak/vrijstelling-uitvoer-invoer-intracommunautaire-handeling-hof-van-beroep-antwerpen-2011-10-11-c309"
lang: "nl"
---

# Vrijstelling, uitvoer, invoer, intracommunautaire handeling · Belasting over de toegevoegde waarde

**Rechtscollege**

Hof van beroep

**Zetel**

Antwerpen

**Datum**

11 oktober 2011

## Procesverloop

2 stappen · 2 jaar 1 maand

1. [Bestreden beslissing Rechtbank van eerste aanleg te Hasselt 09.09.2009](https://juriel.be/nl/rechtspraak/vrijstelling-uitvoer-invoer-intracommunautaire-handeling-rechtbank-hasselt-2009-09-2953)
2. Weergegeven beslissing Hof van beroep te Antwerpen 11.10.2011

## Over het document

**Verzameling**

Belgische rechtspraak

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

76 paragrafen

### Fiche van de FOD Financiën

Arrest van het Hof van beroep te Antwerpen d.d. 11.10.2011

Samenvatting niet beschikbaar

**Tekst van het arrest**

### Tekst van de beslissing

**Het Hof van beroep te Antwerpen, zitting houdend te Antwerpen, ZESDE KAMER, rechtdoende in burgerlijke zaken, heeft het volgende arrest uitgesproken :**

In zake : **2010/AR/761**

**H. NV**, met maatschappelijke zetel te …, …,

**appellante,**

tegen het vonnis gewezen op 09 september 2009 door de Rechtbank van eerste aanleg te Hasselt

vertegenwoordigd door Mr. **B. T.**, advocaat te …, …

**tegen :**

**1.** **ADMINISTRATIE VAN DE BTW, REGISTRATIE EN DOMEINEN, BTW-ONTVANGKANTOOR 1, 3500 HASSELT**, Voorstraat 43 bus 46,

**2.** **BELGISCHE STAAT, FOD FINANCIËN, MINISTER VAN, FINANCIËN**, 1000 BRUSSEL, Wetstraat 12,

**geïntimeerden,**

vertegenwoordigd door Mr. **R. F.**, advocaat te …, …;

Gelet op de door de wet vereiste processtukken in behoorlijke vorm overgelegd waaronder een eensluidend afschrift van het bestreden vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Hasselt van 9 september 2009, waarvan geen betekening voorligt.

Gelet op het verzoekschrift in hoger beroep neergelegd ter griffie van dit Hof op 8 maart 2010, waarbij tijdig en naar de vorm geldig hoger beroep wordt ingesteld.

**1.** **Voorafgaande feiten en procedure**

De oorspronkelijke vordering gaat uit van **H.**, die een exploot van dagvaarding liet betekenen op 31 oktober 2007.

**H.** was bedrijvig als groothandelaar in audiovisuele apparatuur. De verkopen werden door **H.** gefactureerd in toepassing van [art. 39bis BTW-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-39bis), als intracommunautaire levering en dus vrijgesteld van BTW. De belastingadministratie was van oordeel dat niet voldaan was aan de voorwaarden van art. 39bis W.BTW en verzocht **H.** de verschuldigde BTW te voldoen.

**2.** Het Hof verwijst naar de omstandige uiteenzetting van de verschillende inhoudingen die verricht werden door de belastingadministratie in het bestreden vonnis, waarvan zij in het kort een overzicht geeft :

\- op basis van een P.V. van vermoeden van 23/03/1995 verrichtte de administratie op 29 maart 1995 een inhouding op basis van het K.B. nr. 4 voor een bedrag van … EUR;

\- op 27/12/1996 werd door de administratie een akte van inhouding uitgevaardigd op basis van art. 8, primo § 3, 5 de lid K.B. nr. 4 van 29/12/1969 voor een bedrag van … EUR;

\- Op 27/06/1996 werd een P.V. opgesteld en een nieuwe inhouding voor een bedrag van … EUR verricht;

\- De beslagrechter oordeelde in een beschikking van 10 juli 1997 dat de eerste inhouding ten onrechte geschiedde en dat de tweede inhouding terecht was;

\- De administratie verrichtte op 30 maart 1998 een inhouding op basis van het KB nr. 4 tbv … EUR;

\- tussen 27 augustus 1998 en 7 juni 2001 werden verschillende aktes van inhouding opgesteld met een totaal bedrag van … EUR en werd een bedrag van … EUR bij de notaris geconsigneerd.

**3.** **H.** vordert vergoeding van de door haar geleden schade tengevolge van een onrechtmatige daad. Volgens **H.** heeft de Belgische Staat een inbreuk gepleegd op de algemene zorgvuldigheidsnorm en op de algemene beginselen van behoorlijk bestuur door sedert 23 maart 1995, minstens 27 augustus 1998 elke teruggave onmogelijk te maken door het bewarend beslag in eigen handen.

Aldus zou de Belgische Staat een inbreuk hebben gepleegd op de algemene zorgvuldigheidsnorm en de algemene beginselen van behoorlijk bestuur.

**H.** houdt voor dat de Belgische Staat gedurende vele jaren de totale bedrijfsactiviteit heeft verlamd door haar financiële tegoeden volledig te blokkeren en alzo een normaal handeldrijven totaal onmogelijk te maken.

**4.** Procedure voor de eerste rechter.

De eerste rechter verklaart de vordering ontvankelijk doch ongegrond. De eerste rechter overweegt dat **H.** niet aantoont dat de latere inhoudingsmaatregelen onzorgvuldig gebeurden. Uit de overgelegde beslissingen van de beslagrechter en het hof van beroep te Antwerpen blijkt dat er geen enkele fout door de Belgische Staat werd begaan bij het leggen van de latere bewarende beslagen.

**5.** Procedure voor het hof van beroep.

Het hoger beroep strekt ertoe het bestreden vonnis te vernietigen en dienvolgens :

\- de vordering ontvankelijk en gegrond te horen verklaren;

\- te horen zeggen voor recht dat de Belgische Staat door sedert 23 maart 1995, minstens sedert 27 augustus 1998 elke teruggave onmogelijk te maken door het bewarend beslag in eigen handen, een inbreuk heeft gepleegd op de algemene zorgvuldigheidsnorm en de algemene beginselen van behoorlijk bestuur;

\- de Belgische Staat hierbij te horen veroordelen om de door **H.** geleden bedrijfsschade te vergoeden, provisioneel begroot op … EUR, en te vermeerderen met de gerechtelijke intresten, met de aanstelling van een gerechtsdeskundige-bedrijfsrevisor met als taak de begroting van de door **H.** geleden schade ingevolge de blokkering van haar bedrijfskapitaal door de aanhoudende beslagen van de Belgische Staat.

**6.** Verweerster in hoger beroep concludeert tot de bevestiging van het bestreden vonnis.

Verweerster in hoger beroep vordert bij incidenteel beroep dat mocht het Hof overgaan tot aanstelling van een deskundige de kosten ten laste van eiseres in hoger beroep dienen gelegd te worden.

**7.** **Bespreking :**

## Grieven van eiseres in hoger beroep tegen het bestreden vonnis

Eiseres in hoger beroep vordert vergoeding van de door haar geleden schade tengevolge van een onrechtmatige daad.

Volgens **H.** heeft de B.S. een inbreuk gepleegd op de algemene zorgvuldigheidsnorm en op de algemene beginselen van behoorlijk bestuur door sedert 23 maart 1995, minstens 27 augustus 1998 elke teruggave onmogelijk te maken door het bewarend beslag in eigen handen.

De eerste rechter kan niet gevolgd worden in haar beoordeling waar deze stelt als zouden de latere inhoudingsmaatregelen - behoudens de bewarende beslagen van 29 maart 1995 en 27 juni 1997 -wel zorgvuldig zijn gebeurd. De latere inhoudingen geschiedden telkens op grond van de feitelijke bevindingen van de administratie, die gelden als bewijs tot bewijs van het tegendeel en op grond van de juridische gevolgen die de administratie hieraan verbindt, dewelke enkel in een procedure ten gronde kunnen worden betwist door de belastingplichtige.

De eerste rechter kan evenmin gevolgd worden waar zij stelt dat eiseres in hoger beroep niet het nodige bewijs levert van de schade die zij zou hebben geleden als gevolg van de fouten van geïntimeerde.

Volgens eiseres in hoger beroep zou de B.S. gedurende vele jaren de totale bedrijfsactiviteit van eiseres in hoger beroep verlamd hebben door haar financiële middelen volledig te blokkeren.

**8.** **Beoordeling :**

Algemene beginselen van behoorlijk bestuur zijn een bijzondere categorie van, meestal ongeschreven, algemene rechtsbeginselen, die de overheid bij elk optreden in acht moet nemen. Zij geven aanwijzingen over de wijze waarop bestuursbeslissingen moeten worden genomen en ter kennis gebracht.

De toepasselijkheid van de beginselen van behoorlijk bestuur en van het vertrouwensbeginsel in het fiscaal recht werd op principiële wijze verwoord in het arrest van 27 maart 1992 van het Hof van Cassatie : "dat de algemene beginselen van behoorlijk bestuur het recht op rechtszekerheid insluiten; dat die beginselen ook gelden ten aanzien van het fiscaal bestuur; dat het recht op rechtszekerheid ondermeer inhoudt dat de burger moet kunnen vertrouwen op wat door hem niet anders kan worden opgevat dan als een vaste gedrags- of beleidsregel van de overheid; dat daaruit volgt dat de door de overheid opgewekte gerechtvaardigde verwachtingen van de burger in de regel moet worden gehonoreerd."

Eiseres in hoger beroep dient het toerekenbare onvoorzichtig of onbehoorlijk gedrag van de overheid aan te tonen. De eerste rechter was van oordeel dat eiseres in hoger beroep enkel een inbreuk aantoont in hoofde van de B.S. door het leggen van bewarende beslagen van 29.03.1995 en van 27.06.1997. Eiseres in hoger beroep toont niet aan dat ook de latere inhoudingsmaatregelen strijdig zouden zijn met de algemene zorgvuldigheidsnorm.

**9.** De belastingadministratie vervult haar verplichting van behoorlijk bestuur door de inning van haar schulden te organiseren en begaat door het verrichten van de inhoudingen op zich geen fout. De B.S. is in het kader van beslagen in eigen handen slechts aansprakelijk indien eiseres in hoger beroep aantoont dat hij een fout heeft begaan door de inhoudingen op een onrechtmatige of onverschuldigde wijze en zonder voldoende voorzorg te hebben gedaan. Deze fout kan worden afgeleid uit een tekortkoming aan de algemene zorgvuldigheidsplicht wanneer een schuldeiser meer bepaald een bewarend beslag heeft gelegd en behouden terwijl hij wist of moest weten dat zijn schuldvordering niet het vereiste zeker karakter bezat of dat het geval zich niet aandiende met de vereiste spoed.

Eiseres in hoger beroep houdt voor dat de uiteindelijke discussie tussen partijen enkel betrekking had op de technische discussie of [art. 39bis BTW-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-39bis) al dan niet moet worden toegepast, hetgeen de vraag doet rijzen of een normaal zorgvuldig persoon de handelsactiviteiten van een handelsvennootschap gedurende een periode van inmiddels meer dan 14 jaren - waarvan de lange duurtijd te wijten is aan de inertie van de sterkere partij - zonder meer kan verlammen op grond van een louter technische discussie.

**10.** Samen met de eerste rechter stelt het Hof vast dat eiseres in hoger beroep enkel aantoont dat de B.S. tekortgekomen is aan zijn algemene zorgvuldigheidsplicht door het leggen van de bewarende beslagen van 29.03.1995 en van 27.06.1997 en meer in het bijzonder het recht van teruggaaf van de BTW op dat ogenblik al te zeer belemmerde en hierdoor niet als een zorgvuldig bestuur handelde. Voor deze fout werd door de beslagrechter reeds een schadevergoeding ex aequo et bono toegekend.

Het dwangbevel lastens **NV H.** werd uitgevaardigd op 23.03.1998, van zodra de administratie de door **H.** verschuldigde bedragen kende. Het dwangbevel was gesteund op het proces-verbaal van 20.02.1998.

Hangende de procedure ten gronde, nam de bevoegde ontvanger BTW de nodige bewarende maatregelen (inhoudingen BTW-tegoeden en bewarend beslag) tot vrijwaring van de belangen van de Schatkist, maatregelen waartoe de ontvanger in zijn hoedanigheid van rekenplichtige, wettelijk verplicht is.

De eerste rechter kan dan ook gevolgd worden in zijn beoordeling dat er door eiseres in hoger beroep niet wordt aangetoond dat de administratie onzorgvuldig zou gehandeld hebben, vermits er in hoofde van de administratie een reeks legitieme vragen bestonden over de solvabiliteit van eiseres in hoger beroep en er concrete vaststellingen waren van BTW-inbreuken in het P.V. van 20.02.1998, namelijk leveringen waarop de vereenvoudingsmaatregel in het kader van het intracommunautair driehoeksverkeer niet kon toegepast worden en waarop er effectief BTW opeisbaar was.

Eiseres in hoger beroep toont niet aan dat de inhoudingsmaatregelen die werden genomen in 1998-1999-2000-2001 strijdig zouden zijn met de algemene zorgvuldigheidsnorm.

Bovendien kan eiseres in hoger beroep onmogelijk beweren dat deze inhoudingen van de BTW het volledige bedrijfskapitaal hebben lamgelegd en een daling van de bedrijfsomzet hebben veroorzaakt. Dit is eerder het gevolg van de bedrijfsvoering van eiseres in hoger beroep die actief was in de groothandel van audiovisuele apparatuur en de goederen zelf aankocht in België met BTW en deze BTW niet kon recupereren via de BTW op de verkoop, aangezien de door haar opgezette constructie vooralsnog niet toeliet om te genieten van de vereenvoudigingsmaatregel in het intracommunautair driehoekverkeer.

Het bestreden vonnis en de gefundeerde motivering dient bevestigd te worden.

Het hoger beroep is ontvankelijk doch ongegrond.

**11.** **De rechtsplegingsvergoeding**

Partijen zijn het erover eens dat de rechtsplegingsvergoeding, zowel in eerste aanleg als in hoger beroep moet worden vastgesteld overeenkomstig de wet van 21 april 2007, uitgevoerd bij KB van 26 oktober 2007.

Eiseres in hoger beroep is de in het ongelijk gestelde partij en dient veroordeeld te worden tot de rechtsplegingsvergoeding, begroot op het geïndexeerde bedrag van … EUR.

**DE BESLISSING,**

### Beschikkend gedeelte

**HET HOF,**

Recht doende op tegenspraak;

Gelet op art. 24 van de wet van 15 juni 1935;

Verklaart het hoger beroep ontvankelijk doch ongegrond.

Bevestigt het bestreden vonnis.

Verwijst eiseres in hoger beroep in de gedingkosten in hoger beroep aan de zijde van verweerster in hoger beroep begroot op … EUR, rechtsplegingsvergoeding.

Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting van het HOF VAN BEROEP te ANTWERPEN van **ELF OKTOBER TWEEDUIZENDENELF**,

waar aanwezig waren :

**D. W.**, Raadsheer wd. Voorzitter;

**M. D.**, Raadsheer;

**L. M.**, plaatsverfvangend Raadsheer;

**A. V. L.**, Griffier.

**A.V. L.** **L. M.** **M. D.** **D. W.**

## Aangehaalde teksten

1

[WBTW art. 39bis](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-39bis) 2 voorkomens

## Vergelijkbare beslissingen

8

[Intracommunautaire levering, Voorwaarden van de vrijstelling](https://juriel.be/nl/rechtspraak/intracommunautaire-levering-voorwaarden-vrijstelling-bewijs-hof-van-beroep-luik-2021-05-18-17f6) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Intracommunautaire levering, Bewijs](https://juriel.be/nl/rechtspraak/intracommunautaire-levering-bewijs-hof-van-beroep-antwerpen-2021-06-15-3a74) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Intracommunautaire levering, Intracommunautaire handeling, Intracommunautaire levering van vervoermiddelen](https://juriel.be/nl/rechtspraak/intracommunautaire-levering-handeling-vervoermiddelen-bewijs-rechtbank-luik-2022-04-25-6c7e) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Vrijgestelde intracommunautaire leveringen, Uitwisseling van informatie tussen lidstaten](https://juriel.be/nl/rechtspraak/vrijgestelde-intracommunautaire-leveringen-uitwisseling-informatie-rechtbank-luik-2022-12-06-990b) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Intracommunautaire levering, Uitvoer, Bewijs, Geldigheid van het dwangbevel](https://juriel.be/nl/rechtspraak/intracommunautaire-levering-uitvoer-omzet-bewijs-hof-van-beroep-antwerpen-2020-12-15-9f0f) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Zetel van economische activiteit, strafrechtelijk gewijsde, misbruik](https://juriel.be/nl/rechtspraak/zetel-economische-activiteit-strafrechtelijk-gewijsde-hof-van-beroep-gent-2024-01-09-351c) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Vrijgestelde intracommunautaire leveringen, Uitwisseling van informatie tussen lidstaten](https://juriel.be/nl/rechtspraak/vrijgestelde-intracommunautaire-leveringen-uitwisseling-hof-van-beroep-luik-2025-02-17-6a43) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Recht op aftrek](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-bewijs-bestaan-economische-rechtbank-brussel-2025-09-26-7672) 1 gemeenschappelijke bepalingen
