---
title: "Vrijstelling, uitvoer · Hof van beroep te Antwerpen, 7 september 2010"
description: "Vrijstelling, uitvoer, invoer, intracommunautaire handeling, werkingssfeer, levering van goederen. Hof van beroep te Antwerpen (België), 7 september 2010."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak/vrijstelling-uitvoer-invoer-intracommunautaire-handeling-hof-van-beroep-antwerpen-2010-09-07-a003"
lang: "nl"
---

# Vrijstelling, uitvoer, invoer, intracommunautaire handeling, werkingssfeer, levering van goederen · Belasting over de toegevoegde waarde

**Rechtscollege**

Hof van beroep

**Zetel**

Antwerpen

**Datum**

7 september 2010

## Over het document

**Verzameling**

Belgische rechtspraak

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

72 paragrafen

### Fiche van de FOD Financiën

Arrest van het Hof van beroep te Antwerpen d.d. 07.09.2010

Samenvatting niet beschikbaar

**Tekst van het arrest**

### Tekst van de beslissing

**Het Hof van beroep te Antwerpen, zitting houdend te Antwerpen, ZESDE KAMER, recht doende in burgerlijke zaken, heeft het volgende arrest uitgesproken :**

Zitting van : **7/9/2010**

In zake : **2008/AR/2760**

**P. D.**, wonende te …, …;

**appellant,**

tegen het vonnis gewezen door de rechtbank van eerste aanleg te Hasselt van 17 september 2008;

vertegenwoordigd door Meester **B. S.**, advocaat te …, …;

1\. **DE BELGISCHE STAAT**, Ministerie van Financiën, Administratie der directe belastingen, in de persoon van de Ontvanger van het tweede BTW-kantoor Hasselt, waarvan de kantoren gevestigd zijn te 3500 Hasselt, Voorstraat 43;

2\. **DE BELGISCHE STAAT**, Ministerie van Financiën, in de persoon van de heer Minister van Financiën, waarvan het kabinet gevestigd is te 1000 Brussel, Wetstraat 12;

**geïntimeerden,**

vertegenwoordigd door Meester **E .G.** loco Meester **P. V. d. S.**, advocaat te …, …;

---

Gelet op de door de wet vereiste processtukken in behoorlijke vorm overgelegd, waaronder het eensluidend afschrift van het bestreden vonnis, op tegenspraak tussen partijen gewezen op 17 september 2008 door de Elfde Kamer A van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Hasselt, waarvan geen akte van betekening wordt voorgelegd, en waartegen een naar vorm en termijn regelmatig hoger beroep werd aangetekend bij verzoekschrift neergelegd ter griffie van dit Hof op 3 november 2008;

Gehoord partijen in hun middelen en conclusies;

## 1. Feiten, retroacten, eis en verweer in hoger beroep

1.1. De heer **P. D.**, appellant, is uit hoofde van zijn economische activiteit van handel in fietsen, tweedehands autovoertuigen, grasmaaiers en diverse partijgoederen onderworpen aan de BTW-wetgeving en aan de ter uitvoering ervan getroffen besluiten.

Hij is als dusdanig geregistreerd onder nummer BE ….

1.2. Op 20 december 1994, 4 januari 1995 en 23 januari 1995 werd door de heer **L. H.**, hoofdcontroleur bij de administratie van de BTW, registratie en domeinen, verbonden aan het controlekantoor van de BTW te Maaseik, na voorafgaande verwittiging, een controle uitgevoerd over de juiste toepassing van de wetgeving en reglementering inzake de belasting over de toegevoegde waarde voor de periode van 1 januari 1991 tot en met 30 september 1994.

De controle behelsde onder meer uitgaande handelingen van appellant, meer bepaald verkopen aan **M.**, **N.** en DLX gevestigd in Nederland. Appellant paste op deze verkopen de vrijstelling van de Belgische BTW wegens intracommunautaire leveringen toe (artikel 39bis W.BTW).

Bij de controle stelde de administratie dat de voorwaarden tot het bekomen van voormelde vrijstelling niet waren voldaan, en meer bepaald de vereisten van [artikel 1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-52-vrijstellingen-intracommunautaire-gelijkgestelde-handelingen-b8b9#ar52-art1) en [3](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-52-vrijstellingen-intracommunautaire-gelijkgestelde-handelingen-b8b9#ar52-art3) van het Koninklijk besluit nr. 52 van 29 december 1992. De controleambtenaar stelde dat er geen bewijs werd geleverd van de echtheid van het vervoer of van de verzending van de goederen buiten België maar binnen de Gemeenschap, met name Nederland.

Tevens stelde de controleambtenaar inbreuken op de aftrekregeling vast en verwierp hij de aftrek van een bedrag van … EUR (… BEF) aan BTW met betrekking tot de aankoop van goederen bij **M. C.**, bij gebrek aan voorlegging van een regelmatige aankoopfactuur.

1.3. Van deze vaststellingen werd door de controleambtenaar op 25 oktober 1995 een proces-verbaal opgesteld.

Bij gebrek aan betaling werd appellant bij aangetekend schrijven van 10 november 1995 in kennis gesteld van een eensluidend afschrift van het dwangbevel dat, op grond van de vaststellingen vervat in het proces-verbaal van 25 oktober 1995, op 7 november 1995 door de heer **J. S.**, ontvanger van het tweede ontvangkantoor van de BTW te Hasselt, werd uitgevaardigd, en dat op 9 november 1995 geviseerd en uitvoerbaar werd verklaard door de heer **L. H.**, hoofdcontroleur van het BTW-controlekantoor te Maaseik, aangewezen door de gewestelijke directeur van de Administratie van de BTW, registratie en domeinen te Hasselt.

Hieruit blijkt dat volgende bedragen van appellant worden gevorderd :

\- … EUR (… BEF) als belasting over de toegevoegde waarde;

\- … EUR (… BEF) als geldboete in toepassing van artikel 70, § 1 en artikel 70, § 1bis W.BTW;

\- de wettelijke intresten overeenkomstig artikel 91, § 1, W.BTW berekend aan 0,8 % per maand vanaf 21 april 1994 over de som van … EUR (… BEF);

\- de moratoire interest over de nog verschuldigde geldboeten die loopt vanaf de betekening of kennisgeving van het dwangbevel, ingevolge artikel 91, § 4, W.BTW;

\- de vervolgingskosten.

1.4. Bij dagvaarding betekend op 16 januari 1996 bij exploot van gerechtsdeurwaarder **A. S.**, met standplaats te …, vordert appellant de vernietiging van het bestreden dwangbevel en het zeggen voor recht dat hij niets verschuldigd is als BTW uit hoofde van de intracommunautaire leveringen waarvan sprake in het bestreden dwangbevel.

1.5. Het bestreden vonnis uitgesproken door de Elfde Kamer A van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Hasselt op 17 september 2008 stelt vooreerst dat er geen sprake kan zijn van een schending van [artikel 28quater, A, a) van de Zesde BTW-richtlijn](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-28quater) door artikel 39bis W.BTW en door het Koninklijk besluit nr. 52, nu de voormelde supranationale regel België als Lidstaat toelaat om de voorwaarden vast te stellen teneinde een juiste en eenvoudige toepassing te verzekeren van de vrijstellingen inzake intracommunautaire leveringen. Men kan geenszins stellen dat de vereisten die krachtens artikel 39bis W.BTW zijn uitgewerkt in het Koninklijk besluit nr. 52 te strikt zouden zijn, zeker niet in verhouding tot het belang van de vrijstelling. De naar Belgische wetgeving verlangde bewijsinvulling is verder niet onmogelijk. De eerste rechter is van oordeel dat de door appellant overlegde stukken geenszins kunnen beschouwd worden als een geheel van gebruikelijke en overeenstemmende handelsstukken die aantonen dat de goederen werkelijk werden verzonden of vervoerd buiten België maar binnen de Gemeenschap. Derhalve moet worden vastgesteld dat de door appellant verrichte leveringen, leveringen op het grondgebied van België zijn, zodat de BELGISCHE STAAT, geïntimeerde, terecht krachtens artikel 15, § 2 W.BTW daarover de BTW heeft gevorderd en de door appellant ingeroepen vrijstelling heeft verworpen. Inzake het recht op aftrek, gedraagt appellant zich naar de wijsheid van de eerste rechter en stelt het bestreden vonnis dan ook vast dat dit recht terecht bij gebrek aan een formeel regelmatige factuur werd verworpen. De vordering wordt derhalve ontvankelijk, doch ongegrond verklaard.

1.6. Tegen dit vonnis heeft appellant hoger beroep ingesteld bij verzoekschrift neergelegd ter griffie van dit Hof op 3 november 2008.

1.7. In dit verzoekschrift en in zijn op 20 maart 2009 neergelegde besluiten stelt appellant dat om de intracommunautaire leveringen te bewijzen elk bewijsmiddel toegelaten is en dat geen enkel document voldoende noch onmisbaar is. Net zoals contracten, bestelbons, noch betalingsstukken een stuitend bewijs zijn van vervoer naar het buitenland, zo kan het ontbreken ervan op zich geen afdoende reden zijn om het intracommunautair karakter van een levering te ontkennen. Appellant stelt dat uit de voorgelegde verklaringen van de afnemers blijkt dat de betreffende goederen het grondgebied van België hebben verlaten, dat de afnemers zelf hebben ingestaan voor het vervoer naar Nederland en dat zij Nederlandse BTW-belastingplichtigen zijn. Deze verklaringen zijn duidelijk en betrouwbaar, temeer zij afkomstig zijn van handelaren. Uit het feit dat er in casu een contante betaling heeft plaatsgevonden, kan niet worden afgeleid dat er geen intracommunautaire handeling zou hebben plaatsgevonden.

Appellant werpt verder op dat een al te strikte en letterlijke toepassing van [artikel 3 van het Koninklijk besluit nr. 52](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-52-vrijstellingen-intracommunautaire-gelijkgestelde-handelingen-b8b9#ar52-art3) waarbij de belastingplichtige ten allen tijde alle bewijsstukken moet kunnen voorleggen ingaat tegen [artikel 28quater, A, a), van de Zesde BTW-richtlijn](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-28quater). De Belgische wetgever mag geen bewijsvereisten opleggen die onredelijk zijn. Zoniet wordt op onevenredige wijze afbreuk gedaan aan de Europese bepalingen. Er is tot op heden nog steeds geen doelmatige oplossing voorzien voor de situatie waarin de koper instaat voor het vervoer, waardoor de Belgische verkoper bijna onmogelijk over een sluitend bewijs kan beschikken van het feit dat de goederen effectief het Belgische grondgebied hebben verlaten. Een strikte toepassing van [artikel 3 van het Koninklijk besluit nr. 52](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-52-vrijstellingen-intracommunautaire-gelijkgestelde-handelingen-b8b9#ar52-art3) heeft voor gevolg dat een belastingplichtige gedwongen wordt om toch Belgische BTW aan te rekenen. En dit is strijdig met [artikel 28quater, A, a), van de Zesde BTW-richtlijn](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-28quater). Met betrekking tot de verwerping van de BTW op inkomende factuur nr. 313 (in het proces-verbaal van 5 oktober 1995) omdat geen regelmatig opgestelde factuur zou zijn voorgelegd, gedraagt appellant zich naar de wijsheid van het Hof. Appellant besluit derhalve tot de vernietiging van het bestreden vonnis en de toewijzing van zijn oorspronkelijke vordering. Appellant begroot de rechtsplegingsvergoeding zo in eerste aanleg als in hoger beroep op een bedrag van … EUR.

1.8. Geïntimeerde beaamt zijnerzijds in zijn op 12 augustus 2009 neergelegde synthesebesluiten de redengeving van het bestreden vonnis en besluit dan ook tot de ongegrondheid van het hoger beroep. Geïntimeerde begroot de rechtsplegingsvergoeding in hoger beroep op een bedrag van … EUR.

## 2. Beoordeling

2.1. Naar luid van [artikel 39bis, eerste lid, 1°, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-39bis) zijn van belasting vrijgesteld, de leveringen van goederen door de verkoper, andere dan een belastingplichtige die de regeling geniet bepaald in artikel 56, § 2, door de afnemer of voor hun rekening verzonden of vervoerd buiten België maar binnen de Gemeenschap, die wordt verricht voor een andere belastingplichtige of voor een niet-belastingplichtige rechtspersoon, die als zodanig optreden, in een andere Lid-Staat en die er aldaar toe gehouden zijn hun intracommunautaire verwervingen van goederen aan de belasting te onderwerpen, voor zover die leveringen van goederen niet onderworpen zijn aan de bijzondere regeling van belastingheffing over de winstmarge, ingesteld bij artikel 58, § 4.

[Artikel 1 van het Koninklijk Besluit nr. 52](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-52-vrijstellingen-intracommunautaire-gelijkgestelde-handelingen-b8b9#ar52-art1) van 29 december 1992, genomen ter uitvoering van de artikelen 39bis en 40, § 1°, b), van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde bepaalt met betrekking tot de vrijstellingen betreffende intracommunautaire leveringen van goederen en de ermee gelijkgestelde handelingen, alsook betreffende intracommunautaire verwervingen van goederen op het stuk van de belasting over de toegevoegde waarde, dat de in artikel 39bis bedoelde vrijstellingen afhankelijk zijn van het bewijs dat de goederen verzonden of vervoerd zijn buiten België maar binnen de Gemeenschap.

[Artikel 3](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-52-vrijstellingen-intracommunautaire-gelijkgestelde-handelingen-b8b9#ar52-art3) van dat besluit bepaalt dat de verkoper te allen tijde in het bezit moet zijn van alle stukken waaruit de echtheid van de verzending of het vervoer van de goederen blijkt, dat hij ze op ieder verzoek van de met de controle van de belasting over de toegevoegde waarde belaste ambtenaren moet overleggen, en dat die stukken onder meer de contracten, de bestelbons, de vervoerdocumenten en de betalingsstukken zijn.

Laatstgenoemde bepaling geeft geen limitatieve opsomming van de noodzakelijke bewijsstukken en sluit niet uit dat de verkoper de echtheid van de verzending of het vervoer bewijst aan de hand van andere dan de erin vermelde stukken (Cass. (1e k.) AR [F.08.0088.F](https://juriel.be/nl/rechtspraak/vrijstellingen-uitvoer-invoer-intracommunautaire-leveringen-cassatie-brussel-2009-06-04-5802), 4 juni 2009, www.cass.be , *JLMB* 2010, afl. 4, 158; Cass. (1e k.) AR [C.04.0367.F](https://juriel.be/nl/rechtspraak/bewijs-vervoer-bewijskrachtige-documenten-bewijskrachtig-cassatie-brussel-2005-11-04-4f54), 4 november 2005, www.cass.be , *JLMB* 2007, afl.3, 97, *RW* 2008-09, afl. 35, 1466).

2.2. Artikel 39bis onderwerpt aldus het voordeel van de vrijstelling van de belasting aan twee voorwaarden :

\- de goederen moeten verzonden of vervoerd worden buiten de lidstaat van vertrek en bestemd zijn voor een andere lidstaat;

\- de levering moet worden verricht voor een andere belastingplichtige, of voor een niet-belastingplichtige rechtspersoon die als zodanig optreden in een andere lidstaat dan de lidstaat van waaruit de goederen worden verzonden of vervoerd.

Hoewel de uitdrukking "verzonden of vervoerd naar een \[... \] lidstaat" in [artikel 28bis, lid 3, eerste alinea van de Zesde Richtlijn](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-28bis), volgens een letterlijke uitlegging inderdaad de nadruk lijkt te leggen op het begin van de verzend- of transportprocedure, neemt dat niet weg dat de uitdrukking ''buiten het \[…\] grondgebied \[van de lidstaat\] \[...\] verzonden of vervoerd" in [artikel 28quater, A, sub a), eerste alinea](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-28quater) van deze richtlijn, impliceert dat de goederen de lidstaat van levering daadwerkelijk hebben verlaten (H.v.J. (3e k.) nr. [C-409/04](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-409-04-arrest), 27 september 2007 (Teleos e.a.), conclusie J. KOKOTT, r.o. 33, *J.T.* *dr. eur.* 2007 (samenvatting), afl. 143, 285, *Pb* C 8 december 2007 (dispositief), afl. 297, 2, *Rec. CJCE* 2007, afl. 8-9 (B), I, 7797, conclusie J. KOKOTT, *TFR* 2007 (samenvatting W. PANIS), afl. 329, 871, *TFR* 2008, afl. 337, 235, noot T. SCHEPENS, 'Bewijs van intracommunautaire levering : verhelderd en enigszins verlicht', (*TFR* 2008, afl. 337, 254-264)).

De artikelen [28bis, lid 3, eerste alinea](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-28bis) en [28quater, A, sub a, eerste alinea](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-28quater) van de Zesde Richtlijn, moeten, gelet op de term "verzonden" in deze twee bepalingen, aldus worden uitgelegd dat de intracommunautaire verwerving van een goed pas plaatsvindt en de intracommunautaire levering eerst wordt vrijgesteld, wanneer de macht om als eigenaar te beschikken over het goed op de afnemer is overgegaan en de leverancier aantoont dat dit goed naar een andere lidstaat is verzonden of vervoerd en het grondgebied van de lidstaat van levering ingevolge deze verzending of dit vervoer fysiek heeft verlaten (H.v.J. (3e k.) nr. [C-409/04](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-409-04-arrest), 27 september 2007 (Teleos e.a.), conclusie J. KOKOTT, r.o. 42, *J.T dr. euro* 2007 (samenvatting), afl. 143, 285, *Pb C* 8 december 2007 (dispositief), afl. 297, 2, *Rec. CJCE* 2007, afl. 8-9 (B), I, 7797, conclusie J. KOKOTT, *TFR* 2007 (samenvatting W. PANIS), afl. 329, 871, *TFR* 2008, afl. 337, 235, noot T. SCHEPENS, 'Bewijs van intracommunautaire levering : verhelderd en enigszins verlicht', (*TFR* 2008, afl. 337, 254-264)).

Wat betreft de eerste van die twee voorwaarden, namelijk de verzending of het vervoer van de goederen buiten België maar binnen de Gemeenschap, moet het bewijs van de echtheid van de verzending of van het vervoer buiten België bijgevolg door de leverancier van de goederen geleverd worden aan de hand van een geheel van gebruikelijke en met elkaar overeenstemmende handelspapieren, zoals bestelbons, facturen van de vervoerder, vervoerdocumenten, betalingsstukken, contracten, ontvangsten van betaling etc., waaruit blijkt dat die voorwaarde is vervuld.

Geen enkel stuk, apart beschouwd, is onontbeerlijk of voldoende (perscommuniqué van de minister van Financiën, BS 20 februari 1993, p. 3952).

De voorwaarde dat er voor het bewijs van het vervoer of de verzending naar een andere lidstaat een geheel van met elkaar overeenstemmende stukken nodig is volgt uit de artikelen [1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-52-vrijstellingen-intracommunautaire-gelijkgestelde-handelingen-b8b9#ar52-art1) en [3](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-52-vrijstellingen-intracommunautaire-gelijkgestelde-handelingen-b8b9#ar52-art3) van het Koninklijk Besluit nr. 52 van 29 december 1992.

Artikel 3 van dat Koninklijk Besluit bepaalt dat de echtheid van de verzending of het vervoer van de goederen moet blijken uit een geheel van stukken die aan de met de controle belaste ambtenaren worden voorgelegd.

De verkoper moet te allen tijde in het bezit zijn van de nodige bewijsstukken en ze kunnen voorleggen aan de met de controle belaste ambtenaar (Cass. (1e k.) AR [C.04.0367.F](https://juriel.be/nl/rechtspraak/bewijs-vervoer-bewijskrachtige-documenten-bewijskrachtig-cassatie-brussel-2005-11-04-4f54), 4 november 2005, *JLMB* 2007, afl. 3, 97, *RW* 2008-09, afl. 35, 1466). Verdere onderzoeksmaatregelen zijn niet geboden noch pertinent, temeer nu de verkoper in het bezit dient te zijn van de bewijsstukken op het ogenblik van de controle.

Die overgangsregeling, die afwijkt van de algemene regeling inzake belastingheffing, houdt reële risico's op fraude in.

De voorwaarden voor de vrijstelling van de belasting, bedoeld in [artikel 39bis](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-39bis) van het Wetboek en in de artikelen [1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-52-vrijstellingen-intracommunautaire-gelijkgestelde-handelingen-b8b9#ar52-art1) en [3](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-52-vrijstellingen-intracommunautaire-gelijkgestelde-handelingen-b8b9#ar52-art3) van het Koninklijk Besluit nr. 52 van 29 december 1992 moeten dus strikt vervuld zijn, want zij zijn juist bedoeld om fraude te voorkomen (artikel 138, punt I, van Richtlijn 2006/112/EG van 28 november 2006, voordien artikel 28quater, titel A, punt a), van de Zesde Richtlijn), zodat de belastingambtenaar een zekere gestrengheid aan de dag mag leggen bij de beoordeling van de bijeen te brengen bewijzen. Van een schending door artikel 39bis W.BTW en door het Koninklijk Besluit nr. 52 van [artikel 28quater A) van de Zesde BTW-richtlijn](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-28quater) kan geen sprake zijn, nu deze supranationale regel België als Lidstaat precies toelaat om de voorwaarden vast te stellen teneinde een juiste en eenvoudige toepassing te verzekeren van de vrijstellingen inzake communautaire leveringen. De vereisten die krachtens artikel 39bis W.BTW zijn uitgewerkt in het Koninklijk Besluit nr. 52 te strikt zijn geenszins te strikt in verhouding tot het belang van de vrijstelling. De voorwaarden die worden opgelegd zijn essentiële controlevereisten. De opgelegde bewijsinvulling is zeker niet onmogelijk.

2.3. Door het Hof dient te worden vastgesteld dat appellant ter gelegenheid van de controle geen andere stukken, behoudens de verkoopfacturen zelf, kon voorleggen, en dat appellant thans nog enkel daarbovenop eenzijdige verklaringen van de kopers voorlegt.

Deze beperkte stukken laten niet toe een objectieve en daadwerkelijke controle uit te voeren op de echtheid van de verzending of van het vervoer van de gefactureerde goederen buiten de grenzen van het Belgisch grondgebied. De overgelegde stukken kunnen dan ook niet worden beschouwd als een geheel van gebruikelijke en overeenstemmende handelsstukken die het bewijs inhouden van de werkelijke verzending of het werkelijk vervoer van de goederen buiten België maar binnen de Gemeenschap.

Derhalve dient te worden besloten dat de door appellant verrichte leveringen, leveringen op het Belgisch grondgebied zijn, zodat het hoger beroep in dat opzicht zo in feite als in rechte faalt.

2.4. Met betrekking tot de aankoop van goederen bij **M. C.** voor een bedrag van … BEF (… EUR) laat appellant nog steeds na een overeenstemmende regelmatige factuur voor te leggen, zodat de aftrek van een bedrag van … EUR (… BEF) aan BTW terecht werd verworpen.

Het hoger beroep is derhalve ongegrond.

### Beschikkend gedeelte

**OM DEZE REDENEN,**

**HET HOF**,

Gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935;

Recht doende op tegenspraak,

Verklaart het hoger beroep ontvankelijk doch ongegrond;

Wijst appellant ervan af en bevestigt het bestreden vonnis;

Veroordeelt appellant tot de kosten van het hoger beroep, begroot aan de zijde van geïntimeerde op … euro (… EUR) voor rechtsplegingsvergoeding hoger beroep;

Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting van het HOF VAN BEROEP te ANTWERPEN van **ZEVEN SEPTEMBER TWEEDUIZENDENTIEN**,

waar aanwezig waren :

**D. W.**, Raadsheer wd. Voorzitter;

**M. D.** en **S. B.**, Raadsheren;

**A. V. L.**, Griffier.

**A. V. L.** **S.B.** **M. D.** **D. W.**

## Aangehaalde teksten

6

[KB nr. 52 art. 3](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-52-vrijstellingen-intracommunautaire-gelijkgestelde-handelingen-b8b9) 6 voorkomens

[Zesde richtlijn 77/388 art. 28quater](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-28quater) 6 voorkomens

[KB nr. 52 art. 1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-52-vrijstellingen-intracommunautaire-gelijkgestelde-handelingen-b8b9) 4 voorkomens

[WBTW art. 39bis](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-39bis) 2 voorkomens

[Zesde richtlijn 77/388 art. 28bis](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-28bis) 2 voorkomens

[C-409/04, arrest van 27 september 2007](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-409-04-arrest) 2 voorkomens

## Vergelijkbare beslissingen

8

[Bewijs, Ontvankelijkheid van het bewijs, Regelmatigheid van het bewijs](https://juriel.be/nl/rechtspraak/bewijs-ontvankelijkheid-regelmatigheid-intracommunautaire-levering-cassatie-brussel-2015-05-22-bd5e) 3 gemeenschappelijke bepalingen

[Vrijstelling, uitvoer, invoer, intracommunautaire handeling, vervolging, geding](https://juriel.be/nl/rechtspraak/vrijstelling-uitvoer-invoer-intracommunautaire-handeling-hof-van-beroep-antwerpen-2010-01-12-6dba) 3 gemeenschappelijke bepalingen

[Vrijstelling, Bewijs, Intracommunautaire levering](https://juriel.be/nl/rechtspraak/vrijstelling-bewijs-boete-intracommunautaire-levering-rechtbank-brugge-2002-02-05-a972) 3 gemeenschappelijke bepalingen

[Vrijstelling, uitvoer, invoer, intracommunautaire handeling, strafbepaling, vervolging](https://juriel.be/nl/rechtspraak/vrijstelling-uitvoer-invoer-intracommunautaire-handeling-hof-van-beroep-antwerpen-2010-12-21-b9ac) 3 gemeenschappelijke bepalingen

[Overbrenging van goederen naar entrepots](https://juriel.be/nl/rechtspraak/overbrenging-goederen-entrepots-leveringen-gelijkgestelde-rechtbank-bergen-2025-07-10-fb37) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Vrijstelling, uitvoer, invoer, intracommunautaire handeling, strafbepaling, administratieve geldboete](https://juriel.be/nl/rechtspraak/vrijstelling-uitvoer-invoer-intracommunautaire-handeling-hof-van-beroep-antwerpen-2009-12-22-01ae) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Dwangbevel inzake Btw, Visum en uitvoering](https://juriel.be/nl/rechtspraak/dwangbevel-btw-visum-uitvoering-geldigheid-hof-van-beroep-brussel-2013-04-11-1007) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Vrijstelling, uitvoer, invoer, intracommunautaire handeling](https://juriel.be/nl/rechtspraak/vrijstelling-uitvoer-invoer-intracommunautaire-handeling-hof-van-beroep-gent-2011-02-08-26a2) 2 gemeenschappelijke bepalingen
