---
title: "10 april 2007 · Vrijstelling, uitvoer · Rechtbank van eerste aanleg te Brugge"
description: "Vrijstelling, uitvoer, intracommunautaire handeling, vervolging, geding. Rechtbank van eerste aanleg te Brugge (België), 10 april 2007."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak/vrijstelling-uitvoer-intracommunautaire-handeling-vervolging-rechtbank-brugge-2007-04-10-901e"
lang: "nl"
---

# Vrijstelling, uitvoer, intracommunautaire handeling, vervolging, geding · Belasting over de toegevoegde waarde

**Rechtscollege**

Rechtbank van eerste aanleg

**Zetel**

Brugge

**Datum**

10 april 2007

## Over het document

**Verzameling**

Belgische rechtspraak

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

73 paragrafen

### Fiche van de FOD Financiën

Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Brugge d.d. 10.04.2007

Samenvatting niet beschikbaar

**Tekst van het vonnis**

### Tekst van de beslissing

**De Rechtbank van eerste aanleg te Brugge, VIERDE KAMER, heeft het hierna volgend vonnis verleend :**

In de zaak **02/2939/A** Rep. nr. 2007/5044

**de heer L. R.**, garagist, (HR Veurne nr. …, BTW-nr. BE …), wonende te …, …,

**eiser,**

voor wie is opgetreden Meester **A. V.** (balie Kortrijk) loco Meester **F. V.**, advocaat met kantoor te …, …,

**tegen :**

**De BELGISCHE STAAT**, FOD FINANCIËN, Administratie der BTW/AOIF, vertegenwoordigd door de heer Minister van Financiën, met kantoren te 1000 BRUSSEL, Wetstraat 12, op vervolging en benaarstiging van :

a. de heer e.a. inspecteur (ontvanger) van het BTW-Ontvangkantoor te OOSTENDE, met kantoren te 8400 OOSTENDE, Vrijhavenstraat 1,

b. de heer e.a. inspecteur (hoofdcontroleur) van het BTW-Controlekantoor te NIEUWPOORT, met kantoren te 8620 NIEUWPOORT, Juul Filliaertweg 41,

**verweerders, hierna genoemd 'verweerder'**

voor wie optreedt Meester **P. D.**, advocaat met kantoor te …, …,

## I. RECHTSPLEGING

Gelet op de dagvaardingen d.d. 7 en 8 oktober 2002.

De rechtbank nam kennis van het dossier van de rechtspleging en van de door partijen overlegde bundels.

Partijen werden gehoord in hun middelen bij monde van hun raadsman in de openbare terechtzitting van 13 maart 2007.

Artikel 2 en volgende van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken werden in acht genomen.

## ll. BIJZONDERSTE GEGEVENS VAN DE ZAAK

**1.** Eiser is ingeschreven als BTW-belastingplichtige onder het BTW-registratienummer BE …, voor de activiteit van garagist-autohandelaar. Hij is derhalve onderworpen aan de bepalingen van de BTW-wetgeving en de ter uitvoering ervan genomen besluiten.

Op 1 september 1995 werd door **W. V.**, e.a. verificateur, en **W. F.**, verificateur bij de Administratie van de BTW, registratie en domeinen verbonden aan het BTW-controlekantoor te Nieuwpoort, een controle uitgevoerd over de aan- en verkoopfacturen met betrekking tot het jaar 1993.

De voormelde ambtenaren betwisten het bewijs van uitvoer van een personenwagen Mercedes naar Noorwegen. Partijen bereiken hieromtrent geen akkoord.

Op 2 juni 1997 werden de overtredingen en vaststellingen opgenomen in een proces­verbaal door voormelde ambtenaren.

Op 9 juni 1997 werd op basis van dit proces-verbaal door de bevoegde ambtenaar van het BTW-ontvangkantoor te Oostende een dwangbevel uitgevaardigd.

Voormeld dwangbevel werd op 11 juni 1997 geviseerd en uitvoerbaar verklaard door **B. M.**, aangewezen door de gewestelijke directeur van de Administratie van de BTW, registratie en domeinen te Brugge.

Op 30 juni 1997 wordt door de bevoegde BTW-ontvanger van Oostende een inschrijving van de wettelijke hypotheek genomen op het woonhuis en handelspand van eiser. Deze hypotheek werd ingeschreven op 2 juli 1997.

Ter gelegenheid van een kredietopening met hypotheekname heeft de optredende notaris in toepassing van artikel 93ter W.BTW kennisgeving gedaan van deze handeling. Ten gevolge van de mededeling door de bevoegde ontvanger van de BTW van de openstaande schuld werden alle verschuldigde sommen betaald door notaris **J. V.** op 7 oktober 1997.

Op 7 en 8 oktober 2002 gaat eiser over tot dagvaarding van verweerder.

**2.** Eiser vraagt dat :

\- de vordering ontvankelijk en gegrond wordt verklaard;

\- dienvolgens terugbetaling wordt bevolen aan eiser van het in uitvoering van het proces-verbaal d.d. 2 juni 1997 op 9 oktober 1997 betaalde bedrag van in totaal 1.153.736 BEF (28.600,37 EUR ), te verhogen met de wettelijke intresten vanaf datum van betaling en met de gerechtelijke intresten;

\- verweerder wordt veroordeeld tot alle kosten van het geding, met inbegrip van de rechtsplegingsvergoeding;

\- het vonnis uitvoerbaar bij voorraad wordt verklaard, ondanks elke voorziening en zonder borgstelling of kantonnement.

**3.** Verweerder vraagt dat de vordering van eiser ontvankelijk doch ongegrond wordt verklaard en dat eiser wordt veroordeeld tot de kosten van het geding, met inbegrip van de rechtsplegingsvergoeding.

## III. BEOORDELING

### A. Betreffende de toelaatbaarheid

Verweerder voert geen redenen aan die tot de ontoelaatbaarheid van de eis kunnen leiden. Nu de rechtbank evenmin middelen van ontoelaatbaarheid, die zij ambtshalve zou moeten opwerpen, vaststelt, is de eis toelaatbaar.

### B. Betreffende de grond

#### 1. betreffende artikel 39, § 1 W.BTW

**1.1.** Eiser verkoopt op 10 augustus 1993 een Mercedes 300 SL aan een mijnheer **C.** met adres te …. De prijs voor het voertuig, zijnde 2.050.000 BEF (50.818,17 EUR ), wordt cash betaald. Volgens eiser is het voertuig uitgevoerd naar … en valt de verkoop onder de vrijstelling van artikel 39, § 1 W.BTW. Als bewijs voor de uitvoer legt eiser een douanedocument voor en de verkoopfactuur met vermelding 'bestemd voor export'.

**1.2.** Volgens verweerder zijn de stempelafdrukken op het douanedocument vervalst en bewijst eiser de uitvoer van het voertuig niet.

**1.3.** De vrijstelling voorzien in artikel 39, § 1 W.BTW kan genoten worden op voorwaarde dat de wettelijke voorwaarden daartoe vervuld zijn, de formaliteiten worden nagekomen en de bewijzen worden geleverd die in hoofdstuk I van het KB nr. 18 van 29 december 1992 met betrekking tot de vrijstellingen ten aanzien van de uitvoer van goederen en diensten naar een plaats buiten de Gemeenschap zijn bepaald ([artikel 1 van het KB nr. 18](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-18-december-betrekking-vrijstellingen-ten-aanzien-4882#ar18-art1)). Artikel 2 van dit KB bepaalt dat een kopie van de verkoopfactuur of, bij ontstentenis van een verkoopfactuur, een verzendingsstuk dat alle gegevens van een verkoopfactuur bevat, moet worden afgegeven op het douanekantoor waar, overeenkomstig de douanereglementering inzake uitvoer, een aangifte ten uitvoer moet worden ingediend. Artikel 3 van het vermelde KB bepaalt dat de verkoper van goederen ten allen tijde in het bezit moet zijn van alle stukken waaruit de echtheid van de uitvoer blijkt en hij ze op ieder verzoek van de met de controle belaste ambtenaren moet overleggen. Volgens deze bepaling zijn die stukken onder meer de bestelbons, de vervoerdocumenten, de betalingsstukken, alsmede de aangifte ten uitvoer bedoeld in [artikel 2 van het KB nr. 18](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-18-december-betrekking-vrijstellingen-ten-aanzien-4882#ar18-art2). [Artikel 6, tweede lid van het KB nr. 18](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-18-december-betrekking-vrijstellingen-ten-aanzien-4882#ar18-art6) bepaalt bovendien dat de verkoper pas van zijn verantwoordelijkheid wordt ontslagen indien hij kan bewijzen dat de goederen onder de gestelde voorwaarden werden uitgevoerd.

Eiser draagt zodoende de bewijslast van uitvoer van het verkochte voertuig. In casu legt eiser de verkoopfactuur d.d. 10 augustus 1993 voor waarop vermeld is 'bestemd voor export'. Deze vermelding is evenwel geen bewijs dat het voertuig effectief werd uitgevoerd.

Verder brengt eiser een douanedocument voor met twee stempels op : 12/08/1993 Boorsem (Maasmechelen ) en 14/08/1993 Frankfurt/Oder. De bevoegde ambtenaren stellen in het proces-verbaal d.d. 2 juni 1997 dat de op het douanedocument aangebrachte stempelafdrukken afwijken van de originele stempelafdrukken. Artikel 59, § 1, laatste alinea W.BTW bepaalt dat het proces-verbaal opgesteld door de bevoegde ambtenaar bewijskrachtig is tot het bewijs van het tegendeel. Deze bewijskracht is beperkt tot de materiële vaststellingen door deze ambtenaar gedaan in de vervulling van zijn opdracht en strekt zich niet uit tot de deducties die de ambtenaar uit zijn vaststellingen doet. De vaststelling van de ambtenaren dat de aangebrachte stempelafdrukken verschillen van de originele stempelafdrukken is een louter materiële vaststelling die bewijskrachtig is. Uit deze materiële vaststellingen kan de rechtbank afleiden dat de stempelafdrukken die op het douanedocument werden aangebracht niet werden aangebracht door middel van de authentieke stempels die gebruikt worden door de bevoegde douaneadministraties. Eiser levert niet het tegenbewijs van de authenticiteit van de betreffende stempelafdrukken. De rechtbank stelt dan ook vast dat bij gebrek aan authenticiteit van de stempelafdrukken op het douanedocument, dit document niet bewijskrachtig is en eiser in gebreke blijft de uitvoer te bewijzen van het voertuig Mercedes 300SL dat werd verkocht op 10 augustus 1993.

**1.4.** Eiser bewijst niet op afdoende wijze dat hij voldoet aan de voorwaarden om toepassing te kunnen maken van artikel 39, § 1 W.BTW. Verweerder had zodoende recht op 19,5 % BTW op de verkoopprijs van 2.050.000 BEF (50.818,17 EUR), zijnde 399.750 BEF (9.909,54 EUR).

2\. **Betreffende de boete t.b.v. 598.500 BEF (14.836 EUR)**

**2.1.** In het proces-verbaal d.d. 2 juni 1997 wordt aan eiser overeenkomstig tabel C van het KB nr. 41 van 30 januari 1987 een geldboete opgelegd van 100 % van de verschuldigde belasting, zijnde afgerond 399.000 BEF (9.890,95 EUR).

In het dwangbevel wordt de geldboete overeenkomstig artikel 2 van het vermelde KB verhoogd met 50 % tot 598.500 BEF (14.836,43 EUR).

**2.2.** Vooreerst stelt eiser dat de verhoging van de geldboete in het dwangbevel met 50 % strijdig is met artikel 6 E.V.R.M.

Overeenkomstig [artikel 2 van het KB nr. 41](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-41-januari-vaststelling-bedrag-proportionele-fiscale-d48c#ar41-art2), worden in geval van kennisgeving of betekening van een dwangbevel, bedoeld in artikel 85 van het W.BTW, de boeten verhoogd met 50 % zonder dat het gevorderde bedrag kleiner mag zijn dan 5 % van de verschuldigde belasting. De rechter moet in dit verband evenwel kunnen beoordelen of de sanctie beantwoordt aan de wettelijke voorschriften, met in begrip van de rechtsbeginselen. leder heeft immers het recht om een geding door de rechter te laten beslissen binnen de grenzen en volgens de vormen door de wet bepaald. De uitoefening van dit recht, dat de openbare orde aanbelangt, mag niet worden gehinderd door een regel waarbij de loutere uitoefening van dit recht met een boete wordt gesanctioneerd. [Artikel 2 van het KB nr. 41](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-41-januari-vaststelling-bedrag-proportionele-fiscale-d48c#ar41-art2) moet dan ook in die zin worden uitgelegd dat de erin vermelde verhoging van de geldboete ertoe strekt, in het algemeen belang, procedures te vermijden vanwege belastingplichtigen, die geen voldoende reden hebben om niet vrijwillig de belastingschuld te betalen ([*Cass. 25 april 2002*](https://juriel.be/nl/rechtspraak/procedure-verplichtingen-vrijwillige-betaling-aangifteplicht-cassatie-brussel-2002-04-25-6de7)*, F.J.F. 2003/87*). In die zin uitgelegd is artikel 2 van het vermelde KB niet strijdig met artikel 6 E.V.R.M.

**2.3.** Vervolgens vraagt eiser kwijtschelding of vermindering van de opgelegde boete. Eiser stelt dat de rechtbank zich hieromtrent met volle rechtsmacht kan uitspreken gezien het strafrechtelijk karakter van de administratieve boete. Verweerder bewijst volgens eiser niet de kwader trouw in zijner hoofde.

Boetes van 100 % en 50 % op het verschuldigde BTW-bedrag en voor een totaal bedrag van 598.500 BEF (14.836,43 EUR ) hebben een repressief karakter. Het zou strijdig zijn met het gelijkheidsbeginsel mochten de rechtbanken het recht ontzegd worden om op de betwiste administratieve beslissing om een dergelijke geldboete op te leggen, een toetsing met volle rechtsmacht uit te oefenen. Een toetsing met volle rechtsmacht houdt in dat de rechter moet nagaan of een administratieve beslissing met repressief karakter in rechte en in feite verantwoord is en of zij de wettelijke bepalingen en algemene beginselen die de administratie in acht moet nemen, waaronder het evenredigheidsbeginsel, eerbiedigt (*Arbitragehof, 24 februari 1999, rolnr. 1279, arrest nr. 22/99*).

Dat kan alleen in die zin begrepen worden dat de rechtbank (onder andere) de macht heeft om na te gaan of de concrete administratieve boete al dan niet in een redelijke verhouding staat tot de feiten waaraan de belastingplichtige zich bezondigd heeft. Een dergelijke toetsing brengt nog niet noodzakelijk met zich dat de rechtbank de belastingplichtige, om loutere redenen van opportuniteit of billijkheid, zou bevrijden van/de verplichtingen die hem wettelijk zijn opgelegd door de overheid.

Volgens eiser was de koper een voor hem een onbekende Noor. Deze onbekende kwam op een dag een Mercedes kopen in zijn garage. Eiser had deze wagen op dat moment niet in voorraad maar wist iemand, **C. P.**, die aan eiser een Mercedes 300 SL kon verkopen die eiser dan verder kon verkopen aan de Noor. Eiser heeft deze verkoper van de Mercedes 300 SL zelf gecontacteerd. Eiser stelde wel als voorwaarde dat een BMW die in zijn garage stond werd overgenomen door **C. P.**. De transacties gebeurde op dezelfde dag en alles werd cash betaald.

Eiser stelde voor de verkoop van de Mercedes 300 SL een factuur op met vermelding van een zeer summier adres in …. Dit adres kan zelfs niet juist zijn want het Nederlandse woord 'straat' wordt gebruikt. Als voornaam van de koper wordt bovendien 'Norvege 'vermeld.

Eiser heeft verder geen enkel gegeven omtrent de identiteit van de persoon die kwam kopen.

Uit hetgeen voorafgaat blijkt duidelijk dat eiser meegewerkt heeft aan een systeem van BTW-fraude, waarbij alle nodige inspanningen werden gedaan om zowel geldstromen (cash-betalingen) als identificatie van de koper onnaspeurbaar en oncontroleerbaar te maken.

Het staat dan ook vast dat de door overtredingen door eiser werden begaan met het oogmerk de belasting te ontduiken of de ontduiking ervan mogelijk te maken. De overtredingen zijn uitermate ernstig en brengen het algemeen belang ernstige schade toe. Er moet tevens rekening mee worden gehouden dat de boete een ontradend effect moet hebben.

**2.4.** Het opleggen van een boete van 100 % is in casu verantwoord en niet onevenredig met de inbreuk. Ook de verhoging van de boete met 50 % is in casu verantwoord en niet onevenredig, gezien uit het hele dossier blijkt dat eiser geen enkele voldoende reden had om niet vrijwillig de belastingschuld te betalen en deze verhoging juist bedoeld is om, in het algemeen belang, onnodige procedures te vermijden.

### C. Betreffende de kosten

Gezien eiser in het ongelijk wordt gesteld, moet hij overeenkomstig artikel 1017, 1° lid Ger.W. de gerechtskosten dragen.

### Beschikkend gedeelte

**OM DEZE REDENEN,**

**DE RECHTBANK,**

Wijzende in eerste aanleg en op **tegenspraak**.

Alle verdere middelen van partijen verwerpend als niet dienend.

Verklaart de eis toelaatbaar doch wijst ze af als ongegrond.

Veroordeelt eiser tot de gedingkosten, aan zijn zijde niet te begroten aangezien ze hem ten laste blijven, en aan de zijde van verweerder begroot op 364,40 EUR.

Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting in het gerechtshof te Brugge op **dinsdag tien april tweeduizend en zeven**.

Aanwezig zijn :

**D. P. L.**, alleenrechtsprekend rechter;

**L. N.**, griffier.

**N. L.** **L. D. P.**

## Aangehaalde teksten

4

[KB nr. 41 art. 2](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-41-januari-vaststelling-bedrag-proportionele-fiscale-d48c) 2 voorkomens

[KB nr. 18 art. 1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-18-december-betrekking-vrijstellingen-ten-aanzien-4882) 1 voorkomen

[KB nr. 18 art. 2](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-18-december-betrekking-vrijstellingen-ten-aanzien-4882) 1 voorkomen

[KB nr. 18 art. 6](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-18-december-betrekking-vrijstellingen-ten-aanzien-4882) 1 voorkomen
