---
title: "Vrijstelling, uitvoer · Rechtbank van eerste aanleg, 19 december 2003"
description: "Vrijstelling, uitvoer, intracommunautaire handeling. Rechtbank van eerste aanleg (België), 19 december 2003."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak/vrijstelling-uitvoer-intracommunautaire-handeling-rechtbank-dendermonde-2003-12-19-70ce"
lang: "nl"
---

# Vrijstelling, uitvoer, intracommunautaire handeling · Belasting over de toegevoegde waarde

**Rechtscollege**

Rechtbank van eerste aanleg

**Datum**

19 december 2003

## Over het document

**Verzameling**

Belgische rechtspraak

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

66 paragrafen

### Fiche van de FOD Financiën

Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Dendermonde d.d. 19.12.2003

Samenvatting niet beschikbaar

**Tekst van het vonnis**

### Tekst van de beslissing

**Zitting van : 19 december 2003 – 9° Kamer – B.Z.**

## A.R. NR. : 98/595/A

In de zaak van :

**P. F.** handelaar, wonende te …, …, en ingeschreven in het handelsregister te Dendermonde onder nummer …,

**Eiser op verzet**, verschijnende door mr. **E. G.** loco mr. **Fr. V.**, advocaat te …, …;

**TEGEN :**

**DE BELGISCHE STAAT**, vertegenwoordigd door de heer Minister van Financiën, wiens burelen gevestigd zijn te Brussel, op vervolging en benaarstiging van de Administratie van de Belasting over de Toegevoegde Waarde, Registratie en Domeinen te Gent, in de persoon van de Ontvanger van het BTW-Ontvangkantoor Aalst, waarvan de burelen gevestigd zijn te 9300 Aalst, Graanmarkt 1;

**Verweerder op verzet**, verschijnende door mr. **P. V.**, advocaat te …, …;

## EN IN DE ZAAK VAN :

**P. F.**, handelaar, wonende te …, …, en ingeschreven in het handelsregister te Dendermonde onder nummer …,

**Eiser in tussenkomst en gemeenverklaring**, verschijnende door mr. **E. G.** loco mr. **Fr. V.**, advocaat te …, …;

**TEGEN :**

**De N.V. U. Z.**, ingeschreven in het handelsregister te Antwerpen onder nummer …, waarvan de vennootschapszetel gevestigd is te …, … voorheen en thans te …, …,

**Verweerster in tussenkomst en gemeenverklaring**, verschijnende door Mr. **A. P.**, advocaat te …, …;

**DE RECHTBANK VELT HET VOLGEND VONNIS :**

Gehoord de partijen in hun middelen en conclusies;

Gezien de stukken die ter staving werden neergelegd;

De gedinginleidende dagvaarding in verzet van 25 februari 1998 strekt ertoe het bestreden dwangbevel van 24 juni 1997 van de Ontvanger van het BTW-kantoor te Aalst, geviseerd en uitvoerbaar verklaard op 5 augustus 1997, van generlei waarde te horen verklaren en eiser te ontslaan van de in het dwangbevel lastens hem gevorderde sommen, verweerder te veroordelen tot integrale terugbetaling van alle bedragen welke ten onrechte werden betaald of ingehouden en die toegerekend werden op de sommen vermeld in het dwangbevel, waarvan de vernietiging wordt gevorderd, verweerder te veroordelen tot de kosten van het geding.

Eiser op verzet is groot- en kleinhandelaar in elektrische toestellen en als BTW-belastingplichtige (BTW nr. …) onderworpen aan de BTW-wetgeving en uitvoeringsbesluiten.

Op 26 september 1996 werd door administratie van de BTW fiscaal toezicht uitgeoefend inzake BTW, en werd door de controleur en adjunct-controleur vastgesteld dat aanlegger overtredingen zou hebben begaan op het gebied van toepassing van de BTW-wetgeving en uitvoeringsbesluiten "De controle" had betrekking op de periode van 1 januari 1992 tot 31 december 1993. De inbreuken die werden vastgesteld zouden betrekking hebben op artikel 39, § 1,10 of 2° BTW-wetboek en op de door het KB van 27 december 1977 opgelegde verplichtingen om de echtheid van de uitvoer van goederen waarvan de levering op grond van art [39, § 1, 1° of 2°](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-39) van het BTW-wetboek met vrijstelling van BTW werd gefactureerd, te bewijzen.

Betreffende de vastgestelde inbreuk voor het jaar 1992 werd proces-verbaal opgesteld op 18 juli 1997.

In het proces-verbaal wordt verwezen naar een proces-verbaal van 20 mei 1996, waaruit blijkt dan niettegenstaande de aangifte tot uitvoer door aanlegger, er geen werkelijke uitvoer zou zijn geweest van videoplayers via de NV **C. B.**.

Op 24 juni 1997 werd door de ontvanger een dwangbevel uitgevaardigd, dat op 5 augustus 1997 werd geviseerd en uitvoerbaar verklaard en bij aangetekende brief van 1 september 1997 ter kennis van eiser gebracht.

Uit het dwangbevel blijkt dat aanlegger een bedrag van … frank BTW verschuldigd is, … frank geldboete en 0,8 % intrest per maand vanaf 21 januari 1994 over de niet tijdig betaalde BTW, meer kosten;

Op 25 februari 1998 tekende aanlegger verzet aan tegen de tenuitvoerlegging van het dwangbevel.

Bij exploot van 3 maart 1998 werd.de NV **U. Z.** gedagvaard tot tussenkomst en gemeenverklaring;

Aanlegger voert aan dat het dwangbevel nietig zou zijn bij gebrek aan motivering.

In het dwangbevel van 5 augustus 1997 wordt uitdrukkelijk verwezen naar het PV van 18 juli 1997 waarin gesteld : "de uitgaande factuur van 92.138 van 7/92 met als voorwerp de levering van 1000 tweedehandse videoplayers voor een bedrag van … frank, gericht aan **S. T. T.** PO Box … te …, …, werd gefactureerd met vrijstelling van BTW. De aanduiding van de reden waarom de belasting niet in rekening is gebracht, zoals vereist door art 2, 7° van het KB nr. 1 van 23 juli 1969 is beperkt tot de vermelding "export".

Als enig bewijs van vrijstelling werd exemplaar 1 van de aangifte tot uitvoer voorgelegd, opgesteld op naam van **P. F.**, Andere documenten in de zin van art 3 of 5 van het KB nr. 18 van 27 december 1977, waaruit de waarachtigheid de uitvoer blijkt, werden niet voorgelegd.

Blijkens vermelding op de factuur werden de goederen contant betaald.

Daarenboven blijkt mbt bovengenoemd proces-verbaal van 20 mei 1996 dat, ondanks de hogervermelde aangifte tot uitvoer, er geen werkelijke uitvoer is geweest van bovenvermelde videoplayers via de NV **C. B.**."

Het dwangbevel vermeldt derhalve voorwerp en oorzaak van de vordering, op die wijze dat de belastingplichtige de gegrondheid ervan kan beoordelen.

Het feit dat het proces-verbaal van 20 mei 1996 niet werd meebetekend bij het dwangbevel van 18 juli 1997 is derhalve niet relevant, vermits aanlegger enkel en alleen reeds op grond van de elementen van het dwangbevel van 18 juli 1997 wist waarop de vordering was gesteund en hij uit dit dwangbevel zelf voldoende elementen kan putten om de gegrondheid ervan te beoordelen.

Daarenboven blijkt dat door de administratie van de BBI reeds bij aangetekend schrijven van 7 oktober 1996 een correctieopgave aan eiser werd betekend, welke als bijlage het proces-verbaal van vaststelling van 20 mei 1996 bevatte. (stuk 10 verweerder).

De gevolmachtigde boekhouder van eiser verklaarde zich bij brief van 22 oktober 1996 akkoord met de correctieopgave volgens bijlage nr. 1 en bijlage nr. 2.

Vermits eiser derhalve kennis had van deze documenten kan hij de geldigheid ervan beoordelen en zijn verweer laten gelden, in het kader van zijn rechten van de verdediging.

Verweerder steunt zich niet alleen op het proces-verbaal van vaststelling van 20 mei 1996, doch op het geheel van elementen vastgesteld nav de controle van de boekhouding bij eiser op 26 september 1996.

Naar aanleiding van deze controle werd vastgesteld dat eiser enkel in het bezit is van een document ter uitvoer ex 61. Op grond van art [39, § 1, 1° en 2°](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-39) van het BTW wetboek, zijn de leveringen van goederen die door of voor rekening van de leverancier of van de niet in België gevestigde koper worden uitgevoerd vrijgesteld van de BTW.

De vrijstelling van art 39, § 1 W.BTW is evenwel slechts voorwaardelijk en wordt maar verleend ingeval de formaliteiten worden nagekomen en de bewijzen worden gelegerd waaruit de echtheid van de uitvoer blijkt (cf. KB nr. 18 van 27 december 1977).

Het is frappant dat aanlegger enkel het document ter uitvoer ex 61 kan overleggen. Elk ander document mbt de beweerde exportransactie zoals o.a. bestelbon, contracten, briefwisseling met medecontractant etc ontbreken.

Eiser beweert dat de partij goederen zou zij verkocht door tussenkomst van de heer **N.**, waarvan geen verdere gegevens bekend - alleen zou deze inmiddels reeds zijn overleden(!).

De partij goederen zou door deze derde zijn afgehaald bij aanlegger en - niettegenstaande het om een belangrijke transactie ging - contant zijn betaald door **N.**.

Niettemin heeft **N.**, waarvan de aanlegger beweert dat hij handelde voor rekening van de firma "**S. T. T.**" (sic); niet het vereiste ontvangstbewijs afgeleverd dat alle vermeldingen bevat die moeten voorkomen op het ontvangstbewijs af te leveren door de niet in België gevestigde koper die de goederen hier te lande in zijn bezit neemt. (cf. art [5, § 1, 2°](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-18-december-betrekking-vrijstellingen-ten-aanzien-4882#ar18-art5) KB nr. 18).

Uit de door eiser opgegeven elementen blijkt dat de bestemming van de goederen de firma "**S. T. T.**" is, met adres P.O. Box …, wellicht een postbusfirma. Uit geen enkel element blijkt dat er daadwerkelijk een firma **S. T. T.** bestaat of bestond.

De door eiser uitgereikte factuur is zelfs niet regelmatig, want vermeldt geen exacte datum waarop ze werd uitgereikt (7/92).

Evenmin levert eiser het bewijs dat de BTW in eerste instantie zou zijn aangerekend, en nog minder nopens het feit dat hij na de uitvoeraangifte het betrokken BTW bedrag dat als zekerheidsstelling gold, zou hebben teruggegeven aan **N. P.**, die handelde als tussenpersoon.

Bij exploot van 3 maart 1998 bracht aanlegger dagvaarding in tussenkomst en gemeenverklaring uit lastens de NV **U. Z.**, welke expliciet in haar conclusie van 26 juli 2000 stelt dat ze geen deel heeft gehad aan de uitvoer en dat het aangiftedocument EXl waarop eiser zich beroept, behept is met een gebrek.

Derhalve faalt aanlegger in zijn bewijslast.

Het verzet van aanlegger dient derhalve te worden afgewezen als ongegrond.

Nu de NV **U. Z.** aanvoert dat ze nooit deel heeft gehad aan de uitvoer, is de lastens haar ingestelde vordering tot gemeenverklaring ongegrond.

### Beschikkend gedeelte

**OM DEZE REDENEN,**

**DE RECHTBANK,**

Rechtdoende op **TEGENSPRAAK**.

De rechtbank houdt rekening met de artikelen 2, 30 tot 37 en 41 van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken.

Verklaart het verzet van eiser op hoofdeis ontvankelijk, doch wijst het af als ongegrond.

Wijst de door eiser ingestelde vordering in tussenkomst en gemeenverklaring lasten NV **U. Z.** af als ongegrond.

Veroordeelt eiser op verzet tot de kosten van het geding aan zijde van verweerder op verzet en begroot deze tot heden op de som van € … en aan zijde van verweerder in tussenkomst en gemeenverklaring de som van € ….

Verklaart huidig vonnis uitvoerbaar bij voorraad, niettegenstaande alle verhaal en zonder borgstelling.

Aldus gewezen en uitgesproken ter openbare terechtzitting van **VRIJDAG NEGENTIEN DECEMBER TWEEDUIZEND EN DRIE** van de **negende kamer**, zitting houdende in burgerlijke zaken, der rechtbank van eerste aanleg, zetelend te Dendermonde.

Aanwezig :

Mevrouw **M. D. P.**, rechter, voorzitter van de negende kamer;

Mevrouw **C. V. d. B.**, adjunct-griffier.

**C. V. d. B.** **M. D. P.**

## Aangehaalde teksten

2

[WBTW art. 39](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-39) 2 voorkomens

[KB nr. 18 art. 5](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-18-december-betrekking-vrijstellingen-ten-aanzien-4882) 1 voorkomen

## Vergelijkbare beslissingen

8

[Uitvoer, bewijs Gerechtelijk recht, Nietigheid](https://juriel.be/nl/rechtspraak/uitvoer-bewijs-gerechtelijk-recht-nietigheid-hof-van-beroep-gent-2022-09-27-1161) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Intracommunautaire levering, Uitvoer, Bewijs, Geldigheid van het dwangbevel](https://juriel.be/nl/rechtspraak/intracommunautaire-levering-uitvoer-omzet-bewijs-hof-van-beroep-antwerpen-2020-12-15-9f0f) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Fiscale simulatie, fraude, valse facturen, uitvoervrijstelling, bedrieglijk opzet](https://juriel.be/nl/rechtspraak/fiscale-simulatie-fraude-valse-facturen-rechtbank-brussel-2025-06-11-87fb) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Fokken van paarden, Recht op aftrek, Ontbrekend bewijs](https://juriel.be/nl/rechtspraak/fokken-paarden-recht-aftrek-ontbrekend-rechtbank-hasselt-2025-08-07-8916) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Uitvoer](https://juriel.be/nl/rechtspraak/uitvoer-paard-cassatie-all-cassation-2025-10-23-fbbd) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Uitvoer, Reiziger, Vrijstelling](https://juriel.be/nl/rechtspraak/uitvoer-reiziger-vrijstelling-rechtbank-brussel-2023-12-07-196e) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Intracommunautaire levering, Intracommunautair btw-nummer, Spontane rechtzetting, Goede trouw](https://juriel.be/nl/rechtspraak/intracommunautaire-levering-intracommunautair-btw-nummer-rechtbank-antwerpen-2026-03-30-54c5) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Vrijgestelde intracommunautaire leveringen, Uitvoer, Margeregeling, winstmargeregeling](https://juriel.be/nl/rechtspraak/vrijgestelde-intracommunautaire-leveringen-uitvoer-margeregeling-rechtbank-2026-04-07-a733) 1 gemeenschappelijke bepalingen
