---
title: "Vrijstelling, uitvoer · Hof van beroep te Gent, 2 juni 2009"
description: "Vrijstelling, uitvoer, intracommunautaire handeling. Hof van beroep te Gent (België), 2 juni 2009."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak/vrijstelling-uitvoer-intracommunautaire-handeling-hof-van-beroep-gent-2009-06-02-e490"
lang: "nl"
---

# Vrijstelling, uitvoer, intracommunautaire handeling · Belasting over de toegevoegde waarde

**Rechtscollege**

Hof van beroep

**Zetel**

Gent

**Datum**

2 juni 2009

## Over het document

**Verzameling**

Belgische rechtspraak

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

63 paragrafen

### Fiche van de FOD Financiën

Arrest van het Hof van beroep te Gent d.d. 02.06.2009

Samenvatting niet beschikbaar

**Tekst van het arrest**

### Tekst van de beslissing

**Hof van beroep te Gent – 5****e** **kamer**

Nr. **2008/AR/402**

in de zaak van :

**A. W. NV**, met maatschappelijke zetel te …, …; ingeschreven in de kruispuntbank van ondernemingen onder het nummer …,

**appellante,**

ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. **V. F.** loco mr. **C. P.**, advocaat te …, …

**tegen :**

**DE BELGISCHE STAAT**, FOD Financiën, Belastingen en Invordering, Sector BTW, in de persoon van de e.a. Inspecteur van het BTW-Controlekantoor te Torhout, wiens kantoren gevestigd zijn te 8820 Torhout, Burg 28,

**geïntimeerde,**

ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. **D. S.**, advocaat te …, …

spreekt het Hof het volgend arrest uit :

Bij verzoekschrift neergelegd ter griffie op 13 februari 2008 werd door de appellante tijdig en regelmatig hoger beroep ingesteld tegen het vonnis uitgesproken op 16 oktober 2007 door de Rechtbank van Eerste aanleg te Brugge, vierde kamer, waarbij de fiscale vordering strekkende tot terugbetaling van … EUR, verhoogd met de wettelijke intresten vanaf 20 augustus 2005 werd afgewezen als ongegrond.

Het hoger beroep strekt er toe het ingestelde hoger beroep toelaatbaar, ontvankelijk en gegrond te verklaren en het bestreden vonnis te doen vernietigen en opnieuw wijzende de Belgische Staat te veroordelen tot terugbetaling van … EUR in hoofdsom, meer de wettelijke int resten vanaf 20 augustus 2005 en de kosten.

De geïntimeerde vordert het hoger beroep onontvankelijk, minstens ongegrond te verklaren en het bestreden vonnis te bevestigen in al zijn schikkingen.

## Feitelijke gegevens

De economische activiteit van appellante bestaat uit groothandel van gereedschapswerktuigen alsook kleinhandel in motorvoertuigen en reparaties van auto's. In 2002 dreef appellante handel met **C. N. H.** -verder omschreven als CNH- (afdeling landbouwmachines van de Fiat-groep) waarvoor goederen zowel naar de Verenigde Staten van Amerika als naar Polen moesten worden geëxporteerd.

Er werd gewerkt met internationale expeditiekantoren zoals **B. G.** (voor luchtvracht naar en van de USA) en **S.** (voor zeevracht van en naar de USA). Deze uitvoerverrichtingen betreffen leveringen "**E. W.**", hetgeen met zich brengt dat de appellante geen contractuele relatie met de vervoerondernemer heeft waardoor voor de aangerekende prestatie geen factuur werd gemaakt.

De afhaling van de goederen in opdracht van de expeditie kantoren **B. G.** en **S.** werd verzorgd door diverse transporteurs, die in onder aanneming werken. Op de facturen die appellante opmaakt aan CNH **G.** werd er geen BTW aangerekend. De appellante beroept zich op de artikelen 39, § 1, 1° en 2° BTW-Wet en het K.B. nr. 18 van 29 december 1992 teneinde de leveringen met vrijstelling van BTW te kunnen doen.

De BTW-administratie is van oordeel dat de appellante niet voldoende bewijs voorlegt om de uitvoer van de goederen te bewijzen, "hetgeen door de appellante betwist wordt.

Op 12 augustus 2003 werd .een toezicht aangevangen met het oog op de juiste toepassing van de BTW-wetgeving over de periode van 1 januari 2000 tot 30 april 2003. Naar aanleiding van dit toezicht werden een aantal overtredingen op de wetgeving en de reglementering inzake de belasting over de toegevoegde waarde vastgesteld. Bij gebrek aan een akkoordverklaring over de vastgestelde overtredingen werd door **L. V.**, inspecteur bij de FOD Financiën, Belastingen en Invordering, Administratie van de Ondernemings- en Inkomens- fiscaliteit, sector BTW, op 1 augustus 2005 een proces-verbaal opgemaakt waarin de door appellante begane overtredingen werden geacteerd.

Niettegenstaande het niet-akkoord werden op 18 augustus 2005 de overeenkomstig voormeld proces-verbaal verschuldigde sommen betaald. Bij tegensprekelijk verzoekschrift van 20 september 2005 eiste de appellante terugvordering van de reeds betaalde bedragen.

Bij vonnis dd. 16 oktober 2007 werd de vordering van appellante ontvankelijk doch ongegrond verklaard. Het is tegen dat vonnis dat. door de appellante hoger beroep werd ingesteld.

## Beoordeling

De enige betwisting bestaat erin te weten of de .uitvoer naar de Verenigde Staten en Polen al dan niet bewezen voorkwam. Artikel 39, § 1 en 2 luidt als volgt :

\- *1° de leveringen van goederen die door of voor rekening van de verkoper worden verzonden of vervoerd naar een plaats buiten de Gemeenschap;*

\- *2° de leveringen van goederen die door of voor rekening van een niet in België gevestigde koper worden verzonden of vervoerd naar een plaats buiten de Gemeenschap, met uitzondering van de door de koper·zelf vervoerde goederen bestemd voor de uitrusting of de bevoorrading van pleziervaartuigen en sportvliegtuigen of van andere vervoermiddelen voor privé-gebruik, en van de door een reiziger in zijn persoonlijke bagage meegenomen goederen;*

Door het KB nr. 18 van 29 december 1992 werden de uitvoeringsbesluiten genomen. [Artikel 3 van het KB nr. 18](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-18-december-betrekking-vrijstellingen-ten-aanzien-4882#ar18-art3) bepaalt :

> *"De verkoper van de goederen moet te allen tijde in het bezit zijn van alle stukken waaruit de echtheid van de uitvoer blijkt; hij moet ze op ieder verzoek van de met controle belaste ambtenaren overleggen. Die stukken zijn, onder meer, de bestelbons, de vervoerdocumenten, de betalingsstukken alsmede de aangifte ten uitvoer bedoeld in artikel 2."*

Artikel 5, § 2 van hetzelfde KB nr. 18 bepaalt :

> *"De niet in België gevestigde koper die zelf in België goederen in bezit neemt, moet bij de inbezitneming aan zijn in België gevestigde verkoper een ontvangstbewijs afleveren. Het aan de verkoper af te leveren ontvangstbewijs moet, benevens de datum van afgifte en de omschrijving van de goederen, het land van bestemming vermelden.*
>
> *Hetzelfde document moet worden afgeleverd aan de verkoper wanneer de goederen in België in bezit worden genomen door een derde persoon die handelt voor rekening van de niet in België gevestigde koper. Het bedoelde document moet in dat geval worden afgeleverd door deze persoon die erin verklaart te handelen voor rekening van zijn opdrachtgever."*

[Artikel 6 van het KB nr.18](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-18-december-betrekking-vrijstellingen-ten-aanzien-4882#ar18-art6) stelt tenslotte het volgende :

> *"De bepalingen van de artikelen 2 en 4 zijn van toepassing op deze afdeling. Het bewijs van uitvoer moet door de verkoper worden geleverd overeenkomstig artikel 3 onafhankelijk van het stuk voorgeschreven door artikel 5, § 2.*
>
> *De verkoper wordt pas van zijn verantwoordelijkheid ontslagen indien hij kan bewijzen dat de goederen onder de gestelde voorwaarden werden uitgevoerd."*

In zijn vonnis werd door de eerste rechter verwezen naar het feit dat de goederen door een vervoeronderneming werden afgehaald, dat geen vervoerdocumenten werden voorgelegd en dat de door de appellante voorgelegde facturen, betalingstukken en bestelbon stukken zijn die geen bewijs leveren van de uitvoer naar Polen of de USA. Een geheel van overeenstemmende handelsdocumenten zoals uitdrukkelijk vereist door het voormelde K.B. nr. 18 kan niet worden voorgelegd.

Wat de uitvoer naar de Verenigde Staten van Amerika betreft blijkt uit de facturen dat deze gericht waren aan CNH.**G.** NV, PO BOX …, …, …, met als land van oorsprong "België", de incoterm "**E. W**." en plaatsbestemming "Washington". Eveneens staat. op al deze facturen ofwel "air freight" of "sea freight" vermeld en op een aantal ervan het afleveringsadres.

Wat de uitvoer naar Polen betreft werden de facturen alle gericht aan CNH **P.** of **B. N. H.**, …, …, …. Ook hier wordt vermeld dat de bewuste goederen bestemd waren voor export, met vermelding van de incoterm "E**. W.**" waardoor verwoord werd dat appellante de export niet zelf contracteerde.

Deze gegevens bewijzen op zichzelf nog niet dat de uitvoer werkelijk is verzonden of vervoerd naar een plaats buiten de Gemeenschap (Polen en de Verenigde Staten). Ook de loutere boeking van de facturen vormt nog geen bewijs van de echtheid van de uitvoer. De appellante laat ook nog gelden dat voor alle facturen betalingsbewijzen kunnen worden voorgelegd. Dit laatste wordt weerlegd door de geïntimeerde. Nog afgezien dat voor een aantal facturen met de nrs. …, …, …, …, …, … en … geen overeenstemmend betalingsbewijs wordt voorgelegd vermogen de betalingen op zichzelf niet de uitvoer te bewijzen.

In dit verband moet er ook nog worden op gewezen dat binnen de groep CNH-**C. N. H.** in. een afdeling Finance & accounting werd voorzien, zijnde de firma **G.** NV waarvan de kantoren gevestigd zijn te Brugge. Deze laatste firma staat inzake aankopen onder meer in voor de betaling van de facturen tegen de vervaldag en alle communicatie. Uit stuk 5 blijkt verder dat internationale expeditiekantoren tegen overeengekomen prijzen instaan voor de materiële uitvoering van de goederenbewegingen zodat deze op elk ogenblik kunnen worden opgevolgd via het intranet van CNH. Nog steeds volgens stuk 5 worden de materiële documenten die de goederenbewegingen (CMR, douanedeclaraties) staven gearchiveerd en pas bij betwisting overgemaakt bij de behandeling van de klachten. Deze tussenkomsten maken nog geen bewijs uit van de uitvoer.

De exportdocumenten kunnen volgens stuk 5 pas worden overgelegd op verzoek van de juridische dienst van CNH die pas in werking treedt indien het dossier het karakter krijgt van een claim. Uit de gevoegde bijlage IV wordt dan weer gezegd dat het onmogelijk is de vervoerdocumenten af te leveren.

Alhoewel de appellante de bewijslast draagt ontbreekt het ontvangstbewijs zoals bedoeld in [artikel 5 van het K.B. nr. 18](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-18-december-betrekking-vrijstellingen-ten-aanzien-4882#ar18-art5) en ligt er evenmin een aangifte voor van de uitvoer. Het gebruik van de incoterm **E. W.** doet daaraan geen afbreuk.

Uit voorgaande gegevens volgt dat het bewijs niet voorligt overeenkomstig de bepalingen van het K.B. nr. 18 dat de gefactureerde goederen werkelijk werden uitgevoerd. Daar overeenkomstig de artikelen [15](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-15) en [16](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-16) van het BTW-Wetboek de levering geacht wordt plaats te vinden op de plaats waar en op het tijdstip dat de goederen ter beschikking van de verkrijger of de overnemer worden gesteld gebeurde de levering in België en is dus de levering in België belastbaar.

In de gegeven omstandigheden dient het bestreden vonnis te worden bevestigd ook wat de kosten aangaat. Gelet op het ongelijk van de appellante dient zij in de gerechtskosten van het hoger beroep. te worden verwezen.

Voor de vaststelling van de rechtsplegingsvergoeding overeenkomstig artikel 1022 Ger.W., vervangen bij wet van 21 april 2007 betreffende de verhaalbaarheid van de erelonen en kosten verbonden aan de bijstand van een advocaat en uitgevoerd bij KB van 26 oktober 2007, moeten in principe de basisbedragen gehanteerd worden. Vermits de waarde van de vorderingen, bepaald zoals voorzien inde artikelen 557 tot 562 en 618 Ger. W. zich in de schijf bevindt tussen 10.000,01 en 20.000,00 EUR is het basisbedrag … EUR.

### Beschikkend gedeelte

**OP DIE GRONDEN,**

**HET HOF**, recht doende op **tegenspraak**,

Gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken;

Ontvangt het hoger beroep doch wijst het af als ongegrond.

Bevestigt het bestreden vonnis voor het overige.

Veroordeelt de appellante in de kosten van het hoger beroep en begroot deze kosten als volgt :

\- aan de zijde van de appellante :

\* rechtsplegingsvergoeding hoger beroep … EUR

\- aan de zijde van de geïntimeerde :

\* rechtsplegingsvergoeding hoger beroep … EUR

Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting van het Hof van beroep te Gent, **vijfde kamer**, recht doende in fiscale zaken, op **TWEE JUNI TWEEDUIZEND EN NEGEN**.

Aanwezig de Heren :

**A. D. M.**, Kamervoorzitter, Voorzitter,

**G. T.** en **D. V.**, Raadsheren,

**M. V.**, griffier.

**M. V.** **D. V.** **G. T.** **A. D.**

## Aangehaalde teksten

5

[KB nr. 18 art. 3](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-18-december-betrekking-vrijstellingen-ten-aanzien-4882) 1 voorkomen

[KB nr. 18 art. 5](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-18-december-betrekking-vrijstellingen-ten-aanzien-4882) 1 voorkomen

[KB nr. 18 art. 6](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-18-december-betrekking-vrijstellingen-ten-aanzien-4882) 1 voorkomen

[WBTW art. 15](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-15) 1 voorkomen

[WBTW art. 16](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-16) 1 voorkomen

## Vergelijkbare beslissingen

8

[Invoering van de belasting, werkingssfeer, levering van goederen](https://juriel.be/nl/rechtspraak/invoering-belasting-werkingssfeer-levering-goederen-rechtbank-mechelen-2000-03-16-0127) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Werkingssfeer, levering van goederen, plaats van de levering](https://juriel.be/nl/rechtspraak/werkingssfeer-levering-goederen-plaats-belastbaar-rechtbank-antwerpen-2002-10-22-2e35) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Fiscale geschillen](https://juriel.be/nl/rechtspraak/fiscale-geschillen-rechtbank-brussel-2002-05-23-5487) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Intracommunautaire handeling, strafbepaling, administratieve geldboete, vrijstelling, uitvoer, invoer](https://juriel.be/nl/rechtspraak/intracommunautaire-handeling-strafbepaling-administratieve-rechtbank-hasselt-1997-10-06-6e31) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Recht op aftrek, Vaste termijn, Verjaringstermijn, Vordering tot teruggaaf](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-vaste-termijn-verjaringstermijn-rechtbank-luik-2022-04-25-02bf) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Overschrijding drempel IC-verwervingen, afstand van verlopen tijd van verjaring](https://juriel.be/nl/rechtspraak/overschrijding-drempel-ic-verwervingen-afstand-cassatie-all-cassation-2022-11-25-125b) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Levering van nieuwe gebouwen, Geen periodieke betaling, Bijzondere rekening](https://juriel.be/nl/rechtspraak/levering-nieuwe-gebouwen-geen-periodieke-hof-van-beroep-luik-2023-03-17-1a65) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Bijzondere rekening, Formele wettigheid van de kennisgeving](https://juriel.be/nl/rechtspraak/bijzondere-rekening-formele-wettigheid-kennisgeving-rechtbank-namen-2020-04-30-3b6e) 1 gemeenschappelijke bepalingen
