---
title: "24 december 2007 · Vrijstelling, andere vrijstelling · Rechtbank van eerste aanleg te Brugge"
description: "Vrijstelling, andere vrijstelling, werkingssfeer, belastbare handeling, dienst. Rechtbank van eerste aanleg te Brugge (België), 24 december 2007."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak/vrijstelling-andere-werkingssfeer-belastbare-handeling-rechtbank-brugge-2007-12-24-0ac9"
lang: "nl"
---

# Vrijstelling, andere vrijstelling, werkingssfeer, belastbare handeling, dienst · Belasting over de toegevoegde waarde

**Rechtscollege**

Rechtbank van eerste aanleg

**Zetel**

Brugge

**Datum**

24 december 2007

## Over het document

**Verzameling**

Belgische rechtspraak

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

66 paragrafen

### Fiche van de FOD Financiën

Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Brugge d.d. 24.12.2007

Samenvatting niet beschikbaar

**Tekst van het vonnis**

### Tekst van de beslissing

**De Rechtbank van eerste aanleg te Brugge, VIERDE KAMER, heeft het hierna volgend vonnis verleend :**

**In de zaak 05/2800/A** Rep. nr. 2007/17926

**de BVBA N. T.**, (BTW BE …), met maatschappelijke zetel te …, …,

**eiseres,**

voor wie optreedt Meester **E. P.**, advocaat met kantoor te …, …,

**tegen :**

**De FOD FINANCIËN**, sector BTW, in de persoon van de e.a. Inspecteur van de, BTW-Controle te 8370 BLANKENBERGE, Groenestraat 86 eh de rekenplichtige van het BTW-Ontvangkantoor te 8000 BRUGGE, G. Vincke Dujardinstraat 4,

**verweerder,**

voor wie is opgetreden Meester **F. N.** (balie …) loco Meester **J. V. d. P.**, advocaat met kantoor te …, …,

## I. RECHTSPLEGING

Gelet op de dagvaarding d.d. 5 september 2005.

De rechtbank nam kennis van het dossier van de rechtspleging en van de door partijen overlegde bundels.

Partijen werden gehoord in hun middelen bij monde van hun raadsman in de openbare terechtzitting van 26 november 2007.

Artikel 2 en volgende van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken werden in acht genomen.

## II. BIJZONDERSTE GEGEVENS VAN DE ZAAK

**1.** Eiseres is ingeschreven als BTW-belastingplichtige onder het BTW-registratienummer BE …, voor de activiteit van onderneming in onroerende goederen. Zij is derhalve onderworpen aan de bepalingen van de BTW-wetgeving en de ter uitvoering ervan genomen besluiten.

Op 31 oktober 2004 vertoonde de rekening-courant van eiseres bij het CIV te Brussel een BTW-tegoed van 48.223,78 EUR en dat ingevolge de indiening van de BTW-aangifte m.b.t. handelingen van het derde kwartaal 2004.

Naar aanleiding van de vraag tot teruggave van dit tegoed door eiseres werd door de BTW-administratie een beperkte controle aangekondigd teneinde de echtheid van het BTW-tegoed en de juiste toepassing van de wetgeving en de reglementering inzake BTW na te gaan.

Op 17 mei 2005 werden de overtredingen en vaststellingen opgenomen ineen proces-verbaal door **C. L.**, verificateur bij FOD Financiën, Belastingen en Invordering, Administratie van de Ondernemings- en Inkomensfiscaliteit, sector BTW, in die hoedanigheid verbonden aan het controlekantoor BTW te Blankenberge.

Het belastingkrediet van het derde kwartaal 2004 in hoofde van eiseres werd ingehouden.

Op 6 juni 2005 en 20 juni 2005 werd aan eiseres een betalingsbericht verstuurd.

Op 5 september 2005 is eiseres overgegaan tot dagvaarding van verweerder.

**2.** Eiseres vraagt dat :

\- de vordering ontvankelijk en gegrond wordt verklaard;

\- verweerder veroordeeld wordt tot terugbetaling aan eiseres van de som van 48.233,78 EUR, meer de moratoriumintresten aan 8 % vanaf 31 oktober 2004 tot de datum van dagvaarding (samen 50.982,44 EUR), meer de gerechtelijke intresten op 48.223,78 EUR vanaf 5 september 2005 tot op dag van de gehele betaling;

\- verweerder veroordeeld wordt tot betaling aan eiseres van de kosten van verdediging, bestaande uit het ereloon en de kosten van de raadsman van eiseres, en pro memorie begroot onder voorbehoud van eventuele verhoging op 5.000EUR, meer de gerechtelijke intresten;

\- het vonnis uitvoerbaar bij voorraad wordt verklaard, niettegenstaande elk verhaal en zonder borgstelling en kantonnement;

\- verweerder wordt veroordeeld tot alle kosten van het geding, met inbegrip van de geïndexeerde rechtsplegingsvergoeding.

**3.** Verweerder vraagt dat het verzet van eiseres en de vordering tot teruggaaf ontvankelijk doch ongegrond wordt verklaard, dat de schadevordering onontvankelijk minstens ongegrond wordt verklaard en dat eiseres wordt veroordeeld tot de kosten van het geding, met inbegrip van de rechtsplegingsvergoeding.

## III. BEOORDELING

### A. Betreffende de toelaatbaarheid

Verweerder voert geen redenen aan die tot de ontoelaatbaarheid van de eis kunnen leiden. Nu de rechtbank evenmin middelen van ontoelaatbaarheid, die zij ambtshalve zou moeten opwerpen, vaststelt, is de eis toelaatbaar.

### B. Betreffende de grond

**1.** Eiseres heeft op 30 april 2004 een nieuw appartement te … gekocht dat wordt bewoond door haar zaakvoerders. Op 31 augustus 2004 heeft eiseres garageboxen gekocht te ….

In het derde kwartaal 2004 heeft eiseres in de BTW-aangifte de BTW m.b.t. het appartement voor 100 % en de BTW m.b.t. de garageboxen voor 80 % in aftrek opgenomen (samen 44.859,36 EUR).

**2.** In het proces-verbaal van 17 mei 2005 wordt gesteld dat eiseres geen aanspraak kan maken op de aftrek van BTW in de mate dat het onroerend goed ter beschikking wordt gesteld van een zaakvoerder. Dergelijke terbeschikkingstelling moet worden aangemerkt als een huur onder bezwarende titel en is bijgevolg vrijgesteld door artikel 44, § 3, 2° W.BTW. Verweerder stelt dat de BTW ten onrechte is afgetrokken en vordert de terugbetaling van 44.859,36 EUR BTW en legt een administratieve boete op van 4.480,00 EUR.

**3.** [Artikel 13, B, sub b van de Zesde richtlijn](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-13) (nr. 77/388/EEG Raad 17/05/1977) bepaalt dat de lidstaten, onverminderd andere communautaire bepalingen, vrijstelling verlenen voor o.m. verpachting en verhuur van onroerende goederen, met uitzondering van de aldaar opgesomde gevallen.

Artikel 44, § 3, 2° W.BTW bepaalt op zijn beurt dat van de BTW zijn vrijgesteld de verpachting, de verhuur en de overdracht van huur van uit hun aard onroerende goederen, alsook het gebruik van dergelijke goederen onder de voorwaarden van artikel 19, § 1 W.BTW, met de in artikel 44, § 3, 2° W.BTW opgesomde uitzonderingen.

Waar voormeld artikel 44 voorziet in de vrijstelling voor verhuur van uit hun aard onroerende goederen is het een implementatie van het vermelde [artikel 13, B, sub b van de Zesde richtlijn 77/388/EEG](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-13), zodat het dient te worden uitgelegd in het licht van de bewoordingen en het doel van de richtlijn. Dit brengt onder meer met zich dat bij het onderzoek van de vraag of in casu al dan niet sprake is van onroerende verhuur in de zin van [artikel 44, § 3, 2° WBTW](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44), de volgende principes dienen in acht genomen :

\- de in [artikel 13 van de Zesde richtlijn](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-13) bedoelde vrijstellingen moeten strikt worden uitgelegd, daar die vrijstellingen afwijken van het algemeen beginsel dat BTW wordt geheven over elke dienst die dooreen belastingplichtige onder bezwarende titel wordt verricht;

\- de vrijstellingen van [artikel 13 van de Zesde richtlijn](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-13) zijn autonome communautaire rechtsbegrippen en dienen derhalve een communautaire definitie te krijgen;

\- wat de in [artikel 13, B, sub b van de Zesde richtlijn](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-13) bedoelde vrijstellingen betreft, geeft deze bepaling geen omschrijving van het begrip ‘verhuur’ en verwijst zij evenmin naar de respectieve omschrijvingen van dat begrip in de wettelijke regelingen van de lidstaten. Krachtens de vaste rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen is het wezenlijke kenmerk van de verhuur van onroerende goederen in de zin van [artikel 13, B, sub b, van de Zesde richtlijn](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-13), dat aan de houder voor een overeengekomen tijdsduur tegen vergoeding het recht wordt verleend, een onroerend goed te gebruiken als ware hij eigenaar ervan en ieder ander van het genot van dat recht uit te sluiten;

\- om de aard van een belastbare handeling vast te stellen, moeten verder alle omstandigheden waaronder de betrokken handeling wordt verricht in aanmerking worden genomen om daaruit de kenmerkende elementen naar voren te halen.

In casu heeft eiseres het appartement niet in gebruik. Zij heeft als rechtspersoon het onroerend goed ter beschikking gesteld van een derde persoon, namelijk haar zaakvoerders, voor diens privé-behoeften. Het is evident dat deze overeenkomst een overeenkomst ten bezwarende titel is vermits de vergoeding die wordt ontvangen voor het uitoefenen van de functie van zaakvoerder kan bestaan in diensten of in prestaties in natura zoals de terbeschikkingstelling van een woning.

Het feit dat de duur van de overeenkomst niet is vastgelegd betekent niet dat er in werkelijkheid geen verhuur zou bestaan. Er moet immers rekening worden gehouden met de werkelijke contractuele bepalingen en met het gegeven dat de vennootschap en de zaakvoerder zeer nauw met elkaar betrokken zijn en vertegenwoordigd worden door één en dezelfde natuurlijke persoon. Bijgevolg is het ondenkbaar dat eiseres, als eigenaar van het onroerend goed, zal toestaan dat het rustig genot dat zij aan haar zaakvoerders ten persoonlijke titel verleend heeft, zou verstoord worden.

Het feit dat derden, mits toestemming van de zaakvoerders, toegang zouden hebben tot het onroerend goed, maakt deze derden nog geen gebruikers van deze ruimtes. De zaakvoerders hebben het recht om ieder ander het gebruik van het onroerend goed te ontzeggen.

**4.** De terbeschikkingstelling van het onroerend goed aan de zaakvoerders van de vennootschap moet in casu worden aangemerkt als een onroerende verhuur onder bezwarende titel en is bijgevolg vrijgesteld door artikel 44, § 3, 2° W.BTW. De terbeschikkingstelling is bijgevolg niet onderworpen aan BTW en kan derhalve ook geen aanleiding geven tot aftrek van de BTW.

In tegenstelling tot de bewering van eiseres is artikel 44, § 3, 2° W.BTW niet in strijd met de artikelen [6, § 2 en 13, B, sub b](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-6) van de Zesde richtlijn. Zoals reeds gesteld is voormeld artikel 44 een implementatie van het vermelde [artikel 13, B, sub b van de Zesde richtlijn 77/388/EEG](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-13).

Alle verdere argumentatie is niet langer dienend.

**5.** De eis is derhalve ongegrond.

### C. Betreffende de kosten

Gezien eiseres in het ongelijk wordt gesteld, moet zij overeenkomstig artikel 1017, 1° lid Ger. W. de gerechtskosten dragen.

### Beschikkend gedeelte

**OM DEZE REDENEN,**

**DE RECHTBANK,**

Wijzende in eerste aanleg en op **tegenspraak**.

Alle verdere middelen van partijen verwerpend als niet dienend.

Verklaart de eis toelaatbaar doch wijst ze af als ongegrond.

Veroordeelt eiseres tot de gedingkosten, aan haar zijde niet te begroten aangezien ze haar ten laste blijven, en aan de zijde van verweerder begroot op de rechtsplegingsvergoeding t.b.v. 371,84 EUR.

Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting in het gerechtshof te Brugge op **maandag vierentwintig december tweeduizend en zeven**.

Aanwezig zijn :

**D. P. L.**, alleenrechtsprekend rechter;

**L. N.**, griffier.

**N. L.** **L. D. P.**

## Aangehaalde teksten

3

[Zesde richtlijn 77/388 art. 13](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-13) 7 voorkomens

[WBTW art. 44](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44) 1 voorkomen

[Zesde richtlijn 77/388 art. 6](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-6) 1 voorkomen

## Vergelijkbare beslissingen

8

[Werkingssfeer, belastbare handeling, vrijstelling, andere vrijstelling](https://juriel.be/nl/rechtspraak/werkingssfeer-belastbare-handeling-vrijstelling-andere-rechtbank-gent-2009-03-02-002d) 3 gemeenschappelijke bepalingen

[Dienstprestaties, Mandaat, Mandataris, commissiecontract, Commissionair, Uitzondering](https://juriel.be/nl/rechtspraak/dienstprestaties-mandaat-mandataris-commissiecontract-hof-van-beroep-brussel-2015-10-29-09ac) 3 gemeenschappelijke bepalingen

[Belastbaarheid, werkingssfeer, belastbare handeling, vrijstelling, andere vrijstelling](https://juriel.be/nl/rechtspraak/belastbaarheid-werkingssfeer-belastbare-handeling-vrijstelling-rechtbank-gent-2009-04-30-1cb3) 3 gemeenschappelijke bepalingen

[Investeringsgoederen](https://juriel.be/nl/rechtspraak/investeringsgoederen-onroerend-goed-gebruikt-maatschappelijke-rechtbank-brussel-2017-04-19-2551) 3 gemeenschappelijke bepalingen

[Werkingssfeer, dienst, belastbare handeling, vrijstelling, andere vrijstelling](https://juriel.be/nl/rechtspraak/werkingssfeer-dienst-belastbare-handeling-vrijstelling-rechtbank-gent-2009-11-26-2f82) 3 gemeenschappelijke bepalingen

[Werkingssfeer, dienst, belastbare handeling, recht op aftrek van belasting](https://juriel.be/nl/rechtspraak/werkingssfeer-dienst-belastbare-handeling-recht-rechtbank-brussel-2010-09-21-4f00) 3 gemeenschappelijke bepalingen

[Werkingssfeer, dienst, belastbare handeling, vrijstelling, andere vrijstelling](https://juriel.be/nl/rechtspraak/werkingssfeer-dienst-belastbare-handeling-vrijstelling-rechtbank-brugge-2004-06-28-6ca0) 3 gemeenschappelijke bepalingen

[Onroerende verhuring](https://juriel.be/nl/rechtspraak/onroerende-verhuring-overdracht-recht-beroepswerkzaamheid-cassatie-brussel-2013-06-73ec) 3 gemeenschappelijke bepalingen
