---
title: "Vrijstelling, andere vrijgestelde handeling · Hof van beroep te Gent, 15 juni 2010"
description: "Vrijstelling, andere vrijgestelde handeling, voldoening van de belasting, vervolging, geding. Hof van beroep te Gent (België), 15 juni 2010."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak/vrijstelling-andere-vrijgestelde-handeling-voldoening-hof-van-beroep-gent-2010-06-15-cd49"
lang: "nl"
---

# Vrijstelling, andere vrijgestelde handeling, voldoening van de belasting, vervolging · Belasting over de toegevoegde waarde

**Rechtscollege**

Hof van beroep

**Zetel**

Gent

**Datum**

15 juni 2010

## Over het document

**Verzameling**

Belgische rechtspraak

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

54 paragrafen

### Fiche van de FOD Financiën

Arrest van het Hof van beroep te Gent d.d. 15.06.2010

Samenvatting niet beschikbaar

**Tekst van het arrest**

### Tekst van de beslissing

**Hof van beroep te Gent - 5b****e** **kamer**

**Nr. 2009/AR/1339**

in de zaak van :

**V. D. P. T.**, zelfstandige, wonende te …, …,

**appellant,**

hebbende als raadsman mr. **W. L.**, advocaat te …, …

**tegen :**

**DE BELGISCHE STAAT**, Federale Overheidsdienst Financiën, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën, in de persoon van de rekenplichtige van het BTW-Ontvangkantoor te Sint-Niklaas, wiens kantoren gevestigd zijn te 9100 SINT-NIKLAAS, Driekoningenstraat 4,

**geïntimeerde,**

hebbende als raadsman mr. **W. J.-P.**, advocaat te …, …

spreekt het Hof het volgend arrest uit :

**1.** Bij fiscaal verzoekschrift neergelegd ter griffie van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Dendermonde op 12.2.2004 tekende de appellant verzet aan tegen het dwangbevel (RCIV nr. …) uitgevaardigd door **A. V.**, rekenplichtige van het BTW-ontvangkantoor te 9100 Sint-Niklaas, op 16.6.2003, geviseerd en uitvoerbaar verklaard door **T. W.**, e.a. inspecteur van de BTW-controle Beveren, aangewezen door de directeur van de administratie van de belasting over de toegevoegde waarde, registratie en domeinen te Antwerpen.

In dit dwangbevel werd opgenomen als schuld ten laste van de appellant : een bedrag van … EUR aan BTW + … EUR als verlopen intresten krachtens [artikel 91, § 1, 1° BTW-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-91) berekend tot 20.6.2003, hetzij in totaal … EUR, te vermeerderen met een intrest van 0,80 % per maand verschuldigd over de niet tijdig betaalde BTW vanaf 21.6.2003 in toepassing van [artikel 91, § 1, 1° BTW-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-91) en de vervolgingskosten.

Bij vonnis van 31.10.2008 van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Dendermonde, 9 e kamer, verklaarde de rechtbank zich onbevoegd kennis te nemen van de zaak en verzond ze de zaak naar de Rechtbank van Eerste Aanleg te Gent.

Voor deze rechter vorderde de appellant dat de volgens het dwangbevel genomen beslissing van de geïntimeerde als ongegrond zou worden afgewezen, en in ondergeschikte orde dat de rechtbank de herberekening zou bevelen aan de geïntimeerde rekening houdend met de inregelstelling door de BVBA **VDP C.** in faling en met de door de BVBA **VDP C.**, in faling, aftrekbare BTW.

Bij vonnis van 16.2.2009 van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Gent, zesde kamer, werd de vordering van de appellant ontvankelijk doch ongegrond verklaard, en werd hij veroordeeld tot de kosten van het geding.

Bij verzoekschrift neergelegd ter griffie van het Hof van Beroep te Gent op 14.5.2009 heeft de appellant hoger beroep ingesteld tegen het vermelde vonnis.

Volgens vermelding in de conclusies van de partijen zou het bestreden vonnis zijn betekend op 17.4.2009.

Het hoger beroep is tijdig en regelmatig.

Met zijn hoger beroep vordert de appellant dat het bestreden vonnis zou worden teniet gedaan en zijn oorspronkelijke vordering zou worden toegekend.

De geïntimeerde van zijn kant vordert dat het hoger beroep onontvankelijk minstens ongegrond zou worden verklaard.

Om welke redenen het hoger beroep onontvankelijk zou zijn wordt door de geïntimeerde niet verduidelijkt, en het Hof ontwaart geen ambtshalve middelen van onontvankelijkheid.

**2.** Bij notariële Verkoopakte van 27.6.2002 (stuk 2 van de geïntimeerde) verkochten de appellant en de BVBA **VDP C.** aan de BVBA **V. D. H. L.** een industriegebouw op en met grond en aanhorigheden staande en gelegen te …, … (ambachtelijke zone "…") onder het stelsel van BTW. De BTW, berekend op de prijs voor de constructies, bedroeg … EUR.

Volgens de appellant verkocht hij slechts de blote eigendom van de grond, en is hij de BTW niet verschuldigd, terwijl de BVBA **VDP C.**, in faling, vruchtgebruikster van de grond was en eigenares van de erop opgerichte gebouwen.

Dit wordt evenwel tegengesproken door de volgende gegevens :

• op diverse plaatsen in de notariële verkoopakte wordt de appellant aangegeven als (mede)verkoper van de gebouwen samen met de BVBA **VDP C.** : "...dat de verkopers (meervoud !), toevallige BTW­belastingplichtigen (meervoud !), geopteerd hebben (meervoud !) voor de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde blijkens hun verklaring ingediend op zesentwintig juni tweeduizend en twee op het controlekantoor der belasting over de toegevoegde waarde te … ...." (p. 14); "dat de verkopers (meervoud !) de aandacht van de kopers er op hebben gevestigd dat het hun (meervoud !) bedoeling is het gebouw, waarop onderhavige akte mede betrekking heeft, te vervreemden met toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde zoals voormeld" (p.14);

• ook de appellant heeft, samen met de BVBA **VDP C.**, op 26.6.2002 bij de BTW-controle te Beveren de verklaring ingediend voorzien bij [artikel 1, § 1, 1° KB nr. 14](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-14-artikel-7d01) met betrekking tot de vervreemdingen van gebouwen, de vestigingen van een zakelijk recht op een gebouw en de overdrachten en wederoverdrachten van dergelijk recht overeenkomstig het bepaalde in artikel 8 of in artikel 44 § 3, 1° a tweede streepje of b, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde (stuk 1 van de geïntimeerde); in dit document verklaart onder meer de appellant (vermeld in vak I) dat hij de bedoeling heeft het gebouw (vermeld in vak II) te vervreemden met betaling van de belasting over de toegevoegde waarde;

• aan de koper werd een factuur uitgereikt voor de overdracht van het gebouw uit naam van zowel de appellant als van de BVBA **VDP C.** (stuk 3 van de geïntimeerde);

• ook de appellant heeft, samen met de BVBA **VDP C.**, op 30.9.2002 bij de BTW-controle te Beveren de aangifte ingediend voorzien bij artikel 2 KB 14 voormeld; in vak I van deze aangifte, waarin de vervreemders van het gebouw moeten opgegeven worden, staan zowel de appellant als de BVBA **VDP C.** vermeld.

Er moet dan ook aangenomen worden dat de appellant te beschouwen is als verkoper van het gebouw en gehouden is tot voldoening van de BTW. Door de appellant wordt op geen enkele wijze aangetoond dat hij geen zakelijk recht zou hebben op het verkochte gebouw zoals hij beweert.

Bovendien is de appellant gehouden tot voldoening van de BTW in toepassing van [artikel 51, § 1, 3° BTW-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-51) (vergelijk met artikel 21.1.c van de Zesde Richtlijn 77/388/EG Raad 17.5.1977). Deze bepaling luidt als volgt :

> "
>
> § 1. De belasting is verschuldigd :
>
> …
>
> 3° door eenieder die op een factuur of op een als zodanig geldend stuk de belasting over de toegevoegde waarde vermeldt, zelfs indien hij geen goed heeft geleverd noch een dienst heeft verstrekt (sic !). Hij wordt schuldenaar van de belasting op het tijdstip van het uitreiken van de factuur of het stuk."

Zoals hoger aangehaald werd de factuur met vermelding van de BTW ook in naam van de appellant uitgereikt (zie het stuk 3 van de geïntimeerde). Dit volstaat opdat de appellant schuldenaar zou worden van de BTW (vergelijk met HvJ, nr. [C-141/96](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-141-96-arrest) dd. 17.9.1997, inzake van Finanzamt Osnabrück-Land tegen B. Langhorst, cijfers 25 t/m 29, vindplaats http://curia.europa.eu).

Wat de minnelijke inregelstelling dd. 30.7.2003 met de curator over het faillissement BVBA **VDP C.** betreft (stuk 5 van de geïntimeerde) moet worden opgemerkt dat deze minnelijke inregelstelling enkel betrekking heeft op de door de gefailleerde BVBA **VDP C.** in te dienen periodieke BTW­aangiften (waarbij trouwens werd vastgesteld dat er geen boekhouding meer voorhanden was vanaf het tweede kwartaal 2001), en geen uitstaans heeft met de BTW-schuld uit de verkoop van het onroerend goed waarvan hier sprake en waarvoor specifiek aangifte diende te gebeuren en is gebeurd (zie het stuk 4 van de geïntimeerde), zodat de verwijzing naar deze inregelstelling door de appellant zonder nut is. Dat inregelstelling zou gebeurd zijn met betrekking tot de thans betwiste BTW-schuld bij de minnelijke inregelstelling met de curator blijkt trouwens uit niets.

In zoverre de appellant voorhoudt dat hij gerechtigd is op aftrek van de BTW, behoort het hem dit te bewijzen, wat hij niet doet.

### Beschikkend gedeelte

**OP DIE GRONDEN,**

**HET HOF**, rechtdoende op **tegenspraak**,

Gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen;

Ontvangt het hoger beroep doch verklaart het ongegrond;

Bevestigt het bestreden vonnis;

Veroordeelt de appellant tot de kosten van het hoger beroep, en begroot deze kosten als volgt :

• aan de zijde van de appellant : op … EUR rechtsplegingsvergoeding hoger beroep;

• aan de zijde van de geïntimeerde : op … EUR rechtsplegingsvergoeding hoger beroep.

Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting van het Hof van beroep te Gent, vijfde kamer bis, recht doende in fiscale zaken, op **VIJFTIEN JUNI TWEEDUIZEND EN TIEN**.

Aanwezig de Heren :

**G. T.**, Raadsheer, waarnemend voorzitter, alleenrechtsprekend,

**M. V.**, griffier.

**M. V.** **G. T.**

## Aangehaalde teksten

4

[WBTW art. 91](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-91) 2 voorkomens

[KB nr. 14 art. 1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-14-artikel-7d01) 1 voorkomen

[WBTW art. 51](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-51) 1 voorkomen

[C-141/96, arrest van 17 september 1997](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-141-96-arrest) 1 voorkomen

## Vergelijkbare beslissingen

8

[Recht op aftrek, Facturen van onderaannemers, Verplichte vermeldingen](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-facturen-onderaannemers-verplichte-rechtbank-bergen-2019-04-09-0896) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Overschrijding drempel IC-verwervingen, afstand van verlopen tijd van verjaring](https://juriel.be/nl/rechtspraak/overschrijding-drempel-ic-verwervingen-afstand-cassatie-all-cassation-2022-11-25-125b) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Toevallige belastingplichtige, Geldboete, Intresten, Aangifte, fiscale boete, Btw-aangifte](https://juriel.be/nl/rechtspraak/toevallige-belastingplichtige-geldboete-intresten-aangifte-hof-van-beroep-brussel-2021-09-08-56c5) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Recht op aftrek, Paarden, Verlegging van de heffing](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-paarden-verlegging-heffing-hof-van-beroep-antwerpen-2022-01-18-cf20) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Diensten van verhuur, Verhuur vervoermiddelen, Plaats van de dienst](https://juriel.be/nl/rechtspraak/diensten-verhuur-vervoermiddelen-plaats-dienst-hof-van-beroep-brussel-2021-05-19-ff06) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Zetel van economische activiteit, strafrechtelijk gewijsde, misbruik](https://juriel.be/nl/rechtspraak/zetel-economische-activiteit-strafrechtelijk-gewijsde-hof-van-beroep-gent-2024-01-09-000e) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Zetel van economische activiteit, strafrechtelijk gewijsde, misbruik](https://juriel.be/nl/rechtspraak/zetel-economische-activiteit-strafrechtelijk-gewijsde-hof-van-beroep-gent-2024-01-09-351c) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Doelgebondenheid, Plaats van vestiging, Neutraliteitsbeginsel, plaats van de dienst](https://juriel.be/nl/rechtspraak/doelgebondenheid-plaats-vestiging-neutraliteitsbeginsel-hof-van-beroep-brussel-2026-05-13-36ee) 2 gemeenschappelijke bepalingen
