---
title: "29 september 2009 · Vrijstelling, andere vrijstelling · Hof van beroep te Gent"
description: "Vrijstelling, andere vrijstelling, strafbepaling, administratieve geldboete, vervolging, geding. Hof van beroep te Gent (België), 29 september 2009."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak/vrijstelling-andere-strafbepaling-administratieve-geldboete-hof-van-beroep-gent-2009-09-29-427b"
lang: "nl"
---

# Vrijstelling, andere vrijstelling, strafbepaling, administratieve geldboete, vervolging, geding · Belasting over de toegevoegde waarde

**Rechtscollege**

Hof van beroep

**Zetel**

Gent

**Datum**

29 september 2009

## Procesverloop

2 stappen · 1 jaar 5 maanden

1. Weergegeven beslissing Hof van beroep te Gent 29.09.2009
2. [Beslissing in cassatie Hof van Cassatie van België 11.03.2011](https://juriel.be/nl/rechtspraak/administratieve-sancties-repressief-karakter-wettelijkheid-cassatie-brussel-2011-03-11-3512)

## Over het document

**Verzameling**

Belgische rechtspraak

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

135 paragrafen

### Fiche van de FOD Financiën

Arrest van het Hof van beroep te Gent d.d. 29.09.2009

Samenvatting niet beschikbaar

**Tekst van het arrest**

### Tekst van de beslissing

**Hof van beroep te Gent - 59 kamer**

Nr. **2008/AR/1745**

in de zaak van :

**DE BELGISCHE STAAT**, Federale Overheidsdienst Financiën, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën, Wetstraat 12 te 1000 BRUSSEL, in de persoon van :

\- de e.a. inspecteur van het BTW-Ontvangkantoor te Brugge, wiens kantoren gevestigd zijn te 8000 BRUGGE, G. Vincke-Dujardinstraat 4,

\- de e.a. Inspecteur van het derde BTW-Controlekantoor te Brugge, wiens kantoren gevestigd zijn te 8000 BRUGGE, G. Vincke-Dujardinstraat 4,

**appellant,**

ter terechtzitting vertegenwoordigd door …, …, …

**tegen :**

**B.** NV, met maatschappelijke zetel te …, …; ingeschreven in de kruispuntbank van ondernemingen onder het nummer …,

**geïntimeerde,**

ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. **V. F.**, advocaat te …, …

spreekt het Hof het volgend arrest uit :

**1.**

**a.**

Bij fiscaal verzoekschrift neergelegd ter griffie van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Brugge op 26.1.2005 bestreed de geïntimeerde het dwangbevel (RCN nr. …) uitgevaardigd door **D. L. B.**, e.a. inspecteur a.i. van het BTW-ontvangkantoor te Brugge. G. Vincke-Dujardinstraat 4, op 26.11.2004, geviseerd en uitvoerbaar verklaard door **R. L.**, wnd. gewestelijk directeur van de belasting over de toegevoegde waarde, te Brugge op 8.12.2004.

In dit dwangbevel werd opgenomen als schuld ten laste van de geïntimeerde : een bedrag van … EUR aan BTW + … EUR als geldboete krachtens artikel 70, par. 1 en 70 par. 2 van het BTW-wetboek, hetzij samen … EUR, meer de intrest van 0,80 % per maand vertraging te rekenen over de verschuldigde BTW vanaf 21.1.2003, de moratoire intrest over de nog verschuldigde geldboete die loopt vanaf de kennisgeving/betekening van het dwangbevel, ingevolge [artikel 91, § 4 BTW-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-91), en de vervolgingskosten.

De door de administratie gecontroleerde periode waarop deze schuld betrekking heeft, liep van 1.1.2001 tot 31.12.2002 (zie het stuk 1 van de appellant, eerste blad).

Voor de eerste rechter vorderde de geïntimeerde dat het dwangbevel nietig, minstens onwettelijk of ongegrond zou worden verklaard en zou worden gezegd voor recht dat het dwangbevel en de kennisgeving ervan geen gevolg mogen hebben. Verder werd door de geïntimeerde gevorderd dat de terugbetaling zou worden bevolen van alle eventueel ingehouden sommen, verhoogd met de intresten. De geïntimeerde vorderde dat aldus zou worden beslist desnoods na het stellen van de volgende prejudiciële vraag aan het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen :

"

Is artikel 1, § 2, tweede lid, 1° tot 13° van het KB/WBTW nr. 1 dat de ontheffing om een factuur uit te reiken wanneer een BTW-belastingplichtige goederen levert of diensten verstrekt aan natuurlijke personen die ze bestemmen voor hun privé-gebruik, niet van toepassing verklaart op de hierna vermelde handelingen :

1° de leveringen :

\- van voor personen- of goederenvervoer bestemde nieuwe of tweedehandse landvoertuigen, voorzien van een motor met een cilinderinhoud van meer dan 48 kubieke centimeter of met een vermogen van meer dan 7,2 kilowatt, alsmede hun aanhangwagens, met inbegrip van de auto's voor dubbel gebruik en de kampeerwagens;

\- van jachten en plezierboten;

\- van vliegtuigen, watervliegtuigen, hefschroefvliegtuigen, zweefvliegtuigen, vrije of bestuurbare luchtballons en andere dergelijke luchtvaartuigen, ongeacht of ze zwaarder of lichter zijn dan de lucht, met of zonder motor;

2° de leveringen van gebouwen en de vestigingen de overdrachten en de wederoverdrachten van zakelijke rechten die niet overeenkomstig artikel 44, § 3, 1°van het Wetboek van de belasting zijn vrijgesteld;

3° de in artikel 20, § 2 van dit besluit vermelde handelingen;

4° de leveringen van goederen en de diensten bestemd voor de oprichting van een nieuw gebouw bedoeld in [artikel 64, § 4](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-64) van het Wetboek;

5° de verkopen op afbetaling en de huurkopen;

6° de leveringen die betrekking hebben op goederen die, gelet op de aard ervan de wijze waarop zij worden aangeboden, de verkochte hoeveelheden of de toegepaste prijzen, kennelijk bestemd zijn voor een economisch gebruik, alsook de leveringen van goederen van de soort waarin de verkrijger handel drijft of die hij normaal bestemt voor de uitoefening van zijn economische activiteit;

7° de leveringen verricht in inrichtingen of op plaatsen die normaal niet toegankelijk zijn voor particulieren;

8° de leveringen verricht voor voortbrengers of grossierbedrijven;

9° de leveringen van onderdelen, toebehoren en uitrustingsstukken voor de onder 1° vermelde goederen. alsook de werken. het wassen uitgezonderd, verricht aan deze goederen, met inbegrip van de levering van de goederen die worden verbruikt voor de uitvoering van deze werken, wanneer de prijs, met inbegrip van de belasting over de toegevoegde waarde, meer bedraagt dan … EUR;

10° de verrichtingen van verhuizing of meubelbewaring en de bij die handelingen behorende prestaties;

11° de in [artikel 15, §§ 4 en 5](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-15), van het Wetboek bedoelde leveringen van goederen;

12° de in [artikel 42, § 3, 10](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-42) tot [60](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-60), van het wetboek bedoelde leveringen van goederen en diensten;

13° leveringen van beleggingsgoud, gedefinieerd in [artikel 1, § 8](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-1), van het Wetboek, waarvan het bedrag meer dan … EUR bedraagt, waaronder het beleggingsgoud dat belichaamd is in certificaten voor toegewezen of niet toegewezen goud of dat verhandeld wordt op goudrekeningen, en waaronder, in het bijzonder, goudleningen en swaps, die een eigendoms- of vorderingsrecht op beleggingsgoud belichamen, evenals voor handelingen betreffende beleggingsgoud bestaande in future- en termijncontracten die leiden tot de overdracht van een eigendoms- of vorderingsrecht met betrekking tot beleggingsgoud;

een van de zesde richtlijn nr. 77/388/EEG van de raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der lidstaten inzake omzetbelasting - gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde : uniforme grondslag, afwijkende maatregel ter voorkoming van bepaalde vormen van belastingfraude of -ontwijking is, waarvan de Commissie, overeenkomstig artikel 27.2 van de hoger genoemde zesde richtlijn, op de hoogte moest worden gesteld, waarvoor aan de Commissie de nodige beoordelingsgegevens moesten worden verschaft en die conform artikel 27.1 van de vermelde zesde richtlijn maar toegepast mag worden op voorstel van de commissie en mits eenparigheid van stemmen van elke lidstaat ?".

**b.**

Bij fiscaal verzoekschrift neergelegd ter griffie van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Brugge op 26.2.2007 bestreed de geïntimeerde het dwangbevel (RCN nr. …) uitgevaardigd door **D. L. B.**, e.a. inspecteur a.i. van het BTW-ontvangkantoor te Brugge, G. Vincke-Dujardinstraat 4, op 11.12.2006, geviseerd en uitvoerbaar verklaard door **A. C.**, eerstaanwezend inspecteur ad interim van het 3e BTW-controlekantoor van Brugge, aangewezen door de gewestelijke directeur van de belasting over de toegevoegde waarde, te Brugge op 13.12.2006.

In dit dwangbevel werd opgenomen als schuld ten laste van de geïntimeerde : een bedrag van … EUR als geldboete krachtens artikel 70, par. 2 van het BTW-wetboek, meer de moratoire intrest over de nog verschuldigde geldboete die loopt vanaf de kennisgeving/betekening van het dwangbevel, ingevolge [artikel 91, § 4 BTW-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-91), en de vervolgingskosten.

De door de administratie gecontroleerde periode waarop deze schuld betrekking heeft liep van 1.1.2003 tot 31.12.2003 (zie het stuk 11 van de appellant, eerste blad).

Voor de eerste rechter vorderde de geïntimeerde dat het dwangbevel nietig, minstens onwettelijk of ongegrond zou worden verklaard en zou worden gezegd voor recht dat het dwangbevel en de kennisgeving ervan geen gevolg mogen hebben. Verder werd door de geïntimeerde gevorderd dat de terugbetaling zou worden bevolen van alle eventueel ingehouden sommen, verhoogd met de intresten. De geïntimeerde vorderde dat aldus zou worden beslist desnoods na het stellen van dezelfde prejudiciële vraag aan het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen als hoger aangehaald.

**c.**

Bij vonnis van 29.4.2008 van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Brugge, vierde kamer, werden de beide hoger vermelde zaken samengevoegd en werden de vorderingen ontvankelijk en gedeeltelijk gegrond verklaard. Voor recht werd gezegd dat het dwangbevel uitgevaardigd op 26.11.2004 ongegrond is voor het gedeelte van de administratieve boete dat een bedrag van … EUR overtreft. Eveneens werd voor recht gezegd dat het dwangbevel uitgevaardigd op 11.12.2006 ongegrond is voor het gedeelte van de administratieve boete dat een bedrag van … EUR overtreft. Het bestreden vonnis beveelt verder de appellant om over te gaan tot terugbetaling aan de geïntimeerde van elk bedrag dat werd geïnd boven het gedeelte van de genoemde dwangbevelen dat gegrond werd bevonden, te vermeerderen met de verwijlintrest aan de wettelijke rentevoet vanaf de inning of de inhouding, daarin begrepen zijnde de gerechtelijke rente vanaf de datum dagvaarding tot op datum van volledige betaling. Elk van de partijen werd verwezen in de eigen gerechtskosten.

**d.**

Bij verzoekschrift neergelegd ter griffie van het Hof van Beroep te Gent op 2.7.2008 heeft de appellant hoger beroep ingesteld tegen het vermelde vonnis.

Het blijkt niet dat het bestreden vonnis werd betekend of dat de appellant er in zou hebben berust.

Het hoger beroep is tijdig en regelmatig.

Het hoger beroep strekt ertoe het bestreden vonnis te horen tenietdoen en de oorspronkelijke vordering van de geïntimeerde ongegrond te horen verklaren.

Bij conclusie neergelegd ter griffie van het Hof van Beroep te Gent op 30.12.2008 heeft de geïntimeerde incidenteel beroep ingesteld tegen het vermelde vonnis.

Dit hoger beroep strekt ertoe de bestreden dwangbevelen nietig, minstens onwettelijk of ongegrond te horen verklaren en te horen zeggen voor recht dat ze geen enkel gevolg mogen hebben, tevens de terugbetaling te horen bevelen van alle eventueel ingehouden sommen, verhoogd met de intresten.

**2.** Een deel van de opgelegde boete in het dwangbevel uitgevaardigd op 26.11.2004 en de opgelegde boete in het dwangbevel van 11.12.2006 hebben betrekking op overtredingen die erin bestaan dat de geïntimeerde, voor haar economische activiteit van groothandel in horecabenodigdheden, facturen niet opstelde en uitreikte, zoals voorzien bij [artikel 1 van het KB nr. 1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-1-artikel-a7a5) van 29.12.1992 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde. Deze boeten bedragen (vóór afronding) … EUR (proces-verbaal bij het dwangbevel uitgevaardigd op 26.11.2004 – stukken 5 en 1 van de appellant) en (na afronding) … EUR (proces-verbaal bijlage bij het dwangbevel uitgevaardigd op 11.12.2006, stukken 15 en 11 van de appellant).

[Artikel 1, § 1 van het KB nr. 1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-1-artikel-a7a5) voorziet in een algeméne verplichting voor de belastingplichtige om een factuur aan zijn medecontractant uit te reiken. [Artikel 1, § 2 eerste lid van het KB nr. 1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-1-artikel-a7a5) voorziet in een uitzondering op deze verplichting nl. wanneer de belastingplichtige goederen levert of diensten verstrekt aan natuurlijke personen die ze bestemmen voor hun privé-gebruik. Op deze uitzondering wordt dan in [artikel 1, § 2 tweede lid KB nr. 1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-1-artikel-a7a5) uitzondering gemaakt, waar wordt gesteld dat deze ontheffing niet van toepassing is op de aldaar opgesomde handelingen (zie voor deze opsomming de hoger aangehaalde prejudiciële vraag).

De geïntimeerde stelt dat artikel 1, § 2 tweede lid 1° tot 13° van bet KB nr. 1 een veralgemeende verplichting tot het uitreiken van facturen uitwerkt en dit een schending uitmaakt van de artikelen 22.3 en 27 van de Zesde Richtlijn nr. 77/388/EEG Raad 17.5.1977.

Te dezen zijn nochtans enkel de cijfers 6° tot en met 8° van [artikel 1, § 2 tweede lid KB nr. 1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-1-artikel-a7a5) van toepassing. Deze bepalingen voorzien in de verplichting om facturen uit te reiken voor :

> "
>
> 6° de leveringen die betrekking hebben op goederen die, gelet op de aard ervan de wijze waarop zij worden aangeboden, de verkochte hoeveelheden of de toegepaste prijzen, kennelijk bestemd zijn voor een economisch gebruik, alsook de leveringen van goederen van de soort waarin de verkrijger handel drijft of die hij normaal bestemt voor de uitoefening van zijn economische activiteit;
>
> 7° de leveringen verricht in inrichtingen of op plaatsen die normaal niet toegankelijk zijn voor particulieren;
>
> 8° de leveringen verricht voor voortbrengers of grossierbedrijven;"

Tegen de geïntimeerde wordt immers ingebracht door de administratie :

\- dat de geïntimeerde te Brugge over geen inrichting voor verkoop in het klein beschikt;

\- dat de geïntimeerde als groothandel altijd een factuur dient uit te reiken.

Artikel 22.3 Zesde Richtlijn voorziet in het uitreiken van een factuur voor goederen geleverd aan, of diensten verricht voor een andere belastingplichtige of voor een niet-belastingplichtige rechtspersoon. Op grond daarvan acht de geïntimeerde artikel 1, § 2 tweede lid, 1° t/m 13° van het KB nr. 1 strijdig met artikel 22.3 van de Zesde Richtlijn en verdedigt zij de stelling dat deze laatste bepaling maar rechtsgeldig tot stand had kunnen gebracht worden mits de procedure voorzien bij artikel 27.1 Zesde Richtlijn (machtiging tot het treffen van afwijkende maatregelen) was gevolgd, wat niet het geval is.

Artikel 27.1 van de Zesde Richtlijn bepaalt dat de Raad op voorstel van de Commissie met eenparigheid·van stemmen elke Lidstaat kan machtigen bijzondere, van de bepalingen van de richtlijn afwijkende maatregelen te treffen teneinde de belastingheffing te vereenvoudigen of bepaalde vormen van belastingfraude of ontwijking te voorkomen. Dezelfde bepaling voorziet dat de maatregelen tot vereenvoudiging van de belastingheffing geen noemenswaardige invloed mogen hebben op het belastingbedrag dat verschuldigd is in het stadium van het eindverbruik.

Artikel 22.8 van de Zesde Richtlijn voorziet dat de Lidstaten, onder voorbehoud van gelijke behandeling van door belastingplichtigen verrichte handelingen en handelingen tussen de Lidstaten, andere verplichtingen kunnen voorschrijven die zij noodzakelijk achten ter waarborging van de juiste heffing van de belasting en ter voorkoming van fraude mits deze verplichtingen in het handelsverkeer tussen de Lidstaten geen aanleiding geven tot formaliteiten in verband met het overschrijden van een grens.

Artikel 22.8 van de Zesde Richtlijn is een bijzondere bepaling, die beperkt is tot het specifieke domein van de verplichtingen van de belastingplichtigen en die enkel betrekking heeft op de mogelijkheid voor de Lid-Staten om andere verplichtingen voor te schrijven dan die welke in de richtlijn zijn voorzien (HvJ, 14.7.1988, 123 en 330/87, inzake van L. Jeunehomme, en Société anonyme d' étude et de gestion immobilière "EGI" en Belgische Staat, cijfer 15; HvJ, d.d. 11.5.2006, zaak [C-384/04](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-384-04-arrest), inzake van Commissioners of Customs & Excise, Attorney General tegen Federation of TechnologicaI Industries, e.a., cijfer 42; beide met vindplaats http://curia.europa.eu). Artikel 22.8 van de Zesde Richtlijn laat, anders dan voorgehouden door de geïntimeerde, juist toe om andere verplichtingen op te leggen dan deze voorzien in de eraan voorafgaande paragrafen van artikel 22, en dus ook dan die voorzien bij artikel 22.3 van de Zesde Richtlijn (HvJ, d.d. 11.5.2006, zaak [C-384/04](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-384-04-arrest), inzake van Commissioners of Customs & Excise, Attomey General tegen Federation of Technological Industries e.a., cijfer 43, vindplaats http://curia.euopa.eu).

Er kan geen twijfel over bestaan dat de verplichting tot uitreiken van een factuur door de belastingplichtigen in de gevallen voorzien bij artikel 1, § 2 tweede lid, 6° t/m 8° van het KB nr. 1 andere verplichtingen zijn dan voorgeschreven in de Zesde Richtlijn en erop gericht zijn de juiste heffing van de belasting te waarborgen en fraude te voorkomen. Door deze verplichting worden aan de administratie controlemaatregelen verschaft die haar toelaten deze doeleinden beter te verwezenlijken.

Het betreft hier geen afwijkende maatregelen zoals bedoeld bij artikel 27.1 van de Zesde Richtlijn, zodat deze laatste bepaling niet van toepassing is (zie bvb. voor een andere toepassing HvJ, d.d. 15.1.2009, zaak [C-502/07](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-502-07-arrest), inzake van K-1 sp. Zoo tegen Dyrektor Izby Skarbowej w Bydgoszczy ,cijfers 20 en 23).

In acht genomen hetgeen voorafgaat kan er redelijkerwijs geen twijfel bestaan dat het hier toepasselijke artikel 1, § 2 tweede lid, 6° t/m 8° van het KB nr. 1 niet strijdig is met de Zesde Richtlijn, zodat de door de geïntimeerde voorgestelde prejudiciële vraag niet moet worden gesteld.

**3.** De geïntimeerde voert aan dat in het verleden ten aanzien van haar of van de vroegere uitbater nooit bemerkingen werden geformuleerd door de fiscale administratie met betrekking tot de door de geïntimeerde gehanteerde werkwijze. Volgens de geïntimeerde heeft de administratie hiermee het vertrouwen gewekt dat de administratie met de handelwijze van de geïntimeerde akkoord ging. Steeds volgens de geïntimeerde vermocht de appellant hierop niet terug te komen en heeft hij zodoende het vertrouwensbeginsel, algemeen beginsel van behoorlijk bestuur, geschonden.

Deze stelling van de geïntimeerde zou tot gevolg hebben dat een wettelijke bepaling die het uitreiken van facturen duidelijk voorschrijft (hier [artikel 1 KB nr. 1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-1-artikel-a7a5)) niet meer zou kunnen toegepast worden omdat de administratie in het verleden niet opgetreden is tegen de miskenning van deze bepaling. De stelling van de geïntimeerde kan niet gevolgd worden. De vraag of facturen moesten uitgereikt worden of niet, betreft ontegensprekelijk het recht en niet de feiten. De beginselen van behoorlijk bestuur kunnen niet ingeroepen worden tegen de fiscale wetsbepaling van artikel1I van het KB nr. 1 in (vergelijk met Cass. 14.6.2002, Pas. 2002, nr. 360 p. 1359 en Cass. 30.5.2008, roInr. F.06.0083.F, http://jure.juridat.just.fgov.be).

Er dient dan ook niet verder onderzocht of de administratie het door de geïntimeerde beoogde vertrouwen zou hebben gewekt en geschonden.

**4.** Aan de geïntimeerde werden volgende boeten opgelegd :

dwangbevel uitgevaardigd op 26.11.2004/proces-verbaal van 10.11.2004

• wegens niet uitreiken van facturen : …. EUR

• wegens vergissingen in de tarieven : … EUR

• wegens het niet boeken van uitgaande facturen : … EUR

• wegens vermelden van een ongeldig BTW-nummer op

een factuur voor intracommunautaire levering : … EUR

Totaal : … EUR

Afgerond : … EUR

De geldboete wegens niet uitreiken van facturen werd in een eerste fase vastgelegd op 200 % van de belasting in toepassing van [artikel 70, § 2 BTW-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-70), en vervolgens verminderd met toepassing van het KB nr. 41 d.d. 30.1.1987 tot vaststelling van het bedrag van de proportionele fiscale geldboeten op het stuk van de belasting over de toegevoegde waarde, nl. tabel C van de bijlage, cijfer I.1 ([artikel 1, eerste lid, 3° van het KB nr. 41](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-41-januari-vaststelling-bedrag-proportionele-fiscale-d48c#ar41-art1)). Aldus werd uiteindelijk een geldboete van 60 % van de belasting opgelegd.

Voor de vergissingen in de tarieven werd een boete van 5 % van de belasting vastgesteld.

Voor de niet-geboekte uitgaande facturen werd een boete van 10 % van de belasting vastgesteld.

Voor de vermelding van een ongeldig BTW-nummer werd een boete van 10 % van de belasting vastgesteld.

dwangbevel uitgevaardigd op 11.12.2006/proces-verbaal van 26.9.2006

• wegens niet uitreiken van facturen : … EUR

• wegens onjuiste vermeldingen op facturen : … EUR

Totaal : … EUR

Afgerond : … EUR

De geldboete wegens niet uitreiken van facturen werd vastgesteld op dezelfde wijze als deze hoger vermeld, nl. 60 % van de belasting in toepassing van de artikelen [70, § 2](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-70) BTW-wetboek, 1, 3° KB nr. 41 en tabel C van de bijlage bij dit KB cijfer I.1.

De geldboete wegens onjuiste vermeldingen op een aantal facturen wat betreft de naam en het adres van de bij de belastbare handelingen betrokken partijen, werd vastgesteld op 100 % van de belasting, in toepassing van [artikel 70, § 2 BTW-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-70), 1.3° KB nr. 41, en cijfer II van tabel C van de bijlage bij dit KB.

De opgelegde administratieve boeten zijn te beschouwen als fiscale sancties met strafrechtelijk karakter in de zin van artikel 6 EVRM. Zij worden opgelegd zonder onderscheid aan eenieder die belastingplichtige is, en strekken ertoe zowel de belastingplichtige aan te zetten zijn verplichtingen na te komen om de geldboete te vermijden als het niet nakomen van zijn verplichtingen te bestraffen om herhaling van deze inbreuken te voorkomen.

De hierboven vermelde bepalingen met betrekking tot de boeten werden correct toegepast.

De belastingplichtige kan evenwel door de rechter laten nagaan of er omstandigheden bestaan die verantwoorden dat de administratieve geldboete wordt verminderd tot onder het door de wet bepaalde tarief. De rechter aan wie gevraagd wordt een opgelegde administratieve sanctie met een repressief karakter te toetsen, heeft de volle rechtsmacht om na te gaan of die beslissing in feite en in rechte verantwoord is en of zij alle beginselen naleeft die de administratie in acht moet nemen, waaronder het evenredigheidsbeginsel (Cass. 12.12.2008, rolnummer [F.06.0111.N](https://juriel.be/nl/rechtspraak/dwangbevel-verzet-strafrechtelijke-vervolging-opschorting-cassatie-brussel-2008-12-16d2), http://jure.juridat.just.fgov.be). Dit houdt echter niet in dat de rechter op grond van een subjectieve appreciatie van wat hij redelijk acht, om loutere redenen van opportuniteit en tegen wettelijke regels in, boeten kan kwijtschelden of verminderen (Cass. 13.2.2009, rolnummer [F.06.0108.N](https://juriel.be/nl/rechtspraak/fiscale-boete-vermindering-boetes-kwijtschelding-cassatie-brussel-2009-02-13-05d6), http://jure.juridat.just.fgov.be).

Wat het niet uitreiken van de facturen betreft bestaat de overtreding van de geïntimeerde er in dat zij door het niet uitreiken van facturen eventuele fraude door haar klanten heeft vergemakkelijkt, zonder zelf BTW te ontduiken en een fiscaal voordeel te genieten, waarbij moet aangenomen worden dat zij handelde onder druk van de concurrentie. Het is immers aanneembaar dat de kans groot is dat een belangrijk aantal klanten weg zal blijven, of niet bij de geïntimeerde zal komen en zich zal gaan bevoorraden bij concurrerende handelaars (zoals bvb. grootwarenhuizen, zie stuk 8 van de appellant, of andere grossiers die op een vergelijkbare wijze werken) die handelen op een wijze die controle van deze klanten niet mogelijk maakt, wanneer de geïntimeerde aan die klanten controleerbaarheid oplegt door het uitreiken van facturen.

Dit in acht genomen zijn de opgelegde boeten voor het niet uitreiken van facturen onevenredig met de begane inbreuk, en dienen zij herleid te worden tot respectievelijk … EUR (in plaats van … EUR) en … EUR (in plaats van … EUR).

Wat de overige opgelegde boeten betreft, kan dergelijke onevenredigheid niet worden vastgesteld.

Aldus is aan boeten verschuldigd door de geïntimeerde :

dwangbevel uitgevaardigd op 26.11.2004/proces-verbaal van 10.11.2004

• wegens niet uitreiken van facturen : … EUR

• wegens vergissingen in de tarieven : … EUR

• wegens het niet boeken van uitgaande facturen : … EUR

• wegens vermelden van een ongeldig BTW-nummer op een

factuur voor intracommunautaire levering : … EUR

Totaal : … EUR

Afgerond : … EUR

dwangbevel uitgevaardigd op 11.12.2006/proces-verbaal van 26.9.2006

• wegens niet uitreiken van facturen : … EUR

• wegens onjuiste vermeldingen op facturen : … EUR

Totaal : … EUR

Afgerond : … EUR

### Beschikkend gedeelte

**OP DEZE GRONDEN,**

**HET HOF**, rechtdoende op **tegenspraak**,

Gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken;

Ontvangt het hoger beroep en het incidenteel beroep en verklaart beide deels gegrond;

Vernietigt het bestreden vonnis, behoudens waar het de oorspronkelijke vorderingen van de geïntimeerde ontvankelijk verklaart;

Opnieuw wijzende,

Verklaart de oorspronkelijke vorderingen van de geïntimeerde deels gegrond;

Vernietigt het dwangbevel (RCIV nr. …) uitgevaardigd door **D. L. B.**, e.a. inspecteur a.i. van het BTW-ontvangkantoor te Brugge, G. Vincke-Dujardinstraat 4, op 26.11.2004, geviseerd en uitvoerbaar verklaard door **R. L.**, wnd. gewestelijk directeur van de belasting over de toegevoegde waarde, te Brugge op 8.12.2004, in de mate waarin een hogere boete in dit dwangbevel is opgenomen dan aangegeven onder punt 4 hoger met betrekking tot dit dwangbevel;

Vernietigt het dwangbevel (RCIV nr. …) uitgevaardigd door **D. L. B.**, e.a. inspecteur a.i. van het BTW-ontvangkantoor te Brugge, G. Vincke-Dujardinstraat 4, op 11.12.2006, geviseerd en uitvoerbaar verklaard door **A. C.**, eerstaanwezend inspecteur ad interim van het 3e BTW-controlekantoor van Brugge, aangewezen door de gewestelijke directeur van de belasting over de toegevoegde waarde, te Brugge op 13.12.2006, in de mate waarin een hogere boete in dit dwangbevel is opgenomen dan aangegeven onder punt 4 hoger met betrekking tot dit dwangbevel;

Beveelt de teruggave van de eventueel op basis van de vermelde dwangbevelen teveel ingehouden sommen, meer de wettelijk voorziene intresten;

Veroordeelt de appellant tot de helft en de geïntimeerde tot de andere helft van de kosten van de beide aanleggen, en begroot deze kosten in hun geheel als volgt :

• aan de zijde van de appellant : op … EUR rechtsplegingsvergoeding hoger beroep;

• aan de zijde van de geïntimeerde : op … EUR rechtsplegingsvergoeding eerste aanleg + … EUR rechtsplegingsvergoeding hoger beroep, hetzij in totaal … EUR.

Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting van het Hof van beroep te Gent, vijfde kamer, recht doende in fiscale zaken, op **NEGENENTWINTIG SEPTEMBER TWEEDUIZEND EN NEGEN**.

Aanwezig de Heren :

**A. D. M.**, Kamervoorzitter, Voorzitter,

**G. T.** en **D. V.**, Raadsheren,

**M. V.**, griffier.

**M. V.** **D. V.** **G. T.** **A. D. M.**

## Aangehaalde teksten

11

[KB nr. 1 art. 1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-1-artikel-a7a5) 6 voorkomens

[WBTW art. 70](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-70) 3 voorkomens

[WBTW art. 91](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-91) 2 voorkomens

[KB nr. 41 art. 1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-41-januari-vaststelling-bedrag-proportionele-fiscale-d48c) 1 voorkomen

[WBTW art. 1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-1) 1 voorkomen

[WBTW art. 15](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-15) 1 voorkomen

[WBTW art. 42](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-42) 1 voorkomen

[WBTW art. 60](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-60) 1 voorkomen

[WBTW art. 64](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-64) 1 voorkomen

[C-384/04, arrest van 11 mei 2006](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-384-04-arrest) 2 voorkomens

[C-502/07, arrest van 15 januari 2009](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-502-07-arrest) 1 voorkomen

## Vergelijkbare beslissingen

8

[Zetel van economische activiteit, strafrechtelijk gewijsde, misbruik](https://juriel.be/nl/rechtspraak/zetel-economische-activiteit-strafrechtelijk-gewijsde-hof-van-beroep-gent-2024-01-09-351c) 5 gemeenschappelijke bepalingen

[Proces-verbaal, Willekeur, Motivering, Omzetberekening](https://juriel.be/nl/rechtspraak/proces-verbaal-willekeur-motivering-omzetberekening-rechtbank-leuven-2022-02-18-6859) 4 gemeenschappelijke bepalingen

[Horecasector, Geregistreerd Kassasysteem, Wedersamenstelling van het omzetcijfer](https://juriel.be/nl/rechtspraak/horecasector-geregistreerd-kassasysteem-wedersamenstelling-omzetcijfer-rechtbank-2020-05-13-cfbf) 4 gemeenschappelijke bepalingen

[Zetel van economische activiteit, strafrechtelijk gewijsde, misbruik](https://juriel.be/nl/rechtspraak/zetel-economische-activiteit-strafrechtelijk-gewijsde-hof-van-beroep-gent-2024-01-09-000e) 4 gemeenschappelijke bepalingen

[Proportionele fiscale geldboeten, Administratieve sancties met een repressief karakter](https://juriel.be/nl/rechtspraak/proportionele-fiscale-geldboeten-administratieve-sancties-cassatie-brussel-2020-03-13-e05f) 4 gemeenschappelijke bepalingen

[Strafbepaling, administratieve geldboete, vervolging, geding, rechten en voorrechten schatkist](https://juriel.be/nl/rechtspraak/strafbepaling-administratieve-geldboete-vervolging-geding-hof-van-beroep-gent-2005-02-10-abe8) 4 gemeenschappelijke bepalingen

[Strafbepaling ; administratieve geldboete ; vervolging ; geding ; rechten en voorrechten](https://juriel.be/nl/rechtspraak/strafbepaling-administratieve-geldboete-vervolging-geding-hof-van-beroep-gent-2005-05-10-d1cb) 4 gemeenschappelijke bepalingen

[Bewijskracht boekhouding, Verwerpen boekhouding, Dagontvangstenboek, Herberekening omzet, Bewaarplicht, aangifteplicht](https://juriel.be/nl/rechtspraak/bewijskracht-boekhouding-verwerpen-dagontvangstenboek-hof-van-beroep-gent-2013-12-24-eb5e) 4 gemeenschappelijke bepalingen
