Vrijstelling, andere vrijstelling · Belgische rechtspraak

Naar de tekst
Juriel

Rechtbank van eerste aanleg Antwerpen 29 juni 2012

Zoeken

Vrijstelling, andere vrijstellingBelasting over de toegevoegde waarde

https://juriel.be/nl/rechtspraak/vrijstelling-andere-rechtbank-antwerpen-2012-06-29-7957

Rechtscollege
Rechtbank van eerste aanleg
Zetel
Antwerpen
Datum
29 juni 2012

Over het document

Verzameling
Belgische rechtspraak
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

47 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Antwerpen d.d. 29.06.2012

Samenvatting niet beschikbaar

Tekst van het vonnis

Tekst van de beslissing

V O N N I S gewezen en uitgesproken in het gerechtsgebouw te Antwerpen, op negenentwintig juni tweeduizend en twaalf in openbare zitting van de 1F kamer van de rechtbank van eerste aanleg van het gerechtelijk arrondissement Antwerpen, al waar zetelden :

P. W., enig rechter,

P. V., griffier.

In zake : A.R. Nr. 12/591/A

D. B. M., wonende te …, …, BTW-belastingplichtige geregistreerd onder het nummer BE …

eisende partij,

verschijnende bij meester W. R., advocaat, kantoorhoudende te …, …

tegen :

DE BELGISCHE STAAT, Federale Overheidsdienst Financiën, Administratie van de Belasting over de Toegevoegde Waarde, Registratie en Domeinen, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën, wiens burelen gevestigd zijn te Brussel, op vervolging en benaarstiging van de Gewestelijk Directeur van de Administratie van de Belasting over de Toegevoegde Waarde, Registratie en Domeinen te Antwerpen in de persoon van de eerstaanwezend inspecteur van het eerste BTW-ontvangkantoor te Antwerpen, met burelen gevestigd te 2000 Antwerpen, Italiëlei 4 bus 4.

verwerende partij,

verschijnende bij de heer K. V. D., in hoedanigheid van eerstaanwezend verificateur verschijnende bij de mevrouw J. V. B., in hoedanigheid van inspecteur.

Gezien de stukken in het dossier der rechtspleging, onder meer :

- het verzoekschrift neergelegd ter griffie op 25 januari 2011,

- de beschikking verleend overeenkomstig artikel 747, § 1 van het Gerechtelijk Wetboek op 25 februari 2011,

- de besluiten van partijen.

Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van talen in gerechtszaken.

Gehoord partijen in hun middelen en gezegden ter zitting van 22 juni 2012.


De vordering strekt ertoe het bestreden proces-verbaal van 22 december 2010 en het bestreden dwangbevel Reg. 127/163, uitgevaardigd op 22 december 2010 en uitvoerbaar verklaard op 23 december 2010, nietig en van nul en generlei waarde te verklaren, te zeggen voor recht dat

- in hoofdorde eiseres recht beeft op de vrijstelling van artikel 44, § 2, 4° W.BTW wegens het verstrekken van onderwijs, meer bepaald beroepsopleiding en - herscholing en derhalve de bedragen opgenomen in het bestreden proces-verbaal van 22 december 2010 niet verschuldigd is aan verweerder,

- in ondergeschikte orde eiseres recht heeft op de vrijstelling van BTW op grond van artikel 44, § 2, 4° W.BTW wegens het verstrekken van diensten die nauw samenhangen met het verstrekken van onderwijs en derhalve de bedragen opgenomen in het bestreden proces-verbaal van 22 december 2010 niet verschuldigd is aan verweerder,

dienvolgens de terugbetaling te bevelen van alle ten onrechte geïnde of betaalde sommen, verhoogd met de moratoire intresten en de kosten van het geding.

Beoordeling

Betreffende de gebrekkige motivering

Het proces-verbaal bevat een duidelijke, volledige en voldoende gedetailleerde motivering zodat het bestreden dwangbevel, waaraan het proces-verbaal werd toegevoegd, dan ook op afdoende wijze werd gemotiveerd.

Het gebrek aan motivering leidt bovendien enkel tot de nietigheid van de administratieve rechtshandeling indien de belangen van de bestuurde daardoor werden geschaad, hetgeen te dezen geenszins het geval is.

Betreffende de ondergeschiktheid ten overstaan van de VZW C.

Het staat ontegensprekelijk vast dat eiseres, op enkele uitzonderingen na, géén lessen of cursussen heeft gegeven zodat er geen sprake is van een veronderstelde ondergeschiktheid.

Bovendien blijkt uit geen enkel objectief element dat er sprake is van ondergeschiktheid.

Betreffende het verstrekken van onderwijs, beroepsopleiding en -herscholing

Andere activiteiten dan het geven van onderwijs in eigenlijke zin kunnen eveneens dergelijke lessen vormen op voorwaarde dat deze activiteiten hoofdzakelijk in het kader van de overdracht van kennis en vaardigheden tussen een leraar of docent en leerlingen of studenten met betrekking tot het school- of universitair onderwijs worden uitgeoefend (H.v.J. 28 januari 2010, F.J.F. 2010/129).

De activiteiten van eiseres met als omschrijving "coördinatie", "coördinatie en begeleiding", "trajectbegeleiding", "forfait openingen-afsluitingen-evaluaties opleidingen", "trajectbegeleiding forfait overname" en "forfait bijwonen infosessie selectiemethode en volgen STAR(R)-training ivm selectiemethodiek'' zijn administratieve, coördinerende en organisatorische activiteiten om de leerkrachten te vergemakkelijken om les te kunnen geven aan een groep cursisten en worden aldus geenszins hoofdzakelijk in het kader van de overdracht van kennis en vaardigheden tussen een leraar en leerlingen met betrekking tot het school- of universitair onderwijs uitgeoefend zodat deze activiteiten geen lessen vormen in de zin van artikel 44, § 2,4° W.BTW.

Het loutere feit, dat eiseres zelf ook les geeft, verandert hieraan niets.

Er is geen sprake van enige strijdigheid met het legaliteits-, rechtszekerheids- en/of gelijkheidsbeginsel.

Betreffende de met het verstrekken van onderwijs nauw samenhangende diensten

Activiteiten kunnen alleen worden aangemerkt als "nauw samenhangend" met het verstrekken van onderwijs wanneer zij daadwerkelijk worden verstrekt als nevenprestatie bij dat onderwijs, dat de hoofdprestatie vormt.

Eiseres verstrekt weliswaar onderwijs, doch dit vormt slechts haar nevenprestatie, terwijl voornoemde activiteiten van eiseres met als omschrijving "coördinatie", "coördinatie en ·begeleiding", "trajectbegeleiding", "forfait openingen-afsluitingen-valuaties opleidingen", "trajectbegeleiding forfait overname" en "forfait bijwonen infosessie selectiemethode en volgen STAR(R)-training ivm selectiemethodiek" haar hoofdprestatie vormen zodat deze hoofdprestatie niet kan worden aangemerkt als "nauw samenhangend" met het verstrekken van onderwijs.

Bijgevolg is de vrijstelling van artikel 44, § 2, 4° W.BTW dan ook niet van toepassing op voornoemde activiteiten.

Beschikkend gedeelte

OM DEZE REDENEN,

DE RECHTBANK,

rechtdoende op tegenspraak,

alle andere en strijdige conclusies verwerpend,

Verklaart de vordering toelaatbaar, doch ongegrond en wijst deze af.

Veroordeelt eiseres tot de kosten van het geding tot op heden door verweerder niet begroot en derhalve door de rechtbank niet vereffend.

P. V. P. W.