Vrijstelling, andere vrijstelling · Belgische rechtspraak

Naar de tekst
Juriel

Rechtbank van eerste aanleg Antwerpen 16 februari 2007

Zoeken

Vrijstelling, andere vrijstellingBelasting over de toegevoegde waarde

https://juriel.be/nl/rechtspraak/vrijstelling-andere-rechtbank-antwerpen-2007-02-16-161c

Rechtscollege
Rechtbank van eerste aanleg
Zetel
Antwerpen
Datum
16 februari 2007

Over het document

Verzameling
Belgische rechtspraak
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

60 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Antwerpen d.d. 16.02.2007

Samenvatting niet beschikbaar

Tekst van het vonnis

Tekst van de beslissing

V O N N I S gewezen en uitgesproken in het gerechtsgebouw te Antwerpen, op zestien februari tweeduizend en zeven in openbare zitting van de 1F kamer van de rechtbank van eerste aanleg van het gerechtelijk arrondissement Antwerpen, al waar zetelden :

P. W., enig rechter,

N. D., griffier.

In zake : A.R. Nr. 05/3704/A

V.Z.W. Y. C. C.,

met BTW-nummer BE …, met maatschappelijke zetel gevestigd te …, ….

EISENDE PARTIJ

- verschijnende bij meester J. S., advocaat, kantoorhoudende te …, ….

tegen :

DE BELGISCHE STAAT,

Federale Overheidsdienst Financiën, Administratie van de Belasting over de Toegevoegde Waarde, Registratie en Domeinen, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën, wiens burelen gevestigd zijn te Brussel, op vervolging en benaarstiging van de Gewestelijk Directeur van de Administratie van de Belasting over de Toegevoegde Waarde, Registratie en Domeinen te Antwerpen in de persoon van de eerstaanwezend inspecteur van het tweede BTW-ontvangkantoor te Antwerpen, met burelen gevestigd te 2000 Antwerpen, Italiëlei 4 bus 4.

VERWERENDE PARTIJ

- verschijnende bij meester A. v. L. d. J., advocaat, kantoorhoudende te …, ….

Gezien de stukken in het dossier der rechtspleging, onder meer :

- het verzoekschrift neergelegd ter griffie op 9 juni 2005,

- de besluiten van partijen.

Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van talen in gerechtszaken.

Gelet op de verordeningen van de Raad van de ministers nummer 974/98 van 03 mei 1998 en nummer 1103/97 van 17 juni 1997 en de wetten van 26 juni 2000 en 30 juni 2000 ter invoering van de euro.

Gehoord de partijen in hun middelen en gezegden ter zitting van 19 januari 2007.


De vordering strekt ertoe het dwangbevel Reg. 127/4164, uitgevaardigd op en uitvoerbaar verklaard op 23 december 2004, met aangehechte processen-verbaal van nul en generlei waarde te verklaren, dienvolgens eiseres te ontslaan van de betwiste BTW ten bedrage van … EUR in hoofdsom met alle aanhorigheden, inbegrepen de administratieve boete van … EUR, verweerder te veroordelen tot de terugbetaling van de ten onrechte betaalde en geïnde BTW met aanhorigheden, vermeerderd met moratoriumintresten en de kosten van het geding.

Relevante feiten

Eiseres is een watersportvereniging die als vereniging zonder winstoogmerk van haar leden lidgelden ontvangt waarvoor zij hun zeil- en motorboten bergt.

Jarenlang heeft eiseres deze handeling niet onderworpen aan de BTW, hetgeen door administratie werd aanvaard op grond van artikel 44, § 2, 3° en/of artikel 44, § 3,2° W.BTW.

Bij nota van 8 december 2003 meldde de gewestelijke directeur van Mechelen aan alle diensthoofden van de BTW-controles en BTW-inspecties dat inzake lidgelden voor zeilboten de vrijstelling van artikel 44, § 2, 3° W.BTW vaak ten onrechte werd ingeroepen en vroeg hij hen teneinde deze toestand nationaal te regulariseren na te gaan of er in hun ambtsgebied zich belastingplichtigen in deze situatie bevonden; verder meldde deze gewestelijke directeur dat er overeengekomen werd, wat de belastbaarheid betreft van het ter beschikking stellen van ligplaatsen te water en van de infrastructuur voor vaartuigen met inbegrip van de (winter)berging, met of zonder bewaking, om niet op het verleden terug te komen en dan ook geen navorderingen te stellen; volgens de nota van deze gewestelijke directeur dienen voornoemde diensten slechts aan de belasting te worden onderworpen vanaf het ogenblik dat de BTW-administratie de uitbaters van jachthavens of dergelijke exploitaties in kennis heeft gesteld van de beslissing tot belasten.

Ingevolge een BTW-controle van 7 januari 2004 werd vastgesteld dat eiseres boten bergt en de ontvangsten van deze handelingen niet aan de BTW onderwerpt.

Niettegenstaande volgens voornoemde nota van de gewestelijke directeur van Mechelen er overeengekomen werd om niet op het verleden terug te komen en dan ook geen navorderingen te stellen, werd in Antwerpen wel teruggekomen op het verleden en werd bij proces-verbaal van 21 december 2004 ten laste van eiseres een navordering gesteld voor de jaren 2001 tot en met 2003, namelijk : … EUR BTW + … EUR boete + in tresten.

Bij gebreke aan betaling van voornoemde bedragen werd op 23 december 2004 het bestreden dwangbevel uitgevaardigd.

Vanaf de controle van 7 januari 2004 schikt eiseres zich naar het standpunt van de administratie, rekent zij haar leden BTW aan voor de berging van hun boten en draagt zij deze BTW af aan de belastingdienst.

Bij brieven van 20 januari 2005 en 14 maart 2005 verzocht de raadsman van eiseres de administratie om te willen afzien van de navordering voor de jaren 2001 tot en met 2003 gezien :

- de BTW vrijstelling jarenlang (sinds het ontstaan van de club) werd aanvaard,

- zij een gerechtvaardigd vertrouwen kon putten uit deze administratieve stellingname,

- zij door deze navordering in de problemen dreigt te verzeilen.

De administratie bleef echter bij haar standpunt en zag aldus niet af van de navordering voor de jaren 2001 tot en met 2003.

Beoordeling

Het staat ontegensprekelijk vast dat de administratie jarenlang heeft aanvaard dat de ber­ ging van boten door eiseres vrijgesteld was van BTW.

De vraag stelt zich of

- de belastingplichtige, wanneer de administratie jarenlang de verkeerde toepassing van de belastingwetgeving heeft aanvaard, zich hierop kan beroepen,

- de administratie retroactief kan terugkomen op een werkwijze die vroeger door haar werd aanvaard,

- inzake BTW het vertrouwens- en rechtszekerheidsbeginsel moet wijken voor het legaliteitsbeginsel.

In het kader van het gemeenschappelijke stelsel van BTW moeten de nationale belastingdiensten het vertrouwensbeginsel in acht nemen, zelfs al werd de vrijstelling van BTW onwettig aanvaard door de administratie; het staat aan de nationale rechter om te beoordelen of de belastingplichtige redelijkerwijze kon aannemen dat de instantie, die de vrijstelling aanvaardde, bevoegd was om zich daarover uit te spreken (vergelijk H.v.J. 14 september 2006 inzake C-181/04 tot en met C-183/04, http://eur-lex.europa.eu/nl/index.htm).

Te dezen staat het ongetwijfeld vast dat de belastingdienst, die jarenlang heeft aanvaard dat de berging van boten door eiseres vrijgesteld was van BTW, bevoegd was om zich daarover uit te spreken.

Bijgevolg moet de administratie het vertrouwensbeginsel in acht nemen, zelfs al werd de vrijstelling van BTW onwettig aanvaard, zodat zij dan ook niet op het verleden kon terugkomen en dan ook geen navorderingen kon stellen, hetgeen ook uitdrukkelijk bevestigd wordt door de nota van 8 december 2003 van de gewestelijke directeur van Mechelen.

Aangezien de bevoegde belastingdienst jarenlang heeft aanvaard dat de berging van boten door eiseres vrijgesteld was van BTW, heeft dit bij eiseres ongetwijfeld gewettigde verwachtingen gewekt dat deze vrijstelling correct werd toegepast.

Doordat de administratie ná jaren haar houding plots wijzigt en deze vrijstelling niet meer aanvaardt, werd het bij eiseres opgewekte vertrouwen en haar recht op rechtszekerheid geschonden.

Aangezien de bevoegde belastingdienst jarenlang de vrijstelling heeft aanvaard, dient zij de gewettigde verwachtingen die zij bij eiseres heeft gewekt in te lossen zodat het bestreden dwangbevel dan ook van nul en generlei waarde dient verklaard te worden.

De overige grieven dienen niet verder onderzocht te worden, daar zij, indien gegrond, niet tot een ruimere vernietiging van het bestreden dwangbevel kunnen leiden.

Beschikkend gedeelte

OM DEZE REDENEN

DE RECHTBANK,

Rechtdoende op tegenspraak,

Alle andere en strijdige conclusies verwerpend,

Verklaart de vordering toelaatbaar en als volgt gegrond.

Verklaart het bestreden dwangbevel Reg. 127/4164, uitgevaardigd op en uitvoerbaar verklaard op 23 december 2004, van nul en generlei waarde.

Ontslaat eiseres van de BTW ten bedrage van … EUR in hoofdsom met alle aanhorigheden, inbegrepen de administratieve boete van … EUR.

Veroordeelt verweerder tot terugbetaling van alle dientengevolge geïnde bedragen, vermeerderd met de moratoriumintresten overeenkomstig artikel 91 W.BTW.

Veroordeelt verweerder tot de kosten van het geding tot op heden door eiseres begroot op … EUR rechtsplegingsvergoeding en door de rechtbank ambtshalve vereffend op … EUR rechtsplegingsvergoeding.

Wijst het meer en / of anders gevorderde af.

N. D. P. W.

Aangehaalde teksten

1