---
title: "18 mei 2006 · Vrijstelling, andere vrijstelling · Rechtbank van eerste aanleg te Gent"
description: "Vrijstelling, andere vrijstelling, recht op aftrek van belasting. Rechtbank van eerste aanleg te Gent (België), 18 mei 2006."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak/vrijstelling-andere-recht-aftrek-belasting-rechtbank-gent-2006-05-18-7eef"
lang: "nl"
---

# Vrijstelling, andere vrijstelling, recht op aftrek van belasting · Belasting over de toegevoegde waarde

**Rechtscollege**

Rechtbank van eerste aanleg

**Zetel**

Gent

**Datum**

18 mei 2006

## Over het document

**Verzameling**

Belgische rechtspraak

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

86 paragrafen

### Fiche van de FOD Financiën

Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Gent d.d. 18.05.2006

Samenvatting niet beschikbaar

**Tekst van het vonnis**

### Tekst van de beslissing

## RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG TE GENT - ZESDE KAMER - OPENBARE TERECHTZITTING VAN 18 MEI 2006

Algemene rol nummer : 03/3924/A

In de zaak van :

**NV B.**, met zetel te …, …, met ondernemingsnummer …

**eiseres,**

voor wie optreedt meester **M. D. S.**, advocaat te …, …,

**tegen :**

**de BELGISCHE STAAT**, FOD Financiën, Administratie van de BTW, Registratie en Domeinen, BTW­Ontvangkantoor Wetteren, met kantoren te 9230 Wetteren, Gentsesteenweg 93,

**verweerder,**

voor wie optreedt meester **C. D.**, advocaat te …, …

vonnist de rechtbank als volgt :

## 1. RECHTSPLEGING

De partijen werden gehoord in hun middelen en conclusies op de openbare terechtzitting van 27.4.2006, waarna het debat werd gesloten en de zaak in beraad werd genomen.

Het dossier van de rechtspleging en de overtuigingsstukken werden ingezien, in het bijzonder de geding inleidende dagvaarding d.d.12.8.2003, de onderscheiden conclusies en dossiers van partijen.

## 2. DE VORDERING

De vordering van eiseres strekt ertoe :

"het verzet ontvankelijk en gegrond te verklaren;

te horen zeggen voor recht dat het dwangbevel d.d. 4.12.2001 zonder voorwerp noch grond is, zo in rechte als in feite en derhalve nietig moet worden verklaard en zonder gevolg, en mijn verzoekster de gevorderde sommen aan BTW, boete, intresten en kosten niet verschuldigd is;

dienvolgens mijn verzoekster te horen ontslaan van alle vervolgingen en uitvoeringsdaden door de administratie van BTW;

gedaagde te horen veroordelen alle inhoudingen of toerekeningen, gedaan op hogervermelde niet verschuldigde vorderingen aan BTW, intresten en boeten en kosten, retroactief ongedaan te maken, en tot terugbetaling over te gaan, meer de wettelijke intresten vanaf de onrechtmatige handeling van inhouding of compensatie, aan mijn verzoekster;

de Belgische Staat te horen veroordelen tot de kosten

…”

## 3. FEITEN EN GESCHIL

1\. Eiseres is geregistreerd als BTW belastingplichtige wegens haar activiteit van groot- en kleinhandel in dranken en de organisatie van ballonvaarten.

Eiseres bouwt in 1998 een nieuwbouw dienstig als café-taverne met mogelijkheid tot privé-woonst boven de handelszaak.

De BTW m.b.t.de oprichting van de nieuwbouw wordt volledig in aftrek gebracht.

2\. Op 30.5.2000 werd een controle uitgevoerd betreffende de toepassing van de BTW-reglementering door eiseres m.b.t. de jaren 1997 en 1998.

Tijdens de controle worden door eiseres twee overeenkomsten voorgelegd.

Een overeenkomst draagt de titel "kontract van handelsagentuur" (stuk 10).

Volgens artikel 1 van die overeenkomst vertrouwt eiseres (de principaal) aan haar medecontractant (de agent) de vertegenwoordiging toe van de uitbating van de herberg **C. d. L.**, gelegen te ….

Artikel 5 van die overeenkomst stelt : "De agent geniet de grootste onafhankelijkheid en staat in geen enkele band van ondergeschiktheid, niettemin is hij gehouden tot goede trouw jegens de principaal en dient hij alle aankopen bij de principaal te verrichten voorzover aanwezig in diens assortiment.

Artikel 6 van die overeenkomst stelt : De agent ontvangt op de binnen zijn sector door zijn rechtstreekse bemiddeling tot stand gekomen verkopen een commissie die berekend wordt als de som gelijk aan het verschil tussen netto verkoopprijs excl. BTW en de netto aankoopprijs van de goederen die bij de principaal worden aangekocht.

Daarnaast wordt een overeenkomst met als titel "Kontract van vrijwillige bewaargeving van exploitatie van horecazaak” voorgelegd (stuk 11).

Hierin wordt gestipuleerd :

"Voor de bewaring van de in bewaring gegeven horecazaak betaalt de bewaarnemer aan de bewaargever vanaf 1.9.1998 een vergoeding van … frank per maand + BTW.

De bewaarnemer kan de in bewaring gegeven inrichting terughouden tot de gehele voldoening van hetgeen hem wegens de bewaargeving verschuldigd is”.

3\. Volgens de administratie is kwestieus gebouw het voorwerp van een op grond van art. 44, § 3, 2° W.BTW vrijgestelde verhuur van een onroerend goed. In hoofde van eiseres werd de ten onrechte in aftrek gebrachte BTW op de oprichting en afwerking van het betrokken gebouw op grond van art. 45, § 1 W.BTW teruggevorderd. Er wordt een naheffingsopgave aan eiseres toegestuurd.

Eiseres is hiermee niet akkoord en houdt voor dat de bewuste handeling bestaat in een in art. 18, § 1, tweede lid, 9° W.BTW bedoelde ter beschikking stelling van een bedrijfsruimte voor het opslaan van goederen.

Gelet op het niet akkoord werd op 10.11.2000 een proces-verbaal opgemaakt waarin wordt gesteld dat eiseres ten onrechte een bedrag van … EUR BTW heeft afgetrokken en een boete van … EUR verschuldigd is.

Eiseres weigerde te betalen wat resulteerde in de uitvaardiging van een dwangbevel op 4.12.2001, dat op 10.12.2001 geviseerd en uitvoerbaar werd verklaard en op 19.12.2001 bij deurwaardersexploot aan eiseres werd betekend.

Op 17.7.2003 werd op grond van de art.1494 e.v. Ger.W. overgegaan tot uitvoerend beslag op roerend goed.

Op 12.8.2003 werd door eiseres verzet aangetekend tegen voormeld dwangbevel.

## 4. BESPREKING

1\. De betwisting betreft de vraag of deze overeenkomsten tussen eiseres en de medecontractant moeten worden gezien als een onroerende verhuur die vrijgesteld wordt van BTW in toepassing van art. 44, § 3, 2° W.BTW (stelling van de administratie).

2\. Krachtens art.18, § 1, eerste lid W.BTW moet als een dienst worden beschouwd, elke handeling die geen levering van een goed is in de zin van het BTW-Wetboek. Art. 6.1 van de Zesde Richtlijn nr. 77/388/EEG Raad 17 mei 1977 bevat een gelijkaardige bepaling.

Art.[13 B, eerste lid, b)](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-13) van dezelfde richtlijn bepaalt dat de lidstaten, onverminderd andere communautaire bepalingen, vrijstelling verlenen voor o.m. verpachting en verhuur van onroerende goederen, met uitzondering van de aldaar opgesomde gevallen.

Art. 44, § 3, 2° W.BTW voorziet in de vrijstelling voor verhuur van uit hun aard onroerende goederen en is als zodanig een implementatie van het [artikel 13 B, eerste lid, b) van de zesde richtlijn](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-13), zodat het dient te worden uitgelegd in het licht van de bewoordingen en het doel van de richtlijn.

Voor het onderzoek van huidig geschil dient dan ook te worden nagegaan of voornoemde overeenkomsten beantwoorden aan onroerende verhuur in de zin van art. 44, § 3, 2° W.BTW.

3\. Noch de Zesde Richtlijn noch het wetboek van BTW geven een definitie van het begrip onroerende verhuur.

Volgens vaste rechtspraak van Het Hof moeten de woorden verhuur van onroerende goederen strikt worden uitgelegd, daar die vrijstellingen afwijkingen zijn van het algemeen beginsel, dat BTW wordt geheven over elke dienst die door een belastingplichtige onder bezwarende titel wordt verricht (zie o.m. arrest van 12.9.2000, Commissie/Ierland, [C-358/97](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-358-97-arrest), Jurispr., I-6301, punt 55; arrest van 9.10.2001, Cantor Fitzgerald International, [C-108/99](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-108-99-arrest), FJF 2002/3, punt 25).

Het Europees Hof van Justitie heeft in een aantal arresten gesteld dat "onroerende verhuur" in de zin van [art. 13 B, b) van de Zesde Richtlijn](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-13) een autonoom communautair rechtsbegrip is en derhalve een communautaire definitie dient te krijgen (zie o.m. arrest van 16.1.2003, Rudolf Maierhofer, [C-315/00](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-315-00-arrest), punt 25).

Uit de rechtspraak van het Hof (zie arrest 9.10.2001, Cantor Fitzgerald International, [C-108/99](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-108-99-arrest), FJF 2002/3, punt 21; arrest 12.9.2000, Commissie/Ierland, [C-358/97](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-358-97-arrest), Jurispr. blz. I-6301, punt 56 en 57) kan men afleiden dat een overeenkomst slechts als een verhuur kwalificeert indien zij als overheersend kenmerk heeft dat het exclusief genot van een bepaald onroerend goed voor een bepaalde periode wordt afgestaan tegen een vergoeding die verband houdt met de duur van het gebruik.

Dit wordt bevestigd in de conclusie van 23.1.2001 van de advocaat-generaal in de zaak Cantor Fitzgerald International [C-108/99](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-108-99-arrest) in de overwegingen punt 25 en 26.

De rechter is niet gebonden door de juridische kwalificatie welke partijen zelf aan hun overeenkomst hebben gegeven, maar hij moet nagaan welke de gemeenschappelijke bedoeling was van de contracterende partijen. (Hof van Beroep Gent 8.11.2000, F.J.F. 2001/144).

4\. Bij nazicht van rechtbank van de contracten stelt de rechtbank vast dat de contracten d.d. 14.7.1998 genoemd "Kontract van handelsagentuur" en "Kontract van vrijwillige bewaargeving van exploitatie van horecazaak" vervangen werden door deze van 31.5.1999 genoemd "Contract voor ter beschikkingstelling van bedrijfsruimten met accommodatie en bijhorende dienstverstrekkingen" en "Contract van Handelsagentuur" daar waar eiseres zelf toegeeft dat de facto aan het voorwerp van de contracten en de respectievelijke rechten en verplichtingen van de partijen niets werd gewijzigd. Bovendien stemmen de contracten inhoudelijk niet overeen met hun benaming en bevatten diverse ongerijmdheden.

Uit de beide contracten van 14.7.1998, vervangen door deze van 31.5.1999 blijkt :

dat de medecontractant het exclusief genot krijgt van een onroerend goed (zowel privé als bedrijfslokalen);

dat de medecontractant voor de terbeschikkingstelling van het pand een vaste maandelijkse vergoeding moet betalen gekoppeld aan de evolutie van het indexcijfer en daarnaast de verbintenis aangaat tegen vergoeding dranken af te nemen bij eiseres;

dat het contract een onbepaalde duur heeft en door de medecontractant kan beëindigd worden mits naleving van een opzegtermijn van 6 maanden;

dat eiseres zich op geen enkele wijze inlaat met de uitbating.

Uit hetgeen voorafgaat dient te worden afgeleid dat het wezenlijk kenmerk voor het bestaan van een onroerende verhuur in de zin van de Zesde Richtlijn voorhanden is.

Dat het om onroerende verhuur gaat bevestigd wordt bevestigd door de vaststellingen gedaan in het proces-verbaal van 10.11.2000 nu blijkt :

dat de uitbating van zowel restaurant als café in dezelfde ruimte gebeurt wat wijst op één exploitatie;

dat boven de drankgelegenheid zich vertrekken bevinden die door de medecontractant als privé-woning worden gebruikt.

Eiseres slaagt er niet in om de vaststellingen die door de verbalisanten ter plaatse werden verricht te weerleggen.

Het feit dat de medecontractant daarnaast de verbintenis aangaat tegen vergoeding dranken af te nemen van eiseres staat er niet aan in de weg dat het in casu in essentie om onroerende verhuur gaat.

Eiseres haalt geen argument uit de houding van de administratie der directe belastingen nu de BTW haar eigen regels heeft en geenszins gebonden is aan deze van de directe belastingen.

### Beschikkend gedeelte

**OP DIE GRONDEN,**

**DE RECHTBANK,**

Rechtdoende op **tegenspraak**,

Melding makende dat de bepalingen van de artikelen 2 en 30 tot 42 van de wet op het taalgebruik in gerechtszaken werden nageleefd;

Alle meeromvattende of strijdige conclusies verwerpend als niet terzake dienend;

Verklaart de vordering van eiseres ontvankelijk en ongegrond;

Veroordeelt eiseres tot de kosten van het geding tot dusver begroot als volgt :

aan de zijde van eiseres :

dagvaardingskosten : … EUR

rechtsplegingsvergoeding : … EUR

aan de zijde van verweerder :

rechtsplegingsvergoeding : … EUR

Aldus gevonnist en uitgesproken in de openbare terechtzitting van de zesde burgerlijke kamer van de rechtbank van eerste aanleg te Gent op **18 mei 2006**, waar aanwezig waren :

**J. D. B.** : alleenzetelend rechter,

**M. V.** : griffier.

**M. V.** **J. D. B.**

## Aangehaalde teksten

4

[Zesde richtlijn 77/388 art. 13](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-13) 3 voorkomens

[C-108/99, arrest van 9 oktober 2001](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-108-99-arrest) 3 voorkomens

[C-358/97, arrest van 12 september 2000](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-358-97-arrest) 2 voorkomens

[C-315/00, arrest van 16 januari 2003](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-315-00-arrest) 1 voorkomen

## Vergelijkbare beslissingen

8

[Vrijstelling, Recht op aftrek, Onroerende verhuur](https://juriel.be/nl/rechtspraak/vrijstelling-recht-aftrek-onroerende-verhuur-hof-van-beroep-luik-2020-10-07-7434) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde](https://juriel.be/nl/rechtspraak/wetboek-belasting-toegevoegde-waarde-art-grondwettelijk-hof-brussel-2021-12-02-914d) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Vrijstelling, Zelfstandige groeperingen van personen](https://juriel.be/nl/rechtspraak/vrijstelling-zelfstandige-groeperingen-personen-artikel-cassatie-brussel-2020-09-25-c17f) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Aftrek, Vrijstelling, Onroerende verhuur](https://juriel.be/nl/rechtspraak/aftrek-vrijstelling-onroerende-verhuur-overdracht-rechtbank-luik-2020-10-08-d465) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[BTW-belastingplicht, zorgflat, belastingplichtige, serviceflat](https://juriel.be/nl/rechtspraak/btw-belastingplicht-zorgflat-belastingplichtige-serviceflat-rechtbank-brussel-2019-12-11-e22c) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Vrijstelling, Beroepsopleiding, Beroepsherscholing, Onderwijs, Opleiding tot beroepsbestuurder van vliegtuigen](https://juriel.be/nl/rechtspraak/vrijstelling-beroepsopleiding-beroepsherscholing-onderwijs-rechtbank-bergen-2021-03-25-ed7f) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Beroepsopleiding, Teveel betaalde BTW, Terugvordering](https://juriel.be/nl/rechtspraak/beroepsopleiding-teveel-betaalde-btw-terugvordering-hof-van-beroep-antwerpen-2025-09-16-12ba) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Proportionele geldboete, Kwijtschelding, proportionele fiscale geldboete](https://juriel.be/nl/rechtspraak/proportionele-geldboete-kwijtschelding-fiscale-hof-van-beroep-brussel-2025-10-09-2444) 1 gemeenschappelijke bepalingen
