Vrijstelling, andere vrijstelling, recht op aftrek van belasting, bewijs · Belgische rechtspraak

Naar de tekst
Juriel

Rechtbank van eerste aanleg Brugge 20 januari 2010

Zoeken

Vrijstelling, andere vrijstelling, recht op aftrek van belasting, bewijsBelasting over de toegevoegde waarde

https://juriel.be/nl/rechtspraak/vrijstelling-andere-recht-aftrek-belasting-rechtbank-brugge-2010-01-20-7f1c

Rechtscollege
Rechtbank van eerste aanleg
Zetel
Brugge
Datum
20 januari 2010

Over het document

Verzameling
Belgische rechtspraak
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

68 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Brugge d.d. 20.01.2010

Samenvatting niet beschikbaar

Tekst van het vonnis

Tekst van de beslissing

De Rechtbank van eerste aanleg te Brugge, VIERDE KAMER, heeft het hierna volgend vonnis verleend

In de zaak 08/3753/A Rep. nr. 2010/1036

de NV V. T. K. L., afgekort V., textielbewerking, (BTW-nr. BE …), met maatschappelijke zetel te …, …,

eiseres,

voor wie optreedt Meester F. V., advocaat met kantoor te …, …,

tegen :

De FOD FINANCIËN, Administratie van de Ondernemings- en Inkomensfiscaliteit, in de persoon van de rekenplichtige van het 1e BTW-Ontvangkantoor te Kortrijk, met kantoren gevestigd te 8500 Kortrijk, Hoveniersstraat 31,

verweerder,

voor wie optreedt Meester F. W., advocaat met kantoor te …, …,

I. RECHTSPLEGING

Gelet op het fiscaal verzoekschrift ingediend ter griffie de dato 2 december 2008.

De rechtbank nam kennis van het dossier van de rechtspleging en van de door partijen neergelegde bundels.

Partijen werden gehoord in hun middelen in de openbare terechtzitting van 23 december 2009.

Artikel 2 en volgende van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken werden in acht genomen.

II. BIJZONDERSTE GEGEVENS DER ZAAK

2.1. Eiseres is ingeschreven als BTW-belastingplichtige onder het BTW-registratienummer BE … wegens de geregelde activiteit van textielverdeling en textielweverij.

Op 20 november 2007 werd door K. V., eerstaanwezend inspecteur bij de administratie van de Ondernemings- en Inkomensfiscaliteit, in die hoedanigheid verbonden aan het derde team van het controlecentrum Kortrijk, een controle uitgevoerd bij eiseres teneinde de juiste toepassing van de BTW-reglementering en - wetgeving door eiser na te gaan over de periode van 1 januari 2005 tot 31 december 2006.

Uit het daaropvolgend ingesteld onderzoek kwam vast te staan dat eiseres een aantal overtredingen had begaan zoals opgesomd in artikel 66 W.BTW, waarvoor eiseres door middel van een correctieopgave een minnelijke regeling werd aangeboden.

Op 18 december 2007 werd gedeeltelijk voor akkoord getekend.

De overige overtredingen en vaststellingen werden opgenomen in het proces-verbaal d.d. 19 maart 2008 voor de periode 1 januari 2005 tot 31 december 2006. In dit proces-verbaal werden volgende bedragen gevorderd :

- BTW : 106.357,92 EUR

- Boete : 10.630 EUR

- Intresten vanaf 21 januari 2007.

De vordering van 129.749,92 EUR werd door eiseres op 16 april 2008 onder voorbehoud betaald.

Bij verzoekschrift van 2 december 2008 tekende eiseres verzet aan tegen voormeld proces-verbaal d.d. 19 maart 2008.

2.2. Eiseres vraagt dat : het verzoekschrift ontvankelijk en gegrond wordt verklaard, dat dienvolgens de terugbetaling bevolen wordt van de in uitvoering van het proces-verbaal d.d. 16 april 2008 onder voorbehoud van alle rechten betaalde 129.749,92 EUR meer de wettelijke intresten vanaf de datum van betaling en de gerechtelijke rente vanaf het fiscaal verzoekschrift en dat verweerder veroordeeld wordt tot de gerechtskosten.

2.3. Verweerder vraagt dat : de vordering van eiseres als ongegrond verklaard wordt en eiseres veroordeeld wordt tot de gedingkosten.

III. BEOORDELING

3.1. nopens de ontvankelijkheid

Verweerder voert geen redenen aan die tot de onontvankelijkheid van deze vordering kunnen leiden. Nu de Rechtbank evenmin middelen van onontvankelijkheid, die zij ambtshalve zou moeten opwerpen, ontwaart, is de vordering ontvankelijk.

3.2. nopens de grond

3.2.1. nopens artikel 45, § 1 W.BTW

a. Artikel 45, § 1 W.BTW bepaalt dat de belastingplichtige het recht heeft, van de BTW, verschuldigd over de door hem verrichte leveringen en diensten, af te trekken, de BTW die hij betaalde met betrekking tot de aan hem geleverde goederen en diensten, de door hem ingevoerde goederen en de door hem gedane intracommunautaire verwervingen, indien hij deze goederen en diensten gebruikt voor : 1° het verrichten van belaste handelingen (... ).

Het recht op aftrek vereist een rechtstreekse en onmiddellijke samenhang tussen de verworven goederen of diensten en de handelingen in een later stadium waarvoor recht op aftrek bestaat.

b. Eiseres betwist dat er sprake zou zijn van een rechtstreekse en onmiddellijke samenhang tussen de in opdracht van de NV "V." in 2005 en 2006 uitgevoerde saneringswerken op de … enerzijds en de per 1 oktober 1998 doorgevoerde verkoop van de aldaar gelegen gronden en gebouwen anderzijds.

Verweerder stelt dat er een rechtstreekse en onmiddellijke samenhang is tussen de in 2005 en 2006 in opdracht van de NV "V." uitgevoerde saneringswerken en de verkoop van de aldaar gelegen gronden en gebouwen per 1 oktober 1998 anderzijds en dat, vermits de verkoop van de gronden en gebouwen in de … in … een verkoop is vrijgesteld van BTW, er geen recht op aftrek is van de kosten van de bodemsanering die gedaan zijn met het oog op verkoop.

c. Op 1 oktober 1998 wordt door de e.a. inspecteur, waarnemend adjunct commissaris bij het aankoopcomité te … een authentieke akte verleden waarbij de NV "V." aan de C.V. "I. M. voor R. O., E. E. en R. van het G. …" genoemd … heeft verkocht voor een bedrag van 50.150.000 BEF.

In deze akte van aankoop voor openbaar nut wordt onder meer vermeld : "De verkopende partij treedt op als bouwheer van de bodemsaneringswerken en verbindt er zich toe alle bodemsaneringen, voorziene en onvoorziene, eventueel in verschillende fasen, opgelegd door OVAM en/of de erkend bodemdeskundige te laten uitvoeren en te financieren teneinde een bodemattest te bekomen waaruit blijkt dat alle gronden gesaneerd zijn.

De verkopende partij verbindt er zich toe de nodige inspanningen te leveren als een goed huisvader opdat de bodemsaneringswerken binnen een redelijke termijn zouden aanvangen en een normale vooruitgang zouden kennen ... " (stuk 2 - eiseres).

Krachtens artikel 44, § 3, 1°, a. W.BTW is de voormelde verkoop vrijgesteld van BTW.

In casu blijkt duidelijk uit de akte van aankoop dat eiseres zich in deze akte ertoe verbonden heeft om alle bodemsaneringswerken, voorziene en onvoorziene opgelegd door OVAM en/of de erkend bodemdeskundige te laten uitvoeren en te financieren teneinde een bodemattest te bekomen waaruit blijkt dat alle gronden gesaneerd zijn. Hieruit volgt dat de kosten voor deze sanering rechtstreeks en onmiddellijk samenhangen met de verkoop der gronden. Het feit dat de kwestieuze bodemsaneringswerken van lange aard waren en in 2005 en 2006 nog aan de gang waren doet, evenmin als het feit dat het een historische vervuiling betreft, iets af aan de vaststelling dat eiseres die, zoals blijkt uit de inhoud van de akte van aankoop wist dat de bodem van de "V."-site ernstig verontreinigd was, zich ertoe verbonden heeft alle noodzakelijke bodemsaneringswerken te financieren teneinde een bodemattest te bekomen, wat het verband van de saneringskosten met de verkoop der gronden aantoont, verkoop die op grond van artikel 44, § 3, 1°, a W.BTW vrijgesteld is van BTW.

Het Vlaams Decreet voor de bodemsanering kan de toepassing van artikel 45 W.BTW niet buiten werking stellen.

De BTW-administratie heeft terecht de aftrek van alle voorbelasting die kleeft op alle inkomende facturen in verband met de "V."-site verworpen.

3.2.2. nopens de boete

Eiseres stelt dat de betwisting tussen haarzelf en de administratie een puur theoretische betwisting is en verzoekt om kwijtschelding van de boete.

Krachtens artikel 70, § 1 W.BTW wordt voor iedere overtreding aan de verplichting de belasting te voldoen, een geldboete opgelegd gelijk aan het dubbele van de ontdoken of niet tijdig betaalde belasting. Deze geldboete werd in toepassing van artikel 84, 3° lid W.BTW en de tabel G, V van de schaal in bijlage van het Koninklijk Besluit nr. 41 van 30 januari 1987 bepaalt op 20 % afgerond naar de lagere 10,00 EUR van de verschuldigde belasting.

Boetes van 10 % en 20 % op het BTW-bedrag en voor een bedrag van in totaal 10.630 EUR hebben een repressief karakter. Het zou strijdig zijn met het gelijkheidsbeginsel mochten de rechtbanken het recht ontzegd worden om op de betwiste administratieve beslissing om een dergelijke boete op te leggen een toetsing met volle rechtsmacht uit te oefenen.

Een toetsing met volle rechtsmacht houdt in dat de rechter moet nagaan of een administratieve beslissing met repressief karakter in recht of in feite verantwoord is en of zij de wettelijke bepalingen en algemene beginselen die de administratie in acht moet nemen, waaronder het legaliteitsbeginsel, eerbiedigt (Grondwettelijk Hof, 24 februari 1999, rolnr. 1279, Arrest nr. 22/99).

Dit kan alleen in die begrepen worden dat de rechtbank (onder andere) de macht heeft om na te gaan of de concrete administratieve boete al dan niet in een redelijke verhouding staat tot de feiten waaraan belastingplichtige zich bezondigd heeft. Een dergelijke toetsing brengt nog niet noodzakelijk met zich mee dat de rechtbank de belastingplichtige om loutere redenen van opportuniteit of billijkheid, zou bevrijden van de verplichtingen die hem wettelijk zijn opgelegd door de overheid.

Nu de betwisting wordt gevoerd op principiële gronden, welke niet van meet af aan als ongegrond konden worden aanzien, is er geen grond om boetes op te leggen.

3.3. nopens de kosten

Eiseres wordt grotendeels in het ongelijk gesteld en moet overeenkomstig artikel 1017, 1e lid Ger. W. de gerechtskosten te dragen. De gerechtskosten bedragen het basisbedrag der rechtsplegingsvergoeding zijnde 5.000,00 EUR, zoals gevorderd.

Beschikkend gedeelte

OM DEZE REDENEN,

DE RECHTBANK,

Wijzende in eerste aanleg en op tegenspraak.

Alle verdere middelen van partijen verwerpende als niet terzake dienend.

Verklaart het verzet ontvankelijk en gedeeltelijk gegrond.

Beveelt de terugbetaling van de, in uitvoering van hoger genoemd proces-verbaal per 16 april 2008 onder voorbehoud van alle rechten en zonder nadelige erkentenis, betaalde 10.630,00 EUR boete, te verhogen met de wettelijke intresten vanaf de datum van betaling en de gerechtelijke rente vanaf datum fiscaal verzoekschrift d.d. 2 december 2008.

Wijst het meergevorderde af als ongegrond.

Veroordeelt eiseres tot de gedingkosten aan haar zijde niet te begroten aangezien ze haar ten laste blijven en aan de zijde van verweerder begroot op 5.000,00 EUR basisrechtsplegingsvergoeding.

Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting in het gerechtshof te Brugge op woensdag twintig januari tweeduizend en tien.

Aanwezig zijn :

H. A., alleenrechtsprekend rechter;

L. N., griffier.

N. L. A. H.