---
title: "22 juni 2005 · Vrijstelling, andere vrijstelling · Rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen"
description: "Vrijstelling, andere vrijstelling, recht op aftrek van belasting. Rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen (België), 22 juni 2005."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak/vrijstelling-andere-recht-aftrek-belasting-rechtbank-antwerpen-2005-06-22-d513"
lang: "nl"
---

# Vrijstelling, andere vrijstelling, recht op aftrek van belasting · Belasting over de toegevoegde waarde

**Rechtscollege**

Rechtbank van eerste aanleg

**Zetel**

Antwerpen

**Datum**

22 juni 2005

## Over het document

**Verzameling**

Belgische rechtspraak

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

73 paragrafen

### Fiche van de FOD Financiën

Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Antwerpen d.d. 22.06.2005

Samenvatting niet beschikbaar

**Tekst van het vonnis**

### Tekst van de beslissing

**V O N N I S gewezen en uitgesproken in het gerechtsgebouw te Antwerpen, op tweeëntwintig juni tweeduizend en vijf in openbare zitting van de vierde F kamer van de rechtbank van eerste aanleg van het gerechtelijk arrondissement Antwerpen, al waar zetelden :**

**L. B.**, enig rechter,

**N. D.**, adjunct-griffier.

**In zake : AR nr. 03/165/A**

**BVBA S.**, ingeschreven in het register van de BTW onder het nummer BE …, ingeschreven in het handelsregister te Antwerpen onder het nummer …, met vennootschapszetel gevestigd te 2000 Antwerpen, Verbindingsdok-Oostkaai 13/12.

**eisende partij,**

verschijnende bij meester **L. D.**, advocaat, kantoorhoudende te …, ….

**tegen :**

**DE BELGISCHE STAAT**,

**A.** Ministerie van Financiën, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën, Administratie van de BTW, Registratie en Domeinen te Antwerpen, in de persoon van de Minister van Financiën op het adres van zijn Kabinet te Brussel, Wetstraat 12,

**B.** Ministerie van Financiën, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën, Administratie van de BTW, registratie en domeinen te Antwerpen, in de persoon van de rekenplichtige van het ontvangkantoor van de BTW van Antwerpen (bevoegd voor BTW-controlekantoor Antwerpen I, met kantoor gevestigd te 2000 Antwerpen, Italiëlei 4 bus 4,

**C.** Ministerie van Financiën, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën, Administratie van de BTW, registratie en domeinen te Antwerpen, in de persoon van het hoofd van het controlekantoor van de BTW, BTW-controle Antwerpen van de AOIF, met kantoor gevestigd te 2000 Antwerpen, Italiëlei 4 bus 4,

**D.** Ministerie van Financiën, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën, Administratie van de BTW, registratie en domeinen te Antwerpen, in de persoon van het hoofd van het controlecentrum Antwerpen III van de AOIF, met kantoor gevestigd te 2000 Antwerpen, Italiëlei 4 bus 13.

**verwerende partij,**

verschijnende bij meester **P. B.** loco meester **P. V. D. S.**, advocaat, kantoorhoudende te …, ….

**En in zake: AR nr. 03/4947/A**

**BVBA S.**, ingeschreven in het register van de BTW onder het nummer BE …, ingeschreven in het handelsregister te Antwerpen onder het nummer …, met vennootschapszetel gevestigd te …, ….

**eisende partij,**

verschijnende bij meester **L. D.**, advocaat, kantoorhoudende te …, ….

**tegen :**

**DE BELGISCHE STAAT**,

**A.** Federale Overheidsdienst Financiën, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën, Administratie van de BTW, Registratie en Domeinen te Antwerpen, in de persoon van de Minister van Financiën op het adres van zijn Kabinet te Brussel, Wetstraat 12,

**B.** Federale Overheidsdienst Financiën, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën, Administratie van de BTW, registratie en domeinen te Antwerpen, in de persoon van de rekenplichtige van het ontvangkantoor van de BTW van Antwerpen (bevoegd voor BTW controlekantoor Antwerpen I, met kantoor gevestigd te 2000 Antwerpen" Italiëlei 4 bus 4,

**C.** Federale Overheidsdienst Financiën, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën, Administratie van de BTW, registratie en domeinen te Antwerpen, in de persoon van het hoofd van het controlekantoor van de BTW, BTW-controle Antwerpen I van de AOIF, met kantoor gevestigd te 2000 Antwerpen, Italiëlei 4 bus 4,

**D.** Federale Overheidsdienst Financiën, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën, Administratie van de BTW, registratie en domeinen te Antwerpen, in de persoon van het hoofd van het controlecentrum Antwerpen III van de AOIF, met kantoor gevestigd te 2000 Antwerpen, Italiëlei 4 bus 13.

**verwerende partij**

verschijnende bij meester **P. B.** loco meester **P. V. D. S.**, advocaat, kantoorhoudende te …, ….

---

Gezien de stukken in het dossier der rechtspleging, onder meer :

**In zake : AR nr. 03/165/A**

\- het exploot van rechtsingang, betekend door het ambt van plaatsvervangend gerechtsdeurwaarder **O. V.** in vervanging van gerechtsdeurwaarder **L. R.** te … op 31 december 2002 voor wat betreft verwerende partij sub A. en betekend door het ambt van gerechtsdeurwaarder **E. L.** te … op 31 december 2002 voor wat betreft verwerende partij sub B, C en D,

\- de beschikking verleend overeenkomstig artikel 747, § 2 van het Gerechtelijk Wetboek op 24 november 2004,

\- de besluiten van partijen.

**En in zake : AR nr. 03/4947/A**

\- het exploot van rechtsingang, betekend door het ambt van plaatsvervangend gerechtsdeurwaarder **0. V.** in vervanging van gerechtsdeurwaarder **L. R.** te … op 17 juni 2003 voor wat betreft verwerende partij sub A. en betekend door het ambt van gerechtsdeurwaarder **E. L.** te … op 17 juni 2003 voor wat betreft verwerende partij sub B, C en D,

\- de conclusie van eisende partij neergelegd ter griffie op 15 maart 2004.

Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van talen in gerechtszaken.

Gelet op de verordeningen van de Raad van de ministers nummer 974/98 van 03 mei 1998 en nummer 1103/97 van 17 juni 1997 en de wetten van 26 juni 2000 en 30 juni 2000 ter invoering van de euro.

Gehoord de partijen in hun middelen en gezegden ter zitting van 25 mei 2005.

---

Eiseres heeft een eerste maal gedagvaard met exploot van 31 december 2002 in reactie op een standpunt van de belastingdienst dat door deze werd ingenomen in brief van 30 oktober 2002 en dat zelf volgde op aan eiseres toegezonden correctieopgave van 21 september 2001 waarop eiseres had gereageerd met bezwaarschriften van 29 oktober 2001 en 15 november 2001.

Deze zaak staat gekend onder AR 03/165/A.

Verweerder betwistte aanvankelijk de toelaatbaarheid van deze rechtsvordering omdat er toen nog geen dwangbevel was uitgevaardigd, heeft echter inmiddels deze exceptie ingetrokken.

Het blijkt dat er ten dage van de inleiding van de vordering reeds voldoende belang aanwezig was in de zin van artikelen 17 en 18 Gerechtelijk Wetboek.

Eiseres heeft, een tweede maal, gedagvaard met exploot van 17 juni 2003 toen de ontvanger het nodig vond om ondanks de reeds lopende rechtsvordering nog een dwangbevel uit te vaardigen op 3 april 2003 met een daaraan gehecht proces-verbaal van 26 maart 2003.

Verweerder betwist de toelaatbaarheid van deze rechtsvordering onder AR 03/4947/A niet.

De betwisting behelst het recht op aftrek van eiseres van bepaalde BTW voor de periode 1 juli 1997 tot en met 31 december 1999, in het bijzonder ter zake opbouw van verhoudingsgetal.

Partijen hebben wijselijk gevraagd beide rechtsvorderingen samen te voegen uit oorzaak van samenhang in toepassing van artikel 30 Gerechtelijk Wetboek, waarbij de rechtbank zich om gezegde redenen grif aansluit.

In het midden van haar verhaal (in punt 2.3.3. van haar syntheseconclusie respectievelijk haar conclusie in beide zaken) richt eiseres haar pijlen op de rechtsgeldigheid van hogerop vermeld proces-verbaal dat niet zou voldoen aan de Wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van bestuurshandelingen.

Daarmede schiet ze echter naast het doel doordat zij reeds eerder rechtsvordering aanhangig had gemaakt en aldus kennis had gegeven van zeer goed begrip van wat de belastingdienst van haar vorderde, met name fiscale navordering uit oorzaak van opbouw van het door haar gehanteerde verhoudingsgetal ter uitoefening van een bepaalde mate van het recht op aftrek.

Zo aldus zelfs onwettigheid op zich wordt vastgesteld van het proces-verbaal en op die wijze van het dwangbevel waaraan het proces-verbaal is gehecht, dan is het in ieder geval niet met deze akten dat de fiscale vordering initieel door de belastingdienst is gesteld.

Eiseres stelt voorts dat verweerder weinig behoorlijk bestuur heeft gevoerd door jarenlang het door haar toegepaste verhoudingsgetal te tolereren, om pas middels voorliggende navordering haar fiscale rechtszekerheid te verstoren.

Nochtans betreft voorliggende betwiste fiscale navordering niet de feitelijke elementen die de opbouw van het door eiseres gehanteerde verhoudingsgetal behelzen, maar wel de wettelijke kwalificatie van deze elementen, met name de vraag in rechte in welke zin deze elementen de opbouw van dat verhoudingsgetal wettelijk beïnvloeden.

De rechtszekerheid van eiseres kan door de belastingdienst niet zijn geschonden ter zake de toepassing van de wet op de feiten, nu het met name de wet is die de belastbare voorwaarden bepaalt, maar wel enkel ter zake het al dan niet in aanmerking nemen van feitelijke elementen hoe dan ook, welk laatste te dezen aldus niet in het geding is.

Het valt dan verder ook niet in te zien op welke wijze de belastingdienst (verweerder als FOD Financiën in het algemeen) enige fout - door eiseres verwoord als het jarenlang niet vorderen op grond van een ander verhoudingsgetal - heeft begaan die de ondergeschikte vordering van eiseres op grond van artikel 1382 Burgerlijk Wetboek zou kunnen onderbouwen.

Nu eiseres aanvoert dat zij recht op aftrek heeft, en dat zij dit in een door haar vooropgezette mate mag en kan uitoefenen, ligt de invulling van de op baar rustende bewijslast bij haar.

Die bewijslast vult zij te dezen niet in.

De belastingdienst heeft van zijn kant zijn stelplicht ingevuld, weze het onrechtstreeks door te verwijzen naar een standpunt dat hij had uitgewerkt in een geschrift (met referte "ET 15907") van 3 augustus 1973 dat publiek was (in huidig geding voorliggend als stuk 9 verweerder).

Uit de gegevens van de zaak blijkt dat om het even welke activator ter werking der betrokken toestellen (z.g. "slots") enkel instelposities vermag te bepalen, maar dat hij verder dan niet de minste invloed kan uitoefenen op het verdere verloop van het immers automatische toestel dat aldus volkomen onafhankelijk van de wil van de speler functioneert.

Vermelde verwijzing naar het administratieve standpunt komt zowel voor in de aanvankelijke correctieopgave, als concreet uitgewerkt in de antwoorden op de informele bezwaren, als ten overvloede in het latere proces-verbaal.

Dit standpunt stemt overeen met wet, die in [art. 44, § 3, 13° Wetboek BTW](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44) 'weddenschappen, loterijen en andere kans- en geldspelen' vrijstelt, waardoor recht op aftrek van voorbelasting wettelijk wordt uitgesloten door [art. 45 Wetboek BTW](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-45), wat op zijn beurt de opbouw van het verhoudingsgetal beïnvloedt.

Tenslotte heeft de rechtbank volle rechtsmacht ter beoordeling van de door de belastingdienst werkelijk toegepaste boete, zonder aan loutere opportuniteitsbeoordeling te mogen doen.

Het blijkt dat de boete reeds conform het uitvoeringsbesluit van het Wetboek BTW is herleid tot 10 %, en dat de boete aldus een modulatie heeft ondergaan die evenredig is met de aard en de omvang van de overtreding die ligt in het hebben verricht van naar wettelijke norm te hoge verrekening van voorbelasting.

De vordering van eiseres kan daarom ten gronde op geen enkel onderdeel worden bijgetreden

### Beschikkend gedeelte

**OM DIE REDENEN,**

**DE RECHTBANK,**

Rechtdoende op **tegenspraak**.

Alle andere en strijdige conclusies verwerpend.

Voegt de zaken onder AR 03/165/A en onder AR 03/4947/A samen en beoordeelt ze in een en hetzelfde vonnis,

Verklaart beide vorderingen toelaatbaar, maar ongegrond in al hun onderdelen,

Veroordeelt eiseres tot de kosten, deze aan elke zijde begroot in de respectieve conclusies, en door de rechtbank in hoofde van verweerder in beide zaken samen vereffend op ambtshalve eenmaal 178,48 EUR bij wijze van geactualiseerde rechtsplegingvergoeding.

**N. D.** **L. B.**

## Aangehaalde teksten

2

[WBTW art. 44](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44) 1 voorkomen

[WBTW art. 45](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-45) 1 voorkomen

## Vergelijkbare beslissingen

8

[Recht op aftrek, Verhoudingsgetal, Financiële handelingen](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-verhoudingsgetal-financiele-handelingen-rechtbank-hasselt-2021-02-04-167c) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Recht op aftrek, Uitgaven zonder bedrijfskarakter, Gebouw, Gedeeltelijk beroepsgebruik](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-uitgaven-zonder-bedrijfskarakter-hof-van-beroep-luik-2020-09-04-17c5) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Voetbalclub, Gemengde belastingplichtige, Werkelijk gebruik](https://juriel.be/nl/rechtspraak/voetbalclub-gemengde-belastingplichtige-werkelijk-gebruik-hof-van-beroep-antwerpen-2021-09-21-28a1) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Historische btw-aftrek, Herzieningstermijnen, recht op aftrek van Btw](https://juriel.be/nl/rechtspraak/historische-btw-aftrek-herzieningstermijnen-recht-cassatie-brussel-2021-04-30-3bde) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Fiscale fraude, Valse facturen, Aanwijzingen van fraude](https://juriel.be/nl/rechtspraak/fiscale-fraude-valse-facturen-aanwijzingen-hof-van-beroep-brussel-2022-12-01-3bf8) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Recht op aftrek, Beroepsmatig gebruik van het gebouw](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-beroepsmatig-gebruik-gebouw-rechtbank-bergen-2020-10-15-3d88) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Werken in onroerende staat, Beroepsmatige bestemming, Onroerende verhuur, Onderverhuur](https://juriel.be/nl/rechtspraak/werken-in-onroerende-staat-beroepsmatige-hof-van-beroep-bergen-2022-11-25-3f6a) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Proportionele fiscale geldboeten, Beroepsmatig gebruik van de woning](https://juriel.be/nl/rechtspraak/proportionele-fiscale-geldboeten-beroepsmatig-gebruik-rechtbank-brussel-2021-05-03-5bda) 2 gemeenschappelijke bepalingen
