---
title: "Voorlegging documenten, proces-verbaal · Rechtbank van eerste aanleg te Gent, 19 oktober 2015"
description: "Voorlegging documenten, proces-verbaal, niet-proportionele geldboete. Rechtbank van eerste aanleg te Gent (België), 19 oktober 2015."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak/voorlegging-documenten-proces-verbaal-proportionele-rechtbank-gent-2015-10-19-f8e5"
lang: "nl"
---

# Voorlegging documenten, proces-verbaal, niet-proportionele geldboete, niet-proportionele fiscale geldboete

**Rechtscollege**

Rechtbank van eerste aanleg

**Zetel**

Gent

**Datum**

19 oktober 2015

## Over het document

**Verzameling**

Belgische rechtspraak

**Taal van de tekst**

Nederlands

**Strekking volgens de FOD**

gunstig voor de Belgische Staat

## Tekst

86 paragrafen

### Fiche van de FOD Financiën

Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent dd. 19.10.2015 (14-563-A)

WF 491-15-14/012241

*Belasting over de toegevoegde waarde – voorlegging documenten – proces-verbaal – niet-proportionele geldboete*

## Wettelijke bepalingen

[art. 61 §§ 1 en 2, WBTW](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-61), [art. 70 § 4 WBTW](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-70)

Koninklijk Besluit nr. 44 tot vaststelling van het bedrag van de niet-proportionele fiscale geldboete

## Samenvatting

De belastingplichtige is uitbater van een café en bar. Tijdens een controle kon het aanwezige personeelslid, een prostitué, naar aanleiding van een btw-controle het dagboek van ontvangsten, het kasboek en gedateerde verantwoordingsstukken niet voorleggen. Het personeelslid was Engelstalig en had niet goed begrepen wat haar gevraagd werd. De controlerende ambtenaar stelde de inbreuken en niet-proportionele geldboetes vast in een proces-verbaal. Dat proces-verbaal levert voldoende bewijs op van weigering om de stukken voor te leggen.

De wet legt op om bepaalde stukken te bewaren en die op verzoek van bevoegde ambtenaren voor te leggen. De belastingplichtige klaagt aan dat de belastingadministratie 10 maanden heeft gewacht om kennis te geven van het proces-verbaal.

De rechtbank is van oordeel dat het recht van verdediging van belastingplichtige niet geschonden is. Het personeelslid kon immers contact opnemen met de zaakvoerder. Bovendien kreeg de belastingplichtige uitstel om de gevraagde stukken voor te leggen. Bij een volgende controle stelde de ambtenaar vast dat de bedoelde stukken nog steeds niet werden voorgelegd.

Het verlopen van een relatief lange termijn vooraleer de administratie een proces-verbaal opstelt en toezendt, houdt niet automatisch een miskenning van het recht van verdediging. De rechter moet daar in feite over oordelen (Cass. 27 maart 2015, [F.12.0029.N](https://juriel.be/nl/rechtspraak/verjaring-verlengde-termijn-jaar-vermoedens-cassatie-brussel-2015-03-27-b386)).

Naast het dagboek van ontvangsten moet de belastingplichtige ook facturen en andere stukken bewaren volgens de btw-wetgeving. Aangezien de belastingplichtige het dagboek van ontvangsten én ook andere stukken niet voorlegde, zijn twee boetes gerechtvaardigd.

**Volledige tekst**

### Tekst van de beslissing

## Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent

**dd. 19.10.2015**

**(14-563-A)**

In de zaak van:

D. BVBA, KBO nr…. , met vennootschapszetel te …, EISERES, vertegenwoordigd door mr.D.V.D.K., advocaat te…,

Tegen:

De BELGISCHE STAAT, FOD Financiën - Stafdienst Logistiek - Koning Albert Il laan 33 bus 971 te 1030 Brussel, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën, op vervolging en benaarstiging van:

\- de Adviseur van het BTW-Controlekantoor Gent 4, met kantoren te 9050 Ledeberg, Gaston Crommenlaan 6/208;

\- de Gewestelijk Directeur van de BTW te Gent, met kantoren te 9050 Ledeberg, Zuiderpoort, Gaston Crommenlaan 6/601,

VERWEERDER, voor wie optreedt mevrouw.K.V., fiscaal deskundige bij een fiscaal bestuur.

Beslist de rechtbank als volgt:

## I. DE RECHTSPLEGING

De rechtbank hoorde de partijen in hun argumenten op de openbare terechtzitting van 7 septem-ber 2015. Vervolgens sloot de rechtbank het debat en nam de zaak in beraad. De rechtbank zag het dossier van de rechtspleging en de bewijsstukken in en in het bijzonder het verzoekschrift van 14 februari 2014.

## II. DE VORDERING

De bvba D. vraagt de beslissing van 11 december 2013 te vernietigen of te hervormen. Zij vraagt de rechtbank vast te stellen dat de opgelegde geldboetes van twee keer 1.000,00 euro ongeldig zouden zijn. Zij is van mening dat zij de geldboetes niet verschuldigd is. Minstens vraagt zij de geldboetes te verminderen tot 1.000,00 euro.

Zij vraagt dit vonnis onmiddellijk uitvoerbaar te verklaren, zelfs als de Belgische Staat daartegen hoger beroep zou instellen.

De Belgische Staat vraagt de vordering van de bvba D. ontvankelijk en ongegrond te verklaren. De Belgische Staat stelt een tegeneis in en vraagt de bvba D. te veroordelen tot de fiscale boete van 2.000,00 euro.

## III. RELEVANTE FEITEN EN GESCHIL

Op 6 oktober 2012 voerde een federaal ambtenaar van de fiscale administratie een controle uit bij de bvba D.. Die onderneming baat cafés en bars uit. Tijdens de controle was mevrouw V.C., een dienster, aanwezig. De federaal ambtenaar stelde verschillende inbreuken op de BTW - wetgeving vast. De bvba kon immers het dagboek van ontvangsten, het kasboek en gedateerde verantwoordingstukken niet voorleggen. Op 6 november 2012 stelde de federaal ambtenaar een proces-verbaal op van de inbreuken (stuk 1 eiseres en stuk 2 verweerster).

De federaal ambtenaar stelde voor de inbreuken op 25 september 2013 geldboetes vast voor 2.000,00 euro in een proces-verbaal. Met een aangetekende brief van 25 september 2013 deelde de fiscale administratie dit proces-verbaal mee aan de bvba D. (stuk 1 eiseres en 3 verweerster).

De accountant van de bvba deelde met een e-mail van 10 oktober 2013 mee dat het dagboek van ontvangsten wel degelijk beschikbaar was. De aanwezige dienster was echter Engelstalig en had niet goed begrepen wat haar gevraagd werd. Verder liet de accountant weten dat diensters geen zaken hebben in de boekhouding. Bovendien zou de federale ambtenaar tijdens de controle geen enkel initiatief genomen hebben om contact op te nemen met de zaakvoerder van de bvba. De facturen en bankuittreksels zou de bvba op eenvoudige vraag kunnen voorleggen. De zaakvoerder van de bvba verbond zich ertoe om de registratie van de prestaties, gepresteerde dagen en de ontvangst van daggelden in de uitbatingszetel te deponeren.

Kasbetalingen zouden er niet zijn, omdat alles via de bank betaald wordt (stuk

2 eiseres en stuk 4 verweerster).

De fiscale administratie besliste op 11 december 2013 om de boete van 2.000,00 euro te behouden. De administratie wees erop dat de lokale opsporingsdienst van Gent ook al op 23 juni 2012 een controle had uitgevoerd. Bij die controle waren het dagboek van ontvangsten, het kasboek en andere verantwoordingsstukken evenmin aanwezig. Daarom vond de administratie dat de bvba zich niet kon beroepen op onwetendheid van het personeel. Bovendien oordeelde de administratie dat het heel onwaarschijnlijk is dat er geen kasbetalingen gebeurden (stukken 3 en 4 eiseres en stuk 5 verweerster).

De bvba D. ging niet akkoord met de beslissing van de fiscale administratie. Daarom legde de bvba op 14 februari 2014 een verzoekschrift neer tegen deze beslissing op de griffie van deze rechtbank.

## IV. BESPREKING

### Ontvankelijkheid

1.De vordering van de bvba D. is gericht tegen de administratieve beslissing van 11december 2013 en tegen de boete.

1.De rechtbank van eerste aanleg neemt kennis van geschillen over de toepassing van een belastingwet (artikel 569 lid 1 32° Gerechtelijk Wetboek).

De vordering van een eiser tegen de belastingadministratie is alleen toegelaten als de eiser vooraf het administratief beroep heeft ingesteld dat de wet organiseert. De eiser moet de vordering instellen binnen een termijn die varieert naargelang over het administratief beroep al dan niet een uitspraak is gedaan (artikel 1385undeciesvan het Gerechtelijk Wetboek).

De artikelen 366 en volgende WIB 1992 regelen de procedure om een bezwaar in te dienen tegen de gevestigde aanslag. De beslissing van de bevoegde directeur van de belastingen of van de door hem gedelegeerde ambtenaar die als administratieve overheid over het bezwaar uitspraak doet, is onherroepelijk als de eiser niet tijdig een vordering instelt bij de rechtbank van eerste aanleg (artikel 375 § 1 lid 2 WIB 1992).

Uit die bepalingen volgt dat niet de door de directeur van de belastingen of de in zijn naam genomen beslissing maar de aanslag zelf het voorwerp kan uitmaken van een geschil voor de rechtbank van eerste aanleg, wanneer die aanslag na die beslissing geheel of gedeeltelijk blijft bestaan (Cass. 31 januari 2014, F.12.0030.F).

3\. De vordering tegen de administratieve beslissing van 11 december 2013 is dan ook onontvan-kelijk. De vordering tegen de boete is ontvankelijk en zal de rechtbank hieronder onderzoeken.

### Boete

1.Iedereen is verplicht om de boeken, facturen, kopieën van facturen of van andere stukken die hij moet bewaren, ter inzage voor te leggen. De voorlegging moet gebeuren op ieder verzoek van de ambtenaren van de administratie die de BTW onder haar bevoegdheid heeft. Die plicht heeft als doel de juiste heffing van de belasting na te gaan bij de belastingplichtige of een derde (artikel 61 BTW - wetboek, zoals van toepassing in 2012).

De voorlegging gebeurt zonder onnodig uitstel en zonder verplaatsing (artikel 61 BTW - wetboek, zoals van toepassing in 2012). Dit betekent dat de fiscale administratie niet kan eisen dat de belastingplichtige de documenten naar haar kantoren brengt. De bevoegde ambtenaren moeten zich begeven naar de plaats waar de belastingplichtige de documenten kan bewaren.

De belastingplichtige mag de plaats van bewaring van de facturen (of kopieën daarvan) vrij bepalen op voorwaarde dat hij deze op ieder verzoek en zonder onnodig uitstel ter beschikking stelt van de fiscale administratie die de BTW onder haar bevoegdheid heeft. In België gevestigde belastingplichtigen moeten de stukken op het Belgische grondgebied bewaren. Daarop bestaat een uitzondering voor stukken in elektronisch formaat dat een volledige online toegang tot de betrokken gegevens in België waarborgt (artikel 60 § 2 BTW - wetboek, zoals van toepassing in 2012).

Voor andere boeken en stukken bepaalt de wet niets over de plaats van bewaring, zodat de belastingplichtige daarvoor mag kiezen waar hij de stukken bewaart.

1.Op 6 oktober 2012 begaf een federaal ambtenaar van de fiscale administratie zich naar de bvba D. Die bvba heeft haar maatschappelijke zetel in de…. Haar exploitatiezetel bevindt zich op hetzelfde adres (stuk 1 eiseres).

De federaal ambtenaar vroeg aan de aanwezige dienster, mevrouw V.C., om het dagboek van ontvangsten en de verantwoordingstukken voor te leggen. De ambtenaar stelde vast dat die stukken niet voorgelegd werden. Hierover maakte de ambtenaar een proces-verbaalop. Dat proces-verbaal levert een voldoende bewijs op van de weigering om de stukken voor te leggen (stuk 1 eiseres).

1.De bvba D. voert aan dat mevrouw V.C. een prostituee is en geen Nederlands spreekt. Bovendien zou geen bevoegd persoon van de bvba op het moment van de controle aanwezig geweest zijn.

De wet legt aan de bvba D. de plicht op bepaalde stukken te bewaren en die op eerste verzoek voor te leggen aan de bevoegde ambtenaren van de fiscale administratie. Zij moet ervoor zorgen om aan die plicht te voldoen, eventueel door van de aanwezige diensters te verlangen contact op te nemen met de zaakvoerder bij de controle. Dat een aanwezige prostituee geen Nederlands zou praten, is dan ook niet relevant. Als een prostituee contact zou opgenomen hebben met de zaakvoerder, kon onmiddellijk aan de voorleggingsplicht voldaan worden.

1.Bovendien laat de wet uitstel van de voorlegging toe, maar geen onnodig uitstel ([artikel 61 BTW-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-61), zoals van toepassing in 2012). De fiscale administratie had al op 23 juni 2012 een controle verricht, waarbij geen stukken werden neergelegd. Op 6 oktober 2012 werden opnieuw geen stukken voorgelegd (stuk 1 eiseres). Op 6 november 2012 stelde de ambtenaar nog steeds vast dat de nodige stukken niet werden voorgelegd (stuk 1 eiseres). Dat de ambtenaar geen bijzondere tekortkomingen zou vastgesteld hebben, is dan ook niet correct.

1.De bvba D. bevestigde dat de dranken verkocht en aangegeven werden. Volgens haar zouden er geen kasbetalingen gebeurd zijn, omdat alles met de bank zou betaald worden. De rechtbank hecht hieraan geen geloof. Klanten betalen ook cash in een café. Dat de enige inkomsten van de bvba de huurgelden zijn die zij van de prostituees ontvangt voor de accommodatie is niet bewezen.

De bvba D. moet beseffen dat de voorleggingsplicht als doel heeft om de juiste heffing van de belasting na te gaan en dat zij haar volle medewerking daaraan moet geven.

1.De bvba D. klaagt aan dat de belastingadministratie 10 maanden heeft gewacht om pas op 25 september 2013 kennis te geven van het proces-verbaal van 6 november 2012. Volgens haar schendt die lange periode haar recht van verdediging. Zij voert aan dat zij de mogelijkheid verloor om bijvoorbeeld de aanwezige prostituee te laten getuigen of verhoren. Dit zou aantonen dat zij geen Nederlands en nauwelijks Engels spreekt en de voorlegging daardoor niet mogelijk was.

Het verlopen van een relatief lange termijn vooraleer de administratie een proces-verbaal opstelt en toezendt, houdt niet automatisch een miskenning van het recht van verdediging in. De rechter moet daar in feite over oordelen (Cass. 27 maart 2015, [F.12.0029.N](https://juriel.be/nl/rechtspraak/verjaring-verlengde-termijn-jaar-vermoedens-cassatie-brussel-2015-03-27-b386)).

De rechtbank is van oordeel dat het recht van verdediging van de bvba Dubbel U niet geschonden is. Nadat zij op 23 juni 2012 de stukken niet voorlegde, legde zij die op 6 oktober 2012 nog altijd niet voor. Bovendien heeft de bvba op 10 oktober 2013 bezwaar aangetekend en heeft haar standpunt duidelijk kunnen maken. Het getuigenverhoor van een prostituee zou niets bijdragen aan de oplossing van deze zaak. Zoals de rechtbank hierboven al stelde, kon de prostituee immers contact opnemen met de zaakvoerder (als zij echt onvoldoende Nederlands kende) en kreeg de bvba ook uitstel om de stukken nog voor te leggen. De tijd die verlopen is tussen het proces-verbaal en de toezending ervan, heeft geenszins het recht van verdediging van de bvba geschonden.

1.Tot slot betwist de bvba D. het feit dat de fiscale administratie twee boetes van 1.000,00 euro opgelegd heeft.

Het BTW-wetboek bepaalt een niet-proportionele fiscale geldboete van 50,00 euro tot 5.000,00 euro per overtreding. Het bedrag van deze geldboete wordt naar gelang van de aard en de ernst van de overtreding bepaald volgens een schaal waarvan de trappen door de Koning worden vastgesteld ([artikel 70 § 4 BTW-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-70)).

De Koning heeft de bedragen van de fiscale geldboeten vastgesteld in een KB, het Koninklijk Besluit 44 van 9 juli 2012 tot vaststelling van het bedrag van de niet-proportionele fiscale geldboeten op het stuk van de belasting over de toegevoegde waarde. Als iemand de artikelen 61, 62, 62bis en 63 van het BTW - wetboek niet naleeft, bepaalt het KB daarvoor een geldboete van 1.000,00 euro voor de eerste overtreding, 2.000,00 euro voor de tweede overtreding en 5.000,000 euro voor de volgende overtredingen.

De wet legt de verplichting op facturen en kopieën daarvan te bewaren. Daarnaast verplicht de wet ook de boeken en andere stukken te bewaren die volgens de BTW-wetgeving bewaard, opgesteld of uitgereikt moeten worden ([artikel 60 § 1 en 4 BTW-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-60), zoals van toepassing in 2012). Die documenten moet iedereen kunnen voorleggen ([artikel 61 § 1 BTW-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-61), zoals van toepassing in 2012). Eén van die documenten is het dagboek van ontvangsten (artikel 14 § 2 30 KB 1 van 29 december 1992 met betrekking tot de regeling voor voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde).

Naast het dagboek van ontvangsten moet de belastingplichtige ook facturen en andere stukken bewaren volgens de BTW - wetgeving. Aangezien de bvba D. het dagboek van ontvangsten én ook andere stukken niet voorlegde, zijn twee boetes gerechtvaardigd.

De vordering van de bvba D. is ongegrond.

### Tegenvordering

De Belgische Staat stelt een tegenvordering in om de bvba D. te laten veroordelen tot de fiscale boete van 2.000,00 euro.

De fiscale administratie kan een dwangbevel uitvaardigen als de belastingplichtige de belasting, intresten, administratieve geldboeten en andere niet betaalt (artikel 85 BTW - wetboek, zoals van toepassing in 2012).

Het dwangbevel geeft de fiscale administratie een uitvoerbare titel, waarmee zij de verschuldigde belastingen en boeten kan invorderen. Aangezien de fiscale administratie zelf kan zorgen voor een uitvoerbare titel, is de tegenvordering zonder voorwerp.

## Gerechtskosten

1.De rechter veroordeelt de verliezende partij tot de gerechtskosten, tenzij bijzondere wetten anders bepalen (artikel 1017 lid 1 Gerechtelijk Wetboek).

De gerechtskosten zijn onder meer de rechtsplegingsgoeding. Een rolrecht is in deze zaak niet verschuldigd.

1.De rechtsplegingsvergoeding is een forfaitaire tegemoetkoming in de kosten en erelonen van de advocaat van de winnende partij (artikel 1022 lid 1 van het Gerechtelijk Wetboek).

1.De Belgische Staat is de partij die in het gelijk gesteld werd. Aangezien hij niet vertegen-woordigd wordt door een advocaat, heeft hij geen recht op een rechtsplegingsvergoeding.

### Beschikkend gedeelte

## BESLISSING VAN DE RECHTBANK:

Recht doende op tegenspraak.

Met inachtneming van de artikelen 2 en 37 van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken.

Verklaart de hoofdvordering tegen de administratieve beslissing van 11 december 2013 onontvankelijk.

Verklaart de hoofdvordering tegen de boete ontvankelijk en ongegrond.

Verklaart de tegenvordering ontvankelijk en zonder voorwerp.

Verklaart dat er geen kosten te begroten zijn.

Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting door de zesde burgerlijke kamer van de rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent, op maandag negentien oktober tweeduizend vijftien, waar aanwezig waren:

MevrouwA.B., rechter, voorzitter van deze kamer,

Mevrouw M.C., griffier.

## Aangehaalde teksten

3

[WBTW art. 61](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-61) 4 voorkomens

[WBTW art. 70](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-70) 3 voorkomens

[WBTW art. 60](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-60) 1 voorkomen

## Vergelijkbare beslissingen

8

[Nietigheid dwangbevel, Openbare orde karakter van de belasting](https://juriel.be/nl/rechtspraak/nietigheid-dwangbevel-openbare-orde-karakter-hof-van-beroep-antwerpen-2021-10-05-474e) 3 gemeenschappelijke bepalingen

[Beginsel van wapengelijkheid, Recht op een eerlijk proces](https://juriel.be/nl/rechtspraak/beginsel-wapengelijkheid-recht-eerlijk-proces-hof-van-beroep-luik-2019-10-14-84a0) 3 gemeenschappelijke bepalingen

[Horecasector, Geregistreerd Kassasysteem, Wedersamenstelling van het omzetcijfer](https://juriel.be/nl/rechtspraak/horecasector-geregistreerd-kassasysteem-wedersamenstelling-omzetcijfer-rechtbank-2020-05-13-cfbf) 3 gemeenschappelijke bepalingen

[Huisvisitatie, Domiciliefraude](https://juriel.be/nl/rechtspraak/huisvisitatie-domiciliefraude-visitatie-hof-van-beroep-gent-2025-02-04-030a) 3 gemeenschappelijke bepalingen

[Sekwester, domiciliefraude, huisvisitatie, dringende en voorlopige maatregelen](https://juriel.be/nl/rechtspraak/sekwester-domiciliefraude-huisvisitatie-dringende-voorlopige-rechtbank-gent-2024-10-02-1e0d) 3 gemeenschappelijke bepalingen

[Kunstmatige opsplitsing van handelingen, misbruik, tarief, splitsing van prestatie](https://juriel.be/nl/rechtspraak/kunstmatige-opsplitsing-handelingen-misbruik-tarief-hof-van-beroep-gent-2024-10-15-26d8) 3 gemeenschappelijke bepalingen

[Niet aangegeven omzet, Misbruik](https://juriel.be/nl/rechtspraak/aangegeven-omzet-misbruik-wettelijke-geldboete-hof-van-beroep-brussel-2026-01-14-3987) 3 gemeenschappelijke bepalingen

[Recht op toegang, fiscale visitatie, fishing-expeditie, fishing expedition](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-toegang-fiscale-visitatie-fishing-hof-van-beroep-gent-2024-01-16-6acb) 3 gemeenschappelijke bepalingen
