---
title: "18 maart 2008 · Voldoening van de belasting, strafbepaling · Hof van beroep te Antwerpen"
description: "Voldoening van de belasting, strafbepaling, administratieve geldboete, vervolging, geding. Hof van beroep te Antwerpen (België), 18 maart 2008."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak/voldoening-belasting-strafbepaling-administratieve-hof-van-beroep-antwerpen-2008-03-18-4102"
lang: "nl"
---

# Voldoening van de belasting, strafbepaling, administratieve geldboete, vervolging, geding · Belasting over de toegevoegde waarde

**Rechtscollege**

Hof van beroep

**Zetel**

Antwerpen

**Datum**

18 maart 2008

## Over het document

**Verzameling**

Belgische rechtspraak

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

64 paragrafen

### Fiche van de FOD Financiën

Arrest van het Hof van beroep te Antwerpen d.d. 18.03.2008

Samenvatting niet beschikbaar

**Tekst van het arrest**

### Tekst van de beslissing

**Het Hof van beroep te Antwerpen, zitting houdend te Antwerpen, ZESDE KAMER, recht doende in burgerlijke zaken, heeft het volgende arrest uitgesproken :**

In zake : **2007/AR/1184**

**C. G. U.**, gzpensioneerde, wonende te …, …;

**appellant,**

tegen het vonnis gewezen door de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen van 14 februari 2007;

vertegenwoordigd door Meester **E. D. B.** loco Meester **F. V.**, advocaat te …, …;

**tegen :**

**de BELGISCHE STAAT**, Administratie van de Belasting over de Toegevoegde Waarde, vertegenwoordigd door de heer Minister van Financiën, waarvan het kabinet gevestigd is te 1000 Brussel, Wetstraat 1, op vervolging en benaarstiging van de heer Gewestelijke Directeur van de Administratie van de Belasting over de toegevoegde Waarde, Registratie en Domeinen te Antwerpen, in de persoon van de Eerstaanwezend Inspecteur van het Eerste BTW-Ontvangkantoor te Antwerpen, waarvan de kantoren gevestigd zijn te 2000 Antwerpen, Italiëlei 4 bus 4;

**geïntimeerde,**

vertegenwoordigd door Meester **A. V. L. d. J.**, advocaat te …, …;

---

Gelet op de door de wet vereiste processtukken in behoorlijke vorm overgelegd, waaronder het eensluidend afschrift van het bestreden vonnis, op tegenspraak tussen partijen gewezen op 14 februari 2007 door de Vierde F Kamer van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Antwerpen, waarvan geen akte van betekening wordt voorgelegd, en waartegen een naar vormen termijn regelmatig hoger beroep werd aangetekend bij verzoekschrift neergelegd ter griffie van dit Hof op 19 april 2007;

Gelet op het verzoekschrift tot ongegrond verklaring van het consignatieverzoek neergelegd ter griffie van dit Hof op 8 juni 2007;

Gelet op het arrest uitgesproken door dit Hof op 25 september 2007;

Gehoord partijen in hun middelen en conclusies;

## 1. Feiten, retroacten, eis en verweer in hoger beroep

**1.1.** De heer **C. G. U.**, appellant, was uit hoofde van zijn activiteit als groothandelaar in diamant onderworpen aan de bepalingen van het BTW-Wetboek en de ter uitvoering ervan getroffen besluiten.

Appellant heeft zijn activiteit stopgezet op 1 mei 2005.

Naar aanleiding van een controle inzake de toepassing van de BTW werd er door de controlerende ambtenaar vastgesteld dat de factuur van 29 november 2002 van de BVBA IFL (**I. F. L.**), BTW nr. BE …, die betrekking heeft op de levering van kopieerapparaten met een maatstaf van heffing van … EUR en … EUR BTW niet voldoet aan de voorwaarden vervat in [artikel 5 van het Koninklijk Besluit nr. 1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-1-artikel-6caa).

De kwestieuze factuur vermeldt als adres van de leverancier … te ….

Op 29 november 2002 was de BVBA IFL evenwel niet op dat adres gevestigd. Op 29 juli 2002 werd de vennootschapszeteI verplaatst van de …, te … naar de …, te … en op 15 januari 2003 werd de vennootschapszetel opnieuw verplaatst van de …, te … naar de …, te ….

Bovendien, heeft de BVBA IFL Voor de periode van 1 oktober 2002 tot 31 december 2002 geen periodieke BTW-aangiften ingediend en werd de verschuldigde BTW voor deze handelingen door de BVBA IFL niet voldaan.

**1.2.** Voormelde vaststellingen werden opgenomen in een. proces,,- verbaal opgesteld door de heer **R. T.**, eerstaanwezend verificateur bij de Overheidsdienst Financiën sector BTW, verbonden aan het 3 de BTW-controlekantoor van Antwerpen, op 27 september 2005.

Blijkens dit proces-verbaal is de factuur niet conform de bepalingen van [artikel 5, § 1, 2°, van het Koninklijk Besluit nr. 1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-1-artikel-6caa) en geeft ze geen recht op aftrek ingevolge de bepalingen van [artikel 3, § 1, 1°, van het Koninklijk Besluit nr. 3](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-3-artikel-historiek-236d). Bovendien, is appellant op grond van de bepalingen van [artikel 51bis, § 1, 1°, van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-51bis), als medecontractant van de schuldenaar van de belasting met deze tegenover de Staat hoofdelijk gehouden.

**1.3.** Op 18 oktober 2005 werd door de rekenplichtige van het BTW-ontvangkantoor te Antwerpen 1 een dwangbevel uitgevaardigd, krachtens hetwelk volgende bedragen door appellant verschuldigd zouden zijn :

\- als BTW;

\- als geldboete ingevolge [artikel 70, § 1, BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-70);

\- als verlopen interesten krachtens [artikel 91, § 1, BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-91) : te vermeerderen met interest vanaf 21 oktober 2005 en de vervolgingskosten.

Dit dwangbevel werd op 20 oktober 2005 geviseerd en uitvoerbaar verklaard door de heer **F. J.**, eerstaanwezend inspecteur a.i. van de BTW te Antwerpen 3, en op 29 november 2005 aan appellant bij toepassing van [artikel 85, § 1, BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-85) bij aangetekende brief ter kennis gebracht.

**1.4.** Tegen dit dwangbevel tekende appellant verzet aan bij verzoekschrift op tegenspraak neergelegd ter griffie van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Antwerpen op 29 december 2005. Dit verzet strekt tot het horen zeggen voor recht dat het voormeld dwangbevel van nul en generlei waarde is en tot de teruggave te horen bevelen van de bedragen die door appellant ten onrechte zouden zijn betaald en/of ingehouden, vermeerderd met de wettelijke en de gerechtelijke intresten vanaf de datum van betaling of inhouding.

**1.5.** Het bestreden vonnis uitgesproken door de Vierde F Kamer van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Antwerpen op 14 februari 2007 oordeelt dat op de factuur een onjuist adres van de leverancier werd vermeld, dat de vermelding van het juiste adres nuttig is voor de inning van de BTW en voor de controle erop door de administratie. De kwestieuze factuur geeft dan ook geen recht op aftrek. De beweerde goede trouw van appellant is niet relevant voor de beoordeling van de betwisting. De vordering wordt derhalve als ongegrond afgewezen.

**1.6.** Tegen dit vonnis heeft appellant hoger beroep ingesteld bij verzoekschrift neergelegd ter griffie van dit Hof op 19 april 2007.

**1.7.** De ontvanger van .het BTW-ontvangkantoor te Antwerpen 1 heeft, bij aangetekende brief van 2 mei 2007, overeenkomstig [artikel 92, tweede lid, van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-92), aan appellant een consignatieverzoek ter kennis gebracht, waarbij appellant verzocht wordt om vóór 2 juli 2007 een bedrag van … EUR in consignatie te geven bij de Deposito- en Consignatiekas of een gelijkwaardige persoonlijke of zakelijke zekerheid te stellen.

De ontvanger wijst hierbij op het feit dat uit een solvabiliteitsonderzoek zou zijn gebleken dat appellant niet over onroerende en slechts over beperkte roerende goederen beschikt, zodat bij gebrek aan consignatie, de inning van de vordering ernstig in het gedrang zou komen.

**1.8.** Bij verzoekschrift neergelegd ter griffie van dit Hof op 8 juni 2007 heeft appellant een vordering tot ongegrond verklaring van het verzoek tot consignatie ingesteld.

Bij arrest uitgesproken op 25 september 2007 heeft het Hof de vordering de vordering tot ongegrond verklaring van het verzoek tot consignatie ontvankelijk doch ongegrond verklaard en derhalve het verzoek tot consignatie van de ontvanger van het BTW-ontvangkantoor te Antwerpen 1, bij aangetekende. brief van 2 mei 2007 ter kennis gebracht aan appellant, waarbij verzocht werd de bedragen van … EUR aan BTW en van … EUR aan interesten berekend vanaf 21 januari 2003 tot 2007 in consignatie te geven bij de Deposito- en Consignatiekas overeenkomstig [artikel 92 van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-92) ontvankelijk en gegrond verklaard.

Het Hof heeft hierbij overwogen dat de wetgever met artikel 92, tweede lid 2 W.BTW, de toegang tot de rechter in hoger beroep afhankelijk stelt van de consignatie van de sommen die krachtens het vonnis van de rechtbank van eerste aanleg verschuldigd zijn en dat een dergelijke inperking van het recht om hoger beroep in te stellen niet als kennelijk onevenredig ten aanzien van het nagestreefde doel kan worden aangezien, nu het, ingevolge verschillende arresten van het Arbitragehof, gewijzigde artikel 92, tweede lid, W.BTW, aan de bevoegde administratie de zorg laat rekening te houden met de concrete gegevens van elke zaak, met inbegrip van de financiële toestand van de belastingplichtige, om na te gaan of de consignatie al dan niet aangewezen is om de wettelijke doelstelling te verwezenlijken. Het Hof heeft verder vastgesteld dat uit de redenen van het verzoek tot consignatie, aan appellant gericht bij aangetekend schrijven van 2 mei 2007, kan worden afgeleid dat de rechten van de Schatkist gebeurlijk in gevaar zouden kunnen zijn ingeval van bevestiging van het bestreden vonnis ten, gronde en dat dit consignatieverzoek tevens naar de relevante wettelijke bepalingen verwijst en beperkt wordt tot de bevoorrechte sommen. Het Hof besluit dan ook dat het verzoek tot consignatie afdoende gemotiveerd is. Het Hof oordeelt verder dat het verzoek tot consignatie in de gegeven concrete situatie niet kennelijk onredelijk en buiten verhouding met het nagestreefde doel kan worden beschouwd. De financiële toestand van de belastingschuldige is slechts één van de gegevens, waarmee de BTW-ontvanger rekening kan houden om al dan niet een consignatieverzoek aan deze laatste te richten voor het geheel of een deel van de verschuldigde bedragen.

Het arrest stelt in dit concreet geval vast dat appellant nog steeds niet het bewijs levert dat hij de kwestieuze factuur betaald heeft en dat appellant dus de som van … EUR gebruikt enerzijds om de in de periodieke BTW-aangifte van het 4de kwartaal als verschuldigd opgenomen BTW niet te hoeven betalen (hij heeft de verschuldigde BTW gecompenseerd· met de zogenaamd aftrekbare BTW) en anderzijds het saldo zelfs uitbetaald heeft gekregen vermits hij in het begin van het jaar 2003, meer bepaald op 27 februari 2003, effectief een bedrag van … EUR uitbetaald heeft gekregen. Het consignatieverzoek werd verder beperkt tot de bevoorrechte sommen. Het Hof besluit derhalve, dat het verzoek tot consignatie in deze concrete omstandigheden het recht van appellant op het instellen van·hoger beroep niet op zodanige wijze inperkt dat de kern van dit recht wordt aangetast en dat er een redelijk verband van evenredigheid bestaat tussen de beperkingen, die het inwilligen van het consignatieverzoek tot gevolg heeft, en het door de BTW-ontvanger nagestreefde doel.

**1.9.** In zijn conclusie neergelegd op 30 oktober 2007 voert de BELGISCHE STAAT aan dat appellant de gevraagde sommen niet heeft betaald en/of niet geconsigneerd en ook geen zakelijke of persoonlijke zekerheid heeft gesteld die door de administratie bevoegd voor de belasting over de toegevoegde waarde werd aangenomen. Geïntimeerde besluit dan ook tot de niet- ontvankelijkheid van het hoger beroep. Ten gronde beaamt geïntimeerde de redengeving van het bestreden vonnis en besluit hij tot de bevestiging van het bestreden vonnis.

**1.10.** Appellant heeft geen conclusie meer neergelegd over de ontvankelijkheid en de gegrondheid van zijn hoger beroep.

## 2. Beoordeling

**2.1.** [Artikel 92 van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-92), zoals gewijzigd bij artikel 61 van de Wet van 15 maart 1999 (van toepassing op de belastingen, interesten en fiscale boeten wanneer de oorzaak. Van eisbaarheid zich heeft voorgedaan ten vroegste op 1 januari 1999) bepaalt het volgende :

> *"In geval van beroep tegen het vonnis dat de door de schuldenaar ingestelde eis heeft verworpen, kan de ontvanger van de belasting over de toegevoegde waarde, gelet op de concrete gegevens van het dossier, met inbegrip van de financiële toestand van de schuldenaar, deze laatste kennis geven bij een ter post aangetekende brief van een verzoek tot het in consignatie geven van het geheel of een gedeelte van de. verschuldigde bedragen. Aan de schuldenaar kan worden toegestaan dat die consignatie wordt vervangen door een zakelijke of persoonlijke zekerheid die wordt aangenomen door de administratie bevoegd voor de belasting over de toegevoegde waarde.*
>
> *De gevorderde bedragen dienen in consignatie te worden gegeven of de zekerheid dient te worden gevestigd binnen twee maanden vanaf de kennisgeving.*
>
> *Bij gebreke van het in consignatie geven van de bedragen of het vestigen van de zekerheid binnen de. bepaalde termijn, dient de rechts instantie waarbij de voorziening aanhangig is gemaakt, binnen drie maanden te rekenen vanaf het verstrijken van die termijn, de voorziening niet-ontvankelijk te verklaren, tenzij zij, op grond van een met redenen omkleed verzoekschrift ingediend door de schuldenaar binnen twee maanden vanaf de kennisgeving bedoeld in het eerste lid, besluit, binnen dezelfde termijn van drie maanden, dat het door de met de invordering belaste ambtenaar gedane verzoek niet gegrond is."*

Door het Hof dient te worden vastgesteld dat er inmiddels meer dan twee maanden verstreken zijn sedert de uitspraak van het arrest van 25 september 2007, waarbij de vordering tot ongegrond verklaring van het consignatieverzoek ongegrond werd verklaard resp. het verzoek tot consignatie van de ontvanger van het BTW-ontvangkantoor te Antwerpen 1, bij aangetekende brief van 2 mei 2007 ter kennis gebracht aan appellant, ontvankelijk en gegrond werd verklaard.

Appellant bewijst niet noch voert hij aan dat hij inmiddels is overgegaan tot consignatie bij de Deposito- en Consignatiekas van de bedragen van … EUR, zijnde het bedrag van de bevoorrechte sommen verschuldigd ten gevolge van het bestreden vonnis, en van … EUR, zijnde de interesten berekend vanaf 21 januari 2003 tot 20 mei 2007, noch dat hij een zakelijke of persoonlijke zekerheid heeft gesteld die door de administratie bevoegd voor de belasting over de toegevoegde waarde werd aanvaard.

Het hoger beroep is dan ook niet-ontvankelijk.

Er bestaat geen aanleiding tot vermindering van de rechtsplegingsvergoeding, vastgesteld op een bedrag van … EUR, hetzij het basisbedrag voor niet in geld waardeerbare vorderingen.

### Beschikkend gedeelte

**OM DEZE REDENEN,**

**HET HOF,**

Gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935;

Recht doende op tegenspraak,

Verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk;

Veroordeelt appellant tot de kosten van het hoger beroep, begroot aan de zijde van geïntimeerde op … euro (… EUR) als rechtsplegingsvergoeding hoger beroep;

Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting van het **HOF VAN BEROEP te ANTWERPEN** van **ACHTTIEN MAART TWEEDUIZENDENACHT**,

waar aanwezig waren :

**S. B.**, Raadsheer wd. Voorzitter;

**M. V. d. B.**, Raadsheer;

**M. G.**, plaatsvervangend Raadsheer;

**A. V. L.**, Griffier.

**A. V. L.** **M. G.** **M. V. D. B.** **S. B.**

## Aangehaalde teksten

7

[WBTW art. 92](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-92) 3 voorkomens

[KB nr. 1 art. 5](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-1-artikel-6caa) 2 voorkomens

[KB nr. 3 art. 3](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-3-artikel-historiek-236d) 1 voorkomen

[WBTW art. 51bis](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-51bis) 1 voorkomen

[WBTW art. 70](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-70) 1 voorkomen

[WBTW art. 85](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-85) 1 voorkomen

[WBTW art. 91](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-91) 1 voorkomen

## Vergelijkbare beslissingen

8

[Nietigheid proces-verbaal, Recht op aftrek, Fraude, Boete en intresten](https://juriel.be/nl/rechtspraak/nietigheid-proces-verbaal-recht-aftrek-hof-van-beroep-gent-2024-03-05-5b56) 5 gemeenschappelijke bepalingen

[Aanwijzingen voor fraude, Regularisatieoverzicht, Proces-verbaal, Ontvangstregister](https://juriel.be/nl/rechtspraak/aanwijzingen-fraude-regularisatieoverzicht-proces-verbaal-rechtbank-nijvel-2024-01-08-5c8e) 5 gemeenschappelijke bepalingen

[Recht op aftrek, Voorwaarden, Bewijslast](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-voorwaarden-bewijslast-inbreuk-hof-van-beroep-brussel-2016-04-28-2c2d) 5 gemeenschappelijke bepalingen

[Recht op aftrek van belasting, voldoening van de belasting](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-belasting-voldoening-vervolging-rechtbank-brussel-2011-06-10-dcf9) 5 gemeenschappelijke bepalingen

[Recht op aftrek, Aanwending voor de beroepsactiviteit, Bewijslast](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-aanwending-beroepsactiviteit-bewijslast-hof-van-beroep-luik-2021-01-18-0480) 4 gemeenschappelijke bepalingen

[Recht op aftrek, Facturen van onderaannemers, Verplichte vermeldingen](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-facturen-onderaannemers-verplichte-rechtbank-bergen-2019-04-09-0896) 4 gemeenschappelijke bepalingen

[Btw-carrousel, Deelname, Weigering van de aftrek](https://juriel.be/nl/rechtspraak/btw-carrousel-deelname-weigering-aftrek-hof-van-beroep-brussel-2020-09-10-35f7) 4 gemeenschappelijke bepalingen

[Verplichtingen van de belastingplichtige, Indienen van periodieke aangiften](https://juriel.be/nl/rechtspraak/verplichtingen-belastingplichtige-indienen-periodieke-aangiften-rechtbank-2025-06-10-8211) 4 gemeenschappelijke bepalingen
