---
title: "18 oktober 2010 · Voldoening van de belasting, strafbepaling · Rechtbank van eerste aanleg te Gent"
description: "Voldoening van de belasting, strafbepaling, administratieve geldboete, vervolging, geding. Rechtbank van eerste aanleg te Gent (België), 18 oktober 2010."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak/voldoening-belasting-strafbepaling-administratieve-geldboete-rechtbank-gent-2010-10-18-d03b"
lang: "nl"
---

# Voldoening van de belasting, strafbepaling, administratieve geldboete, vervolging, geding · Belasting over de toegevoegde waarde

**Rechtscollege**

Rechtbank van eerste aanleg

**Zetel**

Gent

**Datum**

18 oktober 2010

## Over het document

**Verzameling**

Belgische rechtspraak

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

51 paragrafen

### Fiche van de FOD Financiën

Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Gent d.d. 18.10.2010

Samenvatting niet beschikbaar

**Tekst van het vonnis**

### Tekst van de beslissing

## Rechtbank van Eerste aanleg te Gent, zesde fiscale kamer – Openbare terechtzitting van 18 oktober 2010

**Rolnummer AR 03/812/A**

In de zaak van :

**BVBA M. C.**, met zetel te …, …, met ondernemingsnummer …,

**eiseres,**

voor wie optreedt mr. **W. V.**, advocaat te …, …,

**tegen :**

**DE BELGISCHE STAAT**, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën, wiens burelen gevestigd zijn te 1000 Brussel, Wetstraat 12, op vervolging en benaarstiging van de Directeur van de Administratie van de Ondernemings- en Inkomstenfiscaliteit, Controlecentrum 3, met kantoren te 1000 Brussel, Finance Tower, Kruidtuinlaan 45 bus 3355

**verweerder,**

voor wie optreedt mr. **Ph. V.**, advocaat te …, …,

**Vonnist de rechtbank als volgt :**

## 1. DE RECHTSPLEGING

De partijen werden gehoord in hun middelen op de openbare terechtzitting van 4 oktober 2010 waarna de debatten werden gesloten werd en de zaak in beraad werd genomen. Het dossier van de rechtspleging en de overtuigingsstukken werden ingezien in het bijzonder het geding inleidende exploot van 18 februari 2003, de conclusies van de partijen en hun stukkenbundels.

## 2. DE VORDERING

De vordering van eiseres strekte er aanvankelijk toe :

(1) in hoofdorde : te horen zeggen voor recht dat de heer **T.** geen werk in onroerende staat heeft uitgevoerd voor haar rekening zodat [artikel 20 van het KB nr. 1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-1-artikel-20-136d) ter zake niet van toepassing is en de BTW bedoeld in het lastens haar uitgevaardigde dwangbevel van 3 december 2002, tot invordering van enerzijds een bedrag van 62.765,30 EUR als belasting over de toegevoegde waarde en anderzijds een bedrag van 104.415,47 EUR als geldboete, niet kan worden gevraagd bij eiseres;

(2) in ondergeschikte orde : te horen zeggen voor recht dat de BTW, boeten en verschuldigde interesten, bedoeld in bovenvermeld dwangbevel, uitgerekend moeten worden op een belastingbasis herleid tot de factuur betrekking hebbend op de litigieuze werf;

(3) nog meer ondergeschikt : te zeggen voor recht dat de geldboete op grond van artikel 70, § 1 W.BTW niet wettelijk verschuldigd is, minstens herleid moet worden op basis van het KB nr. 41 en de principes van behoorlijke justitie en billijkheid;

(4) verweerder te horen veroordelen tot alle kosten van het geding, met inbegrip van de rechtsplegingsvergoeding;

(5) te zeggen dat het tussen te komen vonnis uitvoerbaar bij voorraad is niettegenstaande alle verhaalsmogelijkheden en zonder mogelijkheid van borgstelling of kantonnement.

## 3. DE RELEVANTE FEITEN EN HET GESCHIL

**3.1.** Het dwangbevel van 3 december 2002, voorwerp van de vordering, berust op een proces-verbaal van de diensten van verweerder van 3 oktober 2002 waarin werd geargumenteerd dat :

\- de facturen, uitgeschreven door de NV **H. B.** ten aanzien van eiseres, overeenstemmend met een bedrag aan BTW van 26.658,72 EUR, betrekking hadden op diensten die niet werden verricht;

\- de facturen, uitgeschreven door de heer **V. T.**, ten aanzien van eiseres, overeenstemmend met een bedrag aan BTW van 36.106,58 EUR, betrekking hadden op werken in onroerende staat, zoals beoogd in [artikel 20, § 2 van het KB nr. 1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-1-artikel-20-136d), ingevolge waarvan op deze facturen geen BTW diende te worden aangerekend en eiseres derhalve zelf de heffing had moeten voldoen conform artikel 20, § 4 van datzelfde KB nr. 1.

Bij gebrek aan terugstorting van de door **V. T.** aangerekende BTW was eiseres krachtens artikel 51bis W.BTW hoofdelijk gehouden tot voldoening hiervan, aldus verweerder.

In het proces-verbaal werd tot slot gesteld dat eiseres ten onrechte de BTW had afgetrokken in haar periodieke BTW-aangiften.

Bij exploot van 18 februari 2003 heeft eiseres verzet aangetekend tegen dit dwangbevel, met dagvaarding van verweerder voor deze rechtbank.

**3.2.** Eiseres verklaart thans integraal akkoord te kunnen gaan met de in het dwangbevel nagevorderde BTW-schuld van 62.765,30 EUR;

Betreffende de administratieve geldboete zijn partijen het eens om deze te herleiden tot 50 %, hetzij een bedrag van 31.382,65 EUR.

In hun akkoordconclusie, ter griffie ingediend ·op 19 augustus 2010, stellen partijen tevens dat overeenkomstig artikel 91, § 1 W.BTW nalatigheidsinteresten van 0,8 % per maand verschuldigd zijn op de nagevorderde BTW-schuld vanaf 21 mei 2001, onverminderd het recht aan de zijde van eiseres om hiervoor vrijstelling te vragen aan de bevoegde gewestelijke directeur.

Verder wordt gewezen op artikel 91, § 4 W.BTW op grond waarvan met betrekking tot de administratieve geldboete de regels inzake moratoire interesten gelden zoals in burgerlijke zaken, opnieuw onverminderd het recht aan de zijde van eiseres om hiervoor vrijstelling te vragen aan de bevoegde gewestelijke directeur.

De partijen verklaren zich tot slot akkoord om elk hun eigen kosten te dragen.

## 4. BEOORDELING

De partijen zijn wat de grond van de zaak en de kosten betreft, tot een akkoord gekomen. Het voormelde akkoord komt de rechtbank in feite en in rechte als juist en rechtmatig over. Niets staat derhalve de onderhavige bekrachtiging ervan bij vonnis in de weg.

### Beschikkend gedeelte

**OM DEZE REDENEN,**

**DE RECHTBANK,**

Rechtdoende op **tegenspraak**.

Melding makende van het feit dat de bepalingen van artikel 2 en volgende van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken werden nageleefd.

Alle meeromvattende en strijdige conclusies verwerpend als niet ter zake dienend.

Verklaart de vordering ontvankelijk en verleent de partijen akte van hun hierboven vermelde akkoord.

Veroordeelt de BVBA **M. C.** dienvolgens tot betaling van de in het dwangbevel van 3 december 2002 nagevorderde BTW-schuld van 62.765,30 EUR (2.531.946 oude Belgische franken), te vermeerderen met de nalatigheidsinteresten van 0,8 % per maand verschuldigd vanaf 21 mei 2001 (berekend op de verschuldigde BTW afgerond op het lager duizendtal in oude Belgische franken, d.w.z. 2.531.000 oude Belgische franken, tot 31 december 2001 en vanaf 1 januari 2002 op het tiental euro naar beneden, d.w.z. 62.760,00 EUR), onverminderd het recht aan de zijde van de BVBA **M. C.** om in toepassing van artikel 84bis W.BTW vrijstelling van nalatigheidsinteresten te vragen aan' de bevoegde gewestelijke directeur.

Beveelt de herleiding van de administratieve geldboete van 200 % tot 50 % en veroordeelt de BVBA **M. C.** derhalve tot betaling van een geldboete van 31.382,65 EUR, te verhogen met de moratoire interest zoals van toepassing in burgerlijke zaken te rekenen vanaf de kennisgeving van het dwangbevel, onverminderd het recht aan de zijde van de BVBA **M. C.** om in toepassing van artikel 84bis W.BTW vrijstelling van moratoire interesten te vragen aan de bevoegde gewestelijke directeur.

Veroordeelt de BELGISCHE STAAT tot terugbetaling aan de BVBA **M. C.** van het eventueel te veel geïnde bedrag van de bij onderhavig vonnis bepaalde administratieve geldboete, te verhogen met de moratoire interesten zoals van toepassing inzake burgerlijke zaken te rekenen vanaf de datum van inning.

Zegt voor recht dat elk van de partijen de eigen gerechtskosten draagt.

Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting door de **zesde fiscale kamer** van de rechtbank, van eerste aanleg te Gent, op **achttien oktober tweeduizend en tien**, waar aanwezig waren :

mevrouw **A. D. C.**, rechter, voorzitter van deze kamer,

mevrouw **G. L.**, griffier.

**G. L.** **A. D. C.**

## Aangehaalde teksten

1

[KB nr. 1 art. 20](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-1-artikel-20-136d) 2 voorkomens

## Vergelijkbare beslissingen

8

[Recht op aftrek, Materiële voorwaarde](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-materiele-voorwaarde-btw-cassatie-brussel-2021-01-29-0dbd) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Aftrek, Valse factuur, Fictieve dienstprestaties, Fiscale geldboete](https://juriel.be/nl/rechtspraak/aftrek-valse-factuur-fictieve-dienstprestaties-rechtbank-bergen-2020-06-09-3a6d) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Fiscale fraude, Valse facturen, Aanwijzingen van fraude](https://juriel.be/nl/rechtspraak/fiscale-fraude-valse-facturen-aanwijzingen-hof-van-beroep-brussel-2022-12-01-3bf8) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Nieuw gebouw, Renovatie, Werk in onroerende staat](https://juriel.be/nl/rechtspraak/nieuw-gebouw-renovatie-werk-in-hof-van-beroep-gent-2019-01-08-7a5c) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Werk in onroerende staat, Regularisatieopgave, Minnelijke schikking, Schulderkentenis](https://juriel.be/nl/rechtspraak/werk-in-onroerende-staat-regularisatieopgave-rechtbank-namen-2020-05-07-a524) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Recht op aftrek](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-rechtstreeks-onmiddellijk-verband-rechtbank-luxemburg-2022-10-12-cbcc) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Recht op aftrek, Paarden, Verlegging van de heffing](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-paarden-verlegging-heffing-hof-van-beroep-antwerpen-2022-01-18-cf20) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Schuldenaar, Hoofdelijke aansprakelijkheid, Verlegging van de heffing, Medecontractant](https://juriel.be/nl/rechtspraak/schuldenaar-hoofdelijke-aansprakelijkheid-verlegging-hof-van-beroep-antwerpen-2022-02-15-e77d) 1 gemeenschappelijke bepalingen
