---
title: "15 januari 2013 · Voldoening van de belasting · Rechtbank van eerste aanleg te Brugge"
description: "Voldoening van de belasting. Rechtbank van eerste aanleg te Brugge (België), 15 januari 2013."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak/voldoening-belasting-rechtbank-brugge-2013-01-15-425f"
lang: "nl"
---

# Voldoening van de belasting · Belasting over de toegevoegde waarde

**Rechtscollege**

Rechtbank van eerste aanleg

**Zetel**

Brugge

**Datum**

15 januari 2013

## Over het document

**Verzameling**

Belgische rechtspraak

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

51 paragrafen

### Fiche van de FOD Financiën

Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Brugge d.d. 15.01.2013

Samenvatting niet beschikbaar

**Tekst van het vonnis**

### Tekst van de beslissing

**De Rechtbank van eerste aanleg te Brugge, VIERDE KAMER, heeft het hierna volgende vonnis verleend**

In de zaak **12/1521/A** Rep. nr. 2013/610

**G. M. C. NV**, met ondernemingsnummer …, en zetel te …, …,

**eiseres,**

voor wie is opgetreden meester **M. G.** en **F. S.**, advocaten van het advocatenkantoor **M.-D'H.**, respectievelijk te …, … en te …, …,

**tegen :**

**De BELGISCHE STAAT, Algemene administratie van de fiscaliteit, BTW**, in de persoon van de Wnd e.a. inspecteur van het BTW-Ontvangkantoor te Roeselare, wiens kantoren gevestigd zijn te 8800 Roeselare, Rondekomstraat 30,

**verweerder,**

voor wie is opgetreden mevrouw **W. K.**, inspecteur bij een fiscaal bestuur.

## I. RECHTSPLEGING

Gelet op het fiscaal verzoekschrift ingediend ter griffie de dato 29.05.2012.

De rechtbank nam kennis van het dossier van de rechtspleging en van de door partijen overgelegde bundels.

Partijen werden gehoord in hun middelen in de openbare terechtzitting van 18.12.2012.

Artikel 2 en volgende van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken werden in acht genomen.

## ll. BIJZONDERSTE GEGEVENS VAN DE ZAAK

**2.1.** Op het BTW-ontvangkantoor van Roeselare heeft eiseres een belastingschuld openstaan ten bedrage van 23.235,92 EUR BTW en 2.320,00 EUR boete.

Ingevolge de niet-betaling werd een dwangbevel betekend op 22.05.2012.

**2.2.** Eiseres vraagt dat :

\- Het verzoekschrift ontvankelijk en gegrond wordt verklaard.

\- De tenuitvoerlegging van het bestreden dwangbevel wordt gestuit.

\- Dienvolgens gemak van betaling wordt toegestaan à rato van 1.750,00 EUR/maand.

\- Verweerder wordt veroordeeld tot de kosten van onderhavige procedure, in haar hoofde begroot op het basisbedrag van de rechtsplegingsvergoeding.

**2.3.** Verweerder vraagt dat de vordering ontvankelijk en ongegrond wordt verklaard en dat eiseres wordt veroordeeld tot de kosten van het geding.

## III. BEOORDELING

### 3.1. nopens de ontvankelijkheid

Verweerder voert geen redenen aan die tot de onontvankelijkheid van de vordering kunnen leiden. Nu de rechtbank evenmin middelen van onontvankelijkheid, die hij ambtshalve zou moeten opwerpen, ontwaart, is de vordering ontvankelijk.

### 3.2. nopens de grond

**3.2.1.** De rechtbank stelt vast dat er geen beletsels zijn om in het fiscaal recht de gemeenrechtelijke principes met betrekking tot uitstel van betaling te hanteren.

Wanneer het, zoals in het fiscaal recht, gaat om een verbintenis die ontstaat uit de wet, is er in wezen geen enkele reden om artikel 1244 B.W. van die verbintenis uit te sluiten.

Vermits artikel 1244 B.W. uitdrukkelijk stelt dat er van zijn bepalingen door geen enkel beding kan van afgeweken worden heeft de wetgever te kennen gegeven dat artikel 1244, 2de lid B.W. van openbare orde is.

In de mate deze overwegingen leiden tot de confrontatie van twee principes van openbare orde, namelijk dat uit artikel 1244 B.W. en dat van de toepassing van het fiscaal recht, is er niet noodzakelijk een conflict : de openbare orde kan er immers belang bij hebben dat de fiscale verbintenissen van een belastingplichtige niet leiden tot zijn sociale uitsluiting.

Het gevraagde uitstel van betaling heeft verder geen betrekking op de termijnen binnen dewelke de belasting overeenkomstig artikel 53 W.BTW moet betaald worden maar wel op de modaliteiten volgens dewelke de niet-tijdige betaalde belasting wordt geïnd. Van een eventuele schending van artikel 53 W.BTW kan dan ook geen sprake zijn.

**3.2.2.** De rechtbank moet bij toepassing van artikel 1244 B.W. omzichtig te werk gaan. Tevens dient hij de toestand van de partijen en de reeds genoten respijttermijnen in acht te nemen.

Door het opmaken van een bijzondere rekening vooraleer vervolgingen werden opgestart en door het voeren van onderhavige procedure heeft eiseres de facto al van een zeker uitstel genoten. Verder stelt de rechtbank vast dat eiseres vanaf januari 2012 tot op heden geen enkele vrijwillige betaling heeft verricht.

Het verzoek tot afbetaling wordt dan ook afgewezen.

### 3.3. nopens de kosten

Eiseres wordt in het ongelijk gesteld. Overeenkomstig artikel 1017, 1 ste lid van het gerechtelijk wetboek, moet zij de gerechtskosten dragen. Aangezien verweerder niet bijgestaan is door een advocaat, heeft hij geen recht op een rechtsplegingsvergoeding en zijn de gerechtskosten in hoofde van verweerder onbestaande.

### Beschikkend gedeelte

**OM DEZE REDENEN,**

**DE RECHTBANK,**

Wijzende in eerste aanleg en op tegenspraak.

Alle verdere middelen van partijen verwerpende als niet dienend.

Verklaart de fiscale vordering ontvankelijk en ongegrond.

Veroordeelt eiseres tot de gedingkosten, aan haar zijde niet te begroten aangezien ze haar ten laste blijven, aan de zijde van verweerder begroot op 0,00 EUR.

Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting in het gerechtsgebouw te Brugge op **vijftien januari tweeduizend en dertien**.

Aanwezig zijn :

**H. N.**, alleenrechtsprekend rechter;

**M. S.**, griffier

**S. M.** **N. H.**
