Fiche van de FOD Financiën
Arrest van het Hof van beroep te Antwerpen d.d. 18.12.2003
Samenvatting niet beschikbaar
Tekst van het arrest
Tekst van de beslissing
Het HOF VAN BEROEP zitting houdend te ANTWERPEN VIJFDE KAMER rechtdoend in burgerlijke zaken heeft het volgend arrest gewezen :
Zitting van 18 december 2003 - EINDARREST
Inzake : 1995/AR/3510
De BELGISCHE STAAT, Administratie van de BTW, registratie en domeinen, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën, met kantoren te Brussel, op vervolging en benaarstiging van de rekenplichtige van het BTW-ontvangkantoor te Mechelen, met kantoren te 2800 Mechelen, Nekkerspoelstraat 21-23;
appellant,
tegen het vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Mechelen d.d. 11 mei 1995
vertegenwoordigd door Mr. W. D. C. loco Mr. M. V. H., advocaat te …, …;
tegen :
…, wonende te …, …;
geïntimeerde,
vertegenwoordigd door Mr. W. H., advocaat te …, …;
1. De antecedenten en de vorderingen
Bij gerechtsdeurwaardersexploot d.d. 30.10.1987 heeft geïntimeerde verzet ingesteld tegen een op 10.9.1987 betekend dwangbevel d.d. 24.8.1987 van de Ontvanger van het BTW-Ontvangkantoor Mechelen
Het voorwerp van dit verzet en de daaraan ten grondslag liggende feiten werden uiteengezet in het bestreden vonnis d.d. 11.5.1995 van de rechtbank van eerste aanleg te Mechelen en dit hof verwijst daar naar.
De eerste rechter verklaarde het verzet slechts gegrond m.b.t. de door de fiscus opgelegde geldboete en herleidde deze van 200 % of … BEF) tot 10 % “van de verschuldigde belasting”.
Tegen deze herleiding van de fiscale boete heeft appellant bij verzoekschrift d.d. 9.11.1995 hoger beroep ingesteld.
Appellant is van oordeel dat er “in casu weinig verzachtende omstandigheden en verschoningsgronden te vinden zijn om de wettelijke boeten drastisch te verminderen. De Belgische Staat wil echter wat de boete betreft volledig vertrouwen op de wijsheid van het hof”.
Geïntimeerde besluit tot de ongegrondheid van het hoofdberoep en vordert bij incidenteel beroep de gegrond verklaring van het verzet m.b.t. de gevorderde BTW na omzetherberekening ad … BEF, de gevorderde BTW van … BEF en luxe-taks ad … BEF uit hoofde van "particuliere aankopen verricht bij de firma G.” en tenslotte de gevorderde BTW ad. … BEF en luxe-taks ad … BEF uit hoofde van "niet aangegeven meeromzet afkomstig van niet aangegeven aankopen voor beroepsdoeleinden bij de firma G.".
Appellant besluit tot de ongegrondheid van dit incidenteel beroep.
2. Beoordeling
A. M.b.t de door de fiscus op basis van vergelijking van de BTW-aangiften en inkomende facturen van geïntimeerde berekende meeromzet
In tegenstelling tot hetgeen geïntimeerde beweert, heeft deze voor de gecontroleerde periode geen nochtans wettelijk verplicht dagontvangstenboek bijgehouden. Uit de vaststellingen in het proces-verbaal d.d. 25.5.1987 blijkt dat geïntimeerde en diens boekhouder, de heer W., bij gelegenheid van de controle aan de controlerende ambtenaar (de heer G. S.) verklaard hebben dat de aangegeven ontvangsten forfaitair berekend werden, nl. door de aankopen te vermenigvuldigen met een coëfficiënt 1.72.
Deze coëfficiënt is dan ook niet willekeurig gekozen en geïntimeerde heeft niet weerlegd dat deze coëfficiënt bovendien gebruikelijk is in de bedrijfssector waartoe de belastingplichtige behoort (kleinhandel in juwelen en horloges).
De door appellant aldus op basis van het inkomend factuurboek van geïntimeerde doorgevoerde omzetberekening werden gedetailleerd en uitvoerig weergegeven in het proces-verbaal d.d. 25.5.1987, meer bepaald blz. 10 tot en met 17 en deze gegevens worden niet weerlegd door het door geïntimeerde ingeroepen "grondiger nazicht van de boekhouding en de BTW-aangiften uitgevoerd door bedrijfsrevisor W. (stuk 11)", nu dit "deskundige verslag” enkel "besluiten" vermeldt zonder de oorsprong van de cijfergegevens weer te geven en derhalve niet te controleren gegevens bevat die geen bewijswaarde hebben.
Dit onderdeel van het verzet blijft om voormelde redenen ongegrond bevonden.
B. M.b.t. de uit het gerechtelijk onderzoek tegen de firma … geputte gegevens i.v.m. de aankopen voor particuliere doeleinden
Geïntimeerde heeft toegegeven dat hij ook beperkte aankopen voor beroepsdoeleinden deed bij de firma.
Uit het geheel der verklaringen afgelegd tijdens het gerechtelijk onderzoek door en zijn medewerkers blijkt dat niet alle verkopen gefactureerd werden, dat de contante verkopen niet werden ingeschreven in de officiële kasboeken en dat in die gevallen daarop geen BTW aangerekend werd.
Geïntimeerde bewijst dan ook geenszins dat in de door hem gedane contante betalingen voor deze aankopen voor particuliere doeleinden BTW in de betaalde prijs inbegrepen was.
Het feit dat de fiscus aanvaard heeft dat geïntimeerde deze aankopen voor particuliere doeleinden verricht heeft, belet niet dat geïntimeerde als beroepsverkoper van juwelen geregistreerd BTW-plichtige zich diende te houden aan de bepalingen van artikel 8, lid 2, 6° van het K.B. nr. 1 in uitvoering van artikel 52 W.BTW - "De belastingplichtige is ervan ontheven een factuur uit te reiken wanneer hij goederen levert of diensten verstrekt aan particulieren die deze goederen of diensten niet bestemmen voor de uitoefening van een beroepswerkzaamheid. Deze ontheffing geldt niet ten aanzien van : …. 6° alsmede de leveringen van goederen van de soort waarin de verkrijger handel drijft of die hij normaal bestemt voor beroepsdoeleinden" - en aan artikel 53, § 1 W.BTW Nu geïntimeerde in de geleverde goederen voor particuliere doeleinden (juwelen) handel dreef, diende de·firma … bij toepassing. van artikel 8, lid 2, 6° K.B. nr. 1, dat geen "weerlegbaar vermoeden" (dixit geïntimeerde) bepaalt, voor de leveringen een factuur uit te reiken en zulks diende ook geïntimeerde te weten, zodat appellant bij toepassing van artikel 53, § 1 W.BTW bij gebreke van het uitreiken van zulke facturen en bij gebreke aan bewijs van betaling van de bijhorende BTW voor deze leveringen voor particuliere doeleinden terecht van geïntimeerde op de daarvoor aangerekende prijs betaling van BTW en luxe-taks gevorderd heeft
Dit onderdeel van het verzet blijft om deze redenen ongegrond bevond.
C. M.b.t. de uit het gerechtelijk onderzoek tegen de firma … geputte gegevens i.v.m. de aankopen voor beroepsdoeleinden
In het proces-verbaal d.d. 25.5.1987, blz. 23 t.e.m. 26 geeft ambtenaar S. een opsomming van "betalingen door … (geïntimeerde) aan … gedaan voor diverse leveringen van juwelen, sieraden en herstellingen door … aan … maar waarvoor geen facturen werden opgemaakt”.
Geïntimeerde heeft deze leveringen steeds betwist
In het proces-verbaal wordt enkel vermeld dat de heer S. deze leveringen afgeleid heeft uit "vaststellingen geput uit het gerechtsdossier” doch geen enkel nader concreet gegeven wordt vermeld : de in conclusie van appellant vermelde "losse bladen" bij de firma … waaruit deze "zwarte aankopen" zouden blijken worden in het proces-verbaal vermeld noch besproken en zijn ook niet bij de overtuigingsstukken gevoegd.
Deze "zwarte aankopen" worden dan ook niet bewezen, nu het proces-verbaal ter zake geen duidelijk bepaalde en dus verifieerbare materiële vaststellingen van·een ambtenaar van het Ministerie van Financiën bevat : de vermelding in het proces-verbaal dat deze "zwarte" aankopen blijken uit het gerechtelijke dossier is een besluit van de ambtenaar en geen materiële·vaststelling geput uit ten onrechte niet nader vermelde gegevens van het gerechtelijk strafonderzoek tegen·de firma ….
Om voormelde redenen is dit onderdeel van het verzet gegrond.
D. M.b.t. de gevorderde geldboete
Nu geen frauduleus opzet of kwade trouw in hoogde van geïntimeerde bewezen is, is een boete van 10 % van de niet betaalde BTW op het bedrag van de. aankopen voor particuliere doeleinden en de onrechtmatige aftrek van BTW in verhouding met de ernst van de inbreuken.
Het hoofdberoep is dan ook ongegrond en het incidenteel beroep ten dele gegrond, zodat de kosten in beide aanleggen ten laste blijven van de partij die ze gemaakt en/of begroot heeft.
Beschikkend gedeelte
OM DIE REDENEN,
HET HOF,
Rechtdoende op tegenspraak,
Gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935;
Verklaart het hoofdberoep van appellant ongegrond en het incidenteel beroep van geïntimeerde gedeeltelijk gegrond als volgt;
Wijzigt het bestreden vonnis in zoverre het oordeelde over de gegrondheid van het verzet tegen de BTW ad … BEF, de luxetaks ad … BEF en de geldboete (200 % van deze bedragen) gevorderd op de beweerde meeromzet ingevolge “zwarte aankopen voor beroepsdoeleinden bij de firma …" en verklaart deze BTW, luxe-taks en geldboete niet verschuldigd bij gebreke aan bewijs van het bestaan van de door appellant ingeroepen “zwarte aankopen”;
Laat de kosten in beide aanleggen ten laste van de partij die ze gemaakt en/of begroot heeft.
Aldus gedaan en uitgesproken in openbare terechtzitting van achttien december tweeduizend en drie.
waar aanwezig waren :
de heer E. H., Voorzitter;
mevrouw A W., Raadsheer;
de heer E. L., Raadsheer;
mevrouw G. V., Griffier.
G. V. E. L. A. W. E. H.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.