---
title: "C.04.0255.N · 1 december 2005 · Voldoening van de belasting, Dwangbevel · Hof van Cassatie van België"
description: "Voldoening van de belasting, Dwangbevel. Hof van Cassatie van België, 1 december 2005, C.04.0255.N."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak/voldoening-belasting-dwangbevel-gebruik-der-cassatie-brussel-2005-12-01-a6bb"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/jurisprudence/non-paiement-taxe-contrainte-emploi-cassation-bruxelles-2005-12-01-d9dd"
---

# Voldoening van de belasting, Dwangbevel · Voldoening van de belasting – Dwangbevel – Gebruik der talen in bestuurszakenVoldoening van de belasting – Dwangbevel – Gebruik der talen in bestuurszaken

**Rechtscollege**

Hof van Cassatie

**Rolnummer**

C.04.0255.N

**Datum**

1 december 2005

## Over het document

**Verzameling**

Belgische rechtspraak

**Taal van de tekst**

Nederlands

**Strekking volgens de FOD**

ongunstig voor de Belgische Staat

## Tekst

68 paragrafen

### Fiche van de FOD Financiën

Arrest van het Hof van Cassatie dd. 01.12.2005 (C.04.0255.N)

*Voldoening van de belasting – Dwangbevel – Gebruik der talen in bestuurszaken*

## Wettelijke bepalingen

Artt. 9, eerste lid; 10; 15, ,§ 1 en § 2; 16; 17, § 1 en 71, W.BTW

Artt. 1, 9, 12, 13, 46, 46bis en 58, samengeordende wetten van 18 juli 1966 betreffende het gebruik der talen in bestuurszaken ;

## Samenvatting

In het Nederlands taalgebied dienen het dwangbevel inzake B.T.W. alsmede de essentiële gegevens waarop dit dwangbevel is gesteund, op straffe van nietigheid, in het Nederlands te worden gesteld.

**Tekst van het arrest**

### Tekst van de beslissing

## Arrest van het Hof van Cassatie

**dd. 01.12.2005**

**(C.04.0255.N)**

BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, wiens kabinet gevestigd is te 1000 Brussel, Wetstraat 14, op benaarstiging van de administratie van de BTW, Registratie en Domeinen, voor wie optreedt de Rekenplichtige van het eerste ontvangkantoor van de BTW te Antwerpen, met kantoor te 2000 Antwerpen, Italiëlei 4, bus 4, eiser, vertegenwoordigd door Mr. I.C.B., advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te …, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan,

tegen

H.E., naamloze vennootschap, in vereffening, met zetel te … , verweerster, vertegenwoordigd door Mr. H.G., advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te …, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan.

## I. Bestreden beslissing

Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest, op 26 februari 2004 gewezen door het Hof van Beroep te Antwerpen.

## II. Rechtspleging voor het Hof

Raadsheer Eric Dirix heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft geconcludeerd.

## III. Middel

Eiser voert in zijn verzoekschrift een middel aan.

*Geschonden wettelijke bepalingen*

\- de artikelen 1, 9, 12, 13, 46, 46bis en 58 van de samengeordende wetten van 18 juli 1966 betreffende het gebruik der talen in bestuurszaken ;

\- de artikelen 9, eerste lid, 10, 15, ,§1 en 2, 16, 17, ,§1, 1bis, 2, 3 en 5 en 71 van het wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde (hierna Wb. BTW) en artikel 1 van het koninklijk besluit nr.

20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde, en [artikel 1, laatste lid, van het koninklijk besluit nr. 41](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-41-januari-vaststelling-bedrag-proportionele-fiscale-d48c#ar41-art1) van 10 januari tot vaststelling van de proportionele boetes inzake BTW, alle bepalingen in de tekst zoals van kracht vóór 1 januari 1993 ;

\- de artikelen 1582 en 1583 van het Burgerlijk Wetboek.

*Aangevochten beslissingen*

Het aangevochten arrest verklaart het hoger beroep van eiser ongegrond, en verwijst eiser in de kosten ervan.

Voor wat betreft het verzet tegen het dwangbevel nr. 127/52/95 is deze uitspraak evenwel gesteund op andere motieven dan deze van het vonnis in eerste aanleg. De eerste rechter had de stelling van verweerster met betrekking tot de inbreuk op de taalwetgeving afgewezen, met de vaststelling dat het proces-verbaal "is opgesteld in de Nederlandse taal, waarbij ter illustratie van de bewering dat de goederen die op de factuur vermeld zijn, niet aan Nevicom International geleverd zijn, maar integendeel besteld, betaald en afgehaald werden door P., naast Nederlandstalige, ook Franstalige verklaringen uit het strafdossier geciteerd worden.

Het citeren ter illustratie van een anderstalige verklaring, in een in de Nederlandse taal opgestelde proces-verbaal, heeft niet de nietigheid ervan tot gevolg ...".

Deze beslissing wordt door het arrest hervormd, en de verwerping van het door eiser ingesteld hoger beroep wordt, voor wat betreft het dwangbevel nr. 127/52/95, op de volgende motivering gesteund.

> "Het dwangbevel is als volgt gemotiveerd : 'Aangezien de NV Herald Estates ... op grond van een bijgevoegd voor eensluidend verklaard afschrift van het proces-verbaal hierna vermelde sommen verschuldigd is', waarna verwezen wordt naar de toepasselijke wetsartikelen en de cijfermatige begroting wordt gegeven van de verschuldigde sommen.
>
> Derhalve bestaat de motivering van het dwangbevel uit niets anders dan uit hetgeen in het aangehechte PV is vermeld.
>
> De eerste rechter heeft onterecht geoordeeld dat het bewuste PV opgesteld werd in het Nederlands.
>
> Blijkens dit PV put de fiscus het bewijs van haar bewering dat de gefactureerde goederen niet aan CV Nevicom International geleverd werden zoals op de factuur vermeld werd maar wel aan de heer P., uitsluitend uit passages van een strafdossier die worden weergegeven in het PV.
>
> Deze passages zijn uitsluitend in de franse taal gesteld en er wordt geen vertaling van gegeven.
>
> Hieruit volgt dat het feitelijk bewijs waarop de fiscus de aanslag steunt uitsluitend is weergegeven in het Frans. Na de weergave van de passages uit het strafdossier vervolgt immers de verbaliserende ambtenaar (onder nr. 3 van het PV) : 'Uit de hiervoor weergegeven verklaringen blijkt dus dat de genaamde N., werkzaam als algemeen directeur voor de NV Sanyo perfect wist dat de goederen welke door Sanyo aan de CV Nevicom International werden gefactureerd in werkelijkheid via F. P. op de zwarte markt terecht kwamen'.
>
> In de redenering van de fiscus waarmee besloten wordt dat (verweerster) schuldenaar is van de gevorderde rechten, boete en interesten wordt derhalve op een essentieel punt gebruik gemaakt van het Frans. Zonder dit stuk van het PV dat in de franse taal is gesteld wordt het PV onverstaanbaar en mist het een logische en begrijpelijke motivering.
>
> In die zin is het PV, en van daaruit ook het dwangbevel, niet in de Nederlandse taal gesteld en dit in strijd met de wetgeving op het gebruik der talen in bestuurszaken.
>
> Het PV en het dwangbevel voldoen daarom niet aan de motiveringsplicht en zijn bijgevolg nietig".

*Grieven*

In toepassing van de wet moet de overheid, voor haar beslissingen, gebruik maken van de taal van de streek.

Met beslissingen wordt daarbij bedoeld, niet alleen het actum van de overheid, maar ook het instrumentum waarbij dit actum ter kennis van de belanghebbenden wordt gebracht.

Een beslissing is een akte waarbij de overheid gezag uitoefent om aan de belanghebbenden een bepaalde gedraging op te leggen of te verbieden. Deze akte moet door bepaalde motieven ingegeven worden, en deze motieven moeten aan de belanghebbende ter kennis worden gebracht. Zij worden daarom in het instrumentum van de beslissing vermeld. De verplichting om de opgelegde taal te gebruiken geldt derhalve ook voor de motivering.

Beslissing en motieven zijn ingegeven door een bepaalde informatie over feiten. Deze informatie kan uit andere bronnen komen ; zij maakt geen deel uit van hetgeen de overheid beslist, en is uiteraard niet onderworpen aan de verplichting om de taal van de streek te gebruiken. Nergens wordt nochtans verboden deze informatie in een administratieve beslissing als documentatie op te nemen.

Het aanduiden, in de motivering van een beslissing, van sommige elementen van informatie die tot de beslissing hebben geleid, is dan ook aan de verplichting om de taal van de streek te gebruiken niet onderworpen.

Al zou het instrumentum van de beslissing een vertaling van bepaalde elementen van informatie bevatten, dan nog zou deze informatie geen daad zijn van de overheid en bijgevolg geen element uitmaken van de eigenlijke beslissing.

Uit de tekst van het dwangbevel en van het eraan gehecht proces-verbaal, alsook uit de beschrijving die ervan in het vonnis en in het arrest gemaakt worden, blijkt dat de in de Franse taal gestelde passussen, waarop de uitspraak gesteund is, uittreksels zijn uit het dossier van een strafonderzoek geopend op naam van NV Sanyo, nopens de vermelde frauduleuze praktijken.

In het arrest wordt de vaststelling van de verbalisant aangehaald, die de geciteerde verklaringen samenvat : "Uit de hiervoor weergegeven verklaringen blijkt dus dat de genaamde N., werkzaam als algemeen directeur voor de NV Sanyo, perfect wist dat de goederen welke door Sanyo NV aan de CV Nevicom International werden gefactureerd, in werkelijkheid via F. P. op de zwarte markt terecht kwamen".

Deze vaststelling is de samenvatting van de gegevens gehaald uit het strafdossier, waarin zij in het Frans voorkomen. Zij volstaat om aan de bestemmeling van het PV kennis te geven van de feiten waarop de vordering is gesteund. Zij is bovendien gevolgd met het relaas, volledig in het Nederlands, van de verdere onderzoeksverrichtingen van de administratie. Ook de omstandigheden die tot dit onderzoek aanleiding hebben gegeven zijn in het Nederlands gesteld (eerste blad van het PV) alsook de daaruit afgeleide gevolgtrekking wat de fiscale schuld betreft. Aldus zijn de eigenlijke beslissing en de motivatie ervan volledig in het Nederlands in het PV opgenomen.

*Besluit*

Uit de bovenstaande vaststellingen blijkt dat alle essentiële bestanddelen voor de aangevochten administratieve beslissing in het Nederlands zijn opgesteld.

Het arrest heeft dus met miskenning van de wetsbepalingen betreffende het taalgebruik in administratieve zaken geoordeeld dat het proces-verbaal, en van daaruit ook het dwangbevel, niet in de Nederlandse taal zijn gesteld en op die gronden de nietigheid ervan uitgesproken (schending van al de aangeduide artikelen van de samengeordende wetten van 18 juli 1966)

De schending van de aangeduide artikelen van het wetboek en koninklijke besluiten inzake de belasting over de toegevoegde waarde, en van het burgerlijk wetboek, is een consequentie van de onterechte nietigverklaring van het dwangbevel.

## IV. Beslissing van het Hof

Overwegende dat, luidens artikel 13, ,§1, van de gecoördineerde wetten betreffende het gebruik der talen in bestuurszaken, iedere plaatselijke dienst, die in het Nederlandse of in het Franse taalgebied is gevestigd, de akten die particulieren betreffen, stelt in de taal van het gebied ; dat, luidens artikel 58 alle administratieve handelingen en verordeningen die strijdig zijn met de bepalingen van deze wet, nietig zijn ;

Overwegende dat, krachtens dat artikel 85 Wetboek-BTW, de belastingen, interesten, administratieve geldboeten en toebehoren, die niet werden voldaan, worden ingevorderd door een dwangbevel dat is uitgevaardigd door de met de invordering belaste ambtenaar ;

Dat in het Nederlandse taalgebied, het dwangbevel in het Nederlands dient te worden gesteld en dat de essentiële gegevens waarop dit dwangbevel is gesteund, in dezelfde taal moeten worden vermeld ;

Overwegende dat de appèlrechters vaststellen dat het dwangbevel passussen bevat die enkel in de Franse taal zijn weergegeven en dat het dwangbevel uitsluitend wordt gemotiveerd door een aangehecht proces-verbaal dat passages uit een strafdossier vermeldt die uitsluitend in de Franse taal zijn gesteld ; dat zij oordelen dat zonder deze passages in de Franse taal het proces-verbaal onverstaanbaar is en hierdoor het dwangbevel dat erop is gesteund, "iedere logische en begrijpelijke motivering (mist)" ; dat zij op grond hiervan het proces-verbaal en het dwangbevel nietig verklaren ;

Dat de appèlrechters door aldus te oordelen, hun beslissing naar recht verantwoorden ;

Dat het middel niet kan worden aangenomen ;

### Beschikkend gedeelte

**OM DIE REDENEN,**

**HET HOF,**

Verwerpt het cassatieberoep ;

Veroordeelt eiser in de kosten.

De kosten begroot op de som van honderd vijfentachtig euro vijfenzeventig cent jegens de eisende partij en op de som van honderd zevenenzestig euro zesennegentig cent jegens de verwerende partij.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, eerste kamer, te Brussel, door voorzitter …

Ondertekeningen

## Aangehaalde teksten

1

[KB nr. 41 art. 1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-41-januari-vaststelling-bedrag-proportionele-fiscale-d48c) 1 voorkomen
